Zaterdag 16/01/2021

Benoît Poelvoorde

"De tol van de roem is dat je jezelf verliest"

Scène uit 'La rançon de la gloire', waarin Benoît Poelvoorde opnieuw ieders lachspieren aan het werk zet.Beeld rv

Vanaf morgen duikt Benoît Poelvoorde in de bioscoop op als een sympathieke boef die het lijk van Chaplin opgraaft om losgeld te eisen. Een kolfje naar de hand van de Waalse steracteur. "Ik wil me in de eerste plaats amuseren."

"Verdorie, wat een spuuglelijke beeldjes hebben ze hier staan! Is dat omdat ik hier ben?" Benoît Poelvoorde denkt altijd luidop. Ook als hij in een poepchique hotel als het Brusselse Manos Premier een namiddag lang en aan de lopende band interviews zit te geven in een decor dat inderdaad niet bepaald het oog streelt. Speciaal voor de gelegenheid, omdat hij wat nuchter wil klinken, raakt hij de hele namiddag geen druppel alcohol aan, maar de sigaret kan hij niet laten. Hij moet iets hebben om zich in te tomen. Om iets anders te kunnen doen met zijn mond dan praten. Om zichzelf wat te bedwelmen. Want met zijn energie zou hij de muren op rijden. Meer, hij zou ze slopen.

De grappige Waal praat in zo'n razend tempo, met zoveel toonwisselingen, en met schommelingen in volume en kracht, zijn handen en ogen zeggen zoveel, dat je onmogelijk kunt weergeven wat hij te zeggen heeft. Had ADHD nog geen naam, ze hadden de stoornis Poelvoorde moeten noemen. Alles aan hem is hyper, veel, enorm en vooral amusant en onderhoudend.

En hetzelfde kan gezegd worden van 'La rançon de la gloire', een burleske film die het verhaal doet van twee deerniswekkende klunzen die kort na de dood van Charlie Chaplin het lijk van de meester opgraven en ontvoeren om losgeld van de familie te eisen. Een waargebeurd verhaal dat als een Chaplineske komedie wordt gebracht door regisseur Xavier Beauvois. En een zoveelste hilarische rol voor de acteur die sinds zijn doorbraak met 'C'est arrivé près de chez vous' is blijven groeien en scoren, en tot zijn eigen ergernis een superster is geworden.

Hebt u iets met Chaplin?
Benoît Poelvoorde: "Niet echt. En maar goed ook. Bewondering is vaak een belemmering. Xavier Beauvois is een echte fan van Chaplin. Hij wou een soort hommage maken aan een held. Dat is een enorme verantwoordelijkheid. Toen ik 'Podium' deed, voelde ik ook al niets van affiniteit met Claude François, de figuur om wie het allemaal draaide. Als ik een verwoede fan zou geweest zijn, zou ik me nooit hebben kunnen laten gaan."

"Eigenlijk vond ik 'De Dikke en de Dunne' veel grappiger dan Chaplin. Laurel & Hardy. Ik was vooral dol op de dikke. Dat was Hardy zeker? Zo verfijnd, vrouwelijk bijna, met zijn kleine gebaartjes, hij bracht me altijd heel hard aan het lachen. Chaplin niet. Maar dat kun je niet zeggen. Zoals je bijvoorbeeld ook niet kunt zeggen dat je niet van Van Gogh houdt. Terwijl het in mijn geval wel zo is. Ik heb het geprobeerd. Maar die schilderijen ontroeren met gewoon niet. Hetzelfde met Chaplin. Maar ik mag dat niet zeggen. Dat is heiligschennis."

Maar u bent zelf een beetje 'charlot', net als Chaplin, en net als uw personage in de film.
"Ja, wellicht. Wat ik schitterend vind aan mijn personage is dat het eigenlijk helemaal geen goeie ideeën heeft. Het is de Don Quichote in mij die ontroerd wordt door dergelijke zielenpoten. Ik hou niet van de mensen die zeggen: 'Ik had je verwittigd.' Dan zeg ik: 'Ja ik weet het, maar...' Ik hoor liever het relaas van een boeiende mislukking dan een succesverhaal. Ik kan zelfs geboeid zitten kijken naar tv-programma's met videocompilaties waarin een dikkerd op een trouwfeest de tafel op springt. Je voelt dat hij het voortbestaan van de tafel in het gedrang brengt. Je zegt: (roept) 'Neenee, nee!' En je denkt: ja. De tafel kraakt niet, maar... (fluistert) hij valt. Wel, dat ontroert me. Veel meer dan het beeld van de vlotte, afgetrainde atleet die gezwind en met beide benen tegelijk de tafel op springt, daar een acrobatisch dansje doet en met een salto weer op de grond belandt."

