Vrijdag 30/10/2020

De straatvan hetgrote gemis

e twee puntjes in zijn familienaam staan er niet toevallig. Daniel Vuijlsteke heeft het graag correct. Hij moet achttien geweest zijn toen hij het vuur door zijn eerste pijp joeg. Op zijn 61ste komt hij bij Caron, op de hoek van de Veldstraat en de Voldersstraat, nog maar eens een pakje Three Nuns-pijptabak kopen. Pas op, niet dat er nergens anders in Gent nog tabak te vinden valt. “Maar je moet toch al een stuk verder, naar de Steendam of de Sint-Jacobsnieuwstraat”, zegt hij. “De producten vind je soms nog wel, maar je moet verder zoeken. Mijn vrouw zegt dat het zéér moeilijk is om zakdoeken voor mannen te vinden. Of handschoenen, échte goeie handschoenen voor heren. En wat vooral verdwijnt, is de specialisatie. Wie gaat er nog advies geven over die producten? Ik heb zelf altijd met een goedkope Parker geschreven, een héle goeie. Tot er iets loskwam en hij hersteld moest worden. Toevallig was ik op dat moment in Jeruzalem, waar ik een kleine winkel weet zijn die álle vulpennen herstelt. Maar Jeruzalem is ver. In Perugia is er een winkel waar ze pijpen herstellen. Je brengt ze, twee dagen later kom je ze ophalen. En in Valencia heb ik een adres waar ze scheerkwasten hebben. Je kunt ze zelfs via het internet bestellen.”

Dat is het verschil, vindt Vuijlsteke. Nu moet je de wereld in voor die kwaliteitsproducten, terwijl die wereld sinds 1880 gewoon zelf in de etalage van Caron kwam liggen. Kwam, want op 31 maart gaan de rolluiken van de zes vitrines van de winkel naar beneden. Philippe Caron-Cnops, de 44-jarige huidige baas van de familiezaak, zag de combinatie met zijn taak in een Antwerps transportbedrijf niet meer zitten en ging in op het bod van een Brusselse zakenman.

In de etalage is de uitverkoop begonnen. Dankzij een rode streep kost de Dunhill-vulpen (‘laatste stuk’) nog 199 euro in plaats van 285. Er zijn koopjes te doen bij Caron. Messen van Laguiole en Aubrac, Victorinox, pennen en manchetknopen van Montblanc, een albasten schaakbord, Opinelmessen: alles moet weg. Scheerkwasten ook, met het Caronlogo zelf erop. Sigaren natuuurlijk. De Cubanen van Cohiba, de eigen Caron-Baccaratsigaren ook, in kistjes waar het oude 091-zonenummer van Gent nog op staat. Teken des tijds: de 4GB USB Key die een reclame van Dupont Paris wil slijten. Straks moeten ook alle petten weg. Alleen de oude foto’s van stichter Caron en van de eerste vestiging tegen de flank van de Sint-Niklaaskerk, zullen in de familiearchieven blijven. Lijkt het. Want bij Caron zwijgt eigenaar Philippe. En dat doet dan ook zijn moeder Evelyne.

“Veel Gentenaars zijn zich daar te weinig van bewust, maar de Veldstraat is na de Meir in Antwerpen en de Nieuwstraat in Brussel de belangrijkste winkelstraat van België. Niet van Vlaanderen, hé. Van Bélgië. Neem de Veldstraat en haar bijna 65 winkels weg en de economie van Gent zakt in elkaar.” Sinds 23 jaar is Edmond Cocquyt deken-voorzitter van Dekenij Veldstraat ‘en aanpalende straten’ en nog altijd eigenaar van de panden waar The Body Shop, Free Record Shop, Cassis en Bozzy huizen. Op de plek waar hij in de jaren zeventig de Kriss Jeansclub, de Kriss Record Shop en later de Kriss koffiebar openhield. “Op dat moment had je nog veel zelfstandigen met een eigen winkel in de stad”, zegt Cocquyt. “Maar het fenomeen van de ketenwinkels is absoluut niet nieuw, ook niet in de Veldstraat. Tussen de twee wereldoorlogen begonnen die zich er al te vestigen. En al veel vroeger was dit de belangrijkste winkelstraat van Gent. Nu een huis als Caron verdwijnt, valt het alleen meer op. Ze zijn stilaan de laatsten en samen met Herckenrath en Bloch had hun naam een enorme weerklank.”

