Maandag 21/06/2021

De toekomst van ons verleden

Nieuw Centrum ontfermt zich over muzikaal en literair erfgoed

In de ons omringende landen is een ernstig archiefbeleid al decennialang een vanzelfsprekendheid. Vlaanderen heeft er - alle fraaie intentieverklaringen van de opeenvolgende regeringen ten spijt - tot het jaar nul van het derde millennium op moeten wachten. "Soms kan het geen kwaad om helemaal achteraan te komen," lacht Edward Vanhoutte, coördinator van het pas opgerichte Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB). "Wij kunnen het beste uit de verschillende tradities combineren, en optimaal gebruik maken van de nieuwe media."

Editiewetenschap? Menig literatuur- of muziekliefhebber ziet er het nut niet van in, de beoefenaars ervan worden vaak voor kommaneukers en vuilnisbaksnuffelaars versleten. Dat een grondig onderzoek naar het ontstaan en de drukgeschiedenis van een compositie of een roman echter niet alleen een handvol kamergeleerden en exegeten aanbelangt, werd begin dit jaar overtuigend aangetoond door Marcel De Smet en Edward Vanhoutte. Zij werkten twee jaar lang aan een tekstkritische uitgave van De teleurgang van den Waterhoek, door interpreten aller strekkingen erkend als een van de grootste werken van Stijn Streuvels. "Maar," zegt Edward Vanhoutte, "wat hebben die interpretaties te betekenen als ze op een onvolledige, dertien keer herdrukte tweede druk gebaseerd zijn?" De teleurgang van den Waterhoek verscheen voor het eerst in 1927. Alle latere drukken zijn gebaseerd op de tweede druk uit 1939, die maar liefst zevenentwintig procent korter is. "De geschrapte scènes zijn prachtig, maar waren wellicht te wellustig voor hun tijd. Het Groot Seminarie van Brugge kocht van elk boek van Streuvels honderd exemplaren. 'De teleurgang' moesten ze niet hebben, omdat een katholieke criticus het veroordeeld had, al schreef die er wel bij dat het jammer was 'van al 't schoon dat zo verloren gaat'. Eind jaren dertig gaf de uitgever te kennen dat hij het boek wel wilde herdrukken, maar dan in een goedkopere, kortere versie. Wij beschikken niet over brieven waarin expliciet staat dat Streuvels die passages omwille van hun onzedigheid moest schrappen. Dat blijft een veronderstelling." Met hun editie van 'De teleurgang' veroordeelden de vorsers niet alleen het merendeel van de 'wetenschappelijke' interpretaties naar de prullenmand, maar bewezen ze ook de gewone lezer een dienst.

"Voor de lezer is het natuurlijk wel zo aardig om de originele tekst in handen te hebben. Mira, de filmbewerking van Claus uit 1972, was gebaseerd op de eerste druk. Mensen die de film zagen en daarna het boek gingen lezen, zullen al die wellustigheid wellicht aan Claus hebben toegeschreven." De uitgave van een betrouwbare editie is één zaak, de beschikbaarheid een andere. "Onze editie van 'De teleurgang' was al na twee maanden uitverkocht. Frustrerend hoor. Je werkt twee jaar aan een project, en dan wordt het op 300 exemplaren gedrukt. Los daarvan is het natuurlijk een schande dat zo'n klassieker niet gewoon beschikbaar is." Vanhoutte kan zich troosten met de gedachte dat de uitgave van 'De teleurgang' de stichting van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie ongetwijfeld bespoedigd heeft. Een gecoördineerd archiefbeleid was onder professoren al meer dan eens bepleit, enkele maanden na de presentatie van deze editie werd het plots een feit.

"Alles is begonnen bij professor Marcel De Smet", zegt Vanhoutte, een van zijn leerlingen. "Hij is de nestor van de editiewetenschap in Vlaanderen. Hij woonde in de jaren tachtig al congressen in Oost- en West-Duitsland over het onderwerp bij. Later begon hij, tussen zijn lessen hermeneutiek door, een paar uurtjes editiewetenschap te doceren. Hij probeerde zijn studenten warm te maken om een verhandeling bij hem te maken. De Smet had een goed contact met het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven (AMVC), waar de onderwerpen voor het rapen lagen en nog steeds liggen. In het AMVC is 0,01 procent van de manuscripten geïnventariseerd. De verschillende ministers van cultuur hebben allemaal verklaard dat ze een archiefbeleid willen voeren. Er werd vaak genoeg met geld gezwaaid, maar hoe kun je een beleid voeren als je niet eens weet wat er is?" In het begin van de jaren negentig ontstond er ook aan andere Vlaamse universiteiten belangstelling voor de editiewetenschap. In 1993 werden de krachten gebundeld in 'Genese', een universitaire werkgroep onder leiding van Geert Lernout (UIA). Hoewel die vereniging maar één keer in het jaar vergaderde, heeft ze veel bijgedragen tot de bewustmaking. "Langzamerhand groeide het besef hoeveel werk er nog was op het vlak van de inventarisatie en bestudering van manuscripten en brieven van Vlaamse schrijvers en componisten. Om een idee te geven: wij zijn het enige land in Europa dat geen register heeft van wat er allemaal bestaat." Daarnaast bestond er bij de betrokkenen ook ongenoegen tegenover de onwetenschappelijke methode van de 'literatuurwetenschap'.

