Woensdag 06/07/2022

De toekomst van het verleden

Hoe ziet het museum van de toekomst eruit? Wat kunnen we leren uit de grote projecten van het recente verleden? In Antwerpen loopt een leerzame tentoonstelling waarop de belangrijkste 'radicale' museumgebouwen van de voorbije tien jaar te zien zijn. Musea voor een nieuw millennium toont maquettes, foto's, plannen en schetsen van alle grote architecten. Van Frank Gehry en Rem Koolhaas tot Aldo Rossi en Norman Foster. Van deze laatste is het Carré d'Art in Nîmes te zien.

Een kleine honderd jaar geleden voorspelde Marinetti dat de twintigste eeuw zich alleen nog met de toekomst zou inlaten. Plaats voor musea zag de Italiaanse futurist niet meer, verblind als hij was door de schoonheid van de snelheid. Musea waren openbare slaapplaatsen in zijn ogen. Waarom ze dan nog openhouden? "Een racewagen die uit al zijn pijpen vuur spuwt" is toch veel mooier dan de Nike van Samothrake? Zelden is een voorspelling zo door de feiten achterhaald, stelt Vittorio Magnago Lampugnani, hoogleraar architectuur aan het Federaal Instituut voor Technologie in Zurich. Nooit heeft een eeuw zich zo aan het verleden vastgeklampt als de twintigste eeuw, zegt hij. "Op de schok van de modernisering en de terreur die twee volledig gemechaniseerde wereldoorlogen hadden gezaaid, volgde een terugkeer naar de waarden van vroeger. En kunstmusea vergemakkelijkten en symboliseerden die terugkeer."

Na de Tweede Wereldoorlog leek het niet op te kunnen. Er was plots geld genoeg voor musea. En de architecten waanden zich in een speeltuin. Nergens elders konden ze hun dromen zo ongestoord in steen zien veranderen. Musea waren niet langer kunsttempels, maar ook tempels voor bouwkunst. Dat was al zo met het New Yorkse Guggenheim Museum van Frank Lloyd Wright (1943). Het zette de toon voor een halve eeuw grenzeloos bouwen, met halverwege het Centre Pompidou in Parijs en op het einde het Guggenheim in Bilbao als spectaculaire mijlpalen. De kritiek groeide dat de architectuur de kunstwerken in de verdrukking bracht. "Dit is ook het product van een samenleving waarin kunst met entertainment wordt gelijkgeschakeld, het tegenovergestelde van kunst als een mechanisme om te leren," zegt Lampugnani.

Op de drempel van het nieuwe millennium vroeg Suzanne Creub van het Art Centre in Basel zich af hoe het nu verder moet. Hoe ziet het museum van de toekomst eruit? Wat kunnen we leren uit de grote projecten van het recente verleden? Om dat debat aan te zwengelen liet ze een grote tentoonstelling maken waarop de belangrijkste museumgebouwen van de voorbije tien jaar te zien zijn. Professor Lampugnani stelde ze samen, aan de hand van maquettes, foto's, plannen en schetsen die de architecten ter beschikking stelden. Musea voor een nieuw millennium, dat nu de wereld rondreist en in het Antwerpse Hessenhuis halt houdt, is leerzaam. Je mist natuurlijk de echte gebouwen, maar de combinatie van de maquettes met de grote, vanuit verschillende gezichtspunten genomen foto's doet een mens watertanden. (Op de twee bovenverdiepingen iets minder, omdat de rigide ruimte-indeling daar de samenhang van het materiaal breekt.)

Lampugnani selecteerde 25 musea (enkele ontwerpen zijn niet of nog niet uitgevoerd). Alle grote namen zijn vertegenwoordigd: Foster, Meier, Gehry, Nouvel, Rossi, Piano, Koolhaas... - het museale dreamteam van de jaren negentig. Volgens Lampugnani bieden de verschillende stijlen een overzicht van de recente museumarchitectuur. Het zijn misschien niet altijd de mooiste maar wel de meest representatieve voorbeelden van het soort architectuur dat ze vertegenwoordigen, zegt hij. Het moesten vooral radicale voorbeelden zijn. "Ze moeten een zeer radicale interpretatie zijn van de architectuur en van de relatie tussen architectuur en kunst." En radicaal zijn ze zeker, het baldadige Guggenheim in Bilbao, het gigantische Getty Museum in LA, de industriële Tate Modern in Londen, en al hun broers en zussen.

Opvallend, maar niet verrassend: acht van de 25 musea staan in de Verenigde Staten, het walhalla van de entertainment-industrie. De rest staat in Europa, waar Duitsland (4 musea) het sterkst vertegenwoordigd is. De andere twee landen met meer dan een museum zijn Spanje (drie) en Frankrijk (twee, waaronder de Fondation Cartier in Parijs). Een Belgisch museum staat er niet bij. Wel een Nederlands: het Bonnefanten Museum in Maastricht van Aldo Rossi.

In de catalogus, een bijna onmisbare aanvulling op het beeldmateriaal, wordt elk museum aan een vrij uitvoerige analyse onderworpen door telkens een andere auteur. De kritische zin staat daarbij niet altijd op scherp, en zeker over de relatie met de kunstwerken - en daar draait het toch om - valt soms te weinig te vernemen. De bijwijlen cassante inleidingen compenseren dat gebrek maar gedeeltelijk. Dat is jammer voor een project dat het debat over museumarchitectuur wil stofferen.

Antwerpen nodigde de tentoonstelling uit omdat het zelf de bouw van een nieuw museum voorbereidt: het Museum aan de Stroom. Het gebouw, waarin Antwerpen zijn geschiedenis (en dat van zijn haven) uit de doeken wil doen, komt op de Hanzestedenplaats, vlak bij het Hessenhuis. Binnenkort weten we wie de internationale architectuurwedstrijd heeft gewonnen.

Naar aanleiding van de grootse plannen verscheen ook, met de steun van de Koning Boudewijnstichting, een dikke essaybundel, De toekomst van het verleden. Binnen- en buitenlandse auteurs met naam denken daarin na over de inhoudelijke aspecten van een stadsmuseum. Bijvoorbeeld hoe benaderen we het verleden? Kan een stadsmuseum bijdragen tot de heropleving van de stad? Hoe betrekken we het publiek het best bij de museumactiviteiten? De meest uiteenlopende auteurs voerden de pen in dit opmerkelijke boek. Niet alleen verschijnt voor het eerst in Vlaanderen zo'n verzameling essays, het is ook een doorgedreven toepassing van het eerbare principe 'bezint eert ge begint'.

Musea voor een nieuw millennium loopt tot 30 april in het Hessenhuis, Falconrui 53, 2000 Antwerpen. Dagelijks open van 10 tot 17 uur (gesloten op maandag, open op 24 april).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234