Donderdag 24/06/2021

De strijd om de lezer

Wie dezer dagen onverhoeds een Franse boekhandel binnenwandelt, moet weten waaraan hij begint. Ofwel krijgt de argeloze bezoeker een kick bij de overdaad van nieuwe romans ofwel buigt hij deemoedig het hoofd bij zoveel literaire krachtpatserij per vierkante meter. Liefst 661 boeken werpen de Franse uitgevers tijdens deze litteraire rentree voor de leeuwen. Welke auteurs gaan in deze ratrace met de eer strijken? Welke thema's maken de blits? Eric Fottorino, Jean-Paul Dubois, Amélie Nothomb en Christine Angot staan alvast in poleposition voor de Prix Goncourt.

'De klaagzangen van de critici over het teveel aan boeken begrijp ik niet", zegt schrijver en ex-Goncourtprijswinnaar Didier Van Cauwelaert deze maand in Lire. "'Quelle horreur, drie- of vierhonderd boeken!', wordt er steevast gejammerd. Maar stel je eens voor dat de wijnbouwers zouden zeggen: 'Quelle horreur, zo veel druiven dit jaar!'" Voor Van Cauwelaert kan de jaarlijkse litteraire rentree niet overvloedig genoeg zijn. De lezer raakt er wel wijs uit, vermoedt hij, en is bovendien tuk op deze embarras du choix. Ook Flammarion-uitgever en sterauteur Frédéric Beigbeder knikt instemmend: "De litteraire rentree is een Franse ziekte die men vooral niet moet genezen." Maar dat de heftige concurrentie de leeftijd van een nieuw Frans boek beangstigend bekort, wordt misschien wel uit het oog verloren. Alain Salles, die voor Le Monde de uitgeverswereld volgt, signaleert dat de litteraire rentree steeds vroeger inzet: "De eerste nieuwe boeken belanden al omstreeks 15 augustus op de tafels van de Parijse boekhandels." Op die manier willen uitgevers de toon zetten en hopen ze hun paradepaardjes langer in the picture te houden. Toch heeft deze geldingsdrang nét een averechts effect. Salles: "Het is een gevaarlijk spelletje. Het ene boek jaagt het andere letterlijk op en de boekhandelaren hebben steeds minder geduld (én ruimte) om niet meteen verkopende romans op hun toonbanken te laten liggen." Bovendien telde Le Monde uit dat er tijdens de rentree 2004 dubbel zoveel romans als tien jaar geleden op de markt worden gegooid. Tot een overeenkomstige verdubbeling van de verkoop heeft dat echter bijlange niet geleid. Logisch, de koek moet immers verdeeld worden tussen steeds meer gegadigden, onder wie ook heel wat debutanten. Dit jaar zijn zij met liefst 121, de helft meer dan vorig jaar. Uitgevers speculeren daarbij weleens op een reprise van het Jean Rouaud-effect, toen deze krantenverkoper met zijn debuut De velden van eer in 1990 op slag de Goncourt won. De ontnuchtering kan niettemin groot zijn, als je weet dat van de gemiddelde Franse debutant slechts 800 exemplaren worden verkocht.

Geen enkele uitgever heeft nog een pasklare succesformule in huis. Tenzij die natuurlijk Amélie Nothomb, Christine Angot of Michel Houellebecq heet. "Het blijft een soort loterij", geven uitgevers eendrachtig toe. "Toch kan niemand de litteraire rentree links laten liggen. Je moet gewoon mee de boot in", zegt de kleine, kranige uitgever Sabine Wespieser. De meeste Franse uitgevers boeken immers meer dan de helft van hun jaarlijkse zakencijfer tijdens de maanden september en oktober. Maar pas als een van je auteurs zich onderscheidt in het prestigieuze prijzencircus van de Goncourt, Médicis, Renaudot of Fémina, kun je echt op beide oren slapen.

