Zondag 24/10/2021

De strapatsen van de schrikkeldag

Christoffel Waelkens (departement Sterrenkunde KU Leuven):

Vandaag, 29 februari, werkt u een gehele dag gratis. Maar het is voor de goede zaak: zonder schrikkeldag zou om de 350 jaar het begin van de lente in december vallen. Toch lost een schrikkeldag bijlange niet alle kalenderproblemen op, want er blijft een kleine afwijking. Moet er dan straks ooit een 30ste februari komen of is er een andere uitweg? De Morgen spitte in de ongewone geschiedenis én bizarre kalendercapriolen van de meest unieke dag van het jaar.

Door Kim Herbots

De Efteling biedt jarigen vandaag een gratis overnachting aan in hun hotel, een bekende chocoladefabrikant verrast feestvarkens met een mand vol lekkers en her en der worden 'Schrikkelverjaardagsfeestjes' gehouden voor de ongelukkigen die maar eens in de vier jaar hun verjaardag kunnen vieren. Dat zijn er in ons land volgens het Nationaal Instituut voor de Statistiek precies 7.349. De schuld voor al die gemiste feestjes en cadeaus ligt bij de Egyptische heerser Ptolemaeus II. Hij vaardigde in 238 voor Christus het edict Canopus uit en voerde zo de schrikkeldag in.

Voor Canopus liep het immers helemààl mis met de tijdrekening: oudere culturen baseerden zich voornamelijk op maanjaren. Dat resulteerde in jaren van 354 dagen én een gigantisch probleem om de natuur bij te benen. De Sumeriërs voerden daarom elke veertig jaar een 'schrikkelmaand' in maar ook dat was niet erg accuraat. Sommige volkeren zagen zich bij tijd en wijle zelfs genoodzaakt om een volledig jaar over te slaan. Geen doen, zo meenden de astronomen van Ptolemaeus en ze overtuigden hem om eens om de vier jaar de schrikkeldag in het leven te roepen.

Het systeem kende al bij al weinig succes: het invoeren van de schrikkeldag werd niet goed opgevolgd en nog geen twee eeuwen later liep het weer helemaal mis. Tot groot ongenoegen van toenmalig heerser Julius Caesar. Hij liet zich in 46 voor Christus bijstaan door de Griekse astronoom Sosigenes om de nieuwe Juliaanse kalender uit te denken. Sosigenes berekende dat een zonnejaar 365,25 dagen telt. Om die 0,25 goed te maken, laste hij, net zoals Ptolemaeus, een schrikkeldag om de vier jaar in én een uitzondering op de eeuwjaren. 46 voor Christus telde bij wijze van hoge uitzondering 445 dagen om het administratieve en landbouwkundige jaar weer gelijk te zetten.

Die Romeinse schrikkeldag, die in de meeste streken tot ergens in de 16de eeuw werd aangehouden, viel tussen 23 en 24 februari. "Er werd een extra naamloze dag ingelast", vertelt Pieter Donche, verbonden aan het departement wiskunde en informatica van de Universiteit Antwerpen en al zijn hele leven gepassioneerd door kalendertellingen. "De Romeinen nummerden hun dagen door op te tellen en af te trekken van drie vaste dagen in de maand: de eerste dag, de Kalendae, de Ides in het midden van de maand en de laatste dag, de Nones. Februari was de laatste maand van hun jaar en bij het terugtellen vanaf de laatste dag voegde men de extra dag tussen."

Maar zo'n naamloze dag heeft nogal wat nadelen. "Het is niet evident", zegt Donche. "Je kunt je voorstellen dat zoiets voor bijvoorbeeld het afsluiten van contracten heel wat problemen veroorzaakt. Ook het bepalen van een geboortedag is op die manier niet evident: Keizer Karel is in tegenstelling tot wat velen denken helemaal niet geboren op 25 februari 1500. Hij werd geboren op de naamloze dag tussen 23 en 24 februari 1500, zo blijkt uit het officiële register van de stad Gent. Zijn geboortedatum wordt omschreven als 'de dag van Sint-Matthijsavond', de vooravond van Sint-Matthijs dus, en dat was een feest dat enkel in de schrikkeljaren op 24 februari gevierd werd."

