Woensdag 14/04/2021

De Tour winnen op biefstuk en bier

Honderd jaar geleden won Odiel Defraeye als eerste Belg de Ronde van Frankrijk. Met een fascinerend portret zet schrijver Herman Laitem de vergeten held opnieuw op zijn voetstuk. Jeroen de Preter

O ns land ontdekt vandaag een nieuw klimtalent. Thomas De Gendt is zijn naam, een 25-jarige Waaslander die in de Giro d'Italia behalve de fans blijkbaar ook zichzelf verbaast. Zo vertelde hij vorige week in de kranten hoe hij, geflankeerd door de wereldtop, een nijdige Italiaanse col aan het beklimmen was. Anders dan de wereldtop reed De Gendt de col op met het groot verzet. Terugschakelen? Dat was hij naar eigen zeggen domweg vergeten. "Oeps."

Een stoer coureursverhaal is het, maar het is niet half zo stoer als dat van Odiel Defraeye, winnaar van de tiende Tour uit de geschiedenis en de eerste Belg die dat voor elkaar kreeg.

Lees je over de omstandigheden van toen, dan val je steil achterover. Odiel Defraeye reed de Tour met een fiets die twee keer zo zwaar was als die van Thomas De Gendt. Terugschakelen, zoals De Gendt uiteindelijk toch maar besloot te doen, was toen geen optie. Wel was er, voor het eerst in de Tourgeschiedenis, de mogelijkheid om het achterwiel te "versteken". Op dat achterwiel was een klein en een minder klein tandwiel gemonteerd. Wilde Odiel "terugschakelen", dan moest hij het achterwiel losvijzen, omdraaien en weer vastschroeven. Aldus doende moest Odiel respectievelijk de Vogezen, de Alpen en de Pyreneeën bedwingen.

De bergritten die Odiel kreeg voorgeschoteld waren bovendien nog van een ander kaliber dan die van vandaag. Zo was er de etappe van Luchon naar Bayonne, dwars door de Pyreneeën, goed voor 326 kilometer en niet minder dan vijf cols, waaronder het roemruchte drieluik Aspin, Tourmalet en Aubisque.

Odiel Defraeye, derde in deze rit, deed er bijna 15 uur over, aan een gemiddelde van ongeveer 23 kilometer per uur. Enkele dagen later kreeg hij ook nog de etappe La Rochelle-Brest voor de wielen geschoven, een rit van liefst 470 kilometer. Odiel werd tweede, een andere Belg, Louis Heusghem, won de etappe. Onze jongens hadden gemiddeld bijna 30 kilometer per uur gereden, op een wegdek dat vooral uit kasseien en grind bestond.

Voor wie zich ondertussen begint af te vragen wat die mannen in godsnaam aten, in die tijd? Niets bijzonders, zo blijkt. De coureurs aten toen nog "gewone" kost. Veel biefstukken, bijvoorbeeld, alsook kippenbouten en koteletten. Veel drinken moesten ze uiteraard ook. Ze dronken water, maar ook veel bier, en dit eveneens in grote hoeveelheden.

Om maar te zeggen: het waren harde mannen, die eerste ronderenners. En de Vlamingen misschien nog iets harder dan de rest van het peloton. De eerste Vlamingen die zich aan het Touravontuur waagden, waren vaak zonen van kleine keuterboeren of fabrieksarbeiders. Ze hadden bittere armoede gekend, hard labeur, en niet te vergeten: het juk van de katholieke kerk.

De koers bood de mogelijkheid om aan dit alles te ontsnappen, zonder dat ze daarvoor de katholieke waarden moesten verloochenen. Allicht niet toevallig vond deze sport vooral in katholieke streken -Vlaanderen, maar ook Italië en Spanje - een vruchtbare bodem. De Tour de France leek wel een moderne vertaling van de kruisweg, met de winnaar in de rol van de Messias, en de koersprentjes als heiligenbeelden.

Heiligen die een aardige stuiver konden verdienen, dat natuurlijk ook. Winst in de Tour bracht honderd jaar geleden 5.000 Franse francs op. Omgerekend naar vandaag is dat enkele honderdduizenden euro's. Daarbovenop kwam ook nog eens een maandloon, betaald door de sponsor van de ploeg, dat minstens het tienvoudige bedroeg van wat een arbeider in die tijd kon verdienen.

Het grote geld inspireerde ongetwijfeld ook Odiel Defraeye, een jongen van zeer bescheiden komaf die vanwege de ziekte van zijn vader al meteen na zijn plechtige communie als arbeider aan de slag moest bij een producent van borstels. Als borstelmaker verdiende hij anderhalve frank per dag, de koers - hobby én bijverdienste - leverde het jonge talent al snel meer op.

Helemaal mooi wordt het als Defraeye, kersvers Kampioen van Vlaanderen, in 1910 een contract tekent bij Alcyon, dé ploeg van het ogenblik, het BMC van zijn tijd, eveneens een producent van fietsen.

