Zaterdag 04/04/2020

De teloorgang van de Lourdeshoek

Geen vergeten straat, zoals bij Louis Paul Boon maar een vergeten wijk. Dat werd het lot van de ooit zo levendige Lourdeshoek in de Gentse havenbuurt. Vorige eeuw groef men het Grootdok uit en liet men het vol water lopen. Zeeschepen meerden aan, maar de volkswijk langszij kwijnde weg. Na jaren gedoe over onteigening ligt de Lourdeshoek nu plat. Of bijna, want drie bewoners kunnen niet wijken: Marcella, Benno en Rocky; een invalide vrouw, haar lassie en haar Duitse scheper.

Door Marijke Libert foto's Stephan Vanfleteren

Een naar gezicht is het 's avonds. Gebroken whiskyflessen, wat huisraad, zekeringen, staalkabels en uitwerpselen. Voor de rest nachtelijke nevel. Vaag gedruis weerklinkt van op de laadkaaien iets verderop. De Meeuwstraat, tussen Port Arthurlaan en New Orleansstraat, is één afval- en modderspoor geworden. Overdag daveren tegen het eenrichtingsverkeer in, series tientonners voorbij. Een groot verschil is dat met honderd jaar geleden, toen bedevaarders in de meimaand via deze kasseiweg naar Oostakker togen, richting Lourdesgrot: één aansluitende optocht, één langgerekt Magnificat.

Nu rest er nog een zestal huizen zonder voordeuren en met halve gevels. Binnen houden stukken muurkast, rondslingerend bestek en doorkerfde hoeksalons nog even de illusie van bewoning vast. Van één huis, iets naar achteren, bleven de contouren ongewijzigd, staan alle muren nog overeind. Er brandt licht. Marcella doet echter nooit open als het donker wordt. Honden blaffen dreigend en krassen aan de binnenkant. Erna, onaardse stilte.

Twaalf uur later, bij daglicht, vinden we binnen drie van de wereld verstoken wezens. De twee luidruchtigste, Benno en Rocky, worden naar de voorkamer 'weggeleid'. Het baasje, Marcella Van Bastelaere (62), zet voor ons een straffe bak troost. "Ik doe dat nog zo consciëntieus als toen ik in de chique patisserie Vendôme aan de Veldstraat werkte. Koffie is belangrijk in een mensenleven." Ze kijkt rond. "Tja, het is maar wat je een mensenleven noemt, nietwaar?" Marcella woont in een krot, het water zeikt er van muren, die dubbeldik zijn door zwammen en schimmelgroei. Geen reepje behangpapier houdt het nog tegen de wakke wand.

Marcella: "Ik hou de bulldozers tegen, de pletwalsen stoppen aan mijn deur. Het is niet dat ik hier uit protest blijf wonen. Welnee. (schudt het hoofd) Kijk rondom u. Wat kan een mens hier binden? Niets. Dit huis is meer dan uitgeleefd. Ik verblijf in twee kamers beneden, in de buurt van het enige elektrische vuur dat me kan opwarmen, want de gasbrander is kapot. Alles is wak en vies en vuil. Eigenlijk is het ondoenbaar, maar toch zit ik hier. Niet omdat ik wil, maar omdat ik van de stad, die eigenaar is van dit pand, geen alternatief kreeg aangeboden. De stad heeft de buurt onteigend, dus vind ik dat de stad mij een nieuw huurhuis moet aanbieden. En een dat me ligt. Want ooit wilden ze mij een appartement geven. Ze zeiden dat de honden mee mochten. Later bleek het een soort studio te zijn met 'honden niet welkom' als voorwaarde." Ze zucht.

We zijn bij het moeilijke punt beland. De honden. Twee stuks, doorvoed en toch alert, maar veroordeeld tot binnen blijven. Marcella: "Het is veel te gevaarlijk met dat zware verkeer. Vorig jaar zijn ze een laatste keer buiten geweest om mijn ex-man te bezoeken die op sterven lag. Hij had altijd een goede band met die beesten. Ik heb de voorbije maanden naar een pleeggezin gezocht, maar dat lukte niet. Een asiel is uitgesloten. Toen zei iemand me: steek ze bij een boer. (armen in de lucht) Een boer! Dat betekent: aan de ketting en buiten. Dat zijn mijn honden niet gewoon, dat zijn eerlijk gezegd luxepaarden."