"Literatuurwetenschap komt er in de praktijk nog vaak op neer dat je een boekje van de plank neemt en het interpretereert. Niemand vroeg zich af welke versie van de tekst hij of zij aan het bestuderen was. In Amerika begon men zich al in de jaren '50 met die vraag bezig te houden. Fredson Bowers, een pionier op het vlak van de editiewetenschap, stelde toen al dat de gemiddelde literatuurprofessor meer weet over de geschiedenis van zijn tweedehandse auto dan over de tekst die hij bestudeert." De jongste jaren hebben verscheidene uitgeverijen zich op de editie van Vlaamse klassiekers gestort. De manier waarop dat gebeurde, doet Vanhouttes haren nog steeds ten berge rijzen. "De samenstellers van die reeksen komen nooit in een archief. Onlangs is er nog een Ambiorix van Walravens op de markt gebracht waar een heel hoofdstuk in ontbreekt. Hetzelfde geldt voor Een revolverschot van Virginie Loveling, een meesterwerkje dat herdrukt werd op basis van een onvolledige, en bovendien integraal herspelde editie."

"Mensen beseffen niet dat wat ze kopen of lezen, niet gelijk staat met wat de auteur heeft geschreven. Een boek is pas een boek wanneer het gepubliceerd is. In zekere zin zijn ook de redacteur, de uitgever, de zetter en de opmaker mee de auteur. Tijdens het ontstaansproces van een boek gebeuren er vaak belangrijke ingrepen: zetfouten, hele hoofdstukken die vergeten of - onder druk van de censuur - geschrapt worden..." In het bewustmakingsproces speelde ook de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een belangrijke rol. Jarenlang was het 'een slapend genootschap', tot Georges De Schutter er de leiding over kreeg. "Hij heeft bij zijn aantrede onmiddellijk voor 'verjonging' gezorgd, onder anderen door Monika van Paemel en Gwij Mandelinck aan te trekken. Bij die verjongingsoperatie paste ook een nieuw project. De academie heeft van teksteditie van bij het begin een prioriteit gemaakt. De tekstkritische uitgave van 'De teleurgang' is er door gefinancierd." Het was ook de Academie die het AMVC, Genese, het Vlaams Muziekcentrum en het Fonds voor de Letteren bij elkaar bracht. "Het was het juiste initiatief op het juiste moment. Het beleid had de mond vol over het belang van ons culturele erfgoed. In één jaar tijd was alles in kannen en kruiken."

Niet voor niets werd Vanhoutte als coördinator van het Centrum aangesteld. Zijn belangstelling voor het culturele erfgoed gaat hand in hand met die voor de nieuwe media. "Ik heb een jaar in Engeland gestudeerd, waar ik vertrouwd raakte met elektronische uitgavetechnieken. Soms kan het geen kwaad om achteraan te komen (lacht). Wij kunnen, ook dankzij onze talenkennis, het beste uit de Franse, Duitse en Engelse wetenschappelijke tradities combineren, en optimaal gebruik maken van de nieuwe media." De gewone lezer is misschien wel de eerste die van die digitalisering profiteert. In de traditionele edities worden de verschillende varianten onder elkaar gepresenteerd, en vaak voorzien van een ontzagwekkend voetnotenapparaat. Niet zo in de uitgave van De teleurgang van den Waterhoek. "De gedrukte editie is een makkelijk leesbare, doorlopende tekst. Ze is in feite een spin-off van de cd-rom, die vooral wetenschappelijke doeleinden dient." De digitale versie van 'De teleurgang' bevat, onder anderen, het integrale manuscript, de voorpublicaties, de eerste en tweede druk, 71 brieven, duizenden woordverklaringen en hyperlinks... Maar er is meer. "Vroeger kwamen edities met een tekstverwerker tot stand. Maar na tien jaar zijn de dragers niet meer leesbaar. Ik heb nu al problemen om bestanden in Word 97 te lezen. Daarom zullen we met het Centrum alle teksten terugbrengen tot SGML, een standaard die onafhankelijk is van de gebruikte software of computers."

