Dinsdag 28/01/2020

'De tijd van statische musea is voorbij'

BRANDENDE AMBITIE. Kersvers directeur Manfred Sellink wil van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen (KMSKA) hét kunstmuseum van Vlaanderen maken. De heropening in 2018 moet een groot feest worden, en het KMSKA een instituut om trots op te zijn.

"Ik heb met veel enthousiasme voor Musea Brugge gewerkt en heb er met de staf ook veel bereikt", vertelt Manfred Sellink (52). "Maar na veertien jaar is het toch tijd voor een nieuwe uitdaging. Ik werd al wel vaker door headhunters aangesproken, maar ben daar nooit op ingegaan omdat ik mijn werkzaamheden in Brugge prettiger vond."

En toen ging KMSKA-directeur Paul Huvenne met pensioen.

"Ik besefte dat ik dat graag wilde doen. Inhoudelijk omdat ik gespecialiseerd ben in de Antwerpse kunst van de 16de eeuw. Anderzijds is er het gebouw en de collectie in Antwerpen plus het moment om samen met een goede staf het KMSKA vorm te geven als hét kunstmuseum van Vlaanderen."

U wordt directeur van een museum dat gesloten is voor renovatie en uitbreiding. Is dat niet frustrerend?

"Dat heb ik nog niet meegemaakt, natuurlijk. (lacht) Het museum mag dan dicht zijn, het is wel zeer actief: de collecties worden getoond in de Koningin Fabiolazaal, de kathedraal en het Rockoxhuis. Er zijn presentaties in Lier en Mechelen, plus de projecten in het buitenland - onder meer James Ensor in Los Angeles en Chicago. Ik vind dat Paul Huvenne en zijn staf het heel goed aangepakt hebben om zo die collectie zichtbaar te houden: dat wil ik voortzetten.

"Ik heb in Brugge kleinere infrastructuurwerken begeleid, maar nu zal alles gefocust worden op dat enorme bouwwerk op het Zuid. Daar ik kijk erg naar uit, zeker omdat we alles qua inrichting nog kunnen bepalen. Het is genereus van Paul Huvenne om die beslissing aan zijn opvolger en de staf over te laten. Het zal een intens halfjaar worden, want het is de bedoeling dat najaar 2015 het strategisch beleidsplan en het masterplan voor de herinrichting er liggen."

Wat zijn de mogelijkheden?

"Een aantal dingen liggen vast: er is de kerncollectie die je zeker toont en de Rubensen zijn van zo'n formaat dat ze maar in één of twee zalen naar binnen kunnen. (lacht) Dat zijn de ankerpunten. Maar voorts zijn er veel mogelijkheden: in hoeverre ga je voor een chronologische opstelling of voor een deels thematische presentatie? Welke routing ga je kiezen?

"Er komt 30 à 40 procent tentoonstellingsruimte bij, waardoor je met een ruimere blik naar je eigen collectie kunt kijken: zo kun je rond vanzelfsprekende ankerpunten als James Ensor en Rubens & Van Dyck naar een verbreding gaan. Door afspraken met instellingen in binnen- en buitenland kun je langdurige bruiklenen brengen die lacunes opvullen en facetten toevoegen. Dat is ook interessant voor de bezoeker: door wisselende dossiertentoonstellingen, bijvoorbeeld over Titiaan en Rubens in samenwerking met het Prado, werp je een ander licht op je collectie. Ook moet je nieuwe inzichten en voltooide restauraties delen met je publiek. Een museum mag niet statisch zijn, die tijd ligt echt achter ons."

U kunt een beroep doen op een uitgebreid internationaal netwerk.

"Ik zal mijn internationaal netwerk aanspreken om de collectie in Antwerpen te verrijken. In Brugge hebben we met de Frick Collection, het Prado, het Kunsthistorisch Museum van Wenen en de Collectie Thyssen samengewerkt. Ik krijg nu al een boel mails van buitenlandse collega's dat ze ernaar uitkijken om die samenwerking voort te zetten. Ook Paul Huvenne had een breed netwerk: in die zin bouw ik gewoon voort."

