Woensdag 25/11/2020

De Tour is al begonnen

Het beweegt rond Andy Schleck. Iedereen wil zijn gezelschap: de Noorse tv, ploegmaat Jakob Fuglsang, de dames in de bar en dus ook ‘De Morgen’. Het gaat weer goed met het zondagskind uit Luxemburg. Net op tijd, nu zijn wedstrijden eraankomen. Luik-Bastenaken-Luik, daarna de Ronde van Frankrijk. Maar kennelijk staat het één niet los van het ander: ‘Als ik aanval zit Contador gelijk in mijn wiel. Wij denken al twee maanden verder.’

L-B-L: het Ardennenoffensief van Andy Schleck tegen Alberto Contador

Waarom win jij dit jaar opnieuw Luik-Bastenaken-Luik?

“Geen idee. (lacht) Maar ik ben op hetzelfde niveau. Slecht is dat dus niet. Maar nu zal er meer naar mij gekeken worden. Dat merkte ik woensdag al in de Flèche Wallonne. Ik ging hard bij de tweede passage op de Muur van Hoei, maar Contador, Cunego en co. zaten op mijn wiel. Geen probleem, zo kon mijn broer ontsnappen zodra we boven waren.”

Waarom deed je niet mee op slotklim?

“Ik zat vast na de grote crash met Karsten Kroon. Ik moest van de fiets, over de gevallen renners heen. Vijfentwintig kilometer in de achtervolging. En in een klassieker is het simpel: de energie die je vooraf verbruikt, mis je op het eind.”

De familie Schleck had een plan voor de klimklassiekers. Amstel voor Andy, Luik voor Frank.

“Ja, dat zullen we dus moeten aanpassen. (lacht) Natuurlijk weten we wel dat je zoiets niet zomaar kan afspreken, maar het had gekund. Onze vorm is goed. In de Flèche was Frank er echt dicht bij. Jammer genoeg zaten er in zijn groep twee overblijvers van de vroege ontsnapping. Met twee frisse jongens konden ze beter ronddraaien en waren ze wellicht voorop gebleven. Dan had de familie Schleck dit seizoen al eens gewonnen.”

Een opmerkelijke uitspraak, deze winter: ‘Ik zie mezelf als een klassiek renner.’ De nummer twee van de Tour de France is toch een ronderenner?

“Laten we de vraag omdraaien: waarom zou ik geen klassiek renner zijn? Ik heb Liège toch gewonnen? En ik ben ervan overtuigd dat ik nog klassiekers kan winnen.”

Op een onbewaakt moment beweerde je ook de Ronde van Vlaanderen te kunnen winnen. Een grapje?

“Nee, nee. Wait and see. Ik kan zeker vooraan meedoen. Voor mij is Vlaanderen niet zo verschillend van de Amstel Gold Race. Jullie mogen gerust denken dat Andy Schleck geen kans maakt op de cobblestones, maar ik zie het anders. Ik ben enthousiast: vanaf volgend jaar wil ik de Ronde rijden. Eigenlijk wilde ik dat dit jaar al doen, maar door blessures moest ik mijn programma omgooien.”

Er is veel speculatie over jouw toekomst. Saxo Bank stopt met wielersponsoring en jij bent einde contract.

“Mijn toekomst is simpel: ik probeer dit jaar de Tour te winnen. Daarna zien we wel wat er gebeurt. Ik heb een heel leuk team, een team waarin ik ben opgegroeid. Dus wil ik er graag blijven. Maar zonder sponsor is er geen team. Dan kijk ik naar andere mogelijkheden. Die heb ik, dat zal niemand verbazen. Maar nog eens: het liefst blijf ik bij Saxo.”

Het valt op, als je door het hotel loopt: de Saxorenners hebben echt een band.

“Dat klopt. Veel andere ploegen zouden die willen kopiëren. Wij zijn goeie vrienden, maar daar werkt iedereen ook aan. Het is de verdienste van ploegleider Bjarne Riis: hij is een pionier in teambuilding. In december al komen we samen voor een trainingskamp. Nu, eigenlijk draait het niet om training. Het is vooral gezellig: de nieuwe fietsen inrijden, samen een koffie drinken... Gewoon een moment om elkaar te leren kennen. En er is natuurlijk de survival, die echt zwaar is.”

Er is vaak gelachen met de militaris- tische ‘bootcamps’ van Riis. Geloof jij in de heilzame effecten van kampvuren en vlottentochten?

“Het helpt. Iedereen zou het in zijn leven moeten meemaken. Vergis je niet: het is geen pleziertochtje. Iedereen gaat tot de limiet. Honger, dorst, twintig kilometer wandelen met een rugzak die je sleutelbeen lijkt te breken... Natuurlijk word je kwaad. Maar als het voorbij is, geeft het een fantastisch gevoel. Je leert wat je lichaam kan verdragen.

