Zondag 24/01/2021

De stad die in een diepe kuil viel

Gölcük. Aantal inwoners: 76.900. Het bord dateert van voor de ramp en doet huiveren. Meer dan vijfduizend doden eiste de aardbeving hier met een kracht van 7,4. De stad in het westen van Turkije kreeg, als epicentrum, de volle laag. De gelukkigen wonen opnieuw in hun huis of in een prefab, de minder fortuinlijken zitten in een tent of op straat. Ze hopen op een chalet, stijl Ardennen, in het Belgische prefabdorp, het mooiste in de wijde omtrek. Ondertussen doen ze aan wederzijdse praattherapie. 'Gölcük is nog maar halfweg terug uit de kuil waarin het gevallen is', zegt de burgemeester. 'De top waar wij eens stonden, is ver weg.'

Ayfer Erkul / Foto Gert Jochems

De grote klok, die op 17 augustus wekenlang spookachtig op twee minuten over drie bleef staan, tikt opnieuw seconden weg. Taxi's wachten op klanten, bussen rijden over stoffige wegen kinderen naar school, moeders stappen met volle plastic tassen de winkels buiten. Ergens klinkt luide Turkse popmuziek en schaterlacht een meisje. Maar niets is zoals het was. De stad is bezaaid met grote, kale plekken waar vorig jaar nog hopen puin van ingestorte huizen lagen. 'Te Koop'-bordjes verschenen op vele huizen. "Het gaat niet goed met Gölcük, abla (zuster, nvdr)", zegt Yahya (25) bitter. "We leven niet meer, we bestaan." Hij schenkt glaasjes thee in de krakkemikkige barak langs het gemeentehuis. Een fornuisje, twee gammele stoelen, wat beduimelde dienbladen, glazen en een gootsteen. Maar een ruimte van onschatbaar belang. Hier werkt Yahya samen met Levent (21) en Ferhat (31). Ze zijn de çayci, de theemannen, van het gemeentehuis die iedere ambtenaar en bezoeker van thee of Turkse koffie voorzien. Een tulpvormig glas thee maakt de dag draaglijker en is net dat ietsje meer bij een gesprek. Ook in barre tijden. "Neen, we lijden geen honger", zegt Levent. "En we hebben opnieuw water en elektriciteit. Maar een toekomst?"

In hun çayci-barak vertellen Yahya, Levent en Ferhat over de afgelopen maanden. Over de winterkou, de nachten in de buitenlucht, de naschokken die de stad blijven teisteren en niemand toelaten te vergeten. De massale hulp verminderde maand na maand, de Turkse pers kwam enkel nog kijken als er weer eens een tent in brand vloog nadat het gasvuurtje was omgevallen. Na de aardbeving zwollen de geruchten aan en verdrongen die de realiteit. De hulpgoederen werden met opzet tegengehouden in de Istanbul en Izmit, heette het. De gouverneur was gevlucht met het geld van een steunfonds, fluisterden boze tongen. In Gölcük vielen meer doden dan officieel bekend werd gemaakt, is het laatste gerucht. Neen, de waarheid, knikken drie hoofden. "Meer dan twintigduizend", beweert Yahya zelfs. Ze blijven volhouden, ook als is het laatste officiële cijfer van het totale aantal slachtoffers in het hele aardbevingsgebied niet meer dan achttienduizend. Maar dat kan Yahya allemaal verklaren. Hij knikt veelbetekenend. "Ze doen het met opzet. Als ze het juiste cijfer zouden vrijgeven, zouden ze dit gebied moeten uitroepen tot rampgebied. En dan zouden ze Gölcük meer geld moeten geven."

