Dinsdag 22/09/2020

De sportwereld doorgelicht

Sport is big business geworden. Voer voor economisten dus, ook voor de aanhangers van de ‘Freakonomics-school’, die statistieken en data gebruiken om de ‘verborgen aspecten van alles’ te onthullen. En wanneer zij zich over de sportwereld buigen, worden daar natuurlijk heel wat mythes en volkswijsheden doorgeprikt.

Arme Frank de Bleeckere. Timmert er eens een Belg internationaal aan de weg en dan wordt die topscheidsrechter er door Real Madridcoach José Mourinho en sterspeler Cristiano Ronaldo van beticht bevooroordeeld te zijn. Eén troost: ook collega’s die the beautiful game in goede banen moeten leiden, krijgen er steeds vaker van langs. Denk maar aan de uitbarstingen van de onverwoestbare Manchester Unitedmanager Sir Alex Ferguson tegen de refs.

Pijnlijk voor die scheidsrechters allemaal, maar helemaal onterecht is de kritiek niet, schrijven Tobias Moskowitz, een economist uit Chicago, en L. Jon Wertheim, journalist bij het ook om zijn badpakken- specials befaamde blad Sports Illustrated. In Scorecasting, dat “de verborgen invloeden wil blootleggen achter de manier waarop wedstrijden worden gespeeld” bevestigen ze eerst dat de thuisploeg, in het voetbal zoals in de meeste andere sporttakken, inderdaad vaker wint dan verliest, om vervolgens op zoek te gaan naar het waarom. En daarbij sneuvelen heel wat gangbare theorieën. Want nee, het heeft niet rechtstreeks te maken met de steun van het thuispubliek, omdat cijfers aantonen dat bijvoorbeeld in het basketbal het percentage omgezette vrije worpen van de thuisploeg en de (door de homefans op alle manieren afgeleide) bezoekers procentueel gelijk is. Ook de ‘speciale eigenschappen’ van speelveld of omgeving, door het besproeien van het voetbalgras om de technisch begaafde thuisploeg het combineren te vergemakkelijken, of het verwarmen van de bezoekerskleedkamer zodat die meer weg krijgt van een sauna, zoals in het stadion van basketploeg Boston Celtics, zijn niet doorslaggevend,

Dat de thuisploeg zo vaak in het voordeel is, heeft volgens Moskowitz en Bernheim maar één reden: het ligt aan de scheidsrechters. Niet dat die corrupt zijn of dat er sprake is van een complot. Maar ze zijn wel (onbewust) gevoelig voor psychologische factoren die de thuisploeg vaak bevoordelen. Lees: de twaalfde man, die spelleiders sterker beïnvloedt dan spelers. Hoe voller de tribunes zitten en hoe dichter die, niet gescheiden door een atletiekpiste, rond het speelveld staan, des te vaker krijgt de thuisploeg een penalty en des te guller wordt er gezwaaid met gele en rode kaarten voor de bezoekers. De invloed van die juichende, joelende en krijgsliederen zingende fans op de scheidsrechter blijkt ook wanneer een match wegens problemen zonder publiek moet worden gespeeld, want dan verdwijnt het thuisvoordeel grotendeels. Ook de extra times die de scheidsrechter na het verstrijken van de 90 speelminuten bijtelt voor blessures en andere vormen van oponthoud, weerspiegelen de trend. Want wanneer de thuisploeg een kleine, nog in te halen, achterstand heeft, worden er doorgaans meer minuten bijgeteld dan wanneer de zege binnen lijkt of de toestand hopeloos is. De Amerikaanse oplossing hiervoor: bij elke spelonderbreking de klok stopzetten, zodat het aantal echt gespeelde minuten altijd duidelijk is, blijkt voor onze voetbalbonzen helaas nog iets te revolutionair.

Niet alleen de refs, ook de sporters zelf worstelen met psychologische factoren. Want net als bij de fans die bij Amerikaanse basketbalwedstrijden ‘defense, defense’ scanderen bij balbezit van de tegenpartij, is ook op het veld niet verliezen vaak belangrijker dan winnen - met behoudend spel als gevolg, zelfs bij een genie als Tiger Woods. Ten onrechte, want de auteurs concluderen dat een defensieve houding niet tot kampioenschappen leidt. Supersterren daarentegen zorgen daar wel voor, want vooral in cruciale wedstrijden geven zij statistisch gezien de doorslag. Andere mythes die met de grond gelijk worden gemaakt zijn de ‘hot streaks’, want dat een speler enkele weken veel scoort of een ploeg weinig punten laat liggen is niet meer dan een momentopname en “vormt geen basis voor het voorspellen van de toekomst” omdat daarvoor een langetermijnevaluatie nodig is. Dat we toch belang hechten aan ‘momentum’ komt volgens de auteurs doordat we graag patronen zien en niet willen toegeven dat geluk en toeval een rol spelen.

Teleurstellend is het hoofdstuk over druggebruik. Niet omdat wordt vastgesteld dat het gebruik ervan inderdaad vaak vruchten afwerpt, maar omdat het hier uitsluitend gaat over steroïden nuttigende baseballspelers. Geen woord over andere disciplines, zelfs niet over de sport die het nadrukkelijkst en pijnlijkst kampt met dit probleem en waarin Lance Armstrong, toch een landgenoot van de auteurs, toch een belangrijke en omstreden rol speelt: het wielrennen. En daarmee zijn we meteen bij het, van hieruit gezien, zwakke punt van dit boek: de wel heel sterke focus op Amerikaanse sporten en sporters. Maar dat neemt niet weg dat deze vlot geschreven mix van statistieken, data en psychologie voldoende onconventionele stellingen bevat waar de sportliefhebber die iets verder kijkt dan eigen land plezier aan zal beleven. Net als Mourinho, Ferguson en Preud’homme, want zij vinden dit zeker leuk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234