Vrijdag 20/09/2019

De strip is weer een beetje volwassener

Ink blies dit jaar zijn laatste adem uit. Meteen verdwijnt het laatste Vlaamse stripblad waar jong talent zijn ei in kwijt kon

Het jaar van veel bommen, nog meer granaten, en wat stevig vuurwerk

Waspoederstrips, werk met literaire aspiraties en Kuifje streden om aandacht. De lijst stripverfilmingen werd opnieuw een flink stuk langer, de Belgische uitgeverswereld gaf een eerste aanzet tot een mogelijke inkrimping, de distributie was een hel, jonge tekenaars moesten als vanouds knokken om aan de bak te kopen.

Antwerpen

Van onze medewerker

Geert De Weyer

2004 was het jaar van Kuifje. Het startschot van de festiviteiten omtrent de inmiddels 75-jarige rosse stripheld weerklonk al midden januari. De verjaardag stond voor talloze grote exposities in binnen- en buitenland, feesten, naslagwerken en speciale uitgaven.

Naast Kuifje was 2004 ook het jaar van de 'waspoederstrip', de BV- en/of tv-strip die leeft bij gratie van het succes van tegenhangers in het echt of op het kleine scherm: bekende Vlamingen, jeugdbands of populaire tv-programma's. Strips als 'X!ink', 'Spring', 'De Planckaerts' en 'De Pfaffs' worden in ijltempo gemaakt en streven vooral kwantiteit na in de hoop de glorieperiode van hun personages niet te missen.

Hec Leemans mag zich peetvader van het genre noemen. Hij voegde het afgelopen jaar ook 'Kim' (Clijsters) aan het twijfelachtige lijstje toe dat al de commercieel scorende FC De Kampioenen en W817 omvatte. In een topvijf van slechtste strip van het jaar, zou 'Kim' ongetwijfeld een prijs wegkapen.

"Wij hebben ervoor gekozen niet in de val van de meeste BV-strips te trappen, namelijk een afkooksel maken van wat zich in de tv-reeks afspeelt", probeerde tekenaar De Marck nog eind maart bij de presentatie van 'De Planckaerts'. Dat verkooppraatje, aangedikt met de boude bewering dat het album in de goede oude Belgische stijl werd getekend en mikt op een breed publiek van 7 tot 77 jaar, legt de vinger op de wonde: een gebrek aan zelfrelativering. Zulke praatjes gaan de auteurs blijkbaar beter af dan tekenen en scenario's schrijven.

De opkomst van de waspoederstrips doet een andere, oudere wonde etteren. Heel wat jonge (talentvolle) tekenaars zien zich uit financiële noodzaak, en vanuit de nood om (een klein beetje) erkenning, verplicht als assistent aan het genre mee te werken. Sommigen souperen er hun talent aan op. Ondertussen schudt zowat iedereen het hoofd. Is dat nu de manier om talent te ontginnen?

Dat de jonge Vlaamse stripmens het erg moeilijk heeft, werd de voorbije zomer andermaal duidelijk. We hebben dan wel hogescholen die de stripmaker in spe trachten op te leiden, een echt beleid over hun toekomst na de schoolbanken is er niet. In de zomer hield het enige resterende Vlaamse tijdschrift voor jong talent ermee op. Met een gemiddelde oplage van 450 exemplaren was Ink volgens uitgeverij Oogachtend niet langer leefbaar. Desinteresse was een eerste oorzaak. Verder was er sprake van een slechte distributie, nog zo'n heikel punt in de stripscene het voorbije jaar. Maar na felle discussies zijn distributeurs, winkeliers en uitgevers geen stap dichter naar elkaar toe geschoven.

Het verdwijnen van de Nederlandse distributeur Het Raadsel verergerde die problemen nog. Heel wat Nederlandse winkels zagen zich nog amper bevoorraad. Vooral kleinere (Vlaamse) uitgeverijen krijgen hun boeken daardoor nog amper over de grens, uiteraard opnieuw met jonge beloften als kind van de rekening. Een oproep aan de winkeliers om zich te groeperen viel eveneens in dovemansoren. Vreemd toch, want een degelijke organisatie zou mee kunnen bepalen uit welke richting de wind waait.

De laatste hoop is gericht op de overheid en de stripcommissie van het Vlaams Fonds der Letteren. Die laatste kende een slechte start maar komt stilaan op kruissnelheid en bereidt zelfs initiatieven voor om jonge, beloftevolle tekenaars te begeleiden. Een overkoepelend orgaan is meer dan ooit nodig. Het was opnieuw de verdienste van kleine uitgevers als Oogachtend, Bries of Bee Dee dat jonge honden als Philip Paquet, Pieter De Poortere, Kristof Spaey of Conz konden publiceren. Nu er geen enkel striptijdschrift meer rest dat als kweekvijver fungeert, is dat vaak hun enige toevluchtsoord.

Scenaristenreeksen, waarbij een scenarist op een thema werkt met verschillende tekenaars en inkleurders, zijn economisch interessant en geraakten het voorbije jaar steeds meer in trek. Na onder meer 'De tien geboden' of 'De nieuwe ijstijd' werd nu zo'n reeks opgestart omtrent de zeven hoofdzonden en Griekse mythes. Van 'Pandora Box' verschenen deze week de twee eerste delen, op scenario van de Belg Alcante.

