Zaterdag 24/07/2021

de stier in mortier

Bij de New Yorkse City Opera ver- trok hij voor hij er goed en wel aan het werk was. Een centenkwestie. Gerard Mortier (67) toog daarop naar Madrid, waar hij sinds een klein jaar nogmaals laat zien dat hij een van de moedigste impresa-rio's van zijn tijd is. In een basket- balarena vierde hij afgelopen week zijn jongste triomf. 'Ik eis nieuws-gierigheid. Mensen kunnen niet met een teddybeer blijven slapen.'

De koningin van Spanje zat op de tribune. Uit auto's met chauffeur kwamen voorname dames tevoorschijn aan de arm van gedistingeerd grijze echtgenoten. Een drom onrustige fotografen flitste gretig weg. Je ving een glimp op van Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa. De notoir conservatieve aartsbisschop van deze stad kwam ook, maar alleen voor de derde akte.

Het publiek was bijeengekomen aan de rand van de stad in de Madrid Arena, thuishaven van basketbalploeg C.B. Estudiantes, om te kijken naar de opvoering door het Teatro Real van Saint François d'Assise, de lange, hypnotiserende opera van Olivier Messiaen uit 1983. Het kader vormde een scherp contrast met een normale avond in de chique vaste schouwburg in het centrum van de stad. De bars in de arena waren bedekt met gesteven witte tafelkleden, maar er vloeide nog altijd bier uit de tapkraan.

Op een van de eerste rijen zaten drie heel ernstige jonge mensen in short en sportschoenen, die geconcentreerd applaudisseerden. In hun buurt zaten twee vrouwen die om het kwartier naar de klok op hun gsm keken. Tijdens de twee uur durende tweede akte druppelde een kleine stroom mensen naar de uitgang; velen in het publiek daagden niet meer op na de pauze. Maar de ovatie na de extatische finale, en het gestamp met de voeten, was intens. Het hele schouwspel overziend zat een paar stoelen van koningin Sofia vandaan in donker pak, met bril en steels gniffelend, Gerard Mortier, de artistiek directeur van het Teatro Real.

Stoutmoedig

Wie had in 2007 gedacht dat Mortier vier jaar later hier zou zitten, in een Madrileense basketbaltempel? Vier jaar geleden werd hij ingehuurd als algemeen en artistiek directeur van de New York City Opera. Het was een coup binnen het gezelschap. Een stoutmoedige programmering werd op poten gezet en Mortiers plannen om het Lincoln Center, de vaste zaal van de City Opera, te sluiten en te renoveren tijdens het seizoen 2008-2009 werden goedgekeurd.

Maar een combinatie van post-Lehman Brothers-paniek en scepsis omtrent de ideeën van Mortier maakte een einde aan de wittebroodsweken. Uiteindelijk kreeg hij voor het eerste seizoen in New York een budget van 36 miljoen dollar, iets meer dan de helft van wat afgesproken was. Hij weigerde. "Ik kan geen gezelschap leiden dat over minder geld beschikt dan het kleinste gezelschap in Frankrijk", zei Mortier toen. "Daar heb je mij niet voor nodig."

Een paar maanden eerder had het Teatro Real gepolst naar zijn interesse om naar Madrid te komen, maar hij was er niet op ingegaan. Op de dag dat hij en de City Opera uit elkaar gingen, belde het Teatro Real opnieuw. Drie weken later zei hij ja.

Provinciaal New York

Een week voor de première van Saint François blikt Mortier in zijn koele, verduisterde kantoor in de schouwburg terug op het debacle. "Het was een verkeerde inschatting te denken dat er ineens een enorme fondsenwerving op gang zou komen toen ik kwam", zegt hij. Hij pendelde aanvankelijk nog tussen Parijs en New York. "De mensen in New York kenden mijn naam niet. Ik weet niet of dat mijn fout is of die van hen. Ik denk de hunne. Ik wil niet pretentieus klinken, maar ik weet wat ik waard ben op bepaalde vlakken. Maar dat is nu eenmaal New York. Een wereldstad, maar ook zo provinciaal."

Het idee was dat de kwaliteit en vermetelheid van de nieuwe producties van de City Opera geld zouden losweken. In afwachting zouden de reserves van de opera en de steun van de raad van bestuur soelaas brengen. Maar de leden van de raad van bestuur tilden er zwaar aan dat Mortier in de zomer van 2008 inging op een verzoek om het festival in Bayreuth in Duitsland te leiden. (Dat ging niet door.) Hij wist dat zijn voorstel geweigerd zou worden, zegt hij, en dat het alleen zijn bedoeling was een signaal te geven aan de raad van bestuur omdat hij ernstige twijfels begon te krijgen over het geloof in zijn plannen.

"Een paar maanden voor de opening", zegt hij, "vroeg ik een deel van de raad of ze me allemaal 10.000 dollar meer konden geven, maar er was geen beweging. Ze hadden het geld niet, of ze wilden het geld niet geven."

Mortier heeft net zijn eerste seizoen in Madrid beëindigd op de manier waarop hij in New York had willen openen: met de productie van Emilia en Ilya Kabakov van Saint François. Vele van zijn plannen voor de City Opera worden nu hier werkelijkheid. Behalve Saint François was er dit jaar een rauwe versie van Koning Roger van Karol Szymanowski. Komen er onder meer nog aan: Cosi fan tutte van Mozart in een regie van Michael Haneke in het seizoen 2012-13, een nieuwe opera van Philip Glass over het leven van Walt Disney in januari 2013, en de nieuwe adaptatie van Charles Wuorinen van Brokeback Mountain in 2014. Maar de opdracht van Mortier bij het Teatro Real, een gerespecteerd, maar niet internationaal leidend operahuis, gaat verder dan specifieke projecten en is vrijwel identiek aan wat hij in New York had moeten uitrichten: iets in beweging brengen.

