Zaterdag 25/05/2019

Interview

De Tien Waarheden van Fatma Taspinar: "Esthetiek is alles"

Radiojournaliste Fatma Taspinar (34) heeft een hogere naamsbekendheid dan veel van haar collega’s. Met dank aan haar Turkse roots. ‘De meeste mensen kennen maar één Fatma. Als ik ergens aankom en zeg: ‘Ik ben Fatma’, is er bijna altijd iemand die me vraagt: ‘Toch niet Fatma Taspinar?’’ De tien waarheden van een VRT-topper in wording.

Beeld Karel Duerinckx / Gert Van Goethem

“Ik kom toch niet over als een probleemgeval, hè?” Fatma Taspinar heeft me zonet verteld dat ze een chronische piekeraar is en vraagt zich af of de mensen niet gaan denken dat ze dringend in behandeling moet. Ik verzeker haar dat zowat de helft van de mensheid zich chronisch opvreet en dat ze bijgevolg niet abnormaal is, maar de zorgelijke frons op haar voorhoofd blijft nog een tijdje op post. Pas wanneer al haar waarheden verklaard en verhelderd zijn, oogt ze voor het eerst helemaal ontspannen. “Dat is keitherapeutisch, zo’n interview”, lacht ze. “Ik voel me veel lichter dan twee uur geleden.”

In Van Gils & Gasten getuigde ze samen met acteur Wim Willaert over een leven met ADHD. Willaert noemde hun gemeenschappelijke aandoening ‘een hersenstorm’. Het is die storm – of in ieder geval een voorbode ervan – die tijdens ons gesprek voor mijn ogen aan het razen is. Soms bieden zich in haar hoofd zoveel woorden tegelijkertijd aan dat ze haar betoog moet opsplitsen in verschillende kapittels. Onduidelijk wordt ze nooit – zelfs tijdens het verbaal meanderen, blijft haar analytische geest uitstekend zijn werk doen. Maar dat Fatma Taspinar tijdens een levensbeschouwelijke biecht meer mentale kilowattuur verbruikt dan de gemiddelde sterveling is wel duidelijk.

Ik vraag of haar brein af en toe nog tijd heeft om te registreren wat haar hart haar influistert. “Eigenlijk zou ik willen dat mijn hart het eens wat vaker van mijn hoofd zou overnemen”, antwoordt ze. “Dan zou ik mijn emoties ook eens fysiek kunnen uiten in plaats van enkel verbaal. De meeste mensen krijgen tranen in hun ogen wanneer ze ontroerd zijn. Ik niet: ik ween nooit. Terwijl ik niks liever zou willen. Wat mij tegenhoudt? Ik wil mijn omgeving niet belasten met mijn emoties. Gevoelens die enkel in woorden ­vertaald worden, kunnen mensen nog vrij gemakkelijk negeren. Maar fysiek geuite emoties niet: daar móét je haast wel op reageren. Dat wil ik niemand aandoen.”

On the record: Fatma Taspinar is alles behalve een probleemgeval. Zelden iemand gesproken die er zo weinig bezwaar tegen heeft om haar onvervalste zelf te zijn. En op haar wildwaterrivier van gedachten is het prettig raften. Hou je vast, we zijn weg. 

When Life Gives You Lemons, Make Lemonade.

“Ik hou van citroenen: ik gebruik ze in zowat elk gerecht dat ik klaarmaak. Vandaar dat ik de zin ‘When life gives you lemons, make lemonade’ eerst nogal letterlijk interpreteerde: als je citroenen krijgt, maak er dan limonade mee. Of: als je een kans krijgt, grijp ze dan. Maar eigenlijk betekent de limonade-quote: als er in je leven iets zuurs gebeurt, maak er dan iets zoets van.

“Van iets negatiefs iets positiefs maken: ik kan dat. Toen ik nog op de lagere school zat, werd ik – net zoals de andere allochtone kindjes – nooit uitgenodigd voor verjaardagsfeestjes. Daar had ik iets op gevonden: ik zocht de jarige op de speelplaats op en vroeg heel lief: ‘Mag ik toch komen, alsjeblieft?’ Waarna ik alsnog werd uitgenodigd. Dat ik mezelf had moeten opdringen, maakte mij niks uit. Ik onthield enkel het resultaat – mijn aanwezigheid op het feestje in kwestie – en niet het pijnlijke proces dat eraan vooraf was gegaan.

