Dinsdag 31/03/2020

De toekomst ligt op straat

Op het Theaterfestival wijdt het Vlaams Theaterinstituut zijn debatdag aan de toekomst van de podiumkunsten. Het VTi vroeg een brede keur aan stemmen uit het veld naar hun visionaire ideeën. Samen geven die een mooie doorslag van wat het theater momenteel bezighoudt, of bang maakt.

door Wouter Hillaert

2010: A Stage Odyssey. Hoe ronkend de titel van het VTi-colloquium ook klinkt, zo relevant heeft het steunpunt voor de podiumkunsten zich in geen jaren getoond. Het daagt zijn sector uit om de kop eens boven de eigen organisatie uit te steken en samen naar de horizon te blikken. Ook dat is de laatste jaren zelden gebeurd, of het was om minister Anciaux te kapittelen voor zijn participatie-eisen of zijn eigenwijze interpretatie van het Kunstendecreet. Maar nu dat decreet eindelijk van kracht is en de lokale politiek zich voor de verkiezingen verrassend weinig over kunst uitlaat, kunnen de concurrentiële subsidievertogen voor eigen huisjes even bevroren worden voor een meer utopische vraag: welke podiumkunsten willen we in pakweg 2010?

De antwoorden van een dertigtal kunstenaars, artistiek leiders, programmatoren, beleidsmakers en critici in de nieuwe Courant van het VTi lopen erg uiteen. Sommige stemmen houden het dicht bij huis, zoals Pol Dehert (RITS), die een betere financiering van het hoger kunstonderwijs vraagt. Anderen tackelen algemenere problemen, zoals Dirk Verstockt (pas weg bij nOna), die van leer trekt tegen de blijvende politisering van het kunstenbeleid. Denis van Laeken (Monty) klinkt dan weer meer kunstfilosofisch in zijn betiteling van de 21ste-eeuwse kunst als 'handelswaar'. Of neem choreograaf Marc Vanrunxt, die een complexe veldanalyse over dans uit een vorig Courant-nummer simpelweg overschildert met "let's dance".

Bijdragen met een echt utopische of constructieve verbeelding zijn eerder uitzondering. Afgezien van een poëtisch pleit van theaterwetenschapper Luk Van den Dries voor een theater met de impact van Katrina en een anonieme reactie die droomt van een home waar bejaarde acteurs door het personeel aangesproken worden met klassieke toneelquotes, vormt dit bundeltje toekomstscenario's voor de podiumkunsten vooral een lijstje met problemen van vandaag. Dat maakt het niet minder waard. Alleen al het feit dát men het eens over problemen durft te hebben en niet weer een mooi zelflegitimerend plaatje naar buiten toe moet oppoetsen, is een verademing. Wat die problemen of uitdagingen van de podiumkunsten anno 2006 dan precies zijn?

Roel Verniers, kersvers directeur van CC Berchem, stipt één uitdaging aan die in wel meer bijdragen terugkeert. "Voor mensen op leeftijd: neem uw pillen. Stop op tijd met investeren in uzelf, voorzie in opvolging. Voor starters: vermijd pillen. Doe aan yoga, leer en schop uw meesters tijdig buiten."

De dynamiek tussen vernieuwing en de institutionele consolidering van makers die misschien nog weinig te vertellen hebben, is een oud zeer. Bart Caron (Spirit) juicht de intrede van vroegere margevernieuwers als Simons en Cassiers in het centrum alleen maar toe, maar hoopt tegelijk ook op nieuwe "theatermensen die de huidige artistieke leiders en topregisseurs maar oude saaie en conservatieve kwasten vinden".

Hij zal ze niet vinden, als je Lotte van den Berg (een van de zes gastartiesten in het nieuwe Toneelhuis) leest. "Moet ik me verzetten tegen de heersende orde? Dat is niet nodig. Ik word met open armen ontvangen, ik word verwend." Van den Berg vormt met vele andere dertigers een generatie die groot geworden is bínnen het systeem en geen behoefte heeft aan grote breukmanifesten. Haar generatie kan haar eigen creaties maken in een veiligheid die haar voorgangers nooit gekend hebben. Ook al spreekt Warandeprogrammator Bert Heylen dat tegen ("het huidige subsidiesysteem laat jonge, beginnende theatermakers vaak in de kou staan"), toch blijft het zeer de vraag of er de komende vijf jaar verrassende artistieke ontwikkelingen te verwachten vallen.

De meest zekere voorspelling die je kunt doen, is dat het teksttheater steeds verder zal opgaan in één grote multidisciplinaire ruimte van 'werk'. De paar mensen die in de schaduw daarvan waarschuwen voor "het chronische gebrek aan theaterschrijverij" (regisseur Ruud Gielens) lijken aan de verliezende hand.

