Dinsdag 18/06/2019

WK 2018

"De tenues wassen kost 1.500 euro": Dit zijn de geheimen van de kok, masseur, dokter en materiaalman van de Rode Duivels

Beeld Photo News

Als de Rode Duivels het goed doen op het WK, is dat mede te danken aan de mensen die ervoor zorgen dat ze alleen maar aan voetballen moeten denken. 55 leden telt de delegatie in Rusland. Van de kok – ‘Vertonghen wil appelmoes, Mertens pasta’ – tot de materiaalman die tot vier uur ’s nachts containers uitlaadt, over de masseur die de Duivels tot een topelftal kneedt. ‘Normaal heb ik een uur nodig om een speler te masseren, maar met de stevige benen van Lukaku ben ik wel wat langer bezig.’

Kok Bartel Dewulf: "Vis leren eten"

Bartel Dewulf bekleedt een risicojob binnen de nationale ploeg. Hij is al de derde kok sinds de Rode Duivels er weer bij zijn op de grote toernooien – het derde op rij inmiddels.

Eén kok per toernooi, Bartel. Brandde het eten te vaak aan?

Bartel Dewulf (lacht): "Ik wil mijn voorganger niet veroordelen, maar we hebben toch een aantal zaken moeten veranderen. De basis is dezelfde gebleven: vijfenvijftig mensen vier keer per dag te eten geven, en dat zo gevarieerd mogelijk. Maar het eetpatroon hebben we wél helemaal omgegooid. Iedereen greep meteen naar vlees, vrijwel niemand at vis. Dus maakten we de porties kleiner, zodat ze nu van alles een beetje kunnen proeven. Het vlees blijft het populairst, maar 85 procent van de spelers – ja, ik meet álles – proeft nu ook van de vis."

Bartel Dewulf. Beeld rv

Dewulf, die dit seizoen ook bij Anderlecht in de potten zal roeren, voert in Moskou een tienkoppig team aan. Twee assistenten uit België – één voor de warme keuken, één voor de koude – en zeven Russen van het hotel in het basiskamp.

Hoe ziet een doorsnee WK-dag eruit?

Dewulf: "Onze dag begint om zeven uur. Dan drinken we samen koffie en brief ik het keuken- en zaalpersoneel. Vanaf acht uur kan iedereen vrij ontbijten. Voor het middagmaal schuift de hele ploeg wel samen aan. Ze kunnen dan kiezen uit een uitgebreid buffet met vis, vlees, gevogelte, vier soorten biologische groenten, drie soorten pasta, aardappelen, quinoa, rijst en salades. ’s Namiddags gaan wij zelf een uurtje sporten, en om vijf uur beginnen we aan het avondmaal. Om tien uur zit onze dag erop."

Biologische groenten, quinoa... U bent duidelijk mee met alle voedings- en gezondheidshypes.

Dewulf: "Ik ben er al twintig jaar mee bezig, lang voor de hypes dus! Bij ons is alles biologisch en van a tot z gecontroleerd: we kennen de herkomst van al onze producten. Daar zijn we maniakaal in. Volgens mij bepaalt dat 50 procent van je gezondheid. De rest bereik je met de juiste techniek en bereidingswijze."

"Ik ben zelf met de Russische chef van het hotel in de wijde omgeving van Moskou op zoek gegaan naar de juiste producten. Als het moet, trek ik mijn stoute schoenen aan en durf ik zelf het vuile werk op te knappen op het terrein. Van het vlees moet ik zeker zijn dat die dieren geen antibiotica toegediend kregen, of voedsel aten waar pesticiden in zaten. De vis moet vers zijn – biologische vis is nog een utopie – maar dat is in Rusland geen probleem, net zomin als biologische groenten. Het enige waar we aanvankelijk onze twijfels over hadden, was het gevogelte. Kip is onmisbaar: de dag voor een wedstrijd zijn kip en gegrilde vis het enige wat de spelers mogen eten. Uiteindelijk hebben we hier toch biologische hoevekippen gevonden."

"De basisregel luidt: geen room, geen friteuse. En ook geen bindmiddelen zoals maïzena, want die blijven op de maag liggen. Ook varkensvlees mijden we liever."