“Mensen zeggen me soms: ‘Fatma, jij kent geen schaamte.’ En dat klopt: het leven is te kort om je ergens voor te schamen. Deuren die gesloten blijven, probeer ik gewoon open te beuken. Een nee heb ik, een ja kan ik krijgen. Ik zou niet staan waar ik vandaag sta, mocht ik een mak schaap zijn.

Beeld Karel Duerinckx / Gert Van Goethem

“Als journaliste hanteer ik een eenvoudige regel: als een woordvoerder na twee oproepen nog altijd niet opneemt, bel ik de derde keer gewoon naar zijn minister. En dat doe ik desnoods tien keer na elkaar. Ik hoor het wel als dat een probleem is.” (lacht)

Niks Zo Belangrijk Als Leren Loslaten.

“Ik ben niet dom en ik weeg geen duizend kilogram. Ik ben noch op mentaal, noch op fysiek gebied beperkt in mijn opties. En toch pieker ik voortdurend. Ik vind dat ik de best mogelijke versie van mezelf moet zijn en vraag me elke dag af of ik het wel allemaal goed doe. Ben ik tijdens die vergadering niet te dominant geweest? Heb ik met dat grapje niemand gekwetst? Heb ik persoon x of y wel de aandacht gegeven die hij of zij verdient? Mijn dag is pas geslaagd als ik iedereen heb kunnen plezieren. Ik word doodongelukkig als iemand me na een etentje zegt: ‘Je was nogal luidruchtig, Fatma.’ Zo'n opmerking achtervolgt me minstens nog een jaar. Ik had meer op mijn hoede moeten zijn, denk ik dan. Dan had ik dat verwijt níét gekregen. Waarna ik mezelf nog fanatieker begin te corrigeren. Dat is ongelooflijk vermoeiend.

“Mijn zelfcorrigerende aanpak maakt ook zelden het verschil. Zo probeer ik voor mijn twee metekindjes een topmeter te zijn. Maar ik zie ook vrouwen die veel minder moeite doen om een goeie meter te zijn en toch ook een fijne band hebben met hun metekind. Al mijn inspanningen maken dus niet zoveel uit. Als ik de dingen wat meer zou loslaten, zou het ook wel goed komen.

“Ik moet veel vaker denken: dit is wie ik ben en als dat niet goed genoeg is, tant pis. Maar ik blijf toch nog altijd dat kleine meisje dat er zo graag bij wil horen. Dat ook naar het verjaardagsfeestje wil. Ik ben – vrees ik – een tamelijk hardnekkige crowd pleaser. Maar ik begin stilaan te leren dat dat niet nodig is.”

Goed Gepikt Is Beter Dan Slecht Bedacht.

“In de media moet je niet altijd het warm water willen uitvinden. Het is soms gênant om te zien hoe journalisten in hun zoektocht naar originele verhalen onnozele invalshoeken bedenken. Usain Bolt komt naar België? Gegarandeerd gaat een journalist op pad om uit te vlooien of alle Jamaicaanse vlaggen in ons land zijn uitverkocht. Maar weet je: I don’t give a shit. Ik wil weten met welke ambities Bolt hier neerstrijkt en wat zijn tegenstanders over hem denken. Journalisten moeten de mensen informeren over de dingen die ertoe doen. Niet bewijzen hoe origineel ze wel zijn.”

Juist, zeg ik, maar dat neemt niet weg dat we toch wat verrassender uit de hoek zouden mogen komen. Tijdens de presidentsverkiezingen in Frankrijk ging letterlijk élke buitenlandjournalist op quotejacht in pittoreske Franse dorpjes. Daar zijn we ook niet veel wijzer van geworden. “Ik begrijp je punt, maar het is een utopie om te denken dat je nog iets volkomen origineels kunt bedenken. Wij zijn samenraapsels van allerlei invloeden. Al onze ideeën zijn in zekere zin gepikt. Het enige wat je nog kunt doen, is er iets van jezelf aan toevoegen.