Tijdens het eerste jaar zal het Centrum zich voornamelijk richten op de inventarisering en bestudering van manuscripten en brieven uit de 20ste eeuw. "We krijgen daar nogal eens kritiek op. Ten onrechte. Om te beginnen moeten onze activiteiten aansluiten op die van het AMVC. Dat archief bevat alleen stukken vanaf 1750. Ik vind dat niet noodzakelijk een nadeel. Het staat ons toe om consistent en systematisch te werken. En niets houdt ons tegen om ons in een later stadium op de andere eeuwen te storten."

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie wordt morgen om 16 uur op de Boekenbeurs voorgesteld. Na een toelichting door Edward Vanhoutte volgt een panelgesprek met professor Geert Lernout, schrijver Erwin Mortier en componist en musicoloog Kamiel Cooremans.

Projecten van het CTB

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie wordt gefinancierd door een jaarlijkse subsidie van de Vlaamse Gemeenschap. Het eerste jaar zal het, met negen medewerkers en een budget van een kleine veertien miljoen frank, negen projecten uitwerken.

- Brieven van Pierken. In de jaren dertig publiceerden de dichter en journalist Richard Minne en de schilder Frits van den Berghe in de krant 'Vooruit' wekelijks een beeldverhaal, dat als een verre voorloper van het stripverhaal in Vlaanderen wordt beschouwd. Het onderzoek zal in de loop van volgend jaar resulteren in een facsimile-editie van alle 1500 afleveringen van het feuilleton. Behalve het boek komt er ook een cd-rom, een lezingenreeks, een radioprogramma...

- Raymond Herreman, Brieven 1945-1947. Hoewel de schrijver en criticus Herreman in de loop der tijden enigszins in de vergeethoek sukkelde, speelde hij - onder meer als mentor van de jonge Louis Paul Boon - een essentiële rol in het literaire leven voor en na de Tweede Wereldoorlog. Een uitgave van zijn correspondentie moet licht werpen op een tot nu toe nauwelijks bekende bladzijde van de Vlaamse literatuurgeschiedenis.

- Nieuw Vlaams Tijdschrift (1948-1983): ontsluiting van het archief Het literaire tijdschrift NVT speelde een belangrijke rol in het naoorlogse literaire leven. Vermeylen, Teirlinck, Daisne, Gilliams, Boon, Claus en De Wispelaere... allemaal hebben ze ooit een bijdrage geleverd. Op een enkel artikel en wat terloopse vermeldingen na, is er tot nu toe echter nauwelijks onderzoek naar dit blad verricht. De ontsluiting van het archief moet uitmonden in een geschiedenis van het tijdschrift. - Peter Benoit: Brieven en documenten. Volgend jaar is het precies honderd jaar geleden dat de vooraanstaande toondichter Peter Benoit overleed. Hij speelde een essentiële rol in de Belgische en of Vlaamse muziekgeschiedenis van de 19e eeuw. Zijn oratorium 'De Oorlog', de 'Rubenscantate en de 'Theodoor van Ryswyckcantate' bezorgden hem grote roem. Daarnaast liet hij zich niet onbetuigd als essayist en polemist. De uitgave van zijn correspondentie moet licht werpen op de mens achter de mythe, de essentie van zijn 'muzieknationalisme' en meer algemeen op het geestelijk klimaat in Vlaanderen tijdens de tweede helft van de 19e eeuw. De publicatie is gepland voor volgend jaar, precies honderd jaar na zijn sterfdatum.

- De Kapel en de Maatschappij der Nieuwe Concerten van Antwerpen. 'De Kapel' was een literaire, artistieke en sociaal-filosofische beweging die bepalend was voor het Antwerpse culturele leven tussen 1900 en 1914. De vereniging, zo genoemd om haar locatie, een kapel aan de Falconrui, werd gekenmerkt door een anarchistische ondertoon. Onder meer Frederik van Eeden, Henri Van de Velde, Emile Verhaeren en de jonge Stijn Streuvels hielden er lezingen. Uit 'De Kapel' groeide de 'Maatschappij der Nieuwe Concerten', een prestigieuze concertorganisatie die onder anderen Gustav Mahler naar Antwerpen haalde. Het archief van deze vereniging ging in de loop der jaren goeddeels verloren, en werd pas onlangs teruggevonden door het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek. Een inventarisering van de verschillende bronnen moet leiden tot publicaties die, dixit Vanhoutte, "Antwerpen een plaats geven op de kaart van de internationale kunst".

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234