Geen koteletje voor onze jongens in Rusland?

Dewulf: "Hooguit een varkenshaasje, dat is minder vet. Verder mag alles. Nu, ik heb nog nooit een sporter slechter zien presteren na het eten van biologische groenten."

"We hebben drie menu’s: één voor de gewone dagen, één voor de dag voor de wedstrijd, en één voor de wedstrijddag zelf. Die laatste is de moeilijkste, de saaiste ook: gepelde tomaten met yoghurtvinaigrette, gegrilde vis of gegrilde kip zonder vel, pasta en tomatensaus. Een beetje gewokte groenten ook, maar zeker geen rauwe groenten: die verteren moeilijk. En pannenkoeken met suiker als dessert, want dat is de benzine. De dag vóór een wedstrijd geven we hun al rijstpap met bruine suiker. Ze hebben die suikers toch nodig, dan bereid je beter iets lekkers."

Koken voor sporters lijkt wel koken met de handrem op. Kunt u zich uitleven?

Dewulf: "Een wedstrijddag is saaier, maar vis blijft vis en kip blijft kip. Zo’n tomatensaus kun je blíjven uitpuren om zo naar de essentie te gaan. Dan wordt saai ook plezant. Als er iets uit den boze is, dan is het wel eentonigheid. Een maaltijd is voor die spelers een moment van ontspanning en genot. Je kunt hun niet alle dagen wortelen en broccoli voorschotelen."

Met welke gerechten kunt u hen blij maken?

Dewulf: "Hun favorieten zijn sushi en yakitori, kleine Oosterse kippenspiesjes. En natuurlijk maken wij ook chocolademousse voor hen, maar dan zonder eierdooiers, met biochocolade, en gebonden met kikkererwtensap."

"En als er spelers zijn met een goestingske, dan maken we dat klaar voor hen. Jan Vertonghen houdt van appelmoes, Yannick Carrasco moet bruine olijven hebben, en Dries Mertens is een pastakenner – die staat soms in de keuken na de maaltijd."

25 procent van de Vlamingen kampt met voedselallergieën en -intoleranties. In een selectie van 23 Rode Duivels zijn dat bijna zes spelers.

Dewulf: "Ik heb geen weet van een speler met zo’n probleem. Nu, voor zulke persoonlijke aangelegenheden hebben we een voedingsdeskundige. Ik heb daar de tijd noch de kennis voor. Wij maken wel brood met en zonder gist, en gebruiken geen broodverbeteraars. Er zijn lactosevrije gerechten, en als Vincent Kompany sojamelk verkiest in zijn koffie, dan krijgt hij die. Ik neem geen enkel risico."

Is het waar dat er in de minibars op de kamers alleen water zit?

Dewulf: "Alcohol is volstrekt uit den boze, óók voor de stafleden. Eén keer maar hebben we een glaasje champagne gedronken: op het vliegtuig terug van Griekenland, nadat we ons geplaatst hadden voor het WK. Frisdranken mogen, maar alleen op wedstrijddagen en de dag ervoor. Geloof me, die gasten vliegen echt niet als kleine kinderen op een fles cola, hoor. Op en top profs zijn het. Neem nu assistent-trainer Thierry Henry: al vier jaar gestopt met voetballen, maar hij let voortdurend op wat hij eet en drinkt."

Van Martínez is geweten dat hij vast op wedstrijddagen. Zijn vrouw Beth zei in Humo dat hij zelfs nooit groenten eet.

Dewulf (grijnst): "Ik heb hem wél al groenten doen eten, maak je geen zorgen. Het klopt dat hij op wedstrijddagen selectief is en weinig eet. Maar hij eet gráág, en hij kent er ook iets van. Hij neemt weinig sauzen, eet veel vis, nooit vet. En hij houdt van lekker brood. Weet je, Martínez is een warme, hartelijke mens, die weet wat hij wil en veel respect heeft voor anderen. Dat maakt hem zo groots. Ik vind het fantastisch dat hij blijft."

Masseur Dirk Nachtergaele: "Ik voel meteen wie goed in zijn vel zit"

In een vorig leven werkte verzorger Dirk Nachtergaele met de allergrootste renners, van Jan Raas over Mario Cipollini en Johan Museeuw tot Tom Boonen. Sinds 2013 zet de gepensioneerde masseur zijn handen in de kuiten van de Rode Duivels.