“Kijk, als het universum van plan was geweest om mij inzichten te laten verkondigen die nog nooit in een menselijk brein zijn opgekomen, dan had ik dat ondertussen al wel gedaan, denk ik. Ik heb er lang van gedroomd om een belangrijke vrouw te ­worden. Zo iemand over wie iedereen zegt: ‘Het heeft zin gehad dat ze geleefd heeft.’ Maar nu ben ik al te oud om nog te geloven dat ik ooit een heldinnenstatus ga bereiken.”

Je Moet Je Ouders Koesteren Wanneer Het Nog Kan.

“Mijn moeder is 69, mijn vader 70. Ze komen uit een arme boerenstreek in het Noord-Oosten van Turkije. Er was niks, zelfs geen telefoon. Mijn grootvader is gestorven aan een blindedarmontsteking omdat hij niet op tijd in het ziekenhuis in de stad geraakte. Om maar te zeggen…

“Op het einde van de jaren 70 zijn mijn ouders, samen met mijn drie oudste broers en zussen, naar België geëmigreerd. Ze kenden het Nederlandse woord voor spiraal niet en kregen in Lier, waar ze zich vestigden, nóg drie kinderen, onder wie ik.

“Mijn moeder heeft haar leven volledig gewijd aan de opvoeding van haar zes kinderen. Ze is een moederkloek: het geluk van haar kinderen gaat voor alles. Ze heeft zich altijd als een leeuwin over ons ontfermd. En ondertussen ging mijn vader in de fabriek geld verdienen. Hij heeft zijn zes kinderen kunnen laten studeren zonder ook maar één eurocent schulden te maken. Daar is hij terecht trots op.

“Mijn ouders geven ons de vrijheid om met ons leven te doen wat we willen. Als je bedenkt hoe traditioneel ze zelf zijn opgevoed, is dat haast ongelooflijk. Naarmate ik ouder word, besef ik dat ik een uitzonderlijke vader en moeder heb. Veel mensen spreken hun waardering voor hun ouders pas uit wanneer ze hen begraven. Ik probeer dat nu al te doen. Soms geef ik mijn moeder een dikke knuffel en zeg ik: ‘Ik vind jou een uitzonderlijke mama.’ ‘Dat komt omdat jij een uitzonderlijke dochter bent’, antwoordt ze dan.” (glimlacht)

Tijdens haar puberteit waren haar ouders nochtans ook een bron van schroom. In haar pogingen om het perfecte Vlaamse meisje te worden, moffelde ze een tijdlang haar Turkse afkomst weg: ze probeerde niet gezien te worden in het gezelschap van haar gehoofddoekte moeder en vertelde iedereen dat ze thuis met vier broers en zussen waren in plaats van met zes. “Ik wilde er ontzettend graag bijhoren. En ik dacht dat dat beter zou lukken als mijn Turkse achtergrond onzichtbaar zou worden. Maar vandaag ben ik net trots op mijn exotische roots. Dat ik in een Turks gezin ben opgegroeid, heeft mijn blik verruimd: ik kan me in veel verschillende mensen en situaties inleven. Ik voel me mentaal erg rijk.”

Esthetiek Is Alles.

“Wij Vlamingen hebben veel te weinig oog voor schoonheid. We kopen ons interieur integraal bij Ikea. En hoe grijzer we gekleed zijn, hoe beter.

“Ook journalisten lopen er vaak nogal groezelig bij. Als je een intellectueel bent, heb je zogezegd geen tijd om je te verzorgen. Maar ik wil én een kritische journaliste zijn én er goed uitzien. Inhoud en esthetiek kunnen perfect samengaan.

“Elke avond stel ik mijn outfit voor de volgende dag samen. Ik test die dan even uit voor de spiegel. Je moet weten: ik draag maximaal twee kleuren. En die kleurencombinaties moeten tot in de kleinste details kloppen. Dat lijkt een heel gedoe, maar dat is het niet: ik weet bijzonder snel wat ik wil. Het is dus geen dwangstoornis.” (lacht)

“In alles wat ik doe, ga ik op zoek naar schoonheid. Het is toch veel leuker om je koffie ’s ochtends uit een mooi kopje te drinken dan uit een lege pot choco? En om ’s avonds in een mooie zetel te kunnen neerploffen in plaats van in een mottig leren ding? Zelfs taal is voor mij esthetiek. Het stoort mij enorm wanneer stagiairs bij de VRT West-Vlaams of Antwerps praten. Je bent hier wel bij de VRT, denk ik dan. Opsmukken, dat taaltje. Ook al is het maar voor een maand.

