Zaterdag 08/08/2020

Opinie

De taliban in Pakistan is duidelijk nog niet verslagen, wat de regering ook zegt

Nabestaanden rouwen tijdens de begrafenis van een van de vele slachtoffers.Beeld EPA

Dit opiniestuk verscheen eerder in The New York Times.

De Pakistaanse taliban hebben opnieuw toegeslagen. De groepering Jamaat-e-Ahrar heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor een zelfmoordaanslag, vorige zondag, in een park in Lahore vol gezinnen, onder wie veel christenen die het paasfeest vierden. De kamikaze liet zijn bommengordel vlakbij een schommel ontploffen. Ten minste 69 mensen werden gedood, meer dan 300 raakten gewond.

Een woordvoerder van de terroristen zei dat de aanslag twee doelstellingen had: christenen doden en "de regering de boodschap geven dat zij ons zelfs in haar bastion, Lahore, niet kan stoppen". Lahore, de hoofdstad van de provincie Punjab, is de stad van premier Nawaz Sharif. Zijn broer, Shahbaz Sharif, is de hoogste minister van de provincie.

De aanval was een logenstraffing van premier Sharifs beweringen - bedoeld om de buitenlandse investeerders en de Pakistaanse burgers gerust te stellen - dat hij de taliban heeft verslagen. Dat heeft hij duidelijk niet gedaan, voor een stuk omdat opeenvolgende Pakistaanse regeringen en de militairen de terroristische groeperingen cynisch voor hun eigen doeleinden hebben gebruikt en hebben aangemoedigd om tegen India te vechten.

Vrouwen en kinderen vermoorden in een speeltuin is maar al te typisch voor de gruweldaden van de taliban. De Pakistaanse taliban hebben het al lang op studenten gemunt, met onder meer de moordpoging in 2012 op Malala Yousafzai, omdat ze voor onderwijs voor meisjes ijverde, of het bloedbad in december 2014 op 150 leerlingen en leerkrachten van een school van het leger in Peshawar, of de aanval in januari op studenten van de universiteit van Bacha Khan, ook in de buurt van Peshawar.

De Pakistaanse islamistische partijen zijn verontwaardigd over wat zij als het prowesterse beleid van Nawaz Sharif beschouwen. Zondag was voor de islamisten bovendien het einde van de rouwperiode na de terechtstelling van Malik Mumtaz Hussain Qadri, de moordenaar van de voormalige gouverneur van Punjab, Salmaan Taseer. Taseer had de islamisten tegen zich in het harnas gejaagd omdat hij zich verzette tegen de Pakistaanse wetgeving die belediging van de islam als godslastering bestraft.

Voor de Pakistaanse islamisten was Qadri, de moordenaar van Taseer, een held. Zondag trokken woedende betogers door de straten van de hoofdstad Islamabad. Ze zeiden dat ze pas tevreden zullen zijn als Pakistan de shariawet invoert en iedereen die van godslastering wordt beschuldigd, executeert.

Maandag zwoer premier Sharif dat hij niet alleen de terroristen van de taliban, maar ook de 'extremistische mentaliteit' in Pakistan zou overwinnen. Maar die mentaliteit is grotendeels de schuld van de Pakistaanse regeringen zelf en van hun bereidheid om extremisme te tolereren, op voorwaarde dat ze het als een wapen tegen de vijanden van Pakistan kunnen gebruiken. Dezelfde regeringen hebben ook te weinig geïnvesteerd in de echte behoeften van het land, zoals basisvoorzieningen, een geloofwaardig gerecht en economische kansen.

Het Pakistaanse volk heeft te veel geleden onder de verwoestingen van de taliban en de schijnheiligheid van zijn leiders. De vraag is nu of premier Sharif zal slagen waar zijn voorgangers zo tragisch hebben gefaald.

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234