Dirk Nachtergaele. Beeld rv

Dirk Nachtergaele: "In 2016 heb ik eigenlijk mijn ontslag ingediend. Een man van 67 tussen al die jonge gasten: ze zullen mij wel een oude zak vinden, dacht ik. Toch niet, zo bleek: ze vroegen me terug. En eerlijk: ik miste het. Het mooiste compliment kwam van fysiotherapeut Lieven Maesschalck: ‘Jij kunt niet wat ik kan, maar ik kan ook niet wat jij kunt.’ Daarom zijn wij zo sterk samen."

U ging 33 keer mee naar de Tour de France als masseur. Valt de wielerwereld te vergelijken met die van het voetbal?

Nachtergaele "Nee, totaal niet. Tijdens de Tour de France staan de renners op om zeven uur en móéten ze zich volstouwen aan het ontbijt. Vervolgens zitten ze zes à zeven uur op de fiets en na aankomst moeten ze douchen in een bus.

"Vergeleken daarmee leidt een voetballer een luxeleven. Ze slapen uit, ontbijten in alle rust en trainen wat. Daarom had ik het vroeger altijd over het voetbalspél en de wielerspórt. Ik lachte met die mannen die met hun Louis Vuitton-handtasje van de bus stapten, met grote koptelefoons op. Welnu, ik heb mijn mening moeten herzien. Een wielrenner ziet af, maar hij krijgt geen schoppen zoals een voetballer. Voetballers zijn geweldenaars, in een héél harde sport, veel harder dan in de tijd van Paul Van Himst. Daarvoor maak ik een diepe buiging."

Tot u bij de Rode Duivels kwam, was er maar één masseur bij de ploeg.

Nachtergaele: "Ondertussen zijn we met vier. De spelers vragen steeds meer naar ons. Tijdens het vorige WK in Brazilië heb ik ongeveer 300 massages gegeven. Timmy Simons kwam – de keren dat hij erbij was – elke dag, en Yannick Carrasco is ook een liefhebber. Je loopt minder blessures op en herstelt makkelijker van een inspanning als je regelmatig wordt gemasseerd. Sommige spelers zijn er niet wild van – Toby Alderweireld komt maar af en toe – maar er is er geen enkele die zich níét laat masseren.

"Normaal ben ik een uur bezig met één speler, maar bij mannen als Lukaku, Kompany of Batshuayi – gasten met serieuze benen – kan dat uitlopen. De spieren van een voetballer zijn sowieso veel harder dan die van een renner. Wielrennen is uithouding en souplesse, voetbal kracht en snelheid.

"Nu, al die spelers moeten weten dat ik voor iedereen even hard mijn best zal doen. Ik heb genoeg masseurs meegemaakt die een toprenner een kwartier langer onder handen namen dan een knecht. Voor mij waren ze allemaal gelijk, of ze nu Tom Boonen heetten of Wilfried Cretskens."

In het peloton was u evenveel psycholoog als verzorger. Renners legden niet alleen hun kuiten, maar ook hun ziel in uw handen. Zijn voetballers terughoudender?

Nachtergaele: "Ze zijn inderdaad minder openhartig, ze stellen zich niet zo kwetsbaar op. Ze kruipen sneller bij elkaar in kleine groepjes en vinden daar steun. De wielersport is individueler: het is er ieder voor zich. Renners hebben meer nood aan een schouder om op te steunen.

"Masseren is kijken met je handen. Ik vóél het wanneer iemand goed in zijn vel zit. Ze gaan letterlijk en figuurlijk uit de kleren voor mij, hè. Ze geven zich bloot. Dat gebeurt niet van vandaag op morgen, zo’n band bouw je op. Van de laatste 90 dagen voor de voorjaarsklassiekers lag Museeuw er misschien 60 op mijn massagetafel. Met de dag voelde ik hem beter worden. Ik wist het als hij zou knallen. In het voetbal is dat moeilijker te voorspellen: er zijn meer factoren die je niet in de hand hebt.