“Ik maak op esthetisch gebied maar één uitzondering: mijn auto. Die mag schandalig vuil zijn, I don’t care. Lege blikjes smijt ik gewoon op de achterbank. En ik voel niet de minste behoefte om die daar nadien weer weg te halen.” (lacht)

You Don’t Have To Wear The Crown To Be A Queen.

“Je kunt je ook een koningin voelen zonder het kroontje te dragen. Met andere woorden: ga niet altijd op zoek naar de erkenning van anderen. Je kunt ook jezelf de nodige waardering geven. Als je op het einde van de dag kunt zeggen: ik heb vandaag alles gedaan wat binnen mijn mogelijkheden ligt, mag je jezelf best graag zien.”

In een interview zei ze ooit dat ze geen elitejournaliste is. En dat ze nooit zal vergeten waar ze vandaan komt. Is het onbeleefd om die twee zinnen bij elkaar op te tellen en ze te interpreteren als een gebrek aan ambitie? “Onbeleefd niet, fout wel.” (lacht) “Ik had op professioneel gebied één droom: gerechtsjournaliste worden. En nu ik dat ben, wil ik de béste gerechtsjournaliste worden. Dat volstaat voorlopig qua ambitie. Wat je dóét is belangrijk, niet de titel die je hebt. Er zijn ook mensen nodig die géén bazenfunctie willen.

“Maar wat helaas wél waar is: ik maak mezelf vaak kleiner dan ik ben. Dat is een familietrekje. Mijn ouders zijn heel bescheiden en hebben hun kinderen geleerd om dat ook te zijn. Er wordt in ons gezin dan ook niet zo gek gedaan over het feit dat ik een min of meer bekende journaliste ben. En dat is wel mooi, maar het heeft ook een nadeel: wij kunnen niet zo goed trots zijn op elkaar. Of op onszelf. Vóór dit interview vertelde je mij dat je vindt dat ik goed kan schrijven (ik verwees onder meer naar haar column over de ramadan op deredactie.be, STS) Wel, ik word een beetje zenuwachtig van zo’n compliment. Ik denk dan meteen: hij gaat zich zo dadelijk omdraaien, beginnen te lachen en denken: die gelooft dat nog ook. Dat soort gedachten zou ik liever niet hebben. Het is goed dat ik me niet beter voel dan een ander, maar ik mag mezelf best iets hoger inschatten.”

De Waarheid Is Dat Er Geen Waarheid Is.

“Ik ben niet zo principieel. Als je principes hebt, moet je je daaraan houden. En dat is behalve vermoeiend ook beperkend. Ik wil ook openstaan voor andermans waarheden. Dat kan alleen als ik niet te hard vasthoud aan de mijne.”

Als de waarheid niet bestaat, wordt alles dan niet ondraaglijk relatief? Waar moeten we dan nog in geloven? “Het is niet omdat de waarheid niet bestaat, dat er geen ruimte is voor een waarheid. Je moet gewoon aanvaarden dat, wat waar is voor jou, niet noodzakelijk waar is voor iemand anders. Daarom praat ik ook niet meer over religie. Ik ben gelovig – ik neem ook deel aan de ramadan – maar dat is voor mij iets heel persoonlijks. Ook mijn geloof is niet dé waarheid, ik hoef er anderen niet van te overtuigen.”

Everything Will Be Okay In The End, And If It's Not Okay, It's Not The End.

“Ik vind dat een prachtige zin. Volgens sommigen heeft John Lennon hem geschreven, anderen kennen hem toe aan de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho. Wat er ook van zij: het is mijn levensmotto. Er zit een heel eenvoudige, maar belangrijke waarheid in: het leven eindigt niet tot het eindigt. Er zijn altijd nieuwe kansen, je kunt altijd opnieuw beginnen. Het is nooit te laat om wat van je leven te maken.”

Nergens Beter Dan Thuis.