De suggestie van spijt is een domme als je oog in oog zit met een commerçant. “Nostalgie is goed voor andere mensen”, zegt Cocquyt resoluut. “Voor wie in een winkel werkt, speelt dat geen rol.” Hij legt uit: “De huurprijs van panden in een straat als deze wordt bepaald in functie van het meest rendabele artikel dat je er kunt kopen. Voor de Veldstraat is dat heel duidelijk textiel. Kleding dus. Als je dan een artikel hebt dat niet die rentabiliteit heeft, dan heb je een probleem. Een winkel van potten en pannen, zoals Rogge, een tearoom als Bloch, een sigarenwinkel als Caron of een boekwinkel als Herckenrath... Ze staan permanent aan die mensen hun deur te klingelen met de vraag of ze niet willen verkopen. En dan ga je je rekening maken. Dat is logisch. Je kunt als klant wel wénsen dat ze blijven, maar de economische realiteit is anders.”

Cocquyt kent die economische realiteit: voor een type winkel van 150 vierkante meter mag je makkelijk op 1.400 euro per jaar per vierkante meter rekenen. Dat loopt op. En dan is er nog iets: “Mijnheer Bloch werd geconfronteerd met enorme zware investeringen”, zegt Cocquyt. “Nieuwe regels bepaalden bijvoorbeeld dat zijn bakkerij zich niet onder zijn winkel mocht bevinden. Op zijn leeftijd zag hij zo’n investering niet meer zitten. Hetzelfde voor mijnheer Peeters, van de kaaswinkel in de Hoornstraat wat verderop.”

KAAS EN KOUS

‘Kaas en kous’, met een knipoog had Evelyne Caron er al naar verwezen. En op de etalage van het pand in de vlakbij gelegen Hoornstraat zie je de letters nog: ‘Peeters. Chaussetterie. Kaas. Wijnen.’ De combinatie mocht dan voor een buitenstaander wat vreemd aandoen, in Gent werkte het. Aan de ene kant kon je kousen kopen, aan de andere kant kaas. Tot mijnheer Peeters zijn deuren sloot. Waarom? Iemand zegt dit, iemand zegt iets anders. Zou kunnen: nieuwe regels verplichtten hem zijn keldertemperatuur nog vier graden lager af te stellen. Dat zorgde voor kosten en mijnheer Peeters zag dat niet zitten. Uiteindelijk rijpten zijn kazen al vijftig jaar bij die temperatuur. Op de ramen waar beneden nog mooi handelsregisternummer 136.857 geverfd staat, rest een flard van een affiche van Club Wezon, een achtergebleven sticker van het Waalse kwaliteitslabel ‘Maison Fromagère’ en een stedenbouwkundige aanvraag van 2 maart 2009 voor het ombouwen van twee winkels en een appartement tot één winkel en twee appartementen. Er is nog veel werk.

Dat ziet ook Jacques Verstraeten, in de Hoornstraat heel lang de overbuur van mijnheer Peeters. In 1968 kwam hij, “piepjong toen”, in de fotospeciaalzaak werken die hij dertien jaar later overnam. Walter De Mulder, Patrick De Spiegelaere, Michiel Hendryckx, Lieve Blancquaert: noem alle bekende Gentse fotografen maar op, allemaal kwamen ze bij de Leica-verdeler langs. “Niet altijd om te kopen”, glimlacht hij. “Als kleine zelfstandige had ik mijn grens, op een bepaald moment kan je prijs niet lager en kun je niet concurreren met grotere dealers.” Oude reclameborden van Agfacolor zomen zijn interieur af. Een oude klok van Ilford Films staat allang stil, een kleiner uurwerk van Fujicolor tikt de tijd wel nog weg.

Dat Caron stopt, verbaast Verstraeten. “Philippe is nog jong, ik had gedacht dat hij zeker verder zou doen.” Maar Verstraeten is niet blind. Doof al evenmin. “Tientallen telefoontjes en brieven kreeg ik al die jaren, allemaal van Brusselse makelaars die interesse hebben voor mijn zaak. En het is een logische evolutie. In Antwerpen en Leuven zien de winkelstraten eruit zoals de Veldstraat. Al zie ik wel dat waar boekhandel Herckenrath was, nu al een vierde winkel zit. Zelf heb ik een verkoop nooit echt overwogen. Ook al heb ik geen opvolging, de passie was te groot om mijn winkel zomaar van de hand te doen.”