"In Brazilië was er een probleem met een speler. Marc Wilmots kwam me opzoeken en vroeg: ‘Wat zou er toch aan de hand zijn?’ Wel, nog diezelfde avond had ik het al achterhaald en was het probleem opgelost. Soms vraagt Lieven mij om met een speler te gaan praten. Zo ben ik voor het oefenduel tegen Saudi-Arabië op een speler afgestapt: ‘Vanaf nu zal ik er altijd zijn voor jou. Heb je me nodig, dan kom je maar.’ En het is gelukt: na twee dagen was die speler weer een ander mens. Als ik iemand 2 procent beter kan maken, dan doe ik dat met plezier. In wielertermen uitgedrukt: ik heb nooit een koers gewonnen, maar ik heb wel altijd goed geknecht."

Hebt u veel contact met Roberto Martínez?

Nachtergaele: "Martínez is vooral tactisch en technisch bezig. Hij is een gentleman. Wilmots was anders: die stapte het veld op, gooide zijn arm rond je schouder en trok je mee. Het zijn twee totaal verschillende, maar mooie mensen. Over wat beter is, laat ik me niet uit: ik laat mensen graag in hun waarde."

Dokter Kris Van Crombrugge: "Tot één uur wachten op een plasje"

Onder Marc Wilmots sneuvelde het ene na het andere staflid. Maar dokter Kris Van Crombrugge is een overlever, hij is erbij sinds de Olympische Spelen van 2008 in Peking.

Kris Van Crombrugge: "De coach is de leider, wij zijn de schaduwfiguren. Die rollen mag je nooit omkeren. Als er competitie ontstaat in de entourage, is dat nefast. Wilmots wou meer impact op de staf, Martínez heeft vertrouwen en laat ons werken op onze manier. Je voelt je meer betrokken bij hem. Hij is er zich ook van bewust dat succes afhangt van details. Op zo’n toernooi zijn de spelers lang weg van huis. Dat knaagt soms, vooral als ze een gezin en kinderen hebben. In Brazilië konden ze hun familie na de wedstrijden een halfuur zien, in Frankrijk al een halve dag. Martínez heeft dat nog verder uitgebreid, op voorspraak van de spelers."

Kris Van Crombrugge. Beeld rv

Als Martínez beslist om Vincent Kompany en Thomas Vermaelen ondanks hun blessures toch mee te nemen, dan baseert hij zich daarvoor op uw deskundig advies.

Van Crombrugge: "Vaak zijn wij de boodschapper van slecht nieuws. Een coach moeten vertellen dat zijn speler out is voor de rest van het toernooi, is niet prettig. Het gebeurde in Brazilië met Thomas Vermaelen, en in Frankrijk met Jan Vertonghen die zijn enkel omsloeg op de laatste training voor de kwartfinale tegen Wales, waarna we die match verloren. Het zijn belangrijke beslissingen, met soms grote gevolgen. Ik maak deel uit van het team en ik wil zelf óók zover mogelijk raken, maar het moet medisch verantwoord blijven. Binnen die grenzen gaan wij tot het uiterste. We nemen verantwoorde risico’s, maar laten niet iemand spelen als de kans te groot is dat hij daarna drie maanden buiten strijd is bij z’n club. Ik ken al die clubdokters: ik ben persoonlijk met hen gaan praten en ze vertrouwen mij. Die goede relaties gaan we niet op het spel zetten.

"Nog moeilijker is het als een speler geblesseerd raakt tijdens een wedstrijd. Dan moeten wij in enkele seconden tijd belangrijke beslissingen nemen. In een aantal gevallen is dat zelfs vastgelegd door de FIFA: bij een hoofdtrauma krijgen wij drie minuten – scheidsrechters moeten ons die tijd geven – om te beslissen of een speler verder kan. Omdat zo’n fase zich soms ver van de bank afspeelt, hebben wij ook altijd iemand in de tribune zitten die de beelden kan bekijken om mee de impact te beoordelen."

Jullie zijn met twee dokters. Hoe is de taakverdeling?

Van Crombrugge: "Ik zit op de bank tijdens de wedstrijden. Als een speler zich blesseert, neemt Geert (De Clercq, red.) het over: hij behandelt hem in de kleedkamer en begeleidt hem eventueel naar het ziekenhuis. In Moskou is er één op 20 minuten rijden, met alle vereiste moderne apparatuur.

