Vrijdag 30/10/2020

InterviewPieter Ballon

‘De systeemschok van deze crisis brengt een digitale stroomversnelling voort’

Pieter Ballon: ‘Ik denk dat we moeten kijken hoe we crisismaatregelen kunnen omzetten in structurele ingrepen.’Beeld Bob Van Mol

Telewerken, onlineshoppen; de technologie was er al, maar pas door corona hebben velen het echt ontdekt. Communicatie-expert Pieter Ballon (Imec-VUB) wil dat we deze kans grijpen om de digitalisering verder door te voeren. ‘Corona was een systeemschok.’

“We hebben het idee dat technologie razendsnel gaat”, zegt Ballon. “We zijn nog maar net bekomen van de smartphone of de zelfrijdende auto staat al voor de deur. Maar eigenlijk is de uitvinding van een nieuwe technologie slechts een voetnoot in het verhaal. De échte ontwikkeling wordt bepaald door wat wij er met z’n allen mee doen. Hoe dat onze manier van wonen, werken of met elkaar omgaan beïnvloedt. De digitale transformatie van onze samenleving is al decennia bezig. Maar de coronacrisis is zo’n systeemschok die de digitalisering in een stroomversnelling brengt.”

Juist daarom komt ook de Vlaamse regering aankloppen bij onderzoekers die met die maatschappelijke aspecten van de digitale transformatie bezig zijn. Pieter Ballon staat hierbij op het voorplan: zo maakt hij deel uit van het maatschappelijke relancecomité. Daarin zit Ballon samen met acht andere experts, die zich samen over thema’s als psychisch welzijn en armoedebestrijding moeten buigen. Hij legt zich toe op het digitale luik.

Ballon: “We zien dat 11 procent van de Vlamingen thuis nog geen breedbandinternet heeft. En meer dan 60 procent van de laaggeschoolden mist ook de basisvaardigheden om met digitale technologie om te gaan. Ze kunnen bijvoorbeeld niet opzoeken wanneer de trein of de bus aankomt. Als digitaal het nieuwe normaal wordt, riskeren we dus een hele hoop mensen achter te laten.”

Wie is Pieter Ballon?

- 47 jaar

- Directeur van SMIT (Studies in Media, Innovation & Technology), een gezamenlijk onderzoekscentrum van VUB en Imec.

- Co-directeur van het Vlaamse Kenniscentrum Data & Maatschappij

- Een van de oprichters van het Hannah Arendt Instituut voor diversiteit, stedelijkheid en burgerschap in Mechelen

Zeker in het onderwijs is gebleken dat er een grote digitale kloof bestaat. Hoe krijgen we ook kwetsbare groepen daarin mee?

“Ik denk dat we moeten kijken hoe we crisismaatregelen kunnen omzetten in structurele ingrepen. Er zijn laptops verdeeld onder leerlingen die er thuis geen hadden. Maar nu moeten we eerst een evaluatie maken van die crisisoplossing. Bij wie zijn die laptops precies terechtgekomen? Zijn die ook echt gebruikt? Welke groepen hebben we nog steeds niet kunnen bereiken?

“Vervolgens moeten we kijken naar wie de meest geschikte partners zijn om mensen meer digitale vaardigheden aan te leren, zodat ze ook met die laptops kunnen werken. Daar kunnen leerkrachten of mensen uit de jeugdzorg bij helpen. Als we hier structureel mee doorgaan, moeten we een goed plan hebben.”

Heeft corona ook niet aangetoond wat de beperkingen zijn van technologie? Een tracing-app botste zo aanvankelijk toch op veel kritiek. 

“Ook ik had eerst vragen rond de privacy van zo’n app. Je mag niet eender welke app uitrollen. Maar je kan je afvragen of dit dan zoveel beter is. Vanuit een callcenter gaan die tracers mij persoonlijk opbellen om me te vragen met wie ik de voorbije week contact heb gehad. Een app kan via bluetooth scannen wie er in mijn omgeving is en me anoniem een waarschuwing geven als ik met een besmette persoon in contact geweest ben. Zonder dat een centrale databank alle gegevens moet bijhouden. Voor mij toont dat aan dat we technologie niet meteen moeten gaan afschrijven.

“We zijn nu dichtbij een app die ‘privacyproof’ is. Maar wat ontbreekt er nog? Mensen gebruiken het gewoon niet graag. In landen waar mensen die vrijwillig kunnen installeren, zijn er maar weinigen die dat effectief doen. Daar moeten we dus heel erg op werken als we zo’n app uitrollen. We weten nu hoe we zo’n app technologisch moeten programmeren. Maar de vraag blijft dus hoe we die ook ‘sociaal’ kunnen programmeren.”

‘We zijn dicht bij een corona-app die privacyproof is.’Beeld Bob Van Mol

Die app komt er vanaf volgende maand al. Hoe moet dat dan gebeuren?

“Wat het wantrouwen wekt van veel mensen is dat we op een ‘hellend vlak’ zouden zitten. Als onze gegevens nu bijgehouden worden voor corona, waarvoor worden ze dan later nog allemaal gebruikt? Dus moet je heel helder aangeven dat je die app enkel inzet voor een bepaald doel. Als dat doel bereikt is, stop je ermee. Die app moet je uitrollen zoals we de lockdown hebben ingesteld. 