“Bovendien: de mechanismen zijn die van de koers: verantwoordelijkheid nemen voor iemand die nog meer afziet dan jij. Jongens motiveren om door te gaan wanneer ze eigenlijk niet meer door kunnen gaan. Neem de Amstel: ploegmaats André Steensen en Jonas Aaen Jorgensen waren helemaal ‘fucked’. Maar dan moedig je hen aan. ‘Nog een keer op de Cauberg, geniet van het volk, boven heb je je job gedaan.’ Zo rijden die gasten twintig kilometer meer en kruipen ze voldaan in de bus. In een andere ploeg zal er misschien niemand tegen hen spreken.”

Je wilt absoluut samen blijven rijden met je broer Frank. Waarom houd je daar zo sterk aan?

“Familie is het allerbelangrijkste in het leven. Een gezonde thuis, dat betekent veel. Frank en ik brengen samen veel tijd door. Ik weet dat ik niet gezien word als familieman, maar dat ben ik dus wel. Ook al heb ik nog niet eens een vriendin.”

Jullie doen wat alle sportende broers doen: de ene zegt altijd dat de andere de beste is.

“(lacht) Geef toe: zelfs voor een buitenstaander is het moeilijk te zeggen. Fysiek zijn we volgens mij identiek. Alleen zit ik mentaal anders in elkaar: ik ben wat meer relaxed. Soms is dat een voordeel. En toch: als we samen trainen, vraag ik me soms af: hoe doet Fränk dat toch? Voor mij is hij sterker.”

Jij bent meer een natuurtalent. Fränk moest vechten voor een profploeg, jij kon er één uitkiezen.

“Dat klopt, maar dat heeft een aantal redenen. Eén: mijn broer was al een renner met naam. Dat heeft het makkelijker gemaakt. Plus, ik had een heel goed eerste seizoen bij de min-23-jarigen. En er was Cyrille Guimard. Als ploegleider heeft hij altijd heel goeie reclame voor mij gemaakt. Zijn mening wordt gerespecteerd in het peloton.”

Guimard noemde jou al heel vroeg de nieuwe Laurent Fignon.

“Ja, maar ik heb geen ponytail, he. Ik wil er trouwens ook geen.”

Naast Fränk en Andy is er nog een derde broer. Steve Schleck is de burgemeester van jullie woonplaats Mondorf-les-Bains. Heb jij iets met politiek?

“Wel, Steve is eerste schepen. Het burgemeesterschap was moeilijk te combineren met zijn dagtaak. Maar om op de vraag te antwoorden: mij heeft politiek nooit geïnteresseerd. Maar het begint te komen. Ik lees er nu al over. En wie weet wat ik over vijftien jaar doe? Het is wel interessant. Maar voorlopig zie ik me nog niet achter een bureau zitten. Eerst nog een paar jaar fietsen.”

Saxo is Deens, maar krijgt steeds meer Luxemburgse invloeden. Luxair, de nationale luchtvaartmaatschappij, is nu cosponsor. Zou het kunnen dat het team ooit helemaal onder Luxemburgse vlag opereert?

“Ik weet het niet. Ik denk het niet. Hangt af van het management. Maar het klopt wel: we hebben nu met Laurent Didier nog een extra renner uit Luxemburg.”

Er was deze winter een hardnekkig gerucht, opgepikt in L’Equipe en de Gazzetta: Luxemburger Marc Biver, ex-directeur van de Ronde van Zwitserland, zou werken aan een Luxemburgse wielerteam, uiteraard met de broertjes Schleck.

“Daar heb ik nooit iets van gehoord. Ik ken het verhaal alleen van de pers. Voor zover ik weet, klopt het niet.”

Het idee moet je wel aanspreken. De Luxemburgse vlag staat nu al op je fiets.

“(lacht) Er zit een beetje België in ook. De rode leeuw staat in het wapenschild van het Groothertogdom en in dat van de provincie Luxemburg. Ik vind het grappig: op één trainingsrit kom ik soms in vier verschillende landen: België, Duitsland, Luxemburg, en dan even doorfietsen naar Frankrijk.”

Luxemburg houdt ook van Andy Schleck. In 2009 was je Man van het Jaar. Voor Thierry Van Werveke en Jean-Claude Juncker. De vraag is dus: Wie is Thierry van Werveke?

“(Enthousiast) Thierry Van Werveke was een bekende acteur die vorig jaar overleden is. Hij speelde mee in Hollywoodfilms, in een bijrol weliswaar. En hij heeft twee films gemaakt in Luxemburg: Troublemaker I en II. Zijn personage heette Johnny Chicago, een gevangene die ervan droomde om in Chicago te leven. Ze wilden graag een derde film maken, maar toen is Van Werveke jammer genoeg overleden. Daarom is het script aangepast. Het is een ode geworden: No More Trouble heet de film nu. Andere gevangenen proberen de as van Johnny Chicago tot in Chicago te krijgen. Ik heb de film gezien in de week voor ik naar hier kwam. Heel grappig, een komedie. Neen, van mij had Van Werveke best mogen winnen. Neemt niet weg dat ik blij was met mijn uitverkiezing.”