De druk op de ketel is dus hoog en het is essentieel dat je boeken over de tong rollen, het liefst op de buis, bijvoorbeeld bij Guillaume Durand in Campus, de opvolger van Pivots Apostrophes. Grote kanonnen als Gallimard, Fayard, Seuil en Albin Michel bewerken tegenwoordig opvallender de boekhandelaren. In Frankrijk heeft de libraire, vaak zélf een gemankeerde schrijver, nog heel wat meer aanzien én autoriteit dan bij ons. Hij fungeert als gedroomd doorgeefluik en stuurt mee de onontbeerlijke mond-tot-mondreclame. Daarom worden in de aanloop van de rentree zowat tweehonderd Parijse boekhandelaren tijdens petits déjeuners door Gallimard op croissants en nieuwe boeken getrakteerd. Heel wat uitgevers gaan in de provincie persoonlijk de hort op, om onder meer de talloze lucratieve signeersessies voor te bereiden. Dat deze tactiek kan lonen, bewijst het monstersucces van Philippe Claudels Grijze zielen. Het boek werd vorig jaar eerst door de boekhandelaren opgepikt en klom pas zo geleidelijk in de lezersgunst.

Toch blijft een van die eeuwige mysteries van de Franse litteraire rentree de haast ontroerende consensus van de Franse literaire bijlagen rond hun coups de coeur, de boeken die ertoe doen. Wie begin september Le Nouvel Observateur, Le Monde, Libération en L'Express doorbladerde, kon er niet omheen: Eric Fottorino, Jean-Paul Dubois, Amélie Nothomb, Christine Angot en François Bon tekenen voor de vijf grote romans van deze rentree. "Un millésime brillant et excitant", bazuinde L'Express zelfs overenthousiast, want ook verder viel er heel wat te roemen. Philippe Besson (Les jours fragiles, een roman over de laatste weken van Rimbaud), Martin Winckler (Les trois mousquetaires, over de medische stand) en Christian Gailly (Dernier Amour, een ragfijne tongue in cheek liefdesroman over een componist die nog slechts twee dagen te leven heeft én toch nog zijn amour fou ontmoet) leveren ijzersterke romans af.

Klokvast werd de dans geopend door "la plus excentrique des Belges": Amélie Nothomb. Met haar Biographie de la faim snijdt ze ditmaal diep in eigen vlees. Ze geeft opening van zaken over haar anorexia en draagt nieuwe fragmenten aan over de turbulente etappes van haar jeugd als diplomaten-dochter in Japan, China, Bangladesh, New York en Birma. De "Belgische paardebloem", zoals ze door kwaadaardige Japanse vriendinnetjes werd genoemd, portretteert zichzelf als een hongerkunstenares op jacht naar het geluk, terwijl gulzig haar omgeving leegzuigend ("La faim, c'est moi").

Tweede diva die hoog scoort op de hype-ladder is Christine Angot. Nadat ze twaalf boeken lang haar eigen hartenbloed in autobiografisch proza goot, is ze bezweken voor haar wijsneuzige critici: kon la Angot niet eens een normale roman met échte personages schrijven? Et voilà, met Les désaxés werden ze op hun wenken bediend. Toch lijkt er weinig nieuws onder de zon. Het amoureuze gesukkel van de onherroepelijk uit elkaar drijvende Sylvie en François doet onwrikbaar denken aan Angots eigen relationele loopgravengevechten. Sylvie en François, rich and famous en allebei werkzaam in de cinema-branche, houden nog wel van elkaar, maar kunnen beslist geen seconde langer meer samenleven. Le Figaro Littéraire kon de gerestylede Angot voor het eerst wel smaken: "Het meest schokkende en treffendste dat we de laatste tijd over een liefdesbreuk hebben gelezen." Le Monde vindt dan weer dat Angot te veel haar scherpe kantjes wegvijlt en rekent erop dat ze gauw weer "rebels" wordt. Niet getreurd: zowel de Angot light als de meer ingetogen Nothomb sieren intussen de lijst van de eerste Goncourt-selectie.

