Dinsdag 15/10/2019

Wetstraat

De technocraat valt snel van zijn voetstuk

Financiënminister Johan Van Overtveldt (N-VA) Beeld Wouter Van Vooren

Ze werden als technocraten aangeprezen: wijze mannen die zich niet laten vangen aan dagjespolitiek en doen wat moet. Intussen staat het gezag van ministers Koen Geens (CD&V) en Johan Van Overtveldt (N-VA) meer en meer onder druk. Zoals verwacht.

Kent u de carrièrepoliticus? Volgens de overlevering stapt die 's ochtends op de (gratis) trein, klopt zijn uren in de afzondering van het parlement, werkt zijn dossiers af, zaagt aan de poten van een paar collega's, en neemt 's avonds de trein terug.

Op een dag kan een carrièrepoliticus minister worden. Maar vraag hem dan niet naar een uitgesproken visie, vraag hem niet om zijn nek uit te steken. Uiteindelijk wil hij vooral zijn plaatsje behouden. Hij kent en heeft niets anders dan de politiek.

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) en minister van Justitie Koen Geens (CD&V) zijn niet dit soort politicus. Zij hebben hun sporen verdiend buiten de politiek en zijn pas nadien verhuisd naar de Wetstraat, als zogenaamde technocraten. Naast oud-hoofdredacteur van zakenblad Trends is Van Overtveldt doctor in de economie, was hij kaderlid van de bank BBL, stond hij aan het hoofd van Shoeconfex en werkte hij voor het ondernemersplaform VKW en de denktank Metena. Een rekenknobbel met een naam.

Geens' loopbaan bracht hem van rechtenprofessor in Leuven over zakenadvocaat bij Eubelius tot kabinetschef van Kris Peeters (CD&V). In 2013 stapte hij als 'de Vlaamse Mario Monti' in de actieve politiek toen minister Steven Vanackere (CD&V) ontslag nam. Tijdens zijn eerste, nogal klunzige tv-interview merkte Terzake-anker Kathleen Cools op dat hij "echt nog niet als een politicus praat".

Van Overtveldt en Geens werden geadverteerd als 'ideale ministers'. Want als ons systeem naar iets snakt in crisistijd, dan zijn het maagdelijke leiders die met echte kennis van zaken snel beslissingen nemen. Het idee is dat zij verder zullen kijken dan de volgende verkiezingen. Iets wat carrièrepolitici maar niet lukt. Die laten nodige hervormingen altijd weer verzanden.

Maar wat blijkt? Anderhalf jaar nadat Van Overtveldt en Geens op hun droomdepartement zijn begonnen, hebben ze beiden veel moeite om overeind te blijven. Hun aura is verdwenen en ook hun autoriteit lijkt meer en meer af te brokkelen.

Te weinig volgers

Van Overtveldt wordt aangevallen door CD&V, en ook een beetje door Open Vld, omdat de belastinginkomsten tegenvallen. Het gerechtelijk apparaat revolteert tegen Geens omdat hij de kantjes afloopt van de scheiding der machten en rechters bekritiseert. Wat in beide gevallen terugkeert, is een gebrek aan 'volgers'. Stap binnen in een willekeurige leiderschapscursus en les één is: zorg dat je als nieuwkomer genoeg mensen achter je schaart, met wie je het debat kunt aangaan zonder dat ze je meteen openlijk afvallen.

Van Overtveldt heeft de laatste maanden steeds meer ergernis opgewekt bij zijn coalitiepartners door ballonnetjes op te laten in de media zonder dat met hen te bespreken. Een ongefundeerd voorstel om de vennootschapsbelasting te verlagen, lijkt de druppel. Geens wordt verweten dat hij Justitie te autoritair leidt. Advocaten en magistraten zeggen dat ze wel mogen spreken op vergaderingen, maar dat hij niet luistert. Niet de beste aanpak voor een beroepsgroep die sowieso allergisch is voor politieke inmenging.

Dat Geens dit niet anders aanpakt, verrast toch enigzins. Hij is doorgaans realistisch genoeg om te beseffen dat als er grote hervormingen worden doorgevoerd, de uitkomst een lelijk beest is."Alleen heb je elegante en manke dromedarissen", heeft hij daar al over gezegd. De nieuwe bankenwet die hij doorvoerde als financiënminister is hier een voorbeeld van. Deze keer lijkt Geens echter gebrand om zijn visie desnoods door te drukken, in de overtuiging dat Justitie na decennia stilstand dringend moet bewegen.

