Dinsdag 13/04/2021

De stafchef en zijn broer

Luitenant-generaal-vlieger Guido Vanhecke, de stafchef van de luchtmacht, en zijn broer André, zaakvoerder van het pilotenopleidingsbedrijf EATC, werden in het kader van het Agusta/Dassault-dossier als getuige verhoord door het gerecht. De eerste vertelde hoe de ECM-bestelling door de strot van de luchtmacht werd geramd, zijn broer gaf informatie over de innige relatie tussen Agusta en Teamco. Beide verhalen hebben meer met elkaar te maken dan men op het eerste gezicht zou vermoeden.

Georges Timmerman / Walter De Bock

Generaal Alex 'Lex' Moriau, de voorganger van Vanhecke als stafchef van de luchtmacht, was op 19 april 1989 zo gefrustreerd door het ECM-dossier dat hij overwoog om bij wijze van protest zijn ontslag in te dienen. Kolonel Bastien, de kabinetschef van defensieminister Guy Coëme, en adjunct-kabinetschef Mazy hadden Moriau in de voorgaande weken zeer zwaar onder druk gezet om zijn advies over de aankoop van 135 elektronische afweersystemen (ECM) voor de F16's om te buigen in het voordeel van de Franse kandidaat-leverancier Electronique Serge Dassault (ESD). Uiteindelijk besloot Moriau, na overleg met zijn directe medewerkers, van zijn stoutmoedige voornemen af te zien omdat de luchtmacht, indien ze bleef dwarsliggen, kans maakte de bestelling helemaal mis te lopen.

Guido Vanhecke was in die periode de adjunct van Moriau en maakte het besluitvormingsproces van nabij mee. "Inderdaad, op een dag heeft generaal Moriau ons bij elkaar geroepen om ons te informeren over een interventie van het kabinet, door Bastien of Mazy", verklaarde Vanhecke aan commissaris Michel Sacotte van het Hoog Comité van Toezicht (HCT). "Die interventie had tot doel de positie van de luchtmacht te versoepelen door de keuze (tussen de twee resterende kandidaat-leveranciers, ESD en het Amerikaanse Litton) open te laten. Generaal Moriau werd verplicht zijn houding te versoepelen, anders zou het dossier geen doorgang vinden." Met andere woorden: het was ESD of niets, en zonder elektronisch afweersysteem zijn F16's bijzonder kwetsbaar.

Minister Coëme gunde het ECM-contract, ter waarde van meer dan 6,5 miljard frank, op 7 juni 1989 aan Dassault-dochter ESD. Twee weken later arriveerde de eerste schijf van 30 miljoen frank 'geheime commissies' van Dassault bij een vertrouweling van de PS, later volgde nog ruim 60 miljoen voor de Vlaamse socialisten. Volgens generaal Moriau werd het lobbywerk voor ESD verricht door zijn voorganger, generaal Lefebvre, die na zijn pensionering in dienst trad van de firma Europavia, een lobby-instrument van de Franse luchtvaartindustrie.

Raadsheer Fischer van het Hof van Cassatie houdt ernstig rekening met de hypothese dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de Dassault-corruptie en de Agusta-affaire. Dat is de reden waarom beide dossiers aan elkaar zijn gekoppeld en als één geheel naar de rechtbank worden gestuurd. Omdat de Franse industrie naast het helikoptercontract had gegrepen, kreeg ze als Wiedergutmachung de eerstvolgende grote legerbestelling in de schoot geworpen: het ECM-contract.

Tegenover Raadsheer Fisher verklaarde gewezen PS-minister Alain Van der Biest dat toenmalig PS-voorzitter Guy Spitaels, mee onder druk van zijn contacten met de Franse PS, de helikopterbestelling richting het Franse Aérospatiale duwde. "Daar kwam verandering in toen André Cools zich realiseerde dat de Luikse regio, qua economische compensaties, beter gediend zou zijn met de toewijzing van het contract aan Agusta.", aldus Van der Biest. Meer bepaald de compensatiebeloften aan het Luikse bedrijf Trident (zie verder) gaven bij Cools de doorslag.

Van der Biest kreeg in die zin instructies van Cools en moest de boodschap overbrengen aan zijn collega Coëme. "Die leek slecht op zijn gemak. Hij zei me dat hij onder druk stond van de Fransen en van Spitaels." Tijdens een vergadering, eind oktober of begin november 1988, met Coëme, diens kabinetschef Bastien, Cools-vertrouwensman Carol Gluza en Van der Biest, rolde de oplossing uit de bus.

Van der Biest: "Agusta zou het helikoptercontract krijgen, zodat de Luikse regio kon rekenen op het distributiecentrum van Agusta en de economische compensaties voor Trident. Zaventem zou, volgens de wens van minister Dehaene, het onderhoudscentrum voor de helikopters krijgen, terwijl Limburg, de regio van minister van Economische Zaken Willy Claes, de composietfabriek kreeg."

Tijdens deze vergadering werd geen allusie gemaakt op de mogelijkheid dat de pil voor de Fransen verguld zou worden door hen andere grote legerbestellingen toe te schuiven. Dat ontdekte Van der Biest pas na de beslissing van het sociaal-economische kernkabinet over het helikopterdossier, op 8 december 1988. "Coëme, eens te meer slecht op z'n gemak, zei me, verwijzend naar de Fransen: 'Ils auront, en contrepartie du marché Aéromobilité 1, les contremesures' (Ze krijgen, als compensatie voor het helikoptercontract, de elektronische tegenmaatregelen). Op dat moment realiseerde ik me dat de teerling geworpen was voor het ECM-contract."

De Belgische luchtmacht had van 1979 tot halfweg jaren tachtig samengewerkt met de firma Loral in New York voor het ontwikkelen van een eigen 'Belgisch' ECM-systeem, bekend onder de naam Rapport III (Rapid Alert Programmed Power Management Of Radar Threats). "Voor Rapport III heeft Loral jarenlang onderzoek gedaan, op kosten van de Belgische luchtmacht", verklaarde generaal Moriau aan het gerecht. Toen de aankoopprocedure voor de helikopters in gang werd gezet, in 1986, werd Rapport plotseling afgevoerd door de toenmalige stafchef van de luchtmacht, generaal Jacques Lefebvre (zie 'De generaal en het tweede kanaal', DM 22/6/98). Rapport werd vervolgens door Lefebvre voor een prikje verkocht aan Elisra, een filiaal van de Israëlische groep Tadiran, gespecialiseerd in elektronische oorlogsvoering, waarna het systeem in gebruik werd genomen door de Israëlische jachtbommenwerpers en verkocht werd aan de Turkse luchtmacht. De officiële vertegenwoordiger in België van Tadiran was Georges Cywie, de lobbyman van Agusta. Elisra stond overigens op de eerste shortlist van ECM-leveranciers, maar werd door generaal Lefebvre in 1988 van de lijst geschrapt en vervangen door ESD van Dassault.

Bij de ontwikkeling van Rapport werkte Loral samen met Teamco (Trans European Airways Maintenance Company), een onderdeel van de TEA-groep van Georges Gutelman. Deze bedrijfsleider was een goede vriend van wijlen PRL-politicus Jean Gol. Gutelman is bovendien de schoonbroer van Cywie. De combinatie Loral-Teamco beschikte over sterke voorstellen inzake economische compensaties voor de ECM-bestelling. Zo stelde Loral-Teamco voor de bijna failliete Unisys-vestiging in Herstal bij Luik over te nemen en zodoende honderden jobs te redden. De deal ging niet door, want Unisys werd met steun van het Waalse Gewest overgenomen door de Luikse zakenman Léon-François Deferm, een intimus van PS-kopstuk Guy Mathot. Deferm herdoopte de Unisys-vestiging tot Trident Technology Holdings, een bedrijf dat van Agusta voor 700 miljoen frank compensatiebestellingen kreeg toegewezen. Deferm bleek evenwel een economische gangster: hij stak honderden miljoenen op zak en liet Trident in vereffening gaan voordat het bedrijf zelfs maar aan de Agusta-bestellingen kon beginnen.

Bij Teamco werkte van 1984 tot 1991 André Vanhecke, de broer van de huidige stafchef van de luchtmacht. André begon net als Guido zijn carrière als officier bij de luchtmacht, maar stapte in 1980 over naar de privé-sector en werd commercieel directeur bij de vliegtuigmotorendivisie van FN in Herstal. Vanaf 1984 werd André Vanhecke de adjunct van directeur-generaal Walter Van de Steen van Teamco, waar hij in 1988 het pilotenopleidingscentrum European Aerospace Training Center (EATC) oprichtte als filiaal van Teamco. Na het faillissement van de TEA-groep van Gutelman kocht Vanhecke de activa van EATC uit het gerechtelijk akkoord en begon voor eigen rekening onder de licht gewijzigde benaming European Aviation Training Center. De combinatie Teamco-Loral kon met andere woorden rekenen op het lobbywerk van gewezen luchtmachtkolonel André Vanhecke, wiens broer op dat ogenblik aan de andere kant van de barrière actief was. Guido Vanhecke voerde als adjunct van de stafchef besprekingen met de evaluatiecommissie van de luchtmacht over dit dossier. Het was overigens generaal Moriau die het gerecht attent maakte op de rol van de Vanheckes in dit dossier.