"Ik kan het niet helpen, mensen die niet slagen in hun opzet zijn veel interessanter. Het is uit de mislukkingen dat we leren. Daarom ook dat ik het in die superheldenfilms ook altijd opneem voor de slechterik. Soms zou ik willen dat hij wint. (lacht) Het zit in mijn natuur, ik heb het veel meer voor hij die valt dan voor wie op de been blijft."

Het schurkenduo in 'La rançon de la gloire' is van het klunzige type.Beeld rv

Dat zijn uw personages.
"Ja, veel van mijn personages lijken in zeker opzicht op elkaar. Onbewust. Ik word vaak gevraagd voor getormenteerde figuren. Mensen die in de knoop liggen met zichzelf en die een zekere komische onderlaag hebben. Ik zou mezelf kunnen spelen, als je het zo bekijkt. Maar ik stel me zulke vragen niet. Ik wil me in de eerste plaats amuseren. Of neen, mijn personages moeten me interesseren, inspireren. Filmmakers die mijn nieuwsgierigheid opwekken, kunnen me krijgen. Dan probeer ik te begrijpen waarom. (lacht) Ik heb de voorbije maanden een film gedaan met Jaco Van Dormael."

Ja, u speelt God in zijn film 'Le tout nouveau testament'.
"Ja, God, maar dan als slechterik. (lacht) Ik kan niet wachten om de interviews met Jaco Van Dormael te zien, want ik wil graag weten waarom hij die film wou maken. Ik heb het hem gevraagd, maar hij antwoordde als een jezuïet. Dus niet.

"We zijn al lang bevriend en ik hoopte te weten te komen hoe hij in mekaar zit. Een filmset is een menselijk laboratorium. Ik ben een klein beetje wijzer geworden. Maar er is nog veel dat ik niet weet. Iedere film is een ontdekking. Ook deze film, met Xavier."

Xavier Beauvois is een grootmeester op het vlak van drama. Zeker na 'Des hommes et des dieux'. Maar in het komische genre bent u de specialist.
"Hij had inderdaad nog nooit een komedie gedraaid. En mijn tegenspeler, Roschdy Zem, evenmin. Nochtans was hij heel erg geestig. Ik was zogezegd de kenner, maar op de set was ik meer toeschouwer dan de anderen. Ik heb me laten leiden. Zoals dat wel meer gaat bij auteursfilms. Een auteur is de baas."

Alsof u een mak schaap bent. U hebt de reputatie een moeilijke jongen te zijn.
"Nee, als een regisseur weet waarmee hij bezig is, dan volg ik gedwee. Een filmmaker heeft heel veel lef nodig om tachtig of soms wel honderd mensen naar zijn pijpen te laten dansen. Maar als je dan toch die pretentie hebt, verwacht niet dat ik ga volgen als je halfweg de opnames van mening verandert of in paniek slaat. Nee, je gaat niet aan het roer van een schip staan als je niet weet waar naartoe. Als ik met iemand te maken heb die niet consequent is, of die zijn koelbloedigheid verliest, dan ga ik dwarsliggen. Een kapitein moet leiden."

"Ik heb ook een hekel aan imbeciele autoriteit. Bij ons komt dat zo niet vaak voor, maar in Frankrijk is er op iedere set een hiërarchie, zonder dat de ene kan aantonen dat hij slimmer of belangrijker is dan de andere. Onnozel dus. Ik vind dat iedereen moet kunnen zeggen wat hij denkt. Dat doe ik ook."