“Je hebt extraverte personen – mensen die hun energie halen uit sociale contacten – en je hebt ambiverte personen: mensen die zich opladen door alleen te zijn. Ik behoor tot de tweede categorie: ik moet regelmatig wat tijd in mijn eentje kunnen doorbrengen, anders hou ik het niet vol.

“Wanneer ik de behoefte voel om alleen te zijn, blijf ik het liefst van al thuis. Thuis kan ik tegen niemand iets verkeerds zeggen. Thuis kan ik alles even loslaten. Dat geeft mij rust. En na een paar dagen van zelfgekozen eenzaamheid ben ik opnieuw klaar voor de buitenwereld."

Cesaretli Ol!—Turks voor: Wees moedig!

“Ik hou van mensen die niet bang zijn voor het leven. Die ervoor gaan. Mijn moeder is zo iemand. Ze blijft zichzelf voortdurend ontwikkelen en heeft geen schrik van het onbekende. Ze is onlangs beginnen whatsappen alsof het niks is. En binnenkort wil ze naar Dubai, waar een van mijn broers woont.

“Op 34 jaar tijd heeft mijn moeder welgeteld één keer haar zorgen met mij gedeeld. Nadien heeft ze zich daar drie dagen lang voor verontschuldigd: ‘Sorry, Fatma. Ik heb je belast en dat had ik niet mogen doen. Ik moet joú kracht geven in het leven, niet omgekeerd.’ Dat is ons mama ten voeten uit.”

Ik vraag of ze enige affiniteit voelt met het politieke discours van Zuhal Demir, die mensen met migratieachtergrond aanmaant om moedig voorwaarts te gaan en zich niet als slachtoffers te gedragen. “Ze heeft een punt, maar ze moet beseffen dat niet iedereen de mogelijkheden heeft die zij en ik gehad hebben. Sommige mensen hebben wat meer hulp nodig. Maar ik hou ook niet van zeurders. Je moet niet altijd wachten tot iemand iets voor je doet, je moet ook zelf iets ondernemen.”

In een interview met de Campuskrant van de KU Leuven zei ze vorig jaar: “Mij zul je niet meer op de barricades zien staan.” Ze had naar aanleiding van haar verslaggeving over Turkije een paar emmers bagger over zich heen gekregen en besloten om rustiger journalistieke oorden op te zoeken. Een gebrek aan professionele moed? “Misschien wel, ja. Maar ik was als Turkije-verslaggever dood­ongelukkig. Ik kon voor niemand goed doen. Niet voor nationalistische Turken, niet voor rechts Vlaanderen. Ik dacht: voor wie doe ik dit eigenlijk? Mijn passie is gerechtsjournalistiek, niet politieke verslaggeving. Waarom zou ik dan over de politiek in Turkije berichten? Ik hoef toch niet samen te vallen met mijn roots? Griet De Craen, mijn hoofdredacteur, was het daarmee eens. We spraken af dat ik weer zou focussen op justitie.”

Haar vrijheid van doen en laten is haar dierbaar, zegt ze. “Toen ik mijn thesis schreef, over allochtonen in de criminaliteitsberichtgeving, zei een van mijn zussen: ‘Je bent het aan ons en aan de maatschappij verplicht om er iets goeds van te maken.’ Mijn reactie was: ik moet just niks. Ik kan er niet tegen als ik onder druk gezet word. Dat veroorzaakt een kortsluiting in mijn hoofd. Ik heb acht jaar in de horeca gewerkt om mijn studies zelf te kunnen betalen. Zo kon ik tegen mijn vader zeggen: ‘Pa, ik weet dat jij wilt dat ik rechten ga studeren. Maar ik betaal mijn studies zelf en dus heb jij daar niks over te zeggen. Ik ga criminologie doen. Tot later.’” (lacht)

“Ik heb ook altijd zakgeld geweigerd. Dat vond mijn vader heel onbeleefd: door zijn hulp af te slaan, wees ik hem af als vader, zei hij. Terwijl ik hem gewoon niet tot last wilde zijn. Vandaag kan ik bij momenten al wél tegen mijn ouders zeggen: zorg maar voor mij. Al doe ik dat eigenlijk enkel om hen te valoriseren in hun ouderrol. Want eerlijk gezegd, voor mezelf laten zorgen: ik kan dat gewoon niet goed.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.