Benno, de lassie, en Rocky, de scheper, hebben een prinsenleven. "Ik heb nooit kinderen gehad. Die honden zijn mijn kroost. Ze slapen op kussens, in de zetel, ze krijgen dagelijks elk hun vijf sandwiches met américain en paté. In het weekend is het echt feest. Op zaterdag spirelli bolognaise en op zondag elk hun halve kip. Benno was zeven weken toen hij bij mij kwam en is echt als mijn kind; Rocky, die bij een vorige eigenaar misbruikt werd, moet met veel liefde en begrip worden omringd. Ikzelf kan ook niet zonder hen. (zucht) Ik heb mijn portie miserie gehad het voorbije half jaar. Dagvaarding op dagvaarding, water en elektriciteit afgesloten, en onlangs hadden ze ineens een oplossing bedacht: een huis in Oostakker, voor drie maanden. Zie je mij twee keer in drie maanden tijd verhuizen, met mijn hele hebben en houden? Mijn advocaat, Bruno Soenen, heeft de stad nu verantwoordelijk gesteld voor het feit dat ik geen nieuwe huisvesting heb."

Volgens meester Soenen zou het de laatste week zijn dat Marcella in haar huisje zit, de vrederechter beraadt zich over een oplossing. Marcella: "Dat weet ik niet. Ik wacht af. Zoals ik al jaren wacht. Toch is elke dag in dit doorweekte huis me er een te veel. Ik woon hier tien jaar. Het was een heel speciale buurt naar het schijnt, mensen leefden hier echt samen zoals in andere volkswijken zoals Muide of Meulestede ook gebeurde. Ik ben echter nogal een huismus. Ik hoefde dat 'samen' niet."

"Gezond wonen was het hier de voorbije jaren ook niet meer. Veel stofdeeltjes in de lucht en ook veel stank. Ik herinner me de tijd van de varkenspest en de vogelgriep, toen lagen de loodsen hierachter vol met krengen, omdat het een noodsituatie was. Later werden die krengen naar het vilbeluik overgebracht. Je kunt je voorstellen, in de zomer, wat voor een stank vrijkwam toen die hangars opengingen om vrachtwagens te lossen of te laden. Als de wind goed zat, was het ondraaglijk. We moesten ons huis afplakken, deuren en ramen, met kleefband. En we hadden ook veel meer last gehad van de industrie, de lijmfabriek: neerslag in de tuin, over gewassen en op het wasgoed. Niemand hing hier de laatste jaren nog zijn lakens buiten."

'Enkel voor 55-plussers' hangt er op de voordeur van het clubhuis voor senioren, in het uiterste hoekje van de Meeuwstraat. Marcella's huis is namelijk niet het enige pand waar nog een 'va et vient' is. In het clubhuis van Meulestede zit volk, het is er behaaglijk warm, er wordt een kaartje gelegd, een mop verkocht, op gestelde tijden zelfs een dans ingezet. En dat alles 's namiddags tussen twee en zes, onder het goedkeurend oog van vrijwillige waardin Viviane. Al 22 jaar houdt ze 't huizeken, zo noemt zij het, open. Ook hier één onderwerp dezer dagen: de onzekere toestand.

Viviane: "Marcella's huis moet wijken voor de industrie en wij moeten misschien weg voor een rotonde. Zeggen ze. Echt weten doen we het niet. Het blijft onduidelijk. Als het clubhuizeken dicht moet en verhuist naar een paar straten verder, ben ik er ook mee weg. Dan blijf ik thuis bij mijne vent. Misschien dat de andere klanten hier het niet erg vinden, om elders naartoe te gaan, ze mogen toch voor niets rijden met de bus. Alhoewel (twijfelt), hier kent iedereen elkaar, dat schept een band. Sommigen zijn van de Lourdeshoek en verhuisden naar een paar straten verder maar komen toch naar hier terug. De grond blijft trekken en... er is altijd ambiance. Ge ziet dat. Het is een levendig publiek. Het was ook zo'n levendige wijk vroeger, altijd voor elkaar in de weer."

