Zondag 17/01/2021

De Stefaan De Clerck van 1996 en die van 2009

Kristel Beyens is als criminoloog verbonden aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

Het plan van justitieminister De Clerck (CD&V) om tegen 2016 de gevangeniscapaciteit met 1.500 cellen uit te breiden roept vragen op. En niet alleen over centen. Specialiste Kristel Beyens brengt De Clercks eerste termijn op justitie in herinnering: 'Het valt me op dat er, 13 jaar later, van een discours dat pleit voor een spaarzaam gebruik van vrijheidsberoving nog maar weinig overblijft.'

Toen ik in De Morgen las dat minister van Justitie Stefaan De Clerck bij de presentatie van zijn gevangenisplan zijn voorganger Vandeurzen bedankte door te stellen dat er "voor de allereerste keer een globale visie is ontwikkeld", was ik toch wel erg verwonderd over zoveel bescheidenheid (DM 29/1). Vandeurzen heeft inderdaad heel wat denkwerk verricht in zijn beleidsnota's en zijn 'Masterplan 2008-2012 voor een gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden'. Toch wordt de waarheid geweld aangedaan met de stelling dat er nooit voorheen een globale visie is ontwikkeld op het gevangenisbeleid in België.

In juni 1996 stapte toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck naar het parlement met zijn 'Orientatienota strafbeleid en gevangenisbeleid'. Deze nota werd indertijd alom geprezen omdat ze na jaren, of beter decennia van non- of wanbeleid op justitie, voor het eerst een coherente beleidsvisie ontwikkelde, die moest bijdragen tot een samenhangend en kwaliteitsvol straf- en strafuitvoeringsbeleid. Een aantal voor die tijd revolutionaire bakens werd hierin uitgezet, waarvan er een heel aantal zijn gerealiseerd door zijn opvolgers.

Als ik in mijn archieven duik en de nota erop nasla, dan vind ik op pagina 17 een paragraaf, getiteld 'grenzen aan de groei'. Ook meer dan tien jaar geleden wordt al vastgesteld dat de situatie in de gevangenissen 'muurvast' zit, dat er een structurele oplossing nodig is voor het probleem en dat dat in de eerste plaats een politieke keuze vereist. De Clerck stelt daar nog dat het bestrijden van capaciteitstekort door nieuwe gevangenissen te bouwen misschien wel de meest voor de hand liggende beleidsoptie is, maar tegelijk vraagt hij zich af of het ook de meest aangewezen oplossing is. Hij kiest voor een andere optie, namelijk het streven naar een meer resultaatgericht strafbeleid en strafuitvoeringsbeleid, met een vermindering van de gevangenisinput als wenselijk gevolg (eigen cursivering). Verder volgt er nog een pleidooi tégen het opsluiten van burgers als antwoord op normovertredend gedrag. Opsluiting als middel om meer veiligheid in de samenleving te waarborgen lijkt vaak eerder op symptoombestrijding dan probleemoplossing, klinkt het terecht. Hij kiest dus voor een reductionistisch strafbeleid, dat pleit voor een zo spaarzaam mogelijk gebruik van vrijheidsberoving door het toepassen van zowel een 'voordeurstrategie' (het beperken van de instroom in de gevangenissen door het gebruik van andere straffen) als een 'achterdeurstrategie' (het stimuleren van de uitstroom uit de gevangenissen).

Dutroux
Na het uitbreken van de zaak-Dutroux in augustus 1996 wordt op de ministerraad van september 1996 beslist tot het bijbouwen van twee gevangenissen... Daarna is er door opvolger Marc Verwilghen in 2001 nog een poging gedaan om een maximum op de gevangeniscapaciteit te zetten, maar dat voorstel sneuvelt in de besprekingen in het parlement. Met het aantreden van voormalig minister van Justitie Vandeurzen wordt resoluut de kaart getrokken van een krachtdadige, geloofwaardige strafuitvoering, die komaf maakt met het probleem van de overbevolking, zodat er geen wachttijden of periodes van straffeloosheid meer zouden zijn.

