Woensdag 28/07/2021

De stad uit

Halfweg de wandeling naar de top van de Blue Mountain begrijpen we waarom we geen enkele eland, beer, coyote of hert tegenkomen

Ik had haast geen dag vrijaf deze zomer; sinds mei was ik de stad niet uit geweest. De enthousiaste postkaartjes van Belgische vrienden uit Andalusië, Noorwegen en Toscane maakten geen verlangens in me wakker: ik had zelfs geen tijd om aan vakantie te denken. Dan, een dag of tien geleden, werd het plots koud. Van de ene dag op de andere gingen we van T-shirt- naar parka-weer. De verwarming moest aan, weken vroeger dan gewoonlijk. Ik was woest. De zomer was me ontglipt. En op het nieuws draaide het universum dag in dag uit rond Arnold Schwarzenegger, wiens vierkante smoel me al deed kotsen de eerste keer dat ik hem zag, en dat is vijftien jaar geleden. Voor mijn psychisch evenwicht en dat van mijn omgeving was het hoog tijd dat ik een paar dagen vakantie nam.

Vandaag is het zover. Mijn humeur straalt als de zon. De zomer heeft zich bedacht. Ik draag weer een T-shirt. Volgens het weerbericht wordt het meer dan 25 graden, niet alleen vandaag maar ook de komende dagen. Sweet sensual Indian Summer here we come! Ik zet de autoradio aan. "... the new governor-elect Arnold Schwa..." Kokhalzend draai ik de volumeknop om. "Dank u", zegt Tom. Hij zet een van de prachtige eclectische muziekbandjes op die zijn vriend Gie hem uit Belgie opstuurt. Ha... Bach. Zo is de drukke New Jersey-turnpike beter te verteren. Drie kwartier later zien we de Hudson-rivier rechts van ons glinsteren. De lucht is middellandsezee-blauw. Hier en daar is al een boom schuchter door de herfst gezoend. We zijn op weg naar de Adirondacks, een natuurgebied op zes uur rijden dat bijna tot aan de Canadese grens reikt. Niet veel later passeren we de eerste gele verkeersbordjes die voor overstekende herten waarschuwen. We zitten in Harriman State Park, het dichtst bij de stad gelegen natuurgebied en een favoriete zomerse barbecueplek voor New Yorkse Puertoricaanse en Dominicaanse familieclans. Met wat geluk kunnen ze hier een beer zien in het wild en 's avonds veilig in hun eigen bed kruipen in de Bronx.

Heel de wereld glijdt aan ons voorbij. We zien wegwijzers naar Kingston, Cairo, Ravenna, Troy, Waterloo, Rensselaer, Watervliet, Rotterdam, Amsterdam, Ghent, Rome en Utica. Voor dat laatste stadje heb ik een boontje: daar woont de grootste Bosnische gemeenschap van Amerika. De burgemeester van Utica, dat zoals zoveel verouderde industriestadjes in de streek de laatste drie decennia veel bewoners had verloren, zei aan de Bosnische vluchtelingen: "Wij hebben volk nodig en plaats zat. Kom maar bij ons." Van het een kwam het ander en het stadje zit nu weer in de lift.

In Johnstown slaan we af. We passeren een treurig charmante winkelstraat die op een al lang niet meer afgestofte filmset uit de jaren vijftig lijkt. Het stadje is duidelijk aan een injectie ondernemende immigranten toe. Aan de rand van Johnstown rijden we de verkeerde richting in. In plaats van op Route 30, die dwars door de Adirondacks loopt, belanden we op een zijweg naar een dorp dat Fonda heet. Omkeren gaat niet zomaar. Een bord langs de weg zegt dat we vlakbij 'The Shrine of Kateri Tekakwitha' zijn. Als goede ex-katholieken slaan we een bezoek aan een bedevaartplaats niet af. We zijn de enige pelgrims op het immense parkeerterrein. Het houten kerkje moet ijskoud zijn in de winter. Je kunt zo door de reten van de planken muren naar buiten gluren. We kijken begerig naar de collectie versleten Indiaanse gebruiksvoorwerpen, het gepolijste schild van een reuzenschildpad en de naïeve beeldhouwwerkjes en schilderijtjes. Maar we houden ons in. Ons enige vergrijp is elektrische kaarsjes aansteken zonder het tarief van twee dollar per kaars te betalen.

Kateri Tekakwitha is nog niet heilig, lezen we, maar haar papieren zijn ingediend bij de paus. Ze was een Mohawk-indiaanse die in de 17de eeuw het christelijke licht zag ondanks hevig protest van haar clangenoten. Ze weigerde om te trouwen met de indiaanse jongen die haar familie had uitgekozen. Ze stierf, maagdenvlies intact, toen ze 24 was. Haar huid, die vol littekens stond door de pokken, werd enkele minuten na haar dood weer glad. Als dat geen teken van heiligheid is! Komaan, Jean-Pol, zet er wat haast achter, voor je zelf de mijter aan Maarten geeft. Die avond slapen we aan een spiegelglad meer dat Lake Pleasant heet. De Adirondacks-streek telt meer dan 3.000 meren omringd door heuvels en bergen. Het is volle maan en stil. De volgende ochtend is het warm en koel tegelijk. Ik heb in geen jaren zo'n frisse lucht opgesnoven. We rijden nog een uurtje verder noordwaarts en besluiten de Blue Mountain te beklimmen. Het pad is steil en glad. We komen geen enkele eland, beer, coyote of hert tegen. Er zouden nochtans heel wat van die beesten rondlopen in de Adirondacks. Halfweg de wandeling begrijpen we al beter waarom de fauna zich hier ver houdt. Ongeveer alle wandelaars - waaronder verschillende opvallend potige, fitte vrouwen - hebben grote honden bij zich. Op de top van de berg staat een uitkijktoren. Van daaruit zien we vijftien meren liggen omringd door gele, oranje en rode bossen. Wat later vallen we in slaap op een platte rots in de zon. Ik word een halfuur later wakker, uitgerust alsof ik al weken op vakantie ben.

www.northnet.org/adirondackvic

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234