Is er voor die onderscheiding sprake van enige concurrentie?

“Normaal gezien niet. Kim Kirchen, Fränk en ik, dat is het zo’n beetje. In 2008 was er wel Gilles Muller: die haalde de kwartfinale op de US Open in 2008. Hij verloor tegen Roger Federer. En in 2009 werd Dirk Bockel zevende in de IronMan van Hawaï. Er is dus wel wát concurrentie. Maar normaal is de logica: eerst de wielrenners, dan de rest.”

Noem eens alle Tourwinnaars uit Luxemburg.

“Charlie Gaul en Nicolas Frantz.”

Er is er nog één.

“(lacht) Nu heb je mij. Ergens begin van de eeuw, zeker? 1903 of zo?

François Faber in 1909.

“François Faber, natuurlijk. Sorry, François.”

Een anekdote als aanloopje naar het hoofdstuk ‘Tour’: op het bootcamp verzamelde Riis de hele ploeg rond het kampvuur. Iedereen moest een groot persoonlijk probleem op een papiertje schrijven en dat in het vuur gooien. In de veronderstelling dat het probleem zou verdwijnen in de nacht. Jij schreef...

“(lacht) Alberto Contador. Je mocht het eigenlijk niet tonen. Iedereen nam het heel serieus. Ik niet. Ik geloof gewoon niet in zulke dingen. Ik vroeg me gewoon af: wat wordt volgend jaar mijn grootste probleem? Contador, natuurlijk. Daarom schreef ik zijn naam op. Om te lachen, I like him, hij is mijn vriend. Ik toonde het aan Bjarne. ‘Denk je dat dit mag?’ Hij begon te lachen en dan kwam iedereen kijken. Het was een grap.”

Slecht nieuws: hij is niet verdwenen in de nacht.

“Neen. Maar dat zou ik ook niet willen. He is great.”

Je hebt wel al gezegd dat je graag had gehad dat Contador tien jaar ouder was.

“Of tien jaar jonger. Maar dat was ook de frustratie van Ullrich. Was Armstrong tien jaar ouder geweest, dan had Ullrich de Tour wel een paar keer gewonnen.”

Jij vindt Contador nog sterker dan Armstrong.

“Nu wel, ja. Maar die vergelijking is moeilijk. Het zijn twee van de grootste talenten aller tijden.”

Contador is je vriend, maar helpt het niet om je rivaal een beetje te haten?

“Ik haat niemand. Wees gerust: in de race wil ik hem kloppen. Woensdag waren we al naar elkaar aan het kijken, terwijl de race eigenlijk nog niet bezig was. Ik val aan op de Muur van Hoei en hij zat gelijk in mijn wiel. Toen dacht ik: hmm, het zit dus zo. Maar ik vind dat plezant. Onze gedachten zaten al twee maanden verder. De Tour is al begonnen, of toch het mentale spelletje vooraf.”

En wie heeft er woensdag gewonnen?

“Ik moet zeggen: hij. (lacht) Ik weet het niet. Ik zat vast na de valpartij. Er zijn excuses. (lacht).”

Op de Tourvoorstelling zei Contador dit jaar: ‘Het is een Tour op maat van Andy Schleck.’ Akkoord?

“Natuurlijk zegt hij dat. Maar het klopt ook wel: zwaarder, meer bergop. Het kan een mooie Tour worden.”

Is het grote verschil niet dat er dit jaar maar één echte tijdrit is?

“Dat, en het aantal cols.”

Hoe goed kun je intussen tijdrijden?

“Ik heb er dit jaar nog maar één gedaan, in Baskenland, en die was miserabel. Maar ik was er niet helemaal met mijn gedachten bij. Ik was al de hele week diep aan het gaan als voorbereiding op de Ardennen. Ik probeerde wel, maar had de benen niet. De komende weken ga ik er hard aan werken. Mijn mentale sterkte is al beter dan vorig jaar. En die is voor mij doorslaggevend.”

Leg eens uit.

“Kijk naar Contador: op zijn fiets ziet hij er zestien jaar oud uit. Skinny en zo. En dan rijdt hij zulke tijdritten. Dat is voor mij mentale sterkte. Concentratie voor dertig kilometer, net tegen zijn aerobe drempel aan, tot aan de finish. Dat moet ik ook leren.”

De tijdrit valt op de voorlaatste dag van de Tour, geen slechte timing voor jou.