Ze, dat is de overheid. Onzin, zucht die overheid, in de persoon van burgemeester Ismail Baris. "Er waren 5.385 doden. Met een foutmarge van misschien vijf. En trouwens, twintigduizend doden, waar zouden we die dan hebben verborgen?" Baris fronst de wenkbrauwen, hij hoort dit soort geruchten iets te vaak. Het heeft volgens hem alles te maken met het trauma waaronder Gölcük nog gebukt gaat. "Dit was een mooie stad met een economie die goed draaide. Wij hadden hier het beste en kregen in één klap het slechtste." Hij tekent een kuil op een blad papier. "Kijk", zegt hij, en trekt een pijl naar beneden. "Eens stonden wij aan de top. Toen vielen wij tot op de bodem. En ondanks alle moeite, konden we tot nu toe enkel kruipen tot in de helft van deze kuil. In Gölcük lijdt niemand nu honger, maar evenmin zal iemand zeggen dat hij het goed heeft. Terwijl andere steden lang niet zo hoog moeten klimmen om hetzelfde niveau te halen. Dat raakt de mensen. Ze verliezen het vertrouwen en geloven liever praatjesmakers en roddeltantes."

Nevzat (40) omhelst een vriendin die ze maanden geleden uit het oog verloor. "En in welke tent woon jij nu", vraagt ze. Ze ontmoeten elkaar vandaag toevallig in de wachtkamer voor het kabinet van de burgemeester. Beide vrouwen willen 'iets regelen'. De wachtruimte voor dienstbetoon, zo lijkt het hier wel. De torpil, het beruchte Turkse kruiwagensysteem, heeft niet geleden onder de aardbeving. Kon je met torpil vroeger gemakkelijker een job vinden, dan is de kruiwagen nu het middel om sneller een geprefabriceerde woning te krijgen.

De periode dat gretige handen tenten plukten uit vrachtwagens die amper stilstonden, is voorbij. Hulp kan niet meer worden genomen, maar moet worden verkregen. De inwoners raken soms de kluts kwijt. Document x moeten worden ingevuld bij de aanvraag van overheidssteun, papier y dient voor de inschrijvingsprocedure van een prefab huis en bewijs z geeft recht op schadevergoeding bij verlies van een naaste. In het gemeentehuis, nog volledig intact, komen ze hun beklag doen. Een vrouw barst in snikken uit als ze aan de secretaresse vertelt waarom ze de burgemeester wil spreken. Ze is inwoner van Gölcük en moet haar barak in de buurgemeente Degirmendere binnen de drie dagen verlaten. De gemeente wil er haar eigen burgers huisvesten. Ze zwaait met een verfrommelde brief. Of de burgervader geen goed woordje kan doen? Nevzat schuifelt ondertussen rusteloos op de houten bank. "En Nilüfer", vraagt ze even later fluisterend aan de secretaresse. Die haalt een beduimeld boekje tevoorschijn. Het dodenboekje. Met haar wijsvinger gaat ze de lijst namen van de slachtoffers af. "Nilüfer van de vrouwenvereniging is dood", knikt ze. Ook Ebru is niet meer, net zomin als Gülizar. Nevzats adem stokt, in afwachting van nog andere namen. Haar vriendin Emine (31) volgt alles vanuit een hoekje. De hoofddoek heeft ze bijna over haar ogen getrokken. Gescheiden, twee kinderen, zonder inkomen noch woning. Tot voor kort kreeg ze in het tentenkamp twee warme maaltijden per dag van de Rode Halve Maan. Nu moeten ze het doen met een maandelijkse proviand. "Vijf kilo bloem, vijf kilo bonen, een kilo thee, confituur, vier pakken melk, twee kilo boter", somt ze stilletjes op. Emine woonde in een huurhuis en kan geen brokstukken of zwaarbeschadigde woning laten zien om aanspraak te maken op een prefab. Net zomin als Nevzat, wier appartement volgens de experts herstelbaar is. Ze moet geduld hebben en in haar tent blijven.