"Als dokters moeten wij altijd koelbloedig blijven, ook in de euforie van een overwinning. Er kan altijd een speler zijn die ons nodig heeft, en er is sowieso voor minstens twee spelers nog een dopingcontrole. Die spelers moeten wij dan meteen na afloop van de wedstrijd van het veld plukken. Een flashinterview mag nog, maar daarna moeten ze mee. Ze mogen niet eens meer naar de kleedkamer. Sommigen worden daar gek van: je wint en wilt samen met de ploeg genieten, maar in plaats daarvan word je voor een paar uur geïsoleerd. Een speler die 90 minuten heeft gespeeld, heeft al z’n vocht opgebruikt. Dan is het moeilijk plassen. Het gebeurt dat ik daar tot één uur ’s nachts zit. Heel vervelend, voor iedereen, maar vooral voor de speler: die moet dan nog douchen. Alleen, want iedereen is al weg."

Na de wedstrijd tegen Panama werd een training geschrapt en een vrije dag ingelast. Waarom?

Van Crombrugge: "Spelers die vermoeid zijn, presteren minder goed. Rust en recuperatie zijn even belangrijk als trainen. Na een avondwedstrijd hebben ze vaak moeite om de slaap te vatten. Bij sommigen houdt de adrenaline hen tot drie of vier uur ’s nachts wakker. De meesten zoeken elkaar nog wat op of spelen Playstation.

"Voetballers zijn al lang geen softies meer. Zo’n WK is een uitputtingsslag, mentaal én fysiek. Naarmate het toernooi vordert, nemen de klachten toe. De stress loopt op, zet zich vast op het lichaam en dat vergroot de kans op blessures. Het voetbal is enorm verhard, spelers moeten behoorlijk wat pijn verdragen. Nu, het verschil in pijndrempels is groot: Marouane Fellaini zou door een muur lopen, anderen hebben wat meer schrik om een blessure op te lopen. Van Yannick Carrasco is geweten dat hij last heeft van chronische ontstekingen, hij is altijd op zijn hoede. Hij speelt in China en daar krijgt hij te maken met een andere geneeskunde. Niets mis mee – acupunctuur wordt hier ondertussen aanvaard als een goede techniek, en onze kinesisten plaatsen soms ook een microscopisch klein naaldje om een spier te ontspannen – maar de sportgeneeskunde staat er nog niet op ons niveau."

Welke spelers kennen hun lichaam het best?

Van Crombrugge: "Vincent Kompany: na zoveel blessures heeft zijn lichaam geen geheimen meer voor hem. Ook Simon Mignolet is er dag en nacht mee bezig. Nu, spelers op dat topniveau voelen altíjd wel iets. Dat hoeft nog niet te betekenen dat er schade is, maar we bekijken het wel altijd. De FIFA hecht daar ook veel belang aan. Zij willen dagelijks een rapport van hoelang we getraind hebben, hoe zwaar de trainingen waren, of iemand zich geblesseerd heeft... Met al die informatie maken zij statistieken. Voor mij betekent het elke avond wel een pak extra administratie."

Wordt u ’s nachts weleens uit uw bed gehaald?

Van Crombrugge: "Niet vaak, maar het gebeurt soms dat een speler misselijk is of niet kan slapen. Dan ga ik even kijken."

Maakt u vrienden onder de spelers?

Van Crombrugge: "Je praat weleens met elkaar, en dan gaat het er heel amicaal aan toe, maar verder gaat het niet. Zij zijn ook gesteld op hun privacy. Ik ben 52, het zijn ook geen leeftijdsgenoten, hè (lacht)."

Teammanager Piet Erauw en materiaalman Jurgen Van der Mijnsbrugge: "De tenues wassen kost 1.500 euro"

Als er een rijzige blonde man van de Belgische bank opspringt met in zijn handen een blad papier voor de vierde scheidsrechter, dan ziet u teammanager Piet Erauw en weet u dat er een wissel op til is. In een vorig leven was Erauw materiaalman. Zo zijn er drie in Moskou, en Jurgen Van der Mijnsbrugge is één van hen.