GOUDEN DRIEHOEK

Terug naar de Veldstraat. Toen Jacques en François Bloch (“in Gent zeggen we Blok, niet Blog”, heeft Edmond Cocquyt meegegeven) in maart 2008 besloten hun patisserie op de hoek te sluiten, huilde Brigitte Bauwens. Eén troost had ze: er was nog altijd Caron. Maar dat laatste puntje van de gouden driehoek Bloch-Caron-Her- ckenrath, valt nu weg. Vanaf april is zij met haar juwelenwinkel Vendôme de laatste echte zelfstandige. Ondanks alles, want: “Elke dag bellen ze me of ik mijn zaak niet wil overlaten. En mijn boekhouder verklaart me zot omdat ik het nog altijd niet wil doen. Ik ben 62. Wat wil je bewijzen, vraagt hij. Eén keer was de verleiding wel heel groot, Belgacom deed een prachtig bod. Als enige in de telefonie zitten ze nog niet in de Veldstraat. Tot ik mijn rekening maakte en besefte dat ik de helft aan vadertje staat moest afstaan. Dat zag ik niet zitten. Bovendien heb ik maar dit, zeven dagen op zeven. Misschien ben ik wel bang van het zwarte gat, ja. Al is het niet makkelijk. Ik heb net nog prijs gevraagd om camera’s te laten installeren. Elke dag word ik bestolen.”

En ook: “Ik heb me van alle crisissen hersteld en zolang ik dat kan doen, wil ik niet opgeven. Tijdens de eerste Golfoorlog zag je geen mens meer in de straten van Gent. Iedereen zat met een bang hartje naar CNN te kijken. Duurde die oorlog een maand langer, dan kon ik mijn winkel sluiten. Nadien kwam het mobiliteitsplan in Gent, in navolging van Brugge. Alleen sloten ze in Brugge twee hectare af, in Gent liefst zeven. En er was geen parkeerplaats. Niemand kwam nog shoppen in Gent. En ook nu leven we hoofdzakelijk van de zestigduizend studenten in Gent. Mensen van buiten de stad komen hier niet meer.”

De naam ‘Vendôme’ klonk in de Veldstraat al in 1904. Een patisserie op nummer 39. Zelf begon Bauwens in 1989, als buurvrouw op nummer 41, een juwelenwinkeltje dat ‘Star’ heette. “Drie jaar later kwam mevrouw Coucke van de patisserie op een dag binnen. Ze was 76, wilde stoppen en ik kreeg de eerste keuze. Maar ik kon dat niet betalen, 10 miljoen frank (250.000 euro, RVP) moest die overname kosten én ik moest de negen personeelsleden, waarbij twee bakkers die al 47 jaar in dienst waren, mee overnemen.”

De patisserie werd ‘Bijoux One’, na drie jaar hing er alweer een bordje: ‘Over te nemen’. “Voor de helft van de prijs, dat heb ik dus gedaan. En ik nam de oude naam ‘Vendôme’ mee.”

Noem het een eerbetoon aan mevrouw Coucke. “De sfeer in de Veldstraat was in die tijd helemaal anders. Weet je dat ik jaren terug, toevallig, ontdekte dat er in mijn winkel een geheim kamertje is. De elektricien stootte erop. Blijkbaar gebruikte mevrouw Coucke dat kamertje tijdens de oorlog om de Joodse familie Bloch onderdak te bieden. De wijkagent was altijd op de hoogte van de Duitse razzia’s, hij verwittigde de familie Bloch en mevrouw Coucke gaf hen die schuilplaats. Ze zijn nooit ontdekt.”