Hoe goed de Alcyon-fietsen wel waren, moest blijken uit de resultaten van hun kampioenen in de belangrijkste wielerwedstrijden. En de resultaten waren er. Met François Faber (1909), Octave Lapize (1910) en Gustave Garrigou (1911) had de Franse ploeg drie keer op rij de Tour gewonnen. De verkoop van Alcyon-fietsen steeg navenant, in Frankrijk maar ook in België.

Omdat Alcyon ook fietsen in België verkocht, was het voor de sponsor niet oninteressant ook enkele Belgische coureurs in de ploeg te hebben. Dat de Belgische kampioenen goedkoper waren, maakte hen natuurlijk alleen maar gegeerder.

En zo kon het gebeuren dat een van die Belgen, Odiel Defraeye, in 1912 naar de Tour mocht, zij het als knecht voor de grote Franse kampioen, Gustave Garrigou. Mede dankzij de eerder bizarre vergiftiging van een concurrent, had Garrigou de Tour van 1911 gewonnen. Alcyon hoopte dat hij dat, met de hulp van Defraeye, nog eens zou overdoen. Maar het zou dus anders uitdraaien.

Trappen in de boter

30 juni 1912, diep in de nacht verschijnen 131 renners aan de start in Parijs. Op het menu staat een etappe van 351 kilometer naar Duinkerken. Garrigou komt al vroeg op de dag in de problemen. Een nest kraaienpoten zorgt voor een bandbreuk, Defraeye mag al meteen vol aan de bak om zijn kopman weer vooraan te krijgen. Maar de kopman voelt zich niet lekker. Om het gezicht van Alcyon nog te redden mag Defraeye, die in de boter lijkt te trappen, zijn eigen kans gaan. Het order komt ruim te laat, al zal hij nog wel als veertiende in Duinkerken aankomen.

Had Defraeye toen al door dat hij beter was dan zijn kopman? Was hij al voor die eerste etappe van plan om zijn eigen koers te rijden? Feit is dat Defraeye in de tweede etappe zijn kopman klopt in de sprint. De Belg maakt een grote sprong voorwaarts in het klassement en mag als nummer twee aan de eerste bergrit beginnen. De rit gaat door de Vogezen, Defraeye ontdekt er zijn klimtalent. In etappe drie moet de Ballon d'Alsace worden beklommen, Defraeye komt er als eerste boven. Hij beëindigt de rit als tweede, maar neemt de leiding in het algemeen klassement. Hij zal die positie niet meer afgeven en wint als eerste Belg in de geschiedenis de Tour. Gustave Garrigou haalt nog net het podium.

Defraeye wordt na de Tour dagenlang als de Messias gevierd. Door de Fransen wordt hij getrakteerd op iets wat toen nog op toverij moet hebben geleken: een vlucht over Parijs. Terug in België wachten taferelen die, aldus Defraeyes biograaf Herman Laitem, herinneringen oproepen aan De intrede van Christus in Brussel, het beroemde schilderij van James Ensor.

Zo uitbundig werd de intrede van Defraeye gevierd dat de Gazette van Iseghem het nodig acht er enkele kritische kanttekeningen bij de te plaatsen. "Laatst", zo schrijft de Gazette, "was heel Brussel in rep en roer om de dijen en de kuiten van een veloheld, niet koninkljk, noch zelfs keizerlijk, maar uitzinnigljk te vieren. (...) Zulke overdrijvingen maken belachelijk. Erger nog, zij pleiten voor de ontaarding van den volksgeest."

Koers als een bedreiging voor de "volksgeest", niet alle persjongens dachten er zo over. Sommigen hadden immers wél begrepen hoezeer de sport tot de verbeelding sprak en vooral, hoezeer de sport het volk kon verenigen. Niemand had dat zo goed begrepen als Karel Van Wijnendaele, de stamvader van de Vlaamse wielerjournalistiek. Nog in 1912 start hij met Sportwereld, een sportkrant die vandaag voortleeft als dagelijks katern in Het Nieuwsblad en een belangrijke rol heeft gespeeld in het verspreiden van de Vlaamse gedachte. Soms gebeurde dat subtiel, even vaak ook heel onomwonden. Als, een jaar na Defraeye, Marcel Buysse het mooie weer maakt in de Tour, roept Sportwereld het "Volk van Vlaanderen!" op om een voorbeeld te nemen aan diens "onwrikbaren moed". Immers: "Ook gij hebt thans een harden strijd te doorworstelen, voor uw eigen aard, uw Vlaamsch-zijn, uw eigen tale, die men zoo verdrukt en achteruitzet."

De Grote Oorlog

Hoe het ondertussen Odiel Defraeye verging? Na zijn glorieuze overwinning in 1912 was de man in 1913 uitgeroepen tot een van de topfavorieten. Defraeye had in het voorjaar Milaan-Sanremo gewonnen en was anders dan in 1912 de kopman van Alcyon. Dat zijn voorbereiding ernstig gehinderd werd door een ontsteking op de dij, hield hij angstvallig voor de buitenwereld verborgen. Een week lang wist Defraeye zich nog te weren, tot hij in de eerste bergrit capituleert. Defraeye geeft op en moet lijdzaam toezien hoe een andere Belg, Philippe Thys, met de hoogste eer gaat lopen.