Jurgen Van der Mijnsbrugge. Beeld rv

Jurgen Van der Mijnsbrugge: "Piet heeft geluk: hij ziet altijd de hele wedstrijd, wij niet. De eerste tien minuten missen we, en tijdens de tweede helft zijn we al bezig met inpakken. Alleen het laatste kwartier pikken we nog mee. Er hangen wel televisietoestellen in de kleedkamers, maar dat is niet hetzelfde.

"De materiaalmannen zorgen ervoor dat alles in het hotel en het trainingscentrum in orde is. Vergelijk het met roadies in de muziekwereld. De reisdagen zijn het zwaarst. We sleuren kisten met 3,5 ton aan materiaal mee, die we door de douane moeten krijgen en naar het hotel transporteren. Terwijl de spelers en de rest van de staf eten, rijden wij al door naar het stadion en leggen we alles klaar voor de training. Na de training ruimen we alles weer op en beginnen we aan het flocken van de shirts: we brengen het logo, de naam en het rugnummer aan. Wij vertrekken al anderhalf uur voor de spelers naar het stadion, waar we de wedstrijdoutfits klaarleggen.

"Na de matchen op het WK vliegen we ’s avond nog terug naar Moskou. Maar tegen dat we alle vrachtwagens weer hebben in- en uitgeladen, is het drie, vier uur ’s nachts. Ook al is de training de volgende ochtend pas om elf uur, om acht uur zijn wij alweer wakker om die voor te bereiden. Werkdagen van vijftien uur zijn geen uitzondering, het stopt nooit."

Erauw is de administratieve duizendpoot van het team. Hij staat in voor de communicatie met de wereldvoetbalbond FIFA, regelt de verplaatsingen, boekt de hotelkamers, stuurt de menu’s door en brengt de accreditaties voor de 55-koppige delegatie in orde.

Piet Erauw. Beeld rv

Piet Erau: "Mensen lastigvallen, dat is wat ik doe. De Rode Duivels spelen allemaal bij topclubs waar alles tot in de puntjes is geregeld. Dat niveau moeten wij proberen te evenaren. De spelers kunnen altijd bij mij terecht. We hebben zelfs een Whatsapp-groepje, waarin ik programmawijzigingen kan doorsturen. En toch staan ze soms nog voor mijn deur. Dan denk ik weleens: zijn ze dan niet de hele dag met hun smartphone bezig? (grijnst)"

Voor Roberto Martínez is het zijn eerste toernooi als bondscoach.

Erauw: "Maar voor ons niet, dus proberen wij hem onze ervaring zoveel mogelijk mee te geven. Martínez wijzigt vaker dan Wilmots nog in laatste instantie het programma. Dat mag niet altijd zomaar van de FIFA, dus daar wijzen wij hem dan op. Bovendien heeft zoiets gevolgen voor pakweg de maaltijden in het hotel en de planning van de masseurs."

Van der Mijnsbrugge: "Wilmots had als voordeel dat hij zelf al WK’s had gespeeld."

Wie doet de was?

Erauw: "Jean. Hij doet niets anders dan de wasmachine laten draaien, drogen en plooien. Wat hij aan geld uitspaart voor de voetbalbond! De FIFA heeft prijsafspraken gemaakt met de hotels, maar dan nog blijft de was uitbesteden een dure zaak. Voor shorts, shirts en sokken van 23 spelers en de trainersstaf kom je al gauw aan 1.500 euro per wasbeurt."

Van der Mijnsbrugge: "Tel daarbij de kledij die ze overdag dragen: dat is een berg was. Het kost makkelijk 3.000 à 4.000 euro om dat allemaal te laten wassen."

Worden voetbalschoenen nog gepoetst?

Erauw: "Daarvoor hebben we een soort stoomoven. Jan Vertonghen is daarmee afgekomen. Bij zijn club Tottenham gebruikten ze al zo’n boot steamer. Je steekt de schoenen erin, het leer wordt soepeler en de schoen aangenamer om te dragen. Nu, tegenwoordig zijn de meeste schoenen van plastic, het ergste vuil komt er makkelijk af. Blink aanbrengen en oppoetsen is niet meer van deze tijd (lacht)."