“Akkoord. Veel renners zullen op zijn, niet meer fris. Daar heb ik een groot voordeel: ik recupereer enorm snel. Hetzelfde geldt voor Fränk. Daags na een zware rit zijn wij weer dezelfde. Sterker, misschien wel. Terwijl de anderen langzaam achteruit gaan, word ik elke dag beter. Vorig jaar was mijn beste dag die op de Ventoux.”

Je ziet ook mogelijkheden in de vierde rit naar Arenberg, de Hel van het Noorden. Je argumentatie is dat jij met Cancellara en O’Grady ploegmaats hebt met ervaring op de kasseien. Contador heeft die niet. Klinkt logisch, maar kan dat echt iets betekenen?

“Ik hoop vooral dat daar niks definitief beslist wordt. Dat kan alleen in het geval van een crash en dat zou jammer zijn. Maar kasseien, wind en de juiste ploegmaats: misschien kan ik daar zomaar veertig seconden nemen. Dat zou toch iets betekenen. Na deze races ga ik Arenberg verkennen. En voor de Tour gaan we ook nog eens met de hele ploeg.”

Nog eentje over de Tour: speelt Armstrong de komende zomer mee?

“Ja, zeker. Vorig jaar stond hij op het podium en hij beloofde om het dit jaar beter te doen. ‘Never underestimate Lance’. Een les die ik vorig jaar heb geleerd.”

Je bent een openlijke criticaster van het whereabouts-systeem.

“Het systeem is gewoon niet gemaakt voor wielrenners. Ik zou nu al mijn verschillende hotels van de Tour moeten opgeven, inclusief kamernummer. Ook de plaats van de training moet je opgeven, maar een renner traint niet op één en dezelfde plaats. Niks invullen kan niet, want dat aanvaardt het systeem niet. Dus geef ik mijn thuisadres in. Maar dat is dan eigenlijk niet correct. Ach, het neemt zoveel tijd in beslag. Bij het uploaden is het altijd error dit, error dat

“En wat als ik op cruise wil gaan? Ik ben een ‘outdoor guy’. Maar gewoon mijn rugzak nemen en gaan kamperen zit er voor mij niet in. Dan gaat het over mijn privéleven. En daarom heb ik kritiek op de whereabouts. Nu, het verbetert. Een plotse wijziging kan nu via sms doorgevoerd worden. Handig.”

Het kan simpeler: een chip.

“Een chip? Neen, mijn hond heeft er al één. Maar ik begrijp waarom het systeem er is. Kijk, deze week testte er nog iemand positief op epo. Soms denk ik dat renners niet de verstandigste mensen zijn. Maar aan de andere kant: denk je echt dat het alleen in het wielrennen zit? Neen, toch. Het gebeurt in alle sporten. Maar wij worden het vaakst gecontroleerd. En wie snel gaat wordt verdacht.”

Wie snel gaat wordt zelfs beschuldigd. Volgens fysioloog Antoine Vayer waren de prestaties van Contador en Schleck in de Tour bovenmenselijk en per definitie toe te schrijven aan doping.

“Ik wil graag eens persoonlijk met die man praten. Ik zie hem zo voor me: tachtig kilo, nooit met de fiets gereden. Vijf jaar geleden was het onmogelijk om de honderd meter onder de 9:70 te lopen. En toen kwam Usain Bolt. De wetenschap is nu veranderd: het kan plots nog sneller. Natuurlijk kan het: wij doen het. Er is iets speciaals met ons lichaam, dat zeker. Iets wat andere mensen niet hebben. Een goed hart, een goede lever, ik weet het niet. Maar dat maakt ons tot topatleten.

“Ik hoef niks te bewijzen: de UCI kent mijn bloedprofiel. Vorig jaar had ik vijftig controles. Zij weten dat ik clean ben. Voor het publiek hoef ik niks te bewijzen. Als ze niet geloven dat ik clean ben, dan kijken ze maar niet. Daar lig ik niet wakker van.”

Geen discussie over schuld en onschuld, wel één over doel en middel: in de Tour van 2008 doorzoekt de Franse politie de wagen van je vader, met hun wapen in aanslag. Is dat normaal?

“Dat was heel zwaar. Ik twijfelde of ik moest doorgaan. Mij mogen ze aan alle mogelijke tests onderwerpen. Ik heb gekozen voor een wielerleven. Ik heb ook het loon van een wielrenner. Maar een wapen richten op het hoofd van mijn vader... Ik stond op het puntje om op te geven. ‘Fuck it, I go home.’”

Dat was een statement geweest.

“Ja, het was een statement geweest. Maar mijn vader heeft me overgehaald. Hij zei dat het allemaal zo erg niet was. Natuurlijk wilde hij niet dat ik zou stoppen.”

Andy Schleck: ‘Als de mensen niet geloven dat ik clean ben, dan kijken ze maar niet’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234