Woensdag 20/01/2021

De spreidstand van het verlangen

Als de beeldhouwer Rodin niet met gips of brons in de weer was, maakte hij schetsen van vrouwen die zich uitkleden of de hand aan zichzelf slaan. Een adembenemende keuze uit zijn erotische werk is momenteel in Parijs te zien.

Door Eric Min

PARIJS l Auguste Rodin (1840-1917) heeft altijd getekend: academische schetsen naar levend model, voorstudies voor beelden en later ook autonome werken. Het Parijse museum dat zijn naam draagt, bewaart ongeveer zevenduizend stuks, driekwart van de totale productie. Een forse stapel van enkele duizenden tekeningen en aquarellen heeft een expliciet erotische lading.

Rodin maakte geen geheim van zijn libertijnse voorkeuren. In 1899 exposeerde hij zijn naakten in Brussel en in Nederland, een jaar later in het paviljoen dat hij in de marge van de Parijse wereldtentoonstelling had laten bouwen, als een uitdagende voetnoot bij de officiële selectie. In 1907 waren er in de galerie Bernheim-Jeune indecente naakten te zien "die een aap het schaamrood op de wangen zouden bezorgen".

Toch dook er na Rodins dood een honderdtal tekeningen op in mappen met de vermelding 'privécollectie' en musée secret. De kunstenaar wist hoe ver hij kon gaan om de pijngrens van kritiek en publiek te ontzien. Vandaag zijn we heel wat meer gewend - op een steenworp van Rodins stadspaleis spreidt Courbets model van L'Origine du monde vrijmoedig haar dijen in het Orsaymuseum. De zowat 170 schetsen die vandaag in het Hôtel Biron bijeen werden gebracht willen dan ook een staalkaart zijn van het beste werk, zonder valse schaamte.

Voor we aan de suites van koortsige, met aquarel gehoogde tekeningen van circa 1900 toe zijn, openen enkele dessins noirs het bal. Het zijn voorstudies voor beeldengroepen als La Porte d'Enfer, het grootse project dat niet werd gerealiseerd maar een goudmijn van motieven werd waaruit Rodin een leven lang putte. De tekeningen doen academisch aan, maar de lijn maakt zich los van het blad en gaat stilaan een eigen leven leiden.

Ook een curiosum kreeg een plaatsje: een origineel exemplaar van Baudelaires Les Fleurs du Mal dat aan uitgever Paul Gallimard toebehoorde en waarin Rodin 27 illustraties maakte. Daarna is het hek van de dam; onze blik kan zich te goed doen aan spaarzame vlekjes aquarel en wervelende lijnen op tekenpapier, aan een feest van vingers en lippen, krassen en bijna niets. De grote hand van de meester heeft alles gezien. Zijn trillende lijn is een onmogelijke momentopname, een snapshot waar ook Schiele en Klimt zich aan hebben gewaagd en later Matisse.

Uit zijn tekeningen blijkt dat Rodin een van de eerste moderne meesters is. Als geen ander laat hij de conventies van de academie achter zich. Hij experimenteert met standpunten en volumes, die hij verknipt tot assemblages. Schetsen worden ondersteboven gedraaid, zodat we nieuwe vormen te zien krijgen. Het toeval mag een rol spelen. Een vlek waterverf kan de maan zijn, een golf of een paar billen. Het rood aangezette geslacht van een vrouw wordt een octopussy, al is die tekening misschien een knipoog naar de Japanse prenten die Rodin bij Edmond de Goncourt ging bekijken en ook zelf verzamelde.

De lijn laat niet alleen figuren opdoemen - de contouren, de holtes en voltes van de modellen die in het drukke atelier rondhingen. Het is vooral het ongeduldige, onrustige tekenen zelf dat hier in beelden wordt gevat. De dichter Rilke, bewonderaar en een tijdje secretaris van Rodin, typeerde diens schetsen als het uiterste, verste punt van zijn oeuvre, het resultaat van lang en ononderbroken werken. Zij slaan de ervaring op "in iets van niets, in een vluchtige silhouet, in een gestolen omtreklijn, de contour van een contour die de figuur op het blad uitgetrokken en weggegooid heeft".

Rodins blik liet de modellen geen moment met rust. Enkele tellen later was de schets afgewerkt, nauwelijks aangetast door de herinnering. Later zal de kunstenaar de figuur misschien hernemen of met aquarel bijwerken. Een tijdgenoot getuigde hoe hij tekende zonder naar het blad te kijken, sans quitter des yeux le modèle. Ook met het potlood is Rodin vooral een beeldhouwer: zoals bij het werken met de natte klei moet zijn hand de klus alleen klaren, voelen wat zijn ogen zien. Kijk naar de Bacchante op het affiche van de expositie: om en om gaat het potlood, tot haar rechterbeen goed ligt. In andere schetsen is de ene lijn de echo van de vorige, gaan de contouren van een borst of een dij trillen van beweging. We zien de oude man kijken, gluren, turen naar een meisje dat haar jurk uittrekt, de benen spreidt of zich bevredigt. Zij zit nooit stil, althans niet op papier. Een enkele keer holt het potlood over de rand van het blad, als een badkuip die overloopt. Rodins oog is een camera die klikt en klikt. Op het blad is er geen decor, zelfs niet de suggestie van een omgeving; alleen een lijf dat terugkijkt. Of twee.

Af en toe vraagt Rodin zijn model om een pose aan te nemen; voor de meer acrobatische houdingen huurt hij Alda Moreno of een andere danseres van de Opéra Comique in. De legende wil ons doen geloven dat Rodin hen betrapte "in hun spontane bewegingen", maar niemand gelooft dat een vrouw in het atelier zomaar de hand aan zichzelf slaat, haar geslacht openspert of als een hondje over de vloer dartelt. Elke houding is een (desnoods stilzwijgende) afspraak tussen de kunstenaar en zijn modellen, van wie hij nauwkeurig de boekhouding voert.

"Mejuffrouw Octavie L. - heerlijke roodharige vrouw, strakke benen, mooie billen." "Madame P. B. - lelijke bonenstaak." "Twee zusjes uit de Abruzzen - de woeste kracht van de ene en de soevereine, door dichters bezongen schoonheid van de andere." Soms schreef een model terug: "Bien à vous corps et âme" was de afscheidsgroet van Carmen Damedoz. Maar het eindigde niet altijd in bed. De danseres Isadora Duncan had geen boodschap aan Rodins avances en rende gillend weg uit het atelier.

De kunstenaar had aan tekenpapier en waterverf niet genoeg om zijn verlangen vast te houden. In de tentoonstelling zijn ook enkele markante sculpturen te zien. Als een engel klapwiekt Iris, boodschapper van de goden door de ruimte: een grand écart in brons die een monument voor Victor Hugo zou bekronen maar in 1898 een zelfstandig beeld werd. Iris heeft geen hoofd en mist een arm, maar zelden werden de spanning en de concentratie in een extatisch lichaam zo mooi in beeld gebracht. En de weerloze, verscheurende blik die het wetens en willens oproept.

Leopold von Sacher-Masoch schreef Rodin in een bewonderende brief uit 1887 dat marmer en brons in zijn handen tot leven kwamen zoals de aarde op de zesde dag van de schepping, als dode materie die in beweging komt. Hij had nog niks gezien.

Tot 18 maart in het Rodinmuseum, Hôtel Biron, rue de Varenne 79, Parijs (metro Varenne). Open van dinsdag tot zondag van 9.30 tot 16.45 uur. Toegang 6 euro, combiticket met het museum 9 euro. De uitstekende catalogus kost 39 euro.

Rodins oog is een camera die klikt en klikt. Op het blad is er geen decor, zelfs niet de suggestie van een omgeving; alleen een lijf dat terugkijkt. Of twee

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234