Van der Mijnsbrugge: "Ook de sokken zijn voor veel spelers iets delicaats. Adidas is onze kledijsponsor, maar sommige spelers – Kompany en Vertonghen onder anderen – zijn gehecht aan iets wat uit Engeland is komen overwaaien: de antislipsok van Trusox. Let er maar eens op, ook in de Champions League: als je van die kleine wit-zwarte vierkantjes ziet achteraan op de sokken, weet je dat het er van Trusox zijn. Om de spelers ter wille te zijn, maar toch geen problemen te krijgen met Adidas, knippen we het bovenstuk van een Adidas-kous eraf en naaien dat vast aan zo’n sok van Trusox. Een extra werkje, dat we al vóór de afreis naar Rusland deden – allee, mijn vriendin heeft al dat werk gedaan (lacht)."

Zijn er spelers die altijd dezelfde sokken aantrekken? Of andere bijzondere rituelen?

Erauw: "Moussa Dembélé zal altijd bidden, desnoods in de doucheruimtes. En Dries wil altijd als laatste het veld opkomen. Maar gasten die altijd dezelfde onderbroek of sokken aantrekken? Nee, die zijn er niet."

Relaxen jullie soms samen met de spelers?

Van der Mijnsbrugge: "Heel uitzonderlijk. In Brazilië zijn Moussa, Dries, Jan en Steven Defour ons één keer komen halen om kubb te spelen. Maar wij moeten de spelers ondersteunen, het is niet de bedoeling dat wij hen ook nog eens in hun vrije tijd gezelschap houden. We zijn niet op vriendenkamp, hè. Het belangrijkste is dat de spelers goed met elkaar overeenkomen. En dat lukt heel goed, er wordt wat afgelachen. Als Vermaelen in de kleedkamer komt, kun je er gif op innemen dat zijn kledij plots weg is. Veel kans dat hij ze dan bij Jan of Moussa moet gaan zoeken."

Erauw: "Zelf zijn we ook niet vies van wat humor, je moet je niet laten doen door die gasten. Thibaut Courtois is ook zo’n grapjas. En Laurent Ciman: een figuur, hoor! Hij is er nu niet meer bij, maar wat hebben we al gelachen met hem. En onderschat ook Nacer Chadli niet."

Donderdag speelt België tegen Engeland zijn derde groepswedstrijd. Waarop hopen jullie?

Erauw: "Vanuit ons logistiek oogpunt is de tweede plek in de poule het handigst. Dan blijven we in Moskou. Als we de groep zouden winnen, moeten we naar Rostov, en dan weten we niet in welk hotel we terechtkomen. De FIFA regelt dat dan voor ons, en dat kan tegenvallen. Voor onze achtste finale vier jaar geleden tegen de VS zaten we in een afschuwelijk slecht hotel. Smerige kamers, ongedierte, overal luidruchtige Amerikaanse fans. Jurgen heeft die nacht op een massagetafel geslapen. De volgende dag hebben we meteen een ander hotel gezocht."

Kevin De Bruyne wordt 27 de dag van het duel tegen Engeland. Wordt dat gevierd?

Van der Mijnsbrugge: "Met een taartje, misschien. Nu, ik word diezelfde dag 40. Geef mij als cadeau maar een plaats in de finale! We hebben alles voorbereid voor zeven wedstrijden. Het zou jammer zijn mocht al dat werk voor niets geweest zijn en we die zevende wedstrijd niet halen."

Laten we afspreken dat jij de andere finalist mag kiezen: wie wordt het?

Van der Mijnsbrugge: "Voor de oefeninterland twee jaar geleden tegen Spanje (de eerste wedstrijd van Roberto Martínez als Belgisch bondscoach, red.) hadden de Spanjaarden een stapel handdoeken van ons geleend. De afspraak was dat ze die na de match in de kleedkamer zouden laten liggen. Maar toen we ze daar gingen halen, bleken hun tactische richtlijnen nog aan de muur te hangen. We hebben ze meegenomen, wie weet komen ze nog van pas. Nu, in Rusland moeten we er niet aan denken om in een andere kleedkamer binnen te raken."

Erauw: "Meestal staan er van die kleine mannekes voor de deur."

Van der Mijnsbrugge «Bréde mannekes (lacht)."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden