Zondag 29/03/2020

De stille kracht

In hun boek Futur simple brengen Koen Vidal, chef buitenland van De Morgen, en fotograaf Stephan Vanfleteren, aan de hand van zeven verhalen een caleidoscopisch en confronterend beeld van ‘de kinderen van Congo’. Door Chris De Stoop

Chris De Stoop over het Congoboek ‘Futur simple’ van Koen Vidal & Stephan Vanfleteren

Een paar jaar geleden schreef de Amerikaanse succesauteur Dave Eggers met Wat is de wat een schitterend boek over de Soedanese vluchteling Valentino Achak Deng. Hij was een van de 20.000 Lost Boys, die een 1.500 kilometer lange voettocht door het oerwoud en de woestijn ondernamen en onderweg in groten getale omkwamen. Die eindeloze helletocht van Bijbelse proporties confronteerde hen met rebellen, landmijnen, bombardementen, krokodillen, leeuwen, ziekte en hongersnood. Via dit ene waargebeurde verhaal slaagde Dave Eggers erin om niet alleen de hele vergeten oorlog in Zuid-Soedan in beeld te brengen, maar ook de veerkracht en dynamiek van de jongeren die in die chaos opgroeien.

In hun boek Futur simple brengen Koen Vidal en Stephan Vanfleteren nu het vergelijkbare verhaal van Arnold Aganze, een van de 30.000 gewezen kindsoldaten in Congo. Samen met andere kinderen uit zijn dorp, in de buurt van Bukavu, wordt de 14-jarige Arnold door krijgsheren ontvoerd en ingelijfd. Met veel geweld wordt hij gedrild en gehersenspoeld. Volgt een ongelooflijke odyssee van strijden, moorden, verkrachten, plunderen en creperen. Arnold schopt het tot docteur de gris-gris en maakt de toverdrankjes waarmee de Mai-Mai zich insmeren om immuun te worden voor kogels. Koen Vidal volgt het perspectief van Arnold en schrijft het allemaal met grote precisie neer. Ook met gevoel voor details: “Als ik ’s nachts naar buiten moest om te plassen, mikte ik altijd op de aardappelen. Daar gingen ze van groeien.” Veel gruwelen later krijgt de getraumatiseerde Arnold last van bedplassen.

Het verhaal van Arnold heeft de epische allure om, met alle nevenfiguren en nevenintriges, tot een heel boek uitgewerkt te worden. Maar Koen Vidal heeft ervoor gekozen om zeven verschillende verhalen te vertellen. Het is een mooi uitgegeven boek geworden, met de typische Dooremanvormgeving en tientallen prachtige foto’s van Stephan Vanfleteren. Het boek vertrekt van de vaststelling dat meer dan de helft van de zestig miljoen mensen van Congo jonger dan 18 jaar zijn, maar toch helemaal geen prioriteit voor het beleid vormen. Wel 70 procent wordt niet eens geregistreerd en bestaat officieel in feite niet. Volgens Unicef krijgt de helft nooit een lagere school te zien, en elk jaar sterven ongeveer 500.000 kinderen.

Er duiken gelukkig slechts sporadisch statistieken en voetnoten op in dit boek, dat vooral de verhalen voor zich laat spreken. Vorig jaar kwam Alison Des Forges, de bekende mensenrechtenactiviste van Human Rights Watch, in een vliegtuigongeval om het leven, maar het jaar voordien had ik nog een gesprek met haar voor Knack. In haar ogen was het optekenen van verhalen bijna even belangrijk als het brengen van humanitaire hulp. Wie het verhaal van Arnold Aganze gelezen heeft, zal op een andere manier een bericht in de krant lezen zoals dat van Human Rights Watch van nog maar enkele weken geleden: ‘Slachtpartij in Oost-Congo’ (321 burgers vermoord en 80 kinderen ontvoerd). Alleen al daarom is Futur simple een belangrijk boek over springlevend, hedendaags Congo geworden. Het is relevante non-fictie die, meer dan een studie of statistiek, laat aanvoelen wat er echt gaande is in midden-Afrika.