"Maar om terug te keren op je vraag: heb ik een moeilijk karakter? Nee, ik vind van niet. Maar ja, dat is als zeggen: ik denk niet dat ik zot ben." (trekt er een gezicht bij waarmee je hem meteen laat opnemen)

De titel van de film is 'Het losgeld van de roem'. Eigenlijk klinkt het alsof er altijd een prijs te betalen valt als je beroemd bent.
"De prijs die je betaalt is dat je geen rust meer kent als je onder de mensen komt. Ik mag niet klagen. Ik woon nog altijd in de buurt waar ik ben opgegroeid en ik heb dus eigenlijk weinig last van pottenkijkers. Als je in buurten woont waar je de hele tijd in de gaten wordt gehouden, dan moet het lastig zijn."

"Het is enigszins normaal dat als je veel ongewone voorrechten geniet, je ook enige nadelen ondervindt. Vandaar dat ik probeer om de voordelen van de roem te negeren. Dan heb je minder last van de nadelen. Er zijn collega's die alleen positieve kritieken lezen en de negatieve negeren. Maar dat lukt niet. Je moet ze allemaal negeren. Zo bescherm je jezelf."

"De belangrijkste prijs van de roem is dat je jezelf verliest. Je kunt jezelf niet meer inschatten. Het moeilijkste is dat je voortdurend over jezelf moet praten. Zoals hier nu weer. Wie voortdurend over zichzelf praat, is zot. En wij worden betaald om de hele tijd over onszelf te praten."

Het is eigenlijk waar. U speelt in een film en u wordt verondersteld om interviews te geven.
"Waarbij je niet over de film praat, maar over jezelf. Want meestal worden er geen vragen over de film gesteld. Soms ben ik aan het praten en het praten, en vraag ik me af wat ik aan het zeggen ben. Soms lukt het gewoon niet. Het gebeurt dat het me allemaal te veel wordt en dat ik begin te drinken. Want op een bepaald moment kun je jezelf niet meer in nuchtere toestand aanhoren. Er is niets makkelijker dan over jezelf praten als je dronken bent. Je moet eens al die dronkelappen horen: 'Ik, ik, ik en mij'. Het is daarom dat ik een hond heb. De hond praat niet. Hij stelt zich geen vragen en vooral, hij stelt mij geen vragen. Hij geeft me alleen liefde. En ik geef hem liefde terug."

Laten we het dan vooral over de film hebben.
"Maar neen, ik heb niets te zeggen over de film. Wat moet ik zeggen? Ga deze film bekijken, hij is fantastisch. Was het niet zo, ik zou het je toch niet zeggen. En waarom ik de film gedaan heb? Wel, ik wou eens werken met Xavier Beauvois. Maar de meeste mensen kennen Xavier niet, dus wat kan het hen schelen? Ik moet gewoon wat lullen."

"Eigenlijk moet de regisseur het woord voeren. Hij heeft de film gemaakt. Maar de helft van de mensen die een interview doen, getroosten zich niet eens de moeite om de film te bekijken. Zij willen helemaal niets vragen aan de regisseur. Tenzij ze voor een Truffaut of een Fellini komen te zitten. Dat zijn mensen die een oeuvre hebben neergezet. Mensen van wie je wil weten wat ze van het leven denken. Waren ze niet dood geweest. Maar anders, wat moet je zeggen? Het voelt al heel vlug ijdel aan. Ik zou kunnen zeggen: ik doe er niet aan mee. Maar het maakt deel uit van het spel. Het hoort bij het beroep."

Zouden we ook over de film kunnen praten als ik zeg: 'Ik vond er maar niets aan'?
"Ik zou zeggen: 'Misschien heb je hem niet in originele versie gezien.' Of misschien ligt het aan mij. In ieder geval, ik zou het begrijpen. Ten tijde van 'C'est arrivé près de chez vous', tijdens een van mijn eerste interviews, was er een journalist die zei: 'Je bent echt een smeerlap.' Hij was buiten zichzelf van woede. Maar daarna, neen, nooit meer meegemaakt. En doorgaans vraag ik ook niet aan interviewers wat ze ervan vinden. Maar als jij nu zegt: ik vond er niets aan, kan ik niet anders dan zeggen: 'Ik begrijp het, is er iets dat ik voor jou kan doen?' (lacht) Ik moet niet zeggen: 'Ik ga je geld terugstorten, jullie journalisten betalen toch al niet.'"