"Er staat hier wel 'voor 55-plussers', maar we laten ook jongere mensen binnen. Mensen die geen werk hebben, of die van hun job naar huis komen. Die een potje koffie en wat gezelschap willen als het een triestige namiddag is. Je kunt ook niet de hele tijd naar de televisie kijken, toch? Het is hier een blij gebeuren, nog altijd. En als we met genoeg vrouwkes zijn, leg ik een cd op en placeren we een walske. Vrouwen met vrouwen, zo gaat dat hier. En een plezier dat we hebben. De kaarters mokken dan soms dat ze hun aandacht niet bij het spel kunnen houden, maar die dien ik dan van antwoord met: in een café is er ook muziek."

In de hoek zit Stafke, een reguliere en stille klant, gelukzalig te wezen. Viviane: "Die hoor je dus niet. Hij komt om twee uur binnen, zet zich op zijn vaste stek, bestelt zijn biertje en kijkt naar buiten. Hij lacht en is gelukkig en hij blijft tot ik hem buiten smijt. Bij wijze van spreken. Neem dit clubhuizeken weg en, tja, waar moet Stafke dan naartoe? Ik weet het niet."

"We hebben hier wel even schrik gehad de voorbije jaren. Toen die huisjes waren verkocht, onteigend en leeg stonden kwamen hier ineens krakers zitten. Raar volk. Af en toe verdwenen uit mijn bar flessen korte drank en op een nacht zijn hier alle koeken en chocoladerepen gestolen. Een paar dagen later komt er een agent in burger binnen met een grote plastieken zak. Hij giet die uit, op de toog hier, voor mijn ogen. Al mijn koeken en al mijne chocolat. Gevonden zei hij, bij een aanhouding. Ik zeg niet dat het de krakers waren, maar ik heb een vermoeden."

"Tja, het is de voorbije twintig jaar veranderd, het is niet meer zo leutig als vroeger. We hebben hier wat uitgespookt in 't huizeken maar dat is misschien niet voor de krant. We gingen ook met den bus weg, een paar keer in het jaar. Vorig jaar heb ik dat weer georganiseerd. Twee keer. Een keer paling eten en een dag naar Blankenberge. En maar om tien uur weer thuis. Twee tot drie keer per jaar is het souper, met de winst van de kas, want wat overblijft gaat terug naar de mensen. En dan is het feest. Tja, als dat wegvalt, zal ik het gehad hebben. Dan blijf ik maar thuis bij de tv. Mijn man zit daar nu altijd al, hij komt nooit naar 't clubhuis. Om twaalf uur 's middags, als ik naar hier vertrek, zet hij zijn tv aan en die blijft dan open staan tot twee uur 's nachts. Ik kijk ook televisie, daar niet van, maar ik kijk alleen als het schoon is. Voor mijn man is het, geloof ik, allemaal schoon. Het schoonste voor mij zijn de mensen en de contacten. Maar, als die wegvallen, heb ik nog mijn herinnering. Lourdeshoek plat of niet, dat pakken ze mij niet af."

Als je in het clubhuis of in de wijk rond Lourdeshoek vraagt wie het meeste van de buurt afweet dan komt als uit één mond: 'Jeanne van de winkel'. Jeanne (77) is een heel lucide en grappige vrouw, middenstander, die een paar eigendommen had in Lourdeshoek en die er tot in de jaren zestig zelf woonde. Nu woont ze met haar man Gustaaf (80) in het tweede deel van de Meeuwstraat, nabij Meulestede kerk, een wijk die van de sloophamer gespaard blijft. Voorlopig althans.

Jeanne: "Maar Lourdeshoek, dat was Oostakker en niet Meulestede of Gent. Dat kwam later, toen de havengeul vol water liep en wij van Lourdeshoek ineens van de wereld leken afgesloten. Toen we enkel nog een uitzicht kregen op silo's en laadkaaien en loodsen en water. Ineens was het Lourdeshoek en stop. Geen uitweg meer. Maar administratief werden we Gent, al bleven wij ons iets aparts voelen, iets 'op ons eigen'. Speciale mensen zijn het, die van de Lourdeshoek, het was in de buurt altijd gezellig. Wij hielpen elkaar. De een had de sleutel van het huis van de ander. En zij die later een beetje verder gingen wonen, deden het verder, doen het nog: sleutels geven."

