Vrijdag 03/07/2020

De toonladders van Freddie Mercury

In een hitlijst van de veelzijdigste muzikanten van deze eeuw zou Moby kans maken hoog te eindigen. Hij pendelde tussen punk en techno, schreef de muziek bij enkele films en bracht ook een ambientplaat uit. Die eclectische ingesteldheid heeft een voorlopig hoogtepunt bereikt op Play, waarop hij alle invloeden uit het verleden tot een smetteloos geheel verwerkt. 'Zo beleef ik ten minste een beetje plezier aan mijn werk.'

Bart Steenhaut

Moby heet eigenlijk Richard Hall. Het pseudoniem dankt hij aan de auteur van de klassieke roman Moby Dick, Herman Melville, van wie Hall vermoedelijk afstamt. Wanneer ik de muzikant ontmoet lijkt het haast onwaarschijnlijk dat dit kleine, kalende mannetje van 34 de oorzaak is van zoveel controverse. Eerst en vooral is er natuurlijk het enorme spectrum dat hij met zijn platen bestrijkt. In een industrie waarin de gemiddelde carrière niet echt veel langer duurt dan een zonsverduistering, overleeft de multi-instrumentalist door de regels van het spel vierkant aan zijn laars te lappen. Met elke nieuwe cd stoot Moby immers een deel van het publiek af dat hij voordien heeft aangetrokken. "Ik ben in het verleden weleens met Neil Young vergeleken, omdat die ook een aantal bizarre, ontoegankelijke platen heeft gemaakt. Dat vond ik toen een enorm compliment."

Toch is Moby minstens even omstreden vanwege zijn ongebruikelijke levensstijl, al spaart hij tijdens ons gesprek geen moeite om de misvattingen die daaromtrent de ronde doen de wereld uit te helpen. "Ik ben helemaal niet zo'n fundamentalist als vaak gedacht wordt. Men schildert me doorgaans af als een diepgelovige veganist die geen alcohol of drugs gebruikt, wat in het beste geval een opsomming is van halve waarheden. Ik eet weliswaar geen dierlijke producten, maar ik hou wel van sterke drank. En het klopt dat ik drugs afzweer, maar het stoort me niet als anderen wel de behoefte voelen om met een naald in hun armen te poeren. En christen ben ik evenmin, ook al hou ik zielsveel van Jezus."

Moby ziet me de wenkbrauwen fronsen en verklaart zich nader. "Ik ga nooit naar de kerk, en beleef mijn geloof niet volgens de wetten van het katholicisme. Wie gelooft is er immers van overtuigd dat hij de antwoorden op de grote levensvragen gevonden heeft, terwijl ik ervan uitga dat de wereld veel te oud en te groot is om helemaal bevat te kunnen worden. Wanneer mensen mij ontmoeten verwachten ze meestal een intolerante straight edge fascist tegenover zich te krijgen, maar dat beeld strookt dus niet met de werkelijkheid."

Moby vertelt het op zachte, beheerste toon, die doet vermoeden dat hij al uitvoerig over de kwestie heeft nagedacht. De zanger geeft overigens nadien wel toe dat hij zich vroeger aanzienlijk fanatieker heeft opgesteld, maar zegt dat de jaren hem toch wat milder hebben gemaakt. "Ik stel mijn eigen prioriteiten, al mag iedereen die voor zichzelf natuurlijk elders leggen. Ik heb de waarheid niet in pacht, voel niet de behoefte om koste wat kost mijn gelijk te halen. Zolang iedereen vredig met elkaar kan samenleven, is wat mij betreft alles toegelaten."

Na I Like to Score, een compilatie waarop de composities werden samengebracht die Moby voor allerlei films had aangeleverd, is Play opnieuw een vrij ingetogen plaat. Als dit een toneelstuk was geweest, dan zou de opvoering vast uit drie bedrijven bestaan. Allereerst is er het gedeelte waar Moby songs bouwt rond samples uit het historische Alan Lomax-archief. Hij maakte kennis met de muziek tijdens een etentje bij een bevriend journalist, en raakte onmiddellijk gecharmeerd van de veldopnamen uit het begin van deze eeuw. "Toen ik de stemmen van die zwarte zangers hoorde, barstte ik haast meteen in tranen uit. Ze klonken zo emotioneel, zo bezield, dat ze me raakten tot in het diepste van mijn zijn. Op dat moment wist ik dat ik uit die platen stukjes zou samplen, om er vervolgens nieuwe nummers rond te verzinnen."