Neenee, ik heb de film echt graag gezien. Ik had er willen voor betalen.
"Dat is heel vriendelijk."

Nee, het is de waarheid. Wat vond u er eigenlijk zelf van? Plak er eens een cijfer op.
"Wel, laten we zeggen dat ik voor mijn vertolking een 8 zou geven. Ik heb geen last van bescheidenheid. Ik heb de film bekeken op uitdrukkelijke vraag van Xavier. Hij drong echt aan. Meestal kijk ik niet naar mijn films. In het begin deed ik dat wel, maar meestal schaamde ik me dood. Wat ik zag, vrat aan mijn hersenen. Als je jezelf te veel bekijkt, verlies je je naturel."

"Je hebt acteurs die tussen de opnamen op de monitor de scènes bekijken die ze net gedraaid hebben. Moet je niet doen. Je kunt jezelf ook nooit objectief beoordelen. Je denkt van wel, maar in plaats van naar de film te kijken, kijk je naar jezelf. Ik zou tien visies nodig hebben eer ik abstractie kan maken van mijn eigen persoontje."

"Toon iemand een foto waarop hij met vijf anderen staat en hij zal altijd eerst naar zichzelf kijken. Men moet ophouden met overal foto's te nemen. Iedereen klikt maar in het rond en gaat dan de foto's tonen. Geen betere manier om op feestjes de sfeer te bederven. Als ik zie dat er fototoestellen bovengehaald worden, denk ik meteen: oelalala, opgelet, hier komt herrie van. Of ik zeg: 'Kijk niet naar de foto's, dan zul je het niet weten.' Want dat is niet de realiteit die je daarop ziet. Je moet jezelf niet voortdurend bekijken. Vergeet wie je bent. Het zal beter gaan."

Beeld rv

U bent een superster in Frankrijk. Hebt u nog nooit aanbiedingen gekregen uit Amerika?
"Ja, ik zat in 'Gravity', maar ze hebben me daar uitgeknipt. De film zou te lang geworden zijn. Nee, serieus, zie je mijn hoofd al in zo'n astronautenhelm? Met mijn grote neus. Niemand zou dat geloven."

"Ik weet wat ik kan en wat niet. Ik kan niet met een groot schietgeweer komen aanrennen om een familie te redden die in levensgevaar verkeert. Als ik zou roepen (roept): 'Niemand beweegt of ik schiet', dan zou iedereen bewegen. En ze zouden me met aandrang vragen om wat stiller te zijn. Het is geen kwestie van grootte en van spierbundels, het is gewoon..."

In 'Trois coeurs' zette u onlangs een romantische ziel neer...
"Daar ging het om een passionele liefde. Voor mij is het minder moeilijk om achter een vrouw aan te zitten dan met een revolver achter een seriemoordenaar te rennen."

En mocht Woody Allen komen aankloppen?
"Nee, zeker niet. Wat? Om de Fransman van dienst te spelen? Al degenen die een Fransman gespeeld hebben in een film van Woody Allen, spelen als pantoffels. Want Woody Allen heeft een verschrikkelijk clichébeeld van de Fransen."

"Trouwens, het merendeel van de Franse acteurs die je in Amerikaanse films ziet, neemt genoegen met rollen die ze hier voor geen geld ter wereld zouden willen doen. Neen, mij interesseert het niet. Ook al omdat je er niet mag roken op de set. Ze hebben me een paar keer gevraagd om de Belg te spelen in het een of ander. Meelijwekkende figuurtjes. Nee. Ik zie echt niet wat ik daarbij te winnen heb. Ik heb nog nooit een Fransman gezien die daar een rol heeft gespeeld waarvan ik zeg: 'Bravo.' Jawel, Juliette Binoche misschien in 'The English Patient'."

Maar u zou wel Vlaamse films kunnen doen.
"Als ik in het Frans speel, ja. Maar ik kan geen Nederlands spreken. Dat is jammer."

Er zijn nu meer en meer tweetalige films: 'Waste Land', 'Image', 'Brabançonne'...
"Jaja, maar kijk, ik zal je een voorbeeld van bij ons aanhalen. De film 'Roiskop'."