Gustaaf: "Het waren fatsoenlijke mensen, die door hard werken en sparen in staat waren een eigen huisje te kopen."

Jeanne: "En ook in huis werkten we hard. Mooi houden en proper inrichten. Weet ge nog, Gustaaf, dat wij een van d' eersten waren die een badkamer hadden. Kort na de oorlog. Daarna volgde de rest. Mijn hoofd af of Lourdeshoek was de eerste Gentse wijk waar iedereen een badkamer had."

Gustaaf:" Het zou goed kunnen. De eerste kraantjes met stromend water. Ik herinner mij nog dat de mensen daar van ver naar kwamen kijken. Dat er iets uit kwam zonder te pompen."

Jeanne: "De mensen hielpen elkaar ook als er te metsen viel of te behangen of loodgieterij gelegd. Nooit kwamen er vreemde stielmannen in die huizen. En feesten, dat konden we ook als de besten. Tegenwoordig moeten ze eerst subsidie krijgen om bij elkaar te komen. Cheques voor straatfeesten en barbecues, hadden wij niet nodig. Dat ging vanzelf."

Gustaaf: "Tot we hoorden dat ze de wijk zouden plat leggen. Ho, was dat vijftien jaar geleden of meer?"

Jeanne: "Ik weet het ook niet meer, lang geleden. En kijk, pas vorig jaar zijn ze er met de bulldozers over getrokken. Het is te zeggen, tot voor Marcella's huis. Wat ik weet is dat het een beetje ons eigen schuld is dat we die Lourdeshoek kwijt zijn. Jawel, Gustaaf, ik denk dat en ik weet waardoor. Ik heb altijd een beetje mijn nek uitgestoken en misschien is dat niet altijd goed geweest. Weet je nog, het begon met die sneeuw."

Gustaaf (lacht): "Tja, op een dag staan we op. Lag heel de Lourdeshoek vol sneeuw. Alleen de Lourdeshoek, hé. Was geen sneeuw natuurlijk, maar neerslag van 't fabriek, landvet zeggen wij, een vetstof die op het land werd gebruikt. Dat was ontsnapt en op onze wijk terechtgekomen."

Jeanne: "Niet gezond. Nu, we zijn beginnen protesteren en dat is misschien onze ondergang geweest."

Gustaaf: "Want na de witte kwam de zwarte sneeuw, stof van de kolen, overgewaaid van een fabriek in Oostakker."

Jeanne: "Je kon je was niet meer buiten hangen, alles zat onder het roet. We hebben toen de journalisten erbij geroepen. Ik ben zeker dat de stad toen gezegd heeft: we gaan die lastige wijk daar schoon opruimen. Zijn we van dat gedoe af."

Ook logisch dat de wijk weg moest, als het er ongezond wonen was? Jeanne: "Het is maar hoe je het bekijkt. De koolstof is nu weg, de fabriek is gesaneerd en als we sneeuw krijgen is het die uit de lucht, niet uit de ovens van de fabriek. Nee, echt, ik kan me niet van het gedacht ontdoen dat wij onze eigen put hebben gegraven door zo ambetant te doen. (pauzeert) Het was wel een vreemd gevoel hoor, toen we een half jaar geleden die eerste huizen tegen de vlakte zagen gaan. Gustaaf en ik zijn daar geboren, we zaten er op school, werden er verliefd."

Gustaaf: "We woonden twintig meter van elkaar, we kwamen elkaar te veel tegen om gezond te blijven. (lacht luid)"

Jeanne (zucht): "Maar iedereen die hier in de buurt bleef hangen voelt dat en zegt dat. Je blijft elkaar ook tegen komen. Het is alsof de Lourdeshoek, zelfs verspreid, nog altijd aaneen hangt."

'Jeanne van de winkel':

Speciale mensen zijn het, die van de Lourdeshoek, het was in de buurt altijd gezellig. Wij hielpen elkaar. De een had de sleutel van het huis van de ander

Marcella Van Bastelaere :

Het is niet dat ik hier uit protest blijf wonen. Maar de stad, die eigenaar is van het pand, heeft me geen alternatief aangeboden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234