Agir hasarli. Zwaar beschadigd. Bij de gelukkigen werd dat etiket op hun huis geplakt. Beschadigde fundamenten, een onbewoonbaar huis dat tegen de vlakte moet. Zij kregen, net als degenen met een volledig verwoest huis, automatisch een geprefabriceerde woning. Bovenop de heuvel, enkele kilometers buiten de stad, werden met buitenlandse hulp in een ijltempo hele prefabwijken gebouwd. Tweeduizend vijfhonderd kleine, witte huizen, soms net caravans, waar hele families eten, slapen, wassen en plassen.

De selectiecriteria zijn onverbiddelijk. Geen prefab voor families waarvan het huis als orta hasarli, middelmatig beschadigd, werd bestempeld. Zij moeten de schade zelf herstellen of wachten op overheidshulp. Ondertussen overleven ze in een tentje met de overheidssteun van honderd miljoen lira (ruim zevenduizend Belgische frank) en dromen ze van een huisje in het Belgische dorp in Gölcük. De strijd die woedt om een van de zeventig prefab woningen van het Belgische Rode Kruis te bemachtigen, begint hilarisch te worden. De Belgen bouwen een dorp, gonsde het al in februari in de stad toen op de heuvel nog maar net het terrein was geëffend. De Belgen bouwen mooi dorp, klonk het enkele weken later, toen de eerste houten skeletten rechtop stonden. De aanvragen stegen naarmate de werkzaamheden vorderden. De haast lieflijke, houten chalets die werden opgetrokken kunnen zo in onze Ardennen staan. Een woonkamer met kleine keuken, twee slaapkamers en een badkamer. Luxe-prefab, met panoramisch uitzicht op de stad. Later zal er nog een gezondheidscentrum worden neergezet. Emin, verantwoordelijke op het veld, kijkt een beetje minachtend naar het buurdorp. "Van de Amerikanen", grijnst hij, duidelijk trots dat hij voor de Belcikalilar mag werken. De krappe, witte cabines uit de Verenigde Staten kunnen in de verste verte niet tippen aan de Belgische woningen. "Nu al hebben de mensen daar last van condensatievocht. Wat gaat dat in de zomer worden?" Over enkele weken wordt het Belgische dorp ingewijd. Emin bladert zijn notities door. "We hebben nu honderdvijftig kandidaat-families. Dat aantal zullen we moeten halveren, en nog gaan de inschrijvingen door. De prefabs die misschien zullen overblijven als alle rechthebbenden bediend zijn, worden uitgeloot." Hij lacht. "Zelfs degenen die al in een prefab wonen, schrijven zich in. Ik geef hen geen ongelijk", zegt hij terwijl hij nogmaals naar de overkant tuurt.

Aan de wijk Denizevler (zeehuizen, nvdr), staan verlichtingspalen niet meer langs, maar in het zeewater. Daar moet de brede boulevard gelegen hebben, waar 's zomers inwoners en toeristen flaneerden. Waar in de çay bahceleri (theetuinen) werd geflirt en gedronken. Nu is het een kale plek met grote plassen water. De diepste putten werden opgevuld met puin en brokstukken van vernielde woningen. "Ik zat daar die nacht, op een terrasje." Yusuf (35) wijst vaag in de richting van de zee. "Een golf van minstens vijftien verdiepingen hoog sleurde ons mee. Hoeveel doden er hier vielen, weet niemand. Tweehonderd, misschien tweehonderdvijftig." Hij kijkt even onzeker. "Sommige lijken liggen daar nog. Griezelig."

Even verder metselt Adil de scheuren in de buitenmuren aan de eerste verdieping van zijn huis dicht. Het is zijn oude woning, die hij nu opnieuw zal betrekken. Acht maanden geleden was hij nog de trotse bezitter van een appartementsgebouw met tien verdiepingen. "En een supermarkt van vierhonderd vierkante meter", roept hij naar beneden, haren en handen vol cement. "Ik ben alles kwijt. Gelukkig had ik dit huis nog." Adils tienjarige neefje schrijft ondertussen in rode verfletters op de ramen van het leegstaande buurhuis vurige liefdesverklaringen aan zijn stad. I love you, Gölcük. Seni hic terketmem. Ik zal je nooit verlaten. "Velen zijn hier weggegaan", zegt Adil. "Maar ik zeg je, ze komen allemaal terug. Ik was ook een tijdje elders, bij familie, tot ik de heimwee niet meer aankon. Nu zal geen aardbeving mij Gölcük nog doen verlaten. Mijn leven ligt hier."