"Geens is een topadvocaat, die als minister een bekend terrein betreedt", zegt Rik Van Cauwelaert, columnist bij De Tijd en levende encyclopedie van de Belgische politiek. "Maar nu moet hij aansturen en dan stoot hij, net als de gewone politicus, op problemen."

De tegenstellingen tussen de Nederlandstalige en de Franstalige magistratuur, bijvoorbeeld. De gevoeligheden liggen in elk kamp anders en de twee verzoenen blijft moeilijk. Zijn voorganger Annemie Turtelboom (Open Vld) raakte ook niet voorbij dat obstakel. Kijk naar Luc Hennart, de voorzitter van de Brusselse rechtbank, die de vrijlating van de van moord verdachte politicus Christian Van Eyken (Défi) niet weet aan een dwaze vormfout, maar aan het personeelsgebrek. Geens smeerde hem pardoes een audit aan zijn broek.

"In zo'n situatie moet de beroepspoliticus bovenkomen", zegt Van Cauwelaert. "Daar hapert het vaak bij de professional. Al zie ik het goedkomen met Geens. Hij heeft ervaring en komt uit een politiek nest. Zijn schoonvader was nog staatssecretaris."

Voor Van Overtveldt liggen de kaarten iets anders, aangezien hij een echte novice is. Bovendien weegt zijn verleden meer door. Leg als minister maar eens uit waarom het begrotingstekort zo hoog blijft als je vroeger alle oplossingen op een half A4'tje kreeg. Toen de N-VA'er vorig weekend werd aangevallen, stonden collega's te likkebaarden bij het idee dat die buitenstaander ook in het moeras verdween.

Op zo'n moment is het iedereen tegen iedereen en met alle wapens. Van Overtveldt lijkt daar soms nog van te schrikken. Hij blijft een gentleman, ook achter de schermen. Hij wordt daar om geprezen en bekritiseerd. Zo vinden sommige regeringsleden dat hij te zacht heeft onderhandeld met Europa over het Belgische begrotingstekort en de belastingvoordelen voor multinationals in ons land.

Van Cauwelaert: "Als journalist is een redenering logisch, tot je als minister de politieke realiteit ziet. Zolang Van Overtveldt spreekt over Europa kan hij weinig fout doen. Maar over de taxshift of fraudebestrijding trapt hij snel op zere tenen." Politiek filosoof Thomas Decreus (KU Leuven) sluit zich daarbij aan. "Kennis is een noodzakelijke voorwaarde, maar dat is niet genoeg om succesvol te zijn. Een technocraat kan nooit aan de politieke logica ontsnappen. Politiek is ook omgaan met conflicten, compromissen sluiten."

Justitieminister Koen Geens (CD&V) Beeld BELGA

Whizzkids

Veel ervaring met technocratische ministers of bestuur hebben we niet. De academische wereld, het bedrijfsleven en de politiek zoeken mekaar geregeld op, maar de successen zijn dun gezaaid. En als er een opduikt, is de houdbaarheidsdatum beperkt.

Het typevoorbeeld is Mieke Offeciers. Zij werd in 1992 als begrotingsminister uit de hoge hoed getoverd door Jean-Luc Dehaene (CD&V). De toen 39-jarige had haar sporen verdiend in het bedrijfsleven, onder meer bij de voorloper van werkgeversorganisatie VOKA. Het waren de voorbereidingsjaren voor de euro, jaren van torenhoge schuldenbergen, begrotingstekorten, crisis, besparen, het licht aan het einde van de eeuwige tunnel. Na amper dertien maanden hield Offeciers het bont en blauw geslagen voor bekeken.

Econoom Paul De Grauwe zat voor de liberalen tot 2003 met tussenpozen in de Kamer en Senaat, maar kon geen enkel verschil maken en keerde terug naar zijn Leuvense alma mater, Alzheimer-specialiste Christine Van Broeckhoven (sp.a) vluchtte na drie jaar terug naar haar labo. Haar collega's Eva Brems (Groen) en Marleen Temmerman (sp.a) zijn ondertussen ook van het toneel verdwenen. Net zoals Rik Torfs (CD&V), die in zijn afscheidsinterview gedesillusioneerd toegaf dat "er zo veel dingen lastig zijn aan dit beroep".