Dat de Vendôme en Bloch allebei patissiers waren, speelde geen rol. Het zegt volgens Bauwens alles over de verhouding tussen de buren. “Op een van de laatste dagen van Bloch ging ik er brood halen en ik zag mijnheer François alleen in de winkel. Al zijn personeel was al weg. Ik ben meteen achter de toonbank gekropen en ben beginnen helpen. Er is zoveel lelijks over mijnheer Bloch verteld, maar ik weet: ’s avonds om acht uur mocht iedereen gratis de niet verkochte broden en koeken en pizza’s komen halen. De clochards gaf hij een tafel, brood en koffie. Toen het ooit bij Caron brandde, heb ik meteen hulp geboden om hen de kans te geven de volgende dag open te zijn. En ze wáren open.”

DEUX PAINS

De solidariteit herinnert Edmond Cocquyt zich door een ander voorval. In 1984, bij de heraanleg tot winkel-wandelstraat, ontplofte de apotheek van mijnheer Vermeiren toen die - op zoek naar de oorzaak van een gasgeur - het licht aanstak in zijn kelder. Alle ruiten van de Inno sneuvelden. Maar geen mens liet het leven. Na een uur zoeken vonden ze apotheker Vermeiren ongedeerd terug. “Hij moet van staal geweest zijn”, glimlacht Cocquyt.

Volgens Cocquyt hadden familiezaken als Caron en Bloch best nog een toekomst buiten de Veldstraat. En laat Luc Rogge, eigenaar van de gelijknamige winkel van tafelgerei en serviezen, dat twaalf jaar geleden beseft hebben. Zijn grootouders hadden een porseleinwinkel bij Sint-Jacobs, zijn ouders verhuisden naar de Veldstraat, in 1998 sloeg hij de hoek naar de Zonnestraat om. Vanuit zijn etalage ziet hij de eerste winkel in zijn oude straat, hij zit geen veertig meter verder.

“Zat ik daar, dan kostte dat pand me dubbel zoveel als waar ik nu zit”, zegt Rogge. “Dat is het verschil tussen de Veldstraat en de Zonnestraat. Twaalf jaar geleden zag ik wat daar aan het gebeuren was. De mensen in de Veldstraat waren niet meer de mensen die in mijn winkel kwamen kopen. Dat was een ander cliënteel.”

Rogge verkocht zijn pand, vandaag huist Foot Locker er. Zelf vestigde hij zich waar 27 jaar lang schoenenwinkel Bally zat. “We hebben een nieuw cliënteel opgebouwd en ik ben ervan overtuigd dat ik toen de juiste beslissing nam.” Al dijt de Veldstraat uit, want ook naar Rogge bellen Brusselse vastgoedmakelaars op vraag van geïnteresseerde handelaars. “Mijn pand is nu al zes keer zoveel waard als twaalf jaar geleden.”

Iedereen mist iets in de Veldstraat. Brigitte Bauwens mijnheer Bloch en, niet te vergeten, zijn heerlijke baba au rhum. Mijnheer Peeters van de kaas- en kousenwinkel wordt gemist. Mijnheer Vuijlsteke zal Caron missen. Net als Roger Baltahazar. Voor de vitrine stopt die zijn Butz Choquin-pijp vol Semois Florina-tabak. Hij heeft heel zijn leven gerookt, “maar misschien ga ik wel dood door mij in mijn tomatensoep te verslikken”, schatert hij. “Vroeger rookte ik Carte d’Or, dat hebben ze afgeschaft. Ik ben naar Florina overgeschakeld en zoals alle slechte gewoontes, werd ik ook dat gewoon.” Hij is Gentenaar maar woonde, tijdens zijn carrière als journalist voor De Standaard en Het Volk en later als persattaché van Wilfried Martens en van de Nationale Loterij, in Lochristi. Sinds drie jaar is hij terug, in een veranderde stad. “Evolutie kun je niet stoppen”, zegt hij. “Toen de eerste trein passeerde, sprongen de koeien weg. Was de trein daarom slecht? Gent heeft altijd een beetje schrik gehad van vernieuwing. Maar is het materiaal dat hier te koop was, iets voor de Veldstraat? Ik weet het niet.” Dat met Caron een beetje verder afscheid wordt genomen van het typisch Gentse Franstalige bourgeoisiekarakter is een feit. “Bij Bloch vroegen ze: deux pains, een gruut en een klein. Dat was typisch Gent en dat is eruit. Maar tegelijk moet je er eens op letten: als je van hier naar het Belfort wandelt, kom je alleen cafés tegen met Franse namen. Verstaat gij dat?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234