Of dat opzet uitgroeit tot een hype, is vooralsnog koffiedik kijken. Op de afgelopen Frankfurter Buchmesse werd in elk geval wel duidelijk hoe verschillende landen de bevruchting met andere genres oppikken. Nadat eerder Dick Matena de integrale verstripping van een literair werk had geïntroduceerd, viel daar op dat verschillende tekenaars in hun beeldtaal cartoons, tekeningen of illustraties mengen. De verhouding is vaak fiftyfifty. Opvallend is dat die strips meteen terechtkomen bij de traditionele striphuizen maar sporadisch opduiken bij literaire uitgeverijen. Dat is bij ons niet anders.

Herman Portocarero brengt volgend jaar het eerste deel uit van het drieluik 'All Demon's Day', waarvoor Jan Van der Veken zo'n vijftig illustraties maakte. Marc 'Biebel' Legendre heeft ondertussen Finisterre (midden 2005) voltooid, een boek waarin illustratie, strip en tekst broederlijk naast elkaar leven.

Ondertussen blijven strips opduiken in andere cultuurtakken. Het lijstje verfilmingen werd opnieuw langer, met onder meer Hellboy, The Punisher, Spider-Man 2, Blueberry, Michel Vaillant, Garfield en Catwoman. De verfilming van De bloedbruiloft van Jean Van Hamme en Hermann is inmiddels ingeblikt. In het tweede seizoen van tv-serie Smallville, over de jeugd van Superman, viel het optreden op van Christopher Reeve als de professor die de jonge Clark Kent zijn afkomst openbaart. De acteur van wie gezegd wordt dat geen enkele Superman hem ooit zal kunnen overtreffen, overleed trouwens dit jaar.

Boven onze bekendste vaderlandse stripuitgeverijen, Dargaud, Le Lombard en Dupuis, hangen dreigende onweerswolken nu ze zijn samengegaan. In het najaar regende het ontslagen binnen dat concern. Meteen werd de hoop op een degelijk, aan ons land getoetst uitgavebeleid steeds kleiner. Door de samensmelting worden immers ook allerlei initiatieven in de kiem gesmoord.

Een genre dat hier, in tegenstelling tot onder meer Frankrijk en Groot-Brittannië, moeite heeft om voet aan de grond te krijgen, is manga. Uitgeverijen als Dargaud, Casterman en Glénat publiceren massa's manga's in het Frans, maar het Japanse beeldverhaal zwijgt in de Nederlandse taal. Dargaud/Le Lombard trachtte met 'Yu-gi-oh' een eerste aanzet te geven om dat te veranderen Ook Dupuis had plannen in die richting, maar die worden wellicht stopgezet. Standaard Uitgeverij was na teleurstellende verkoopcijfers verplicht het licht in de ogen van robotjongen Astroboy te doven. Wel een lichtpuntje was Glénat, dat met 'Dragon Ball' en 'Akira' wist te scoren en in november twee nieuwe mangareeksen lanceerde. Ook de literaire uitgevers durven het blijkbaar niet aan de alternatieve, meer literaire manga's uit te geven en laten zo heel wat troeven liggen. Een scenario hoeft immers niet aan literatuur gelieerd te zijn om zo'n inslag te hebben.

Klassevoorbeeld daarvan zijn Een deken van sneeuw, De fikser, enkele Dupuis-albums uit de Vrije vlucht-stal en 'Persepolis' van Marjane Satrapi, waarvan in het Nederlands 15.000 exemplaren van eigenaar wisselden. De kwaliteitspers reageert steeds alerter op dit soort werken en neemt ze vaker op in haar literaire bijlagen. Op die manier wordt langzaamaan de gapende kloof tussen literatuur en (volwassenen)strips gedicht.

Nog enkele lichtpuntjes om af te sluiten. Jef Nys kreeg na vijftig miljoen verkochte Jommekes eindelijk erkenning met een Stripvos. In 2005, trouwens uitgeroepen tot Hugo Pratt-jaar, volgt een overzichtstentoonstelling. Antwerpen en Turnhout kregen een stadstekenaar.

Voor de verdere volwassenwording en de onbegrensde mogelijkheden van het beeldverhaal stonden afgelopen jaar een aantal (overzeese) tekenaars garant, onder wie Joe Sacco, Art Spiegelman, Stassen en Craig Thompson. De hype omtrent Thompsons turf Een deken van sneeuw, een verhaal over opgroeien, tegen de achtergrond van New Born Christians, ging over de hele wereld met de belangrijkste prijzen lopen. Die graphic novel speelde het klaar om, net als 'Persepolis' en Spiegelmans In de schaduw van geen torens, een ander publiek en dito pers uit verschillende hoeken aan te trekken. Nooit eerder werd zoveel stripauteurs gevraagd naar hun mening over literatuur, politiek, racisme, hoofddoekjes... Mogelijk ligt Thompsons integriteit en grenzeloze talent aan de basis van een nieuwe hype. Volgend jaar moet trouwens zijn nieuwe strip af zijn, over seksualiteit in islamlanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234