Naast het eigen leven blijft de achteruitkijkspiegel een van de meest populaire attributen van de Franse hedendaagse schrijver. Historische romans, generatieromans én herinneringsromans blijven het goed doen. Met zijn zevende, ambitieuze boek Korsakov heeft Le Monde-chroniqueur Eric Fottorino de capriolen van het geheugen als uitgangspunt genomen. Getroffen door het Korsakov-syndroom, een aan Alzheimer verwante ziekte die herinneringen opslokt, wordt de neuroloog François Signorelli ertoe gedwongen om een nieuw leven bij elkaar te fantaseren. Hij kan worden wie hij wil, behalve zichzelf. Met het fijnmazig geschreven Korsakov - volgens Lire "een perfecte roman" - staat Fottorino heel dicht bij een internationale doorbraak én bij de begin november uit te reiken Goncourt (zeker ook omdat hij tot het Gallimard-huis behoort).

Ook Jean-Paul Dubois vergaart lof met Une vie française. Deze bildungsroman appelleert zowel aan nostalgici, historici als aan liefhebbers van breed uitwaaierende familiekronieken. Snufjes erotiek, politiek en drama zijn gezapig gedoseerd en samen met het hoofdpersonage, de Toulouzenaar Paul Blick, kijken we ons de ogen uit in deze rijke kroniek van de Vijfde republiek, die de periode van De Gaulle tot Chirac overspant. Marc Lambron, bekend van het veelgeprezen Etrangers dans la nuit, doet iets dergelijks in Les menteurs. Met een licht cynische blik monstert hij een klasfoto uit 1975 en reconstrueert hij de carrière en amoureuze tribulaties van zijn generatiegenoten. Zelfs Virginie Despentes, ooit koningin van de Franse hardcore roman met Baise-moi, waagt zich aan een rit met de teletijdmachine en situeert Bye Bye Blondie in de jaren tachtig, met The Clash als soundtrack voor een adolescentenschets. Les Inrockuptibles schamperde het boek genadeloos weg als "existentiële soft-core zonder veel subtiliteit".

Heel wat hoger is de inzet bij François Bons grimmige maar uiterst slim gecomponeerde Daewoo. Bon, sociaal geëngageerd in de ouderwetse zin van het woord maar tegelijk op een Pereciaanse manier voortdurend in de weer met de vorm, legde na de ruwe sluiting van de Koreaanse Daewoo-fabriek in de Lorraine-streek, zijn oor te luister bij het aan de dijk gezette personeel. Uit die pijnlijke verhalen puurde hij een documentaire roman die je koud om het hart slaat. Vooral ook omdat Bon afstand bewaart, schrijnt de onmacht des te heftiger, pendelend tussen "wanhoop en revolte", zoals Le Monde het stelde. Het zou wel erg verrassend zijn (maar niet minder verdiend) mocht dit boek het tot de Goncourt schoppen. Helaas laat de stijve jury vol Franse literaire coryfeeën zich al te zelden op enige vorm van tegendraadsheid betrappen.

Het valt trouwens op hoe braaf en schandaalloos het er in het algemeen toe gaat tijdens deze rentree. Misschien nog het meest lawaai veroorzaken auteurs als Benoît Duteurtre en Florian Zeller, die hun liefde-haatverhouding met Michel Houellebecq luidkeels wereldkundig maken. Ook Yann Moix zoekt gemakzuchtig de aandacht met Partouz, waarin hij Houellebecq ten tonele voert als een zielige Droopy en een batterij bittere scheldkanonnades lanceert. "De kale alcoholist" Houellebecq wordt uitentreuren gepersifleerd, maar de imitatie van Platform en Elementaire deeltjes lijkt behoorlijk van de pot gerukt. En Houellebecq zelf? Die laboreert intussen naarstig aan Une île. Waarmee u meteen weet welk boek de rentree 2005 zal domineren.

Dirk Leyman

De ontnuchtering kan groot zijn, als je weet dat van de gemiddelde Franse debutant slechts 800 exemplaren worden verkocht

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234