In het tweede bedrijf voert Moby zichzelf op als zanger, en het slot is gereserveerd voor intimistische, instrumentale composities. Het heeft veel weg van een beredeneerde zet, maar de kale zanger spreekt dat met klem tegen. "Ik denk nooit na wanneer ik een plaat maak. Dan hou ik me gewoon bezig met de muziek die me op dat specifieke moment na aan het hart ligt. Emotie wint het daarbij steevast van rede. Er ligt echt geen meesterplan in mijn kluis dat bepaalt wat ik op welk moment moet doen om hip te worden bevonden. Anders zou ik lang niet zo vaak als een zonderling figuur afgeschilderd worden."

Toen Moby eenmaal besloten had dat die oude Lomax-opnamen de basis zouden zijn voor zijn volgende plaat, kwam het erop aan geschikte passages te vinden waar hij een eigentijdse compositie omheen kon construeren. Hij volgde daarbij vooral zijn intuïtie, betrapte zichzelf erop dat sommige stemmen hem meer raakten dan andere. "Gelukkig maak in intussen al bijna 25 jaar muziek, zodat het creatieve proces haast een automatisme is geworden. Ik heb mijn eigen studio en ken alle apparatuur daar perfect. Vergelijk het met fietsen; dat doe je ook zonder er nog echt bij, euh, stil te staan."

Door bepaalde woorden of zinnen te samplen werden die onvermijdelijk uit hun oorspronkelijke context gerukt. Ik vraag of de letterlijke betekenis van die woorden dan per definitie ondergeschikt is aan hun klankwaarde. "Er komt zeker een technisch aspect bij kijken," stelt Moby. "De samples moeten ingepast kunnen worden in een echt nummer, en dus helder zijn opgenomen. Heel vaak sla ik overigens gewoon geluiden op zonder dat daar onmiddellijk een bestemming voor bestaat. Er zit een enorm reservoir aan klankfragmentjes in dat machientje, en soms begin ik ze gewoon onderling te combineren tot er een paar een mooi geheel vormen."

Hoewel zijn discografie het tegendeel suggereert, verandert Moby's muzikale smaak niet met de snelheid van het licht. "Ik hou gewoon van heel uiteenlopende dingen. Zelfs toen ik vroeger punkplaten uitbracht, was het nooit de bedoeling om me daarmee tegen dance of techno af te zetten. Alleen schonk het me op dat moment veel meer voldoening om loos te gaan op een elektrische gitaar."

Een gevolg daarvan is dat Moby minder cd's verkoopt dan zijn reputatie en populariteit doen vermoeden, want telkens als hij een elpee uitbrengt die indruist tegen de vorige, wordt de bijeengesprokkelde voorraad fans eveneens ververst. "Veel van mijn eigen idolen vinden het ook nodig om elke paar jaar een nieuwe muzikale revolutie te ontketenen. Ik ben zelf nogal een gewoontedier, dus het zou heel eenvoudig zijn om mezelf tot in den treure te blijven herhalen. Maar tegelijk beleef ik er een pervers genoegen aan om de verwachtingspatronen te doorbreken. Omdat het perspectieven opent, er zo mogelijkheden ontstaan om dingen te doen die men niet verwacht. Daar kan ik niet alleen als muzikant, maar ook als mens enorm van genieten. Als ik thuis platen draai, zit daar behalve techno en pop ook jazz, klassiek en punk bij. Bijgevolg lijkt het me volkomen logisch dat je die waaier aan stijlen ook op mijn eigen platen terugvindt. Zo beleef ik ten minste een beetje plezier aan mijn werk."

Het is evenwel ooit anders geweest. Moby legt uitvoerig uit hoe hij vroeger bewust zijn culturele interesses trachtte af te bakenen, en zich als een illegale vluchteling verschool voor invloeden die op dat moment niet in zijn denkraam pasten. "Zodra ik punk begon te spelen, stootte ik alle muziek af die voor 1976 werd gemaakt. Tot het me begon te dagen dat er in de jaren zestig ook al goeie platen bestonden. Later brak een periode aan waarin ik een pesthekel had aan dance en techno. Het leek me een lege, conservatieve beweging vol navelstaarders en groteske ego's. Maar ook daarover moest ik naderhand mijn mening herzien, met als gevolg dat ik rock'n'roll de rug toekeerde."

Hij denkt even na, en gniffelt, alsof hij plotseling de oplossing heeft gevonden voor een kwestie die hem al maanden kopzorgen baart. "Zo ben ik er eigenlijk dus een beetje per ongeluk in geslaagd om een veelzijdig repertoire te krijgen." Waarom zette hij zich dan zo rigoureus af tegen de muziek die hij even daarvoor nog vol liefde in de armen had gesloten? Het antwoord klinkt onthutsend rationeel. "Ik ben ervan overtuigd dat er in ieder mens een halsstarrige fundamentalist schuilgaat, en bij mij stak die op dergelijke momenten even de kop op. Als je het universum op een bepaalde manier definieert, helpt je dat om de dingen beter te begrijpen. Dan heb je overal een verklaring voor, kun je 's nachts op beide oren slapen."