“Je moet ook op de motivatie van mensen inspelen. Ik wil geen app die mij bij een waarschuwing dwingt om sowieso in quarantaine te gaan. Maar misschien wel een die mij dan het recht geeft om prioritair een coronatest te laten afnemen. Ik denk dat je verder ook kan werken met een burgerpanel of met een ombudsman zodat mensen ergens terechtkunnen met hun vragen en ze niet met een kluitje in het riet worden gestuurd.

U doet ook onderzoek naar hoe steden ‘smart city’s’ worden. Heeft corona dat proces ook versneld?

“Op dit moment zie je telsystemen en camera’s in winkelstraten, die bijhouden hoeveel mensen er komen, zodat de winkelstraten niet overspoeld geraken. Maar corona heeft ons ook geconfronteerd met wat de beperkingen zijn van het leven in een stad.

“We kunnen in Vlaanderen niet anders dan de weg van de verdichting opgaan. Maar in steden hebben we eens te meer gezien dat er een tekort is aan groene ruimte. En de parken die we hebben, werden de voorbije maanden dan ook nog vaak tot verboden terrein verklaard.

“Slimme systemen zullen een belangrijke rol spelen in de transformatie van de stad, om die beter in te richten en groener te maken. Want alles begint bij het verzamelen van meer informatie, zoals bijvoorbeeld op welke plaatsen de luchtkwaliteit het slechtst is. We hebben nu allemaal ervaren hoe steden herademen als er minder auto’s rijden. Als je naar rekeningrijden wil gaan om het aantal auto’s permanent te verminderen, heb je ook slimme digitale infrastructuur nodig.”

Is de tool die de VUB heeft ontwikkeld om het aantal besmettingen per gemeente bij te houden ook geen voorbeeld van hoe je corona bestrijdt met data?

“Ik was daar niet bij betrokken, maar ook dat is een goede illustratie van die meten-is-weten-aanpak. Het is eigenlijk grappig. Ik probeer mensen al jaren te overtuigen van het nut van data voor maatschappelijke toepassingen. Maar door de coronacrisis is iedereen meteen een dataspecialist geworden. We hebben allemaal zitten turen naar die grafiekjes met besmettingen of ziekenhuisopnames.

“Wat ons weer bij een ander punt brengt. Die grafieken waren ook afhankelijk van de hoeveelheid tests of hoe er precies werd geteld. Daardoor kon je België ook niet makkelijk vergelijken met andere landen. We zijn ons bewust geworden van de kracht, maar ook van de beperkingen van data. We zijn datahongerig, maar ook datakritisch geworden en die houding moeten we echt vasthouden.

“We hebben vooral gezien dat mensen helemaal niet te dom zijn om een grafiek te lezen. Laten we dat dan aanwenden op andere beleidsdomeinen. Ook het gebruik van het openbaar vervoer of de luchtkwaliteit kan je op de voet volgen, mits je goede dataplatformen hebt die hun informatie constant updaten. Zo kunnen we controleren of de overheid haar doelstellingen haalt. Dat is nog een kans die we volgens mij niet mogen laten schieten.”

Onderzoekers van de VUB hebben ook onderzocht hoe artificiële intelligentie ‘optimale strategieën’ kan uitwerken. Zo kunnen ze beleidsmakers adviseren waar ze best mondmaskers verplichten, bijvoorbeeld. Hoe kan AI ons nog helpen?

“Een zaak is dus om data te verzamelen een andere is om ze te gaan interpreteren en er patronen uit te ontwaren. We horen vaak enkel de negatieve of de griezelige kant van AI. Het gaat ons jobs kosten, hersenspoelen, het gaat de wereld overnemen. We moeten ons daar zeker tegen wapenen, maar we moeten ook inzien welk potentieel er in AI schuilt om een aantal problemen in onze maatschappij aan te pakken. 

“Dat kan gaan over het in kaart brengen van een epidemie, of het opsporen van desinformatie of haatcampagnes online. Voor een mens is het ondoenbaar om elke tweet door te nemen, maar AI kan wel de problematische tweets opsporen en ze door een redacteur laten beoordelen, waardoor je dus een samenspel krijgt. Ik denk niet dat AI alles zal oplossen, maar het punt is dat we dat we die mogelijkheden nu echt moeten onderzoeken. En dan bedoel ik niet louter technologisch onderzoek, maar juist investeren in maatschappelijke toepassingen.”

U stelt dat we een andere houding moeten aannemen tegenover technologie. Maar betekent dat dan dat we moeten accepteren dat we sowieso meer data over onszelf moeten afstaan?

“Ik denk dat we niet mogen vervallen in die eenvoudige tegenstelling. Systemen moeten altijd aandacht hebben voor die twee aspecten. Een tracing-app mag mensen bijvoorbeeld nooit voor de keuze zetten tussen privacy of gezondheid. Je kan perfect een app opzetten die de privacy van zijn gebruikers niet schendt, alleen zal dat misschien wat meer tijd vragen en meer geld kosten.

“We moeten werken aan wat ik de digitale publieke ruimte noem. Als ik op straat rondloop, aanvaard ik dat iedereen mijn gezicht kan zien. Maar voor wie mij niet kent, blijf ik anoniem. Een politieagent zal me alleen aanspreken als ik iets verdachts aan het doen ben. Pas dan kan hij mijn naam en mijn identiteitskaart vragen. Eigenlijk zit in die aloude sociale regel de handleiding voor hoe we met dit soort technologie moeten omgaan.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234