De eerste kiem voor dit boek was er al in 2001, toen Koen Vidal, die toen nog Afrikacorrespondent in Nairobi was, op de Congostroom in de ogen keek van een achtjarig meisje. Het was in volle oorlog. “Ze keek me aan met een ernstige blik. Haar gelaatsuitdrukking was niet meer die van een kind, maar van een oudere, zorgelijke vrouw. In haar ogen lagen honger, onrust en verlies, maar ook iets heel krachtigs wat moeilijk in één woord te vatten is: verbetenheid, zelfverzekerdheid, overlevingsdrang.” Het citaat toont dat dit project al jaren aan het broeden en rijpen was. Je voelt dat het geboren is uit een engagement en niet zomaar uit een rationeel plan om te scoren in het Congojaar 2010. En het citaat toont tegelijkertijd dat het niet de bedoeling was om louter een miserabel beeld van Congo neer te zetten, maar om een genuanceerd boek te maken. Uit deze verhalen spreken ook de stille kracht, energie en humor van de kinderen, die de toekomst van Congo vormen. Het vitalisme spat van sommige bladzijden.

In het huidige Congobombardement in de media en de boekhandel, vijftig jaar na de onafhankelijkheid, is al heel wat koloniale nostalgie, exotische folklore en zwartgallig paternalisme de revue gepasseerd. Maar in Futur simple hoor je alleen stemmen uit Congo zelf en vind je geen verpletterend pessimisme. Wel de nodige dosis realisme, en soms in alle rauwheid. Geen grijnsjournalistiek, geen steekvlamjournalistiek. Dit is intense, diepgravende journalistiek die streeft naar een ritsloze combinatie van reportage en analyse. Alle lippendienst ten spijt, lijken redacties nu minder bereid om tijd of middelen vrij te maken voor langdurige opdrachten dan vroeger, en toch zijn er nu meer journalisten die zelf alles over hebben voor een bezielend boek - zoals Koen Vidal, Pascal Verbeken, David Van Reybrouck, Rudi Rotthier en anderen.

Het boek Futur simple wordt nergens zwaar op de hand en lijkt zichzelf te schrijven, maar als journalist weet je dat dit een roekeloze en ambitieuze onderneming is geweest. Koen Vidal en Stephan Vanfleteren reisden vier keer naar Kinshasa, Bukavu, Kisangani en het binnenland van West-Kasaï, om de hoofdfiguren van de zeven verhalen dagenlang te volgen en te interviewen. Sommige kinderen dragen het hele verhaal, andere zijn slechts een alibi om de focus te verbreden. Het openingsverhaal over de pasgeboren Espoir Nzola geeft vooral het woord aan de wijze vroedvrouw Imelda, die het over de breuklijn tussen mannen en vrouwen heeft. Zo zijn vrouwen bijna altijd tot een aidstest bereid, mannen bijna nooit. Het is een breuklijn die in het hele boek zal terugkeren. Zoals in het verhaal van de 13-jarige Mbombo die maniok moet verkopen om haar schoolgeld te kunnen betalen. Haar vader zal haar zo snel mogelijk uithuwelijken: “De vrouw is als een kledingstuk: je mag het aantrekken en uitdoen wanneer je maar wilt.”

Het is nog te weinig bekend dat Congolese kinderen nu vaak van school gezet worden als ze niet de ‘primes’ kunnen betalen. Het verhaal van Arnold Aganze mag dan wel het langste en meest indrukwekkende van het boek zijn, het meest ontroerend vind ik het verhaal van het 16-jarige schoolmeisje Linda Kilumba, een schuchtere maar supergetalenteerde taekwondoka, de stille kracht van de arme wijk Matete in Kinshasa. Blijkt dat gevechtssporten nu erg in zijn bij Congolese vrouwen. Om zich te verdedigen tegen agressieve mannen, om wat assertiever te worden, of omdat het nu chic en hip zou zijn. Linda won al internationale toernooien en kon zich zelfs kwalificeren voor de Olympische Spelen in China. Maar net voor het vertrek werd haar plaats ingenomen door een corrupte begeleider. Het enige concrete gevolg van haar ‘succes’ is dat haar schoolgeld is verhoogd. Het zwarte meisje in de witte kimono wil daarom liever haar veelbelovende carrière opgeven, ondanks de enorme druk van haar familie. Linda geeft nu de prioriteit aan haar studies en haar relatie. “C’est ça mon projet.”

