Dinsdag 19/01/2021

De tijden veranderen, Time blijft

Vijfentwintig en vierentwintig waren ze, Briton Hadden en Henry Luce, toen op 3 maart 1923 het eerste nummer van Time van de persen rolde. Nu, 75 jaar later, is het eerste moderne nieuwsmagazine uitgegroeid tot een monument van de journalistiek. Time heeft meer gedaan om de geesten van de Amerikanen te kneden dan het hele onderwijssysteem en zelfs de aartsvijand van Hadden en Luce, William Randolph Hearst, moest toegeven dat Time de geslaagdste journalistieke onderneming van de eeuw was.

Ter gelegenheid van de 75ste verjaardag bracht Time een jubileumversie van het blad uit. Voor een keer werd afgeweken van de ongeschreven wet dat het lezen van Time niet langer dan een uur in beslag mag nemen. Het jubileumnummer is dikker dan gewoonlijk en barst van de anekdotes en weetjes over het blad. De hoofdbrok is echter een overzicht van de wereldgeschiedenis van 1923 tot nu, aan de hand van de oorspronkelijke artikels en foto's. In feite is het een unieke barometer waaraan je de evolutie in het weten en denken van de twintigste-eeuwse Amerikaan haarfijn kan aflezen.

Het brein achter Time was ongetwijfeld Henry Luce. Hij werd geboren in 1898 in China als zoon van een Amerikaanse dominee en missionaris. Luce leefde in ommuurde kampen samen met Amerikaanse en Engelse geestelijken en misschien is daar, in die prille kindertijd, wel het idee geboren om de chaotische buitenwereld op een of andere manier bevattelijk te maken, te kneden en te ordenen. In zekere zin is Luce heel zijn leven een missionariszoon gebleven. Tijdens zijn studie in de Verenigde Staten vond hij aansluiting bij de toenmalige elite: de WASP's; White Anglo-Saxon Protestants. Samen met Briton Haden vatte hij het plan op een nieuwsmagazine uit te geven dat niet alleen verslag zou uitbrengen, maar het nieuws ook zou interpreteren voor hen die daar te weinig tijd voor hadden. Time moest een instrument worden voor morele en politieke opvoeding; een brug tussen de opinies van de elite en de middenklasse die hongerde naar nieuws en kennis. De consequentie was wel dat Time heel lang wel heel gezagsgetrouw gebleven is en pas in de jaren zestig echt controversiële stellingen ging innemen. Het geloof in de suprematie van de vrije markt en het 'natuurlijke' wereldleiderschap van de VS is tot op heden overigens onaangetast gebleven.

In 1929 overleed Hadden aan een bloedvergiftiging en vanaf toen nam Luce de touwtjes strak in handen. Met een tomeloze inzet en een nog grotere ambitie wilde hij zijn stempel drukken op de geesten van zijn lezers. De techniek die hij hanteerde was revolutionair en kreeg nadien ook talloze navolgers. In Time werd nieuws een episch verhaal met helden en heldinnen. De stijl was echter beknopt. Om de doeltreffendheid van hun stukken te verhogen deden de eerste journalisten uitzonderlijk vaak een beroep op rake adjectieven. In plaats van te kiezen voor ellenlange beschrijvingen typeerden ze mensen en situaties met één bijvoeglijk naamwoord.

John Martin, de neef van Hadden en een van de journalisten van het eerste uur, had altijd een vertaling van de Ilias van Homerus op zak. Daarin onderstreepte hij honderden woorden, die hij later verwerkte in zijn artikels. Mannen waren niet 'powerful' in Time, maar 'potent'. Beroemdheden kregen steevast een epitheton ornans: de Mexicaanse president Madero was altijd 'wild-ogig', de Duitse admiraal von Tirpitz had altijd 'langewenkbrauwen'. Alliteraties en andere stijlfiguren doken te pas en te onpas op. Luce had een originele verklaring voor de manie van zijn blad om opvallende details uit te vergroten: "Geen enkel idee bestaat buiten de menselijke schedel. En elke schedel heeft haar, een gezicht en een stem. De journalistiek van Time interesseert zich voor mensen, als individuen die de geschiedenis vorm geven. We proberen onze lezers duidelijk te maken hoe die mensen eruitzien, hoe ze klinken en zelfs hoe ze ruiken, als een steun om de ideeën - of het gebrek aan ideeën -van deze mensen beter te kunnen begrijpen."