Het valt me op dat er, 13 jaar later, van een discours dat pleit voor een spaarzaam gebruik van vrijheidsberoving nog maar weinig overblijft in de tussenkomst van minister De Clerck. Hij toont zich een loyaal partijgenoot die het beleid van zijn voorganger overtuigd voortzet. Wie kan er trouwens géén oren hebben naar de problemen die de overbevolking teweegbrengt voor gedetineerden en personeel? Niemand die het in zijn hoofd haalt om te stellen dat we onze gedetineerden moeten blijven opsluiten in mensonwaardige omstandigheden in gevangenissen die dateren uit de 19de eeuw (!), zoals die van Vorst en Sint-Gillis. Ik hoor de minister dus graag zeggen dat deze uitgeleefde gevangenissen, die nog ontworpen zijn vanuit een filosofie van eenzame opsluiting, die vandaag totaal achterhaald is, op termijn eindelijk vervangen zullen worden door infrastructuur die beantwoordt aan de noden van een moderne gevangenis, die ruimte biedt voor het voeren van een gediversifieerd regime, dat rekening houdt met de behoeften van verschillende groepen gedetineerden.

Als mensen dan toch van hun vrijheid beroofd worden, is het de plicht van de overheid om deze vrijheidsberoving op een zo humaan mogelijke manier te laten gebeuren. En daar wordt via de voorgestelde renovatie en uitbreiding op een eerste niveau aan gewerkt. De enige kritiek van de oppositie is dat het plan te duur is en daardoor onuitvoerbaar. Extra cellen kosten geld, veel geld, en dat is in het verleden de belangrijkste, ik vrees de enige reden, geweest waarom er in België geen cellen zijn bijgebouwd. Elke minister, ook Vandeurzen, heeft in het verleden echter gesteld dat de gevangenisstraf een "ultimum remedium" moet zijn, de laatste optie, als alle andere pogingen of mogelijkheden hebben gefaald of niet aan de orde zijn.

Maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het reductionistische gedachtegoed vaak op een oneigenlijke manier is aangewend om een 'goedkoop' beleid te voeren. En dat heeft op termijn als een boemerang gewerkt, want er is nooit écht gekozen voor een reductionistisch beleid. De alternatieven voor de vrijheidsberoving konden nooit rekenen op zoveel middelen als het gevangeniswezen. Er is de laatste jaren wel heel wat geïnvesteerd in de justitiehuizen, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de straffen in de gemeenschap, maar niet voldoende. In december 2008 stonden de justitieassistenten op straat omdat er personeelsgebrek was. Het personeel dat zich moet bezighouden met de uitvoering van het elektronisch toezicht, staakt omdat de verplaatsingskosten niet tijdig worden terugbetaald. De werkstraffen worden uitgevoerd in de gemeenschap en ook deze diensten krijgen onvoldoende of geen middelen. Beloftes zijn gemaakt, en ook in het plan van Vandeurzen lees ik dat hij de vaste wil had om alternatieve straffen te bevorderen.

Opvallend in heel dit verhaal is dat de vraag naar de zinvolheid van de gevangenisstraf totaal naar de achtergrond verdwijnt, wat de poort openzet voor het expansionistische beleid waar nu voor gekozen is. De omvang van de gevangenispopulatie, en dus ook de overbevolking, wordt voorgesteld als een gegeven, als iets onontkoombaars, waar men weinig of geen vat op heeft. Het opsluiten van mensen is echter het resultaat van een selectieproces dat gebeurt op alle verschillende niveaus van de strafrechtsbedeling. Het blijkt moeilijk strafrechters, onderzoeksrechters en onderzoeksgerechten, die de beslissingen tot vrijheidsberoving nemen, te beïnvloeden en te overtuigen van het reductionistische gedachtegoed. Criminaliteit en bestraffing zijn echter in de eerste plaats maatschappelijke fenomenen, die niet in een vacuüm gebeuren. Daarom is het zo noodzakelijk om het fenomeen van de stijgende gevangenispopulatie te onderzoeken: gaat het om een stijging of een wijziging van de criminaliteit? Gaat het om een mentaliteitswijziging bij de rechters? Spreken rechters langere straffen uit omdat ze vrezen dat de gevangenisstraf toch niet wordt uitgevoerd? Goede en recente gegevens hierover zijn ontoereikend om deze vragen te beantwoorden. Als we niet precies weten hoe het selectieproces verloopt dat leidt tot opsluiting, hoe kan er dan een goed strafbeleid gevoerd worden?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234