"Je bent volkomen ongebonden en plots zit je in een partijharnas. Veel mensen zijn daar op stukgelopen", zegt Van Cauwelaert. "Nieuwe borstels vegen altijd beter, maar zeker als minister moet je soms keuzes maken tegen je partij of coalitiepartners in." De professoren Hugo Vandenberghe, Mark Eyskens (beide CD&V), Johan Vande Lanotte (sp.a) konden zich wel langer verzoenen met de taaie politieke zeden. Frank Vandenbroucke (sp.a) werd na een succesvolle carrière buitengepest door zijn eigen partij.

Vandenbroucke toont waar veel politieke whizzkids niet om heen raken. Het is één zaak om een probleem te kunnen filteren uit oneindig veel Excel-sheets. Maar het is nog een heel andere zaak, een politieke kwestie, om dat probleem opgelost te krijgen. Voorbeelden hiervan zijn ook iets verder van huis te vinden. In Griekenland en Italië werden in 2011, tijdens het hoogtepunt van de crisis, apolitieke technocraten ingezet om de boel recht te houden. De resultaten waren op zijn zachtst gezegd wisselend.

Gulden middenweg

In Griekenland kwam de econoom Lucas Papademos aan het hoofd van een interim- regering, maar ook hij stootte meteen op vechtende partijen en groot verzet tegen de gevraagde hervormingen bij de ambtenarij, de vakbonden en het legerapparaat. Mario Monti's poging in Italië was verdienstelijker. De econoom en oud-eurocommissaris bracht het noodlijdende land weer op het juiste spoor, maar tijdens de daaropvolgende verkiezingen verloor de stoffige professor kansloos van clowns als Silvio Berlusconi en Beppe Grillo.

In ons land werd één keer een echt technocratisch kabinet aangesteld. In de jaren 30 werd een 'bankiersregering' gevormd om het land met ervaringsdeskundigen uit de economische put te halen waarin het na de beurscrash van 1929 was gevallen. Onder meer Camille Gutt, na de oorlog de eerste voorzitter van het IMF, moest de devaluatie van de frank vermijden. Maar dat bleek al snel onhaalbaar. De 'bankiers' voelden de bui hangen en stapten op. Even later daalde de waarde van de frank met een kwart.

"Wijze, grijze mannen een politiek mandaat geven is een manier om de illusie van vertrouwen te wekken. Het is een mythe die blijft terugkeren en waarvoor mensen blijven vallen", zegt Decreus. "Noem het een pijnstiller in crisismomenten."

Weg met de technocraten dus? Daar is professor Fiscaliteit Michel Maus (VUB) het niet mee eens. Hij overwoog dit jaar om zijn eigen technocratische partij op te richten. En hij blijft achter zijn punt staan: "Er is meer expertise nodig in de Wetstraat."

Maar hoe moet dat dan concreet? Van die eigen partij zal wellicht toch niets in huis komen, geeft Maus toe. Hij doet wel een ander voorstel, dat een gulden middenweg zoekt tussen kennis en politieke vaardigheden. "Partijen moeten voor de verkiezingen zeggen wie ze op welke ministerspost willen neerzetten. Bij de start van de regering kreeg Elke Sleurs (N-VA), een gynaecologe, eerst nog de post van fraudebestrijding. Van Overtveldt mag het politiek lastig hebben, maar hij is sowieso beter geschikt voor dit thema."

Voor Van Overtveldt en Geens komt het erop aan om de rug te rechten en te zoeken naar meer medestanders. Het komt erop aan om de kennis van de outsider te combineren met het vernuft van de insider. De beschrijving van de carrièrepoliticus aan het begin van dit artikel is dan ook karikaturaal. "Je merkt snel of iemand ervaring heeft met het politiek systeem", zegt Van Cauwelaert.

Of zoals Sam Rayburn, de gewezen voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, ooit zei over de adviseurs van John F. Kennedy: "They may be just as intelligent as you say. But I'd feel a hell of a lot better if just one of them had ever run for sheriff."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234