"Ik vind dat de opera een plek is geworden waar mensen op zoek gaan naar waarden die ze in hun ogen aan het verliezen zijn", zegt Mortier. "Ik begrijp dat. Het is zoals een teddybeer. Maar als volwassene kun je niet blijven slapen met je teddybeer. Met opera is dat hetzelfde. Ik aanvaard geen gebrek aan nieuwsgierigheid."

Verkwikkend

Mortier, geschraagd door een afgezwakte maar niettemin aanzienlijke overheidssubsidie die ongeveer de helft van zijn budget dekt, heeft in Madrid een ambitieus, verkwikkend seizoen 2011-2012 samengesteld, dat uitsluitend uit nieuwe producties bestaat. Geen Puccini. Geen Verdi, behalve als onderdeel van een avond met fragmenten die de ideologische implicaties van het koor in de opera belicht. "Het volgend jaar is een proefprogramma", zegt Mortier. "Ik wilde een schok teweegbrengen. Ik zeg niet dat het moeilijk is, maar voor een belcanto-publiek is het een schok. Alles zal afhangen van mijn eerste drie maanden, met Elektra (Richard Strauss), Pelléas et Mélissande (Claude Debussy) en Lady Macbeth uit het District Mtsensk (Dmitri Sjostakovitsj). Als dat goed verloopt, dan denk ik dat we de bocht genomen hebben. Maar op mijn leeftijd heb ik niets te verliezen. Het is op deze manier of helemaal niet. Ik ben niet naar hier gekomen om Aida, La Traviata en Donizetti te doen."

Het avontuurlijke programma heeft ook een schaduwkant: 18 procent van de abonnementen is niet verlengd. De pers is gepolariseerd omtrent de producties van Mortier, en is afwisselend geamuseerd en beledigd omdat hij erop staat zijn persconferenties in het Spaans te doen, een taal die hij allesbehalve vloeiend spreekt. De talenkwestie veroorzaakte een klein schandaal in maart, toen hij zei dat Spaanse zangers "Verdi op dezelfde manier interpreteren als Puccini". Er werd prompt een Facebook- groep opgericht die zijn ontslag eiste.

Maar wat er ook van zij, Madrid praat wel degelijk - en heftig - over opera in plaats van zich alleen maar op te kleden en ernaartoe te gaan. John Berry, artistiek directeur van de English National Opera, zei goedkeurend dat de openingsavond van Koning Roger lekker rellerig was, met rivaliserend applaus én gefluit toen het doek gevallen was.

"Het was een enorm schandaal", zegt Mortier met een glimlach. "En het werd een enorm succes. Op de openingsavond zei ik: 'Nu zijn we echt internationaal.' De mensen slapen niet aan het eind."

Voor Saint François laat hij de politieke, culturele en sociale elite van Madrid uitrukken naar een sportstadion, om in de zomerhitte op half verzachte stoelen te luisteren naar een opera van zes uur. Dat was manipulatief, controlerend, eigenzinnig. Maar er ging ook een enorme branie van uit, een vorm van flair die de ware impresario onderscheidt van zomaar een algemeen directeur. Mortier bereikte precies wat hij ervan verwacht had: mensen ongemakkelijk maken.

De productie van de Kabakovs is cerebraal maar ook dramatisch, en is daardoor misschien het perfecte vehikel voor Mortier. Sobere, serene gebaren worden gecontrasteerd met een enorm decor, een kerkkoepel in gebrandschilderd glas op zijn kant gelegd. De veranderende kleuren volgen subtiel de ontwikkelingen in het gestileerde drama. De arena met haar 12.000 zitjes bleek onverwachts een perfect kader: het labyrint van stalen balken en gangpaden spiegelde het smeedijzeren uitzicht van het decor, de engel die zich terugtrekt in de sombere duisternis van de bovenste balkons.

Een van de journalisten klaagde bij de première dat de Spaanse belastingbetaler nog wat zwaarder geteisterd wordt omdat hij nu ook moet betalen voor de dure plannen van Mortier. Ook al is een van de thema's van het seizoen zogezegd soberheid en consumptiekritiek, toch kostte Saint François 2 miljoen euro voor vijf opvoeringen. Voor het hele seizoen is er een budget van 54 miljoen.

Sterven op het slagveld?

Volgens de regieaanwijzingen van Messiaen moet het licht aan het eind van Saint François langzaam toenemen, tot het "verblindend en onhoudbaar" is, en wellicht is dat een geschikte beschrijving van Mor- tiers programmering. "Ik zal hun één Pucci- ni geven", zegt hij met een lach over het seizoen 2012-13, maar verwacht geen Bohème: hij combineert de eenakter Suor Angelica met Dallapiccola's opera Il Prigioniero.

Ook al kan Madrid hem niet houden op de lange termijn, toch resten Mortier nog een paar jaren. Zijn contract loopt tot 2015. "Dan ben ik 72", zegt hij. "Mijn dokter zegt dat ik zal sterven op het slagveld. Maar ik weet het niet. Ik wil hier een atelier creëren voor jonge zangers. Maar als ik La Traviata moet doen om te overleven, dan wordt het nee. Dan overleef ik liever elders."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234