Om de problemen van de naamloze dag te omzeilen, besloot men af te stappen van een extra dag tussen twee bestaande dagen en gewoon een dag op het einde van de maand bij te voegen. "We kunnen niet achterhalen wanneer dat precies gebeurd is", aldus Donche, "of waar men voor het eerst geopteerd heeft voor 29 februari als schrikkeldag. Het lijkt erop dat de steden en kanselarijen dat één na één op eigen initiatief hebben beslist."

Hoewel februari op veel plaatsen inmiddels niet meer de laatste dag van het jaar was, kreeg die maand toch de eer van de extra dag. Logisch ook, aangezien het de kortste maand van het jaar is. Dat hebben we overigens te danken aan het ego van enkele Romeinse heersers. Toen Julius Caesar 'zijn' maand, juli, kreeg, telde die 30 dagen. Maar oneven getallen brachten geluk in de Romeinse cultuur. Die 30 werd bijgevolg 31 en de laatste maand van het jaar, februari moest een dagje inleveren en strandde op 29. Na Caesar kwam keizer Augustus. Ook hij kreeg zijn eigen maand en ook die moest en zou 31 dagen tellen. Opnieuw verloor februari een dag om te stranden op 28 februari. Tenzij in de schrikkeljaren, natuurlijk.

De regeling van de Juliaanse kalender kwam in de zestiende eeuw ter discussie te staan. "De Juliaanse kalender voorzag een schrikkeljaar om de vier jaar, met uitzondering van de eeuwjaren", legt Donche uit, "maar dat is niet helemaal accuraat. In feite duurt een jaar 365,2422 dagen en niet 365,25 dagen. Op een paar honderd jaar merk je geen verschil maar na 1.500 jaar begint één en ander mis te lopen. Al heeft het enkele tientallen jaren geduurd vooraleer men het eens was over een hervorming."

Het was uiteindelijk paus Gregorius XIII die de knoop doorhakte. "Het enige verschil tussen de Gregoriaanse en de Juliaanse kalender is de regeling van de schrikkeldagen", aldus Donche. "Gregorius voorzag een uitzondering op de uitzondering: eeuwjaren die deelbaar zijn door 400 werden wél een schrikkeljaar. Hij voerde zijn kalender in 1582 in. Op dat moment was er al een afwijking van tien dagen ontstaan." Om dat gat dicht te rijden besloot Gregorius om 4 oktober 1582 onmiddellijk te laten volgen door 15 oktober. Net in die nacht stierf de Spaanse mystica Theresa van Avila, waardoor zij geen duidelijke sterfdatum heeft.

Niet iedereen was het overigens eens met Gregorius. In onze contreien werd de Gregoriaanse kalender al vrij snel ingevoerd, meer bepaald in december 1582. Zo kwam het dat Vlaanderen en Hengouwen in 1582 geen Kerst vierden maar gingen slapen op 21 december en wakker werden op 1 januari 1583. Grote delen van Europa, zeker van protestants Europa, bleven echter vasthouden aan de Juliaanse tijdrekening. Dat had vreemde situaties tot gevolg: Don Quichote-auteur Cervantes én William Shakespeare stierven allebei op 23 april 1616. Althans volgens hun kalender. In realiteit stierf Shakespeare tien dagen na zijn Spaanse tijdgenoot. Of neem nu het voorbeeld van het Nederlandse Groningen: de stad zelf ging al in 1583 mee met de nieuwe kalender, de omliggende provincie volgde pas in 1701. "Engeland voerde de Gregoriaanse kalender ook pas in 1752 in", vertelt Donche. "Op dat moment was de afwijking natuurlijk al groter geworden: zij hebben een sprong van 12 dagen moeten maken." Rusland schakelde in 1917 over, na de Oktoberrevolutie die volgens de Gregoriaanse kalender in november plaatsvond. Griekenland volgde als laatste in 1923. Onder meer Moslims, Joden en de orthodoxe Kerk houden nog steeds vast aan hun eigen kalenders.