In wat ooit de bergplaats voor brandhout was, voor het huis, heeft Adil enkele maanden geleden een kruidenierswinkeltje geopend. Met een aardbevingsverzekering deze keer. Het contract prijkt aan de muur, achter de toonbank. De mensen lachten hem in het begin vierkant uit. Een winkel, op deze gruwelplek? Akin, de jonge winkelbediende, haalt zijn schouders op. "Jullie zullen geen klanten krijgen, zeiden ze tegen ons. Maar dat was niet zo belangrijk voor ons. We wilden ons gewone leven hervatten. Met deze winkel hebben we alles veel beter kunnen verwerken."

Psychologische hulp voor slachtoffers is er nog hier en daar, in tentjes van hulporganisaties. "Maar een Turk zal eerder het hoofd schudden en 'ik ben niet kierewiet' denken dan naar een psycholoog te stappen." Yüksel Yilmaz weet dat. Daarom loopt de gepensioneerde man iedere dag de koffiehuizen van Gölcük af om te praten en te luisteren. Zijn eigen vorm van psychotherapie, al mag het kind die naam niet hebben. Wederzijdse praattherapie, dat klinkt al beter voor hem. "Want daar hebben we behoefte aan. We vertellen elkaar dan over de nachtmerries die we soms nog hebben. Over de broer die we verloren en de tent die lekt. Dat lucht op."

De woede van toen is weggeëbd. Viel in augustus vorig jaar ergens de naam Veli Göcer, dan werden gezichten grimmig en balden vuisten zich. Göcer was een van de bekendste aannemers die voor de bouw van tientallen appartementsblokken zeezand had gebruikt. Dat was een van de redenen waarom sommige woningen als een kaartenhuis in elkaar zakten, terwijl de huizen erlangs geen scheurtje hadden. In het kuststadje Yalova gingen al zijn 'droomhuizen', zoals zijn reclameaffiches vermeldden, tegen de grond. Göcer voelde de volkswoede op tijd en vluchtte eind augustus vorig jaar naar Duitsland. In september kwam hij terug naar Turkije, waar hij onmiddellijk werd opgepakt. Nu is hij voorlopig vrijgelaten. Yusuf haalt de schouders op. Die aannemers, daar praten ze liever niet meer over. "Iedere stad heeft zijn Veli Göcer", zegt hij gelaten. "Ook Gölcük. Ze stierven zelf bij de ramp, of vluchtten weg." Yusuf haalt nogmaals de schouders op.

Echte huizen mogen pas worden gebouwd als het bodemonderzoek in het aardbevingsgebied is afgelopen. Dat besliste de Turkse overheid enkele weken geleden. Maar burgemeester Ismail Baris hoopt dat de in Gölcük geplande 6.500 nieuwe huizen, allemaal aardbevingsbestendig, er zullen staan tegen 2001. Baris: "Daarna kan het nog zeker vijf jaar duren voor de stad haar oude allure terug heeft. Ooit zal het Gölcük van vroeger terug herrijzen. Tien kilometer verder weliswaar, maar toch."

Burgemeester Baris staat op en loopt glimlachend naar de muur. Trots laat hij het wapenschild van Anderlecht zien. De gemeente vereerde hem onlangs met een bezoek. Hij kon het niet laten, dat moest hij even kwijt aan ons. Anderlecht, Belgische journalisten, Belgen die in zijn stad het mooiste prefabdorp in de wijde omgeving bouwen. De man is ontroerd. "Vertel de Belgen dat we hen dankbaar zijn", fluistert hij en geeft ons een pakje sigaretten van een onbekend merk als afscheidsgeschenk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234