André Vanhecke werd ondervraagd, onder andere over de samenwerking tussen Teamco en Agusta voor het onderhoud van de helikopters van het Amerikaanse leger in Europa. Die samenwerking nam de vorm aan van Agusta-Teamco Joint Venture (ATJC), opgericht in 1988. Daarnaast werkte Teamco ook samen met Agusta voor het onderhoud van de helikopters van het Belgische leger, die vanaf 1992 werden geleverd. "Ik weet dat Teamco interesse had voor het onderhoud van de A109-helikopters voor rekening van het Belgische leger", verklaarde de zakenman aan de cel-Cools. "Op dat moment interesseerde ik me uitsluitend voor EATC; de onderhandelingen met Agusta en met de aankoopdienst van het leger (SGA) werden gevoerd door Van de Steen. Niettemin had ik regelmatige contacten met hem en werd ik op de hoogte gehouden. Er was één ding dat ons intrigeerde in het compensatieprogramma van Agusta, met name dat er sprake was van de bouw van een onderhoudscentrum in Zaventem en niet in Melsbroek, waar Teamco gevestigd is. Dat betekende, bij wijze van spreken, dat het onderhoud zou worden toegewezen aan Sabena en niet aan Teamco."

Jean Delporte, een oudgediende van de SGA die gedurende vijftien jaar voor de aankoopdienst van het leger had gewerkt, werd na zijn pensionering occasioneel ingehuurd door Teamco als adviseur voor militaire dossiers. Het Luikse parket is in het bezit van een nota van Delporte, bestemd voor directeur-generaal Van de Steen, waarin die de raad krijgt om zich rechtstreeks tot het kabinet van de minister van Defensie te richten om het onderhoudscontract van de Agusta's los te krijgen via een aanbesteding. In zijn nota verwees Delporte naar kolonel Lassoie, die hierover een dossier had voorbereid voor het CMCES maar dat dossier niet uit zijn lade durfde te halen. "Dat mocht Lassoie waarschijnlijk niet, op bevel van zijn chef, generaal Fournier", wist André Vanhecke te melden, toen hij door het gerecht met dit document werd geconfronteerd. André Fournier was de chef van de SDAV, de aankoopdienst van vliegend materieel binnen de SGA. "Het is bekend dat generaal Fournier een hevig verdediger is van de vliegtuigbouwer Sabca in Charleroi, en indien Sabca zich in een concurrentiepositie zou bevinden met Teamco, zou Sabca problemen kunnen hebben om het contract binnen te halen, gelet op de veel competitievere prijzen van Teamco."

Het lobbywerk van Teamco wierp desondanks zijn vruchten af, want Teamco kreeg wel degelijk het onderhoudscontract voor de Agusta's, zoals onderzoeksrechter Ancia in oktober 1995 kon vernemen van gewezen PS-minister Alain Van der Biest: "Teamco kreeg, na de regeringsbeslissing over de aankoop van de helikopters en de bijbehorende economische compensaties, het onderhoud en de montage van de helikopters, eerst in Zaventem, daarna eventueel in Bierset, waar niet alleen het distributiecentrum voor onderdelen van Agusta Europe zich bevindt, maar het geheel van het Europese beheer van Agusta." Deze vaststelling weigert André Vanhecke tegenover de redactie te bevestigen en laat hij voor rekening van Van der Biest.

Hoe had Teamco dit klaargespeeld? Het antwoord staat in de eerdere genoemde nota van Jean Delporte. Die schreef dat de zaak wel voor mekaar zou komen "onder druk van u weet wel wie". Wie wordt hiermee bedoeld?, vroeg het gerecht aan André Vanhecke. "Geen idee", was zijn antwoord, "maar de inhoud van dit document verbaast me absoluut niet. Het is een soort alarmbel van een oude specialist van de SGA, die de officiële procedures op z'n duimpje kent en weet aan welke touwtjes er moet worden getrokken."

Dezelfde vraag werd gesteld aan directeur-generaal Van de Steen van Teamco. Die wist direct over wie het ging. "Deze passage", verklaarde hij, "is zonder enige twijfel een verwijzing naar de interventie van Cywie."

Slot

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234