Dirk Pauwels van Victoria ziet op de kunstscholen veeleer een generatie afstuderen die niet langer vasthoudt aan specifieke werkvormen. Hij pleit in het verlengde daarvan voor "een landschap van verscheidenheid, waar een methode ontstaat die kunst niet uitsluitend verengt tot soort, stijl of discipline". Vele andere stemmen treden hem bij: meer samenwerking, minder schotten.

Alleen, zijn onze instellingen daar klaar voor? Wanneer Pauwels droomt van één samengevoegde beoordelingscommissie voor al die nieuwe artistieke mengvormen, insinueert hij dat het Kunstendecreet nu al achterloopt. Steven Vandervelden van STUK gaat nog verder: in feite zitten we al voorbij de multidisciplinaire era en zie je nu de opgang van een 'multipersoonlijkhedenbenadering'. "Projecten worden opgebouwd rond ad hoc constellaties van mensen die affiniteiten hebben met elkaar. Niet de discipline, maar de persoonlijkheid is dan richtinggevend." Kunstencentra moeten zich aan die project based producties aanpassen, maar mogen tegelijk de klassieke noden van discipline-eigen structuren niet vergeten. Geen makkelijke oefening.

Tussen de verzamelde toekomstvisies hoor je die roep om een meer adequate ondersteuning van (individuele) kunstenaars wel vaker. Fran De Vos van vzw KunstOpMaat pleit tegen minister Anciaux voor juist méér overhead, omdat minder zakelijke omkadering vooral minder tijd betekent voor het eigenlijke artistieke werk.

Een uitgesproken Rik Bevernage van De Werf ziet een nog groter probleem liggen in de prestigedrang van de (grootstedelijke) kunstencentra, die te veel zélf kunstenaartje zouden proberen te spelen. "In Gent, Antwerpen en Brussel is er vrijwel geen enkele organisator meer die een met projectsubsidie gemaakte theaterproductie wil presenteren. De vele gesubsidieerde podia in die steden zijn té druk bezig met hun eigen creaties."

Daar komt eindelijk het publiek om het hoekje piepen. Als de impact van de podiumkunsten afkalft (dé grote vrees die je onder elke bijdrage voelt meespelen), is het dan niet zinvoller om te investeren in een betere publieksopbouw dan in een betere kunst? Zo verdedigt choreograaf Ugo Dehaes "het opvoeden van een nieuw publiek, eerder dan het aanpassen van onze huidige werkmethodes".

Verniers stelt de verkoop van theatertickets in stations voor en de lancering van 'Culturele Vlamingen' in Dag Allemaal. Verloren moeite, repliceert essayist Bart Meuleman. "Vraag is of men vandaag nog tot een publiek in de klassieke zin wíl behoren." Volgens Meuleman is de overgave aan het complexe verhaal van de andere, zoals in theater gebeurt, in onbruik geraakt bij de eigenmachtige controle die internet, reality-tv en games bieden. Exit de podiumkunsten?

De reactie van Dominique Willaert (Victoria Deluxe) op die hele publiekskwestie is fel en toont dan toch enige zelfkritiek. "Eerst en vooral moet de sector zich durven te bezinnen over zijn verankerde institutionele positie in de samenleving en over de culturele dominantie van bepaalde bevolkingsgroepen, die in een vicieus en zichzelf bevestigend verhaal door de sector zelf mee wordt versterkt". Volgens Willaert blijft ons middenklassetheater een hoop andere vertogen in deze wereld marginaliseren. "Laten we dus met onmiddellijke ingang ophouden onszelf als 'midden in de wereld' of maatschappelijk relevant te beschouwen, omdat we ons meestal geen fluit aantrekken van wat er zich dicht en nabij afspeelt."

Het alternatief waar Willaert toe oproept, 'radicaal de periferie van de samenleving betrekken', wordt in iets zachtere bewoordingen onderschreven door cultuursocioloog Eric Corijn ("van de publieke ruimte weer een podium maken"), MuKHA-directeur Bart De Baere ("de gemakzuchtige tegenstelling-tot-politiek van de we-doen-onze-zincriticasters inwisselen voor een streng constructief engagement") en Geert Six van de Unie der Zorgelozen ("een kritisch en sociaal politiek theater bewerkstelligen dat voor zichzelf en anderen zijn stem verheft tegen verrechtsing en ongenuanceerde populistische analyse"). Allen zien zij wel degelijk een breuk en een toekomst voor de podiumkunsten weggelegd, alleen niet binnen de geijkte kaders. Laten we zien in 2010.

De debatdag vindt plaats op 31 augustus in deSingel in Antwerpen, het Courant-nummer 'Toekomstscenario's voor de podiumkunsten' is te downloaden op www.vti.be

Voor mensen op leeftijd: neem op tijd uw pillen. Stop op tijd met investeren in uzelf, voorzie in opvolging

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234