In zekere zin kun je stellen dat Play een goede samenvatting is van alle stijlen die Moby tot dusver heeft behandeld. Sommige nummers klinken zo visueel dat het slechts een kwestie van tijd lijkt voor iemand er de gepaste beelden bij draait. Anderzijds bevat de plaat ook flink wat beats, al wil Moby die niet meteen als dansmuziek beschouwd zien. "Die nummers gaan inderdaad vergezeld van stuiterende ritmes, maar het is me een raadsel of er ook echt op bewogen kan worden. Zelf ben ik namelijk een waardeloos danser. Mijn benen liggen meteen in een knoop. Eerlijk gezegd kan ik me niet voorstellen dat Play in een discotheek gedraaid wordt. Voor mij is het gewoon mooie muziek, zonder een specifieke boodschap. Daar voel ik me zelfs een beetje schuldig over, want blijkbaar verwacht men dat ik allerlei breedsprakige uiteenzettingen hou over hoeveel diepgang deze plaat wel niet heeft. Nou, geen dus. Ik wilde gewoon een beetje lol trappen."

Moby geeft toe dat het een tikje vreemd is om zangers op zijn platen te laten figureren die hij nooit in levenden lijve heeft ontmoet. "Toch is het een procédé dat ik altijd al heb toegepast. Zelfs 'Go', mijn eerste solosingle, stond vol stemmen waarvan ik nooit de oorsprong heb kunnen achterhalen. Het is een lelijke term, maar eigenlijk hou ik er een heel erg postmoderne werkmethode op na: ik gebruik specifieke gegevens, ruk ze uit hun oorspronkelijk verband en verzin er een geheel nieuw decor rond. Het gekste wat ik in dat verband ooit gedaan heb was een remix voor Freddie Mercury, vlak na zijn dood. Door zijn stem te samplen kon ik hem nadien door een eenvoudige toets op het klavier weer tot leven wekken. Een akelige gewaarwording, overigens. Het leek net of hij een kamer verderop zijn toonladders stond te zingen."

Moby is de jongste jaren een van de succesvolste remixers uit de business geworden, en heeft heel wat grote namen op zijn klantenlijst staan. Ook daar manifesteert hij zich overigens als een man die van vele markten thuis is, want in het recente verleden deden behalve Michael Jackson ook David Bowie, Metallica en The Prodigy een beroep op zijn vaardigheden als geluidversleper.

"Ik moet kunnen geloven in wat ze doen", legt Moby uit. "Op zich is het een ontzettende uitdaging om een song van iemand anders te krijgen, en hem zo te herkneden tot er ook een stukje van je eigen persoonlijkheid aan de oppervlakte komt. Ik beluister de nummers, pik er de interessantste elementen uit, en lever nadien meestal twee versies af: een voor de radio, en een andere voor de discotheken.

"Eigenlijk bestaat er geen vast procédé, veel hangt van de song zelf af. Meestal schik ik gewoon de verschillende componenten in een andere volgorde. In het geval van Bowies 'Dead Man Walking' sloot mijn remix bijvoorbeeld erg dicht bij de oorspronkelijke versie aan, omdat het gewoon een fantastische song was. Andere keren hou ik enkel een stukje van de stem over, en componeer ik er zelf nieuwe muziek bij. Vroeger heb ik zelfs eens een nummer uitgewist omdat er volstrekt niets mee aan viel te vangen. Dan liet ik mijn opdrachtgever in de waan dat het wel degelijk een remix betrof, terwijl het eigenlijk gewoon een nieuwe song was die niets met diens origineel te maken had. Daar beleefde ik dan stiekem de grootste lol aan, maar sinds een aantal collega's mij er op dezelfde manier heeft ingeluisd, ben ik daar toch van teruggekomen. Het hele idee achter een remix is net dat je erdoor geïnspireerd raakt, er een eigen draai aan wilt geven. En toegegeven: vaak besef ik halverwege dat mijn visie aanzienlijk interessanter is dan die van de song die op dat moment op de operatietafel ligt (lacht). Daar hou ik dan bruikbare ideeën aan over voor mijn eigen nieuwe nummers, en zo maak ik dus twee keer winst."

Discografie: Ambient ('93), The Story So Far ('93), Everything Is Wrong ('95), Everything Is Wrong-DJ Mix Album ('96), Animal Rights ('96), I Like to Score ('97), Play ('99). Moby concerteert vrijdag 24 september in Brussel tijdens Les Nuits Botanique, met Ozark Henry en Jérome Minière in het voorprogramma. Kaartverkoop: tel. 02/218.37.32.

'Blijkbaar verwacht men dat ik allerlei breedsprakige uiteenzettingen hou over hoeveel diepgang deze plaat wel niet heeft. Nou, geen dus'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234