Net als in 1913 zal Defraeye ook in 1914 Parijs niet halen. Dit keer wordt onze held gekweld door een cyste op het zitvlak, een ongerief dat zodanig uit de hand loopt dat hij op een gegeven moment een gat in zijn zadel moet zagen.

De Tour 1914 is nog maar net afgelopen als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Vier jaar lang wordt er nauwelijks gekoerst, de Grote Oorlog maait ondertussen de Tourwinnaars van 1908, 1909 en 1910 weg.

Defraeye kan aan het oorlogsgeweld ontsnappen, maar nooit zou hij nog zijn oude niveau bereiken. Drie keer verschijnt hij nog aan de start van de Tour, evenzoveel keer keert hij vroegtijdig naar heimat Rumbeke terug.

Grote prestaties blijven ook in andere koersen uit, maar het zou nog wel even duren voor Defraeye er echt een punt achter zet. Pas in 1926, Defraeye is dan 38, rijdt hij in Oostende zijn laatste koers.

Waarom Defraeye nooit meer in de buurt kwam van zijn exploot in 1912? Karel Van Wijnendaele zocht een antwoord bij de artistieke genieën, mannen die zich, aldus de journalist, net als Defraeye tot één meesterwerk hebben beperkt. "Goethe heeft maar één Faust geschreven, en Vondel maar één Lucifer."

Anderen kozen voor een meer prozaïsche verklaring, en wezen naar de drank, die Defraeye zeker op latere leeftijd in zijn greep had gekregen.

Hoe het ook zij, de grote held van 1912 sukkelde bijzonder snel in de vergetelheid. Als in 1925 gepeild wordt naar de grootste Belgische sportman van de eeuw, haalt Defraeye niet eens de top vijf. Andere, meer recente Tourwinnaars als Firmin Lambot en Léon Scieur gaan hem in de peiling vooraf.

Omgekeerd lijkt ook Defraeye zijn land zo snel mogelijk te willen vergeten. Aan het eind van de jaren twintig verhuist hij naar de Bourgogne, in de hoop er een nieuw leven te kunnen beginnen. IJdele hoop, want de man wordt al snel gekweld door heimwee en keert met hangende pootjes terug naar Vlaanderen.

Surrogaat

Defraeye vestigt zich vervolgens aan de kust, in Lombardsijde. Hij baat er achtereenvolgens een hotel, een pension en een café uit. Het is de weerspiegeling van zijn gestage neergang, die zou eindigen in een opvangtehuis voor ouderen in Bierges, vlakbij Waver.

Op 20 augustus 1965 stopt het hart van Odiel met kloppen. Zijn begrafenis was, aldus zijn biograaf, "een verhaal van intimiteit, zonder de warmte ervan." Familieleden waren er, op zijn zoon na, niet te bekennen, fans al evenmin. "De pastoor trok nu rond de kist, sprenkelde karig en had het over het rijk der hemelen, maar dat rijk had Odiel allang achter de rug. Het beste was eerst gekomen, wat volgde was surrogaat."

Voorgaand citaat is geplukt uit Odiel Defraeye, fenomeen, een deze week te verschijnen boek waarin auteur Herman Laitem een portret schetst van zowel de renner als de tijd waarin hij koerste.

Wat Laitem naar dit onderwerp heeft gedreven, wordt pas helemaal aan het einde duidelijk, in de epiloog.

Herman Laitem trouwde op 19 juli 1969, een dag voor Eddy Merckx zijn eerste Tour won, met Christine Defraeye. Dat ze rechtstreekse familie van Odiel Defraeye is, kwam de schrijver opmerkelijk genoeg pas vele jaren later te weten. Zelfs in zijn eigen familie bleek Odiel nagenoeg vergeten.

Vandaag, honderd jaar na zijn grote exploot en mede dankzij Herman Laitem, lijkt de mist van vergetelheid die over Defraeye was neergedaald, weer op te trekken. De renner heeft een bescheiden fanclub, de vrienden van Odiel, in zijn geboortedorp Rumbeke komt er nog dit jaar een standbeeld, het Wielermuseum in Roeselare heeft een expo aan hem gewijd en ook in Vive le vélo, het Tourprogramma van de VRT wordt de Ronde van Defraeye binnenkort herdacht. Mooi, maar het kan natuurlijk altijd nog mooier. Want stel u nu eens voor dat deze verjaardag straks ook een van onze coureurs tot een nieuwe heldendaad zou inspireren?

Het boek Odiel Defraeye, fenomeen, van Herman Laitem is te bestellen via www.fenomeendefraeye.be Vanaf 2 juni ligt het ook in de boekhandel. Het boek is een uitgave van Pinguin Productions, in samenwerking met uitgeverij Lannoo.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234