Na Gregorius bleven aanpassingen grotendeels uit, met de zeer tijdelijke nieuwe kalender van de Franse revolutionairen als grote uitzondering. "In de tweede helft van de negentiende eeuw bleek dat de tijdrekening toch niet helemaal juist zat", aldus Christoffel Waelkens van het departement Sterrenkunde aan de KU Leuven. "Een seconde werd tot dan gedefinieerd als 1/86.400ste van een dag. In die jaren ging men echter oude zonsverduisteringen opnieuw berekenen. Onder meer de bekende, door Thales van Milete voorspelde zonsverduistering in 585 voor Christus. Bij terugrekenen bleek dat die zonsverduistering niet in Milete maar in Mesopotamië zou plaatsgevonden hebben. Aangezien de Mesopotamiërs op dat moment geen melding maakten van dergelijk fenomeen kon het niet anders dan dat de definitie van seconde niet juist was: er was te ver teruggerekend. De enige mogelijke conclusie was dat een dag in de negentiende eeuw langer duurde dan een dag in de oudheid."

De oorzaak ligt voor de hand: de aarde draait alsmaar trager. "En dat heeft dan weer te maken met de getijden en de aantrekkingskracht van de maan", zegt Waelkens. "Echt problematisch is dat niet: de aarde heeft nog zo'n zes miljard jaar te gaan en op die tijd heeft de maan ze zeker nog tot stilstand gekregen." Hoe het ook zij, de wetenschap moest op zoek naar een nieuwe eenheid. Die kwam er in 1948 met de ontwikkeling van de atoomklok. "Een seconde is nu een bepaald aantal trillingen van een atoom", zegt Waelkens. "We houden vast aan de indeling van de dag in 86.400 seconden maar om de zoveel tijd is er een correctie nodig."

Die correctie is de schrikkelseconde. Het is het International Earth Rotation Centre in Parijs dat bepaalt wanneer zo'n extra seconde moet toegevoegd worden. De laatste keer gebeurde dat op 1 januari 2006. "Het is altijd met Nieuwjaar ofwel in de nacht van 30 juni op 1 juli", zegt Waelkens. "Niemand merkt het maar op die manier zit er toch enige regelmaat in. Een tijdje terug waren er ongeveer drie schrikkelseconden per twee jaar. Ondertussen is dat weer wat minder. De aarde vertraagd nog steeds maar het gaat, door klimatologische omstandigheden, eventjes iets minder snel. Er is discussie over die schrikkelseconde, hoor. Sommige willen hem weer afschaffen. Het is namelijk een verschrikkelijk ellendig iets voor computers omdat het niet programmeerbaar is. Maar ja, zonder schrikkelseconde valt middernacht ooit eens 's middags en dan steigeren wij, sterrenkundigen, weer."

De daglengte mag dan nu wel onder controle zijn, ondanks de uitzonderingen op de uitzonderingen is dat nog steeds niet het geval voor de jaarduur. Een paar jaar geleden trok de Duitse wetenschapper Ronald Remer aan de alarmbel: alle aanpassingen ten spijt zouden we per 3.200 jaar een dag teveel hebben. En dus, zo meent Remer, zullen we geen andere optie hebben dan in het jaar 4.782 een volledige kalenderdag te schrappen. "Tja, dat klopt", meent Waelkens. "Ondanks de schrikkeldagen en de uitzonderingen op de regel lopen we per jaar nog ongeveer drie tienduizendste van een dag voor. Na een goede 3.000 jaar is er dus weer een dag teveel."

Een structurelere oplossing voor dat probleem wordt aangeboden door de Iraanse kalender. Die telling werd ingevoerd in 1925 en zorgt door een redelijk ingewikkelde bepaling van het aantal schrikkeljaren maar voor een nog veel kleinere afwijking dan de Gregoriaanse kalender. De complexiteit van die telling pleit echter tegen die oplossing. Andere wetenschappers stellen dan weer voor om in 3.200 het schrikkeljaar over te slaan en vervolgens, na het schrikkeljaar in 4.000, niet langer rekening te houden met het feit dat eeuwen al dan niet deelbaar zijn door 400 maar wel of ze door 500 kunnen gedeeld worden. Pas ver na 6.000 zou dan opnieuw een aanpassing moeten gebeuren.

Beetje idiote discussie, vindt Waelkens. "Kijk, dat is nu toch echt ons probleem niet. Zou u het leuk vinden dat uw voorouders al over een vrije dag beslist hadden? Laat ze dat maar binnen een paar duizend jaar oplossen."

Een dag in de negentiende eeuw duurde langer dan een dag in de oudheid

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234