Is het recent heropende Rijksmuseum een referentiepunt voor het KMSKA?

"Als je het over schaal en budget hebt, is het geen referentie. Het KMSKA is een stuk kleiner. Maar de geslaagde heropening is wel een referentiepunt. Het Rijksmuseum zat in een neerwaartse spiraal door de aanslepende verbouwing. Het is de verdienste van directeur Wim Pijbes om daar een positieve dynamiek van te hebben gemaakt en heel Nederland te doen toeleven naar die heropening. Er heerste een gevoel van 'dát museum is van ons en daar zijn we trots op'. Wel, dat gevoel zou ik ook graag creëren rond het KMSKA: als hét Vlaamse museum waar je de beeldcultuur van de 15de tot en met de 20ste eeuw kunt zien. Ja, we moeten ambitieus zijn."

Hoe zit het met uw budget? En de bezuinigingen?

"Op de precieze cijfers heb ik nog onvoldoende zicht. De besparingen vallen voor de grote instellingen nog relatief mee, maar het blijft vervelend hoewel het te overzien is. We moeten in dialoog gaan met de minister van Cultuur. We gaan niet onze hand ophouden en meer geld vragen. Als iedereen bezuinigt, is het niet meer dan vanzelfsprekend dat dat ook voor het KMSKA geldt. Maar we moeten weten wat de structurele financiering door de Vlaamse overheid op de lange termijn is. Hoe gaan we dat aanpakken vanaf de heropening? En: welke armslag krijgt het museum om bijkomende fondsen te verwerven? Welke structuur kan het museum daarvoor opzetten?

"Vorige week heb ik nog gepraat met collega's van het Rijksmuseum. De grote winst zit niet zozeer in sponsoring, hoewel je ook daarop moet inzetten, maar de groei zit in het privémecenaat: je moet mensen aan je binden. Dat is een langetermijnstrategie."

Hoe gaat u de heropening aanpakken?

"Het is interessant om te zien hoe het Rijksmuseum bijvoorbeeld de sociale media heeft bespeeld. Er was een heel mooi filmpje van een flashmob, waar in een winkelcentrum uiteindelijk De nachtwacht van Rembrandt tot leven kwam. Dat filmpje heeft in Nederland veel gedaan. Je moet niet gaan kopiëren, maar zulke ideeën kunnen interessant zijn."

Gaat u openen met een blockbuster?

"Het gebouw wordt voorjaar 2018 opgeleverd, en je hebt toch wel acht à negen maanden nodig om het in te richten. De heropening zal dus voor december 2018 of januari 2019 zijn. Sowieso is het een slecht idee om met een grote tentoonstelling te beginnen. Elk gebouw heeft zijn kinderziektes: die moeten er eerst uit. Grote bruikleengevers zijn bovendien terughoudender in de eerste maanden van een heropening. Plus: het gebouw zelf, de collectie en de nieuwe presentatie zullen al heel wat aandacht genereren, ook internationaal. Dat moment moet je benutten. Er is mij ook verzekerd dat de grote Memling (Christus met zingende en musicerende engelen, ER) tegen de heropening gerestaureerd zal zijn. Dat is een van de kroonjuwelen. Met een tentoonstelling leid je de aandacht alleen maar af. Na een half jaar kun je er wel vol tegenaan gaan."

Wat hebt u in gedachten?

"2019 is een Bruegeljaar (Pieter Bruegel is dan 450 jaar overleden, ER). De Vlaamse regering wil daar zwaar op inzetten. Het zou heel interessant zijn om eind 2019 een tentoonstelling te maken rond Pieter Bruegel. Niet monografisch, dat kan alleen het Kunsthistorisch Museum van Wenen met zijn prachtige Bruegelcollectie. Ik maak daar een Bruegelexpositie, die in oktober 2018 opent. In KMSKA zou het gaan om een tentoonstelling over de Gouden Eeuw van Antwerpen tussen 1530 en 1585 met prenten, boeken, schilderijen en tekeningen: de rijke beeldproductie. Ik wil laten zien waar Bruegel vandaan komt en hoe hij gegroeid is. Hij heeft zijn laatste jaren in Brussel doorgebracht, maar hij is intellectueel en artistiek een product van Antwerpen. Daarvoor zullen we samenwerken met Wenen en met Antwerpse musea als Plantin-Moretus en Mayer van den Bergh (waar Bruegels 'Dulle Griet' hangt, ER)."