Luce zorgde niet alleen voor een eenheid van stijl, maar stroomlijnde ook de informatie uit alle hoeken van de wereld. Journalisten on the field, in overzeese kantoren, stuurden wekelijks een eindeloze stroom kopij. Die werd op de redactie door senior editors samengevat en gekneed tot een artikel. Die manier van werken leidde tijdens de Vietnamoorlog tot hooglopende ruzies: de redacteurs in Saigon herkenden hun eigen teksten niet meer nadat ze door de redacteursds in New York waren herschreven. Sindsdien krijgen de oorspronkelijke correspondenten de herwerkte tekst eerst opnieuw te lezen alvorens het blad gedrukt wordt. Time registreerde niet alleen hoe de wereld veranderde, van de roaring twenties over de Grote Depressie, de oorlog, de koude oorlog, Vietnam, de flower power, de yuppiegeneratie tot de Nieuwe Wereldorde; Time moest zelf ook mee met z'n tijd. Racistische ("de cacaoboterkleurige Haile Selassie I" uit 1935) en vrouwonvriendelijke uitlatingen ("Niemand weet hoeveel hemden er ongestreken in de wasmand zijn blijven liggen omdat duizenden vrouwen vorige week afzakten naar Manhatten voor de eerste grote demonstratie van de Women's Liberation Movement") werden geweerd. De eerste vrouwelijke senior editor was er al in 1942, maar zij leidde enkel de documentatiedienst. Pas in de jaren zestig kwamen er ook vrouwen in belangrijke journalistieke functies. In 1923 was er maar één omslagverhaal over een vrouw. In 1997 waren er dat negen (wat betekent dat op de meeste covers nog steeds mannen staan).

In de jaren zestig, het tijdperk van het Grote Wantrouwen tegen elke autoriteit, deed zich wellicht de significantste verandering voor: er verschenen steeds meer nummers met een 'thema' als omslagverhaal: de pil, Tsjernobyl, de aardbeving in San Francisco. Het vertrouwen in 'individuen' die de geschiedenis vorm geven en aan wie de lezer zich moet spiegelen was grondig geschokt. In 1973 leidde dit gebrek aan vertrouwen zelfs tot een heuse primeur: Time publiceerde zijn eerste (niet ondertekende) hoofdartikel waarin president Nixon aangemaand werd om ontslag te nemen. Time is vooral bekend voor de eretitel 'Man of Vrouw van het Jaar' die het blad elk jaar toekent. Voor vele - vooral Amerikaanse politici - is zo'n eretitel haast belangrijker dan een Nobelprijs. Eigenlijk was de eerste 'Man van het Jaar'-verkiezing niet meer dan een lepe journalistiek truc om een misser alsnog goed te maken. In een nieuwsloze week in het najaar van 1927 wilde Hadden een blunder goedmaken: in mei had Time verzuimd om Charles A. Lindbergh op de cover te zetten nadat hij zijn solovlucht over de Atalantische Oceaan had gemaakt. Daarom werd hij maar snel tot man van het jaar gebombardeerd, zodat niemand zou schrikken als zijn foto alsnog op het omslag verscheen.

De invloed van Time op de opinies van miljoenen Amerikanen is moeilijk te schatten, maar toch blijkt uit de verkoopcijfers dat de lezer niet zomaar alles slikt wat het blad schrijft. Vooral smeuïge verhalen doen het bijzonder goed. De best verkochte editie is het herdenkingsnummer over Lady Diana van 15 september 1997. Daarvan werden 1,18 miljoen exemplaren verkocht. Dat was zo'n 200.000 meer dan het nummer over de dood van Diana. Op de derde plaats volgt het ontslag van president Nixon (564.000), vierde is de dood van John Lennon (531.000) en de top-vijf wordt afgesloten door Michael Jackson in 1984 met 500.000.

De minst populaire Time sinds 1980 was een nummer over de culturele renaissance van de zwarte gemeenschap in de VS (100.000). Ook Bosnië (102.000) of nucleaire veiligheid (109.000) lagen echt niet goed in de markt. Het Time-publiek is duidelijk wel geëvolueerd. In 1973 kwamen er 12.191 lezersbrieven om te reageren op een artikel over de film Last Tango in Paris, waarin een schaars geklede Marlon Brando zich helemaal laat gaan. Seks lag duidelijk nog gevoelig. Maar dit jaar publiceerde Time een vrij platvloers artikel over Monica Lewinsky en president Clinton. Daarop kwamen 2.199 lezersbrieven - waarin Time werd aangemaand zich voortaan niet langer op te stellen als moraalridder, maar te berichten over ernstiger zaken.

Karl van den Broeck

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234