In dit boek gaan Vidal en Vanfleteren geen prangende problemen uit de weg, maar ze geven ze een gezicht, een stem, een familiegeschiedenis. De persoonlijke geschiedenis áchter de feiten fascineert hen meer dan de feiten zelf. En dat levert inzichten op - zoals over dat schoolgeld - die de lezer soms doen nadenken over andere modellen van ontwikkeling. Maar zeker niet over het model van de Bekaertdoctrine, zoals een gewaardeerde Afrika-expert het onlangs in een moment van grote moedeloosheid beschreef: een prikkeldraad rond het zwarte continent spannen en er gewoon vijftig jaar wegblijven. Het probleem is juist dat er nu al prikkeldraad rond Afrika staat, voor handelaars, politici, media... Dat is de reden waarom de Congolese oorlogen, de dodelijkste conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog, bijna nooit het wereldnieuws haalden. Koen Vidal en Stephan Vanfleteren kruipen nu juist verontwaardigd over de prikkeldraad. Toch is hun boek niet op de eerste plaats door verontwaardiging gedreven, maar wel door oprechte interesse voor de mensen, en dat voel je aan de betrokkenheid in de tekst en de foto’s. Het is een heerlijk partijdig boek dat resoluut partij kiest voor de kinderen van Congo - zelfs al hebben ze bloed aan de handen zoals Arnold.

Het boek zwelgt gelukkig dus niet in nostalgie - want nostalgie vertekent de werkelijkheid, doet je met de ogen van nu naar het verleden kijken, geeft vals sentiment - maar toch straalt het een ouderwetse degelijkheid uit. Dat heeft veel te maken met de foto’s in zwart-wit van Stephan Vanfleteren, een van de meest gevierde en bekroonde fotografen in Vlaanderen. Vorig jaar heb ik nog de gebeeldhouwde koppen van bekende Vlamingen staan bewonderen op zijn tentoonstelling in het wintercircus Mahy in Gent. Maar de foto’s in Futur simple spreken mij nog meer aan. Het zijn tegelijkertijd snelle snapshots van het dagelijks leven én tijdloze etsen die de heroïek van het alledaagse overleven in Congo tonen. Je voelt dat deze kleine mensen, hoe fris en levendig ook, toch de invloed ondergaan van de cocktail van oorlog, armoede en corruptie in de coulissen van hun bestaan.

Het zijn soms beelden vol beweging en toch hebben ze de verstilde kracht van iconen gekregen. Zoals de foto’s bij het verhaal van de 15-jarige Tékélé, die in Kisangani als pagayeur werkt en met zijn prauw passagiers en vrachten over de Congostroom zet voor een schamel inkomen van één of twee dollar per dag. Poedelnaakt springen hij en zijn maten van op de prauwen in de Congostroom: de armen open, de piemel vooruit, sprongsgewijs de toekomst tegemoet. Of de foto’s van twee misbruikte kindmoeders, met een baby op de rug gebonden, de vrucht van hun verkrachting, alle vier met de ogen groot en weemoedig naar de lens gericht. Het zijn beelden die het al schokkende verhaal nog een diepere dimensie geven.

Het meest fotogenieke verhaal is het allerlaatste uit het boek: over de breakdancers van de groep Art-Con in Kinshasa. Zij brengen een spetterend optreden in een enthousiast openluchttheater, een van die warme, mooie momenten die ook in het boek zitten. Ze zetten zich af tegen wat fout gaat in hun land en dromen van een tournee in het buitenland - les rêveurs worden ze ook genoemd. Soms zitten ze een tijdje in de gevangenis, als ze weer eens verward worden met een van de vele jeugdbendes in Kinshasa. Eén van de hiphoppers besluit dat hij en de zijnen misschien tot een generatie horen die zich moet opofferen voor latere generaties: “De kamikazes. Zij die zich met liefde opofferen opdat latere generaties het beter hebben.” En hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de andere jongeren in dit boek. Allemaal snakken ze naar een perspectief. Naar een nieuw toekomstbeeld. Futur simple.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234