Hoe gaat u een jong en steeds diverser publiek naar dat nieuwe museum lokken?

"Het publiek is heel veelzijdig geworden. Mensen reizen veel, een grote groep heeft een honger om veel te zien en te weten. Tegelijk is de grens tussen hoge en lage cultuur verdwenen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat iemand met een hoger inkomen en een hogere opleiding voor een museumbezoek kiest. Wij moeten als museum concurreren met het boottochtje en het restaurantbezoek. Onze doelgroep is dus zeer groot geworden - dat is positief - maar is zeer heterogeen en heeft zeer uiteenlopende culturele achtergronden. Dat maakt de aanpak complex."

Hoe spreek je jongeren aan, specifiek de 'nieuwe Belgen'?

"De voorbije twintig jaar is de basiskennis van christelijke religie en antieke cultuur afgenomen. Bij iedereen. Dat is geen geweeklaag, dat is een gegeven, en daar zijn een heleboel andere dingen voor in de plaats gekomen. Maar dat betekent wel dat je de beeldtaal van Rubens en Van Eyck weer begrijpelijk en aantrekkelijk moet maken. Schilders als Michaël Borremans en Marlene Dumas zijn heel populair, net omdat ze een referentiekader hebben waar een brede groep mensen kan inkomen.

"Maar het is onze verdomde plicht om een zo ruim mogelijk publiek te bereiken. Daarin is ook de rol van het onderwijs cruciaal. Zorg dus dat kinderen vóór hun twaalfde met cultuur en musea in contact komen. Daar worden de kiemen gelegd. Dat blijkt uit alle studies."

Hoe pak je dat dan aan?

"Dat kan een museum niet alleen, dat is iets voor de hele sector. Zorg bijvoorbeeld dat je groepsbezoeken zo makkelijk mogelijk maakt door het busvervoer te sponsoren. Je moet met je museum ook naar de scholen trekken: de tijd dat je kon zitten wachten tot de scholen naar je toe kwamen, ligt echt wel achter ons. Vaak gaat het ook niet om de grote aantallen, maar om goed gefocuste groepen. Uit studies blijkt ook een olievlekwerking: leerlingen praten over die dingen en hebben een ambassadeursfunctie bij hun peer group. Daar moet je op inspelen."

Uw liefde voor hedendaagse kunst is bekend. Gaat u die ook tonen in KMSKA?

"Ik wil de kunstproductie inderdaad doortrekken tot nu. Zonder daarbij in concurrentie te gaan met het Museum voor Hedendaagse Kunst M HKA. We zijn allebei instellingen van de Vlaamse gemeenschap. Directeur Bart De Baere en ik zijn allebei gewonnen voor complementariteit: we vullen elkaar aan en willen geen grens trekken in de zin dat het KMSKA in 1960 stopt en het M HKA daar begint. Een in de traditie gewortelde schilder als Thiery De Cordier kunnen we bijvoorbeeld tonen in het KMSKA. Tentoonstellingen of kleine presentaties hedendaagse kunst, die associatief verband houden met de collectie oude kunst, kunnen ook, maar het KMSKA is geen tentoonstellingsruimte voor hedendaagse kunst. Daarvoor heb je het M HKA."

Als u mag dromen...

"... dan zou ik graag de eigen collectie met een reeks tentoonstellingen in een internationale context willen plaatsen: Titiaan en Rubens, James Ensor, het fin-de-siècle en het expressionisme. Ik zou ook willen dat de heropening van het KMSKA het Zuid, met het M HKA en Fotomuseum, opnieuw een dynamiek geeft als kunstbestemming en museumkwartier. En we krijgen positieve signalen dat de gevel van het museum gerestaureerd zal worden en de tuinen heraangelegd, zodat het museum vanbinnen én vanbuiten er weer helemaal zal staan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234