'Rundskop'.
"Ja, 'Rundskop'. Alle acteurs in die film zijn schitterend, behalve zij die in het Frans spelen. Aan Franstalige kant vinden we dat een 'fantastische' film. Maar iedereen zegt: 'Jammer dat er Franstaligen in zitten.' Ils jouent comme des savates. Ze benadrukken hun eigen accent. En daardoor zijn ze niet geloofwaardig. De Vlamingen hebben een naturel en de Walen zijn kunstmatig. Als wij hen bezig horen, denken we: waarom praten zij zo? Dat doen wij toch niet? Dus je moet opletten: de taal kan juist zijn, maar de klank kan fout zitten."

"Er is een Franse acteur die vaak in de VS speelt, zijn naam ontgaat me, o ja, Isaac de Bankolé, wel... De Amerikanen horen niet wat wij horen. Hij doet te veel. Zijn taal is aangedikt. Hij zit in films van Jarmusch en spreekt daar een taaltje dat supercool klinkt in de oren van de Amerikanen, maar wij denken: waar is die man mee bezig?

"Dus het is ook moeilijk om natuurlijk te klinken als je je moedertaal spreekt in een buitenlandse film. En Franstaligen moeten zeker niet in het Engels acteren. Nederlandstaligen wel: Matthias Schoenaerts, die kan dat. Jullie spreken talen. Nederlands, Engels, Frans... Pffff. Ik spreek zelfs geen behoorlijk Frans. En op mijn leeftijd zal het er niet op verbeteren. Ik kan al niets meer onthouden. Als ik lappen tekst te verwerken krijg, heb ik al moeite."

Dus u gaat nooit in een Vlaamse film spelen?
"Ik wil wel, maar ik spreek geen Vlaams. Anders zou ik heel graag werken met dinges euh... Ik ken geen namen. Ik zou het graag doen, maar ik zou het in het Frans moeten doen. De Vlamingen zouden boos zijn: kan die imbeciel niet even wat moeite doen?"

"Ik heb onlangs nog gedraaid met een Vlaming, op de set van Jaco Van Dormael. Hoe heet ie ook alweer? Die muzikale film die naar de Oscars ging."

'The Broken Circle Breakdown'.
"Ja, hoe heet die regisseur?"

Felix Van Groeningen.
"Ja, hij is het. Met de baard hé."

Ah neen, dat is Johan Heldenbergh.
"Ja, die. Die regisseert toch ook hé? Ik was heel blij om met hem op de set te kunnen staan. En in 'Les rayures du zèbre' was Tom... euh..."

Tom Audenaert.
"Ja, die. Mijn tegenspeler. Formidabel. Formidabel. Och, ik heb gelachen met die man. En met Johan ook. Schitterende acteurs."

Volgens mij bent u een Vlaamse acteur.
"Misschien komt daar mijn barokke kant vandaan. Nee serieus, ik wil wel Vlaamse films doen. Maar ik moet Frans kunnen spreken. Want Vlaams leren, dat lukt me niet. Ik vind dat er heel veel talent in Vlaanderen rondloopt. Maar in plaats van dichter bij elkaar te komen, drijven we alsmaar verder uiteen. Vroeger waren er nog gemeenschappelijke filmprijzen, maar nu heeft elke gemeenschap ook haar eigen prijzen. Jammer, maar aan de andere kant, goed ook, anders zou er nooit een Waal zijn die wint." (schatert)

Benoît Poelvoorde

- Geboren op 22 september 1964 in Namen

- Was tot nu toe in een vijftigtal films te zien, waaronder:

'C'est arrivé près de chez vous' (1992)

'Les randonneurs' (1996)

'Les convoyeurs attendent' (1999)

'Le vélo de Ghislain Lambert' (2001)

'Podium' (2004)

'Entre ses mains' (2005)

'Cowboy' (2007)

'Astérix aux Jeux Olympiques' (2008)

'Coco avant Chanel' (2009)

'Les émotifs anonymes' (2009)

'Rien à declarer' (2010)

'Le grand soir' (2012)

'Les rayures du zèbre' (2014)

'Trois coeurs' (2014)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234