Zondag 16/05/2021

De spanning stijgt wanneer Armstrong valt

Een mens kan nooit behoedzaam genoeg zijn, dachten we de voorbije weken toen we, telkens we Armstrong tot topfavoriet bombardeerden, daar een doffe standaardformule aan toevoegden, 'behoudens valpartijen of ander ongeluk.' En jawel, zaterdagmiddag, even na vijven, werd Lance Armstrong op goed twee kilometer van de streep opgehouden door een val. Hij verspeelde een halve minuut. Vlak voor de tijdrit wint de Tour aan spankracht, gelukkig. Ook de weekendritten zelf mochten er wezen, beklijvend tot de laatste meters.

Het leek zaterdag nog even de voorbereiding van een klassieke massasprint, en het was een groot gevoel van déjà-vu toen op drie kilometer nog maar eens een renner of veertig tegen het asfalt sloegen; de zoveelste val al in deze Tour, en in één op twee is Francis Moreau betrokken. De Fransen vinden dat altijd een ramp, de rest van de volgers ook - maar dan voor de andere renners die Moreau, onhandig, onzeker en ongetwijfeld niet meer helemaal fris, telkens in zijn val meesleurt. Maar toen Moreau terug op de fiets klauterde, kwakte een deel van het peloton opnieuw tegen het asfalt, ditmaal op goed twee kilometer van de finish.

Was er bij de eerste val nog opwinding, zeker toen men de regenboogtrui van Oscar Freire in de graskant ontwaarde, dan was er bij die tweede val algemene opschudding. Lance Armstrong stond immers aan de grond. Hij was niet gevallen, maar had het stuur van ploegmaat Heras in zijn wiel gekregen. Het was het slechtst denkbare moment voor pech. Net te kort voor de finish om het peloton te kunnen bijhalen, net te ver om het tijdsverschil te laten neutraliseren - dat gebeurt pas bij pech in de laatste kilometer. Ook Jalabert stond ter plaatse.

Terwijl aan de kop van het peloton de forse Spanjaard Pedro Horrillo en de Australiër Bradley Mc Gee een adembenemend duel uitvochten om de ritzege - gewonnen door de laatste (zie pagina 20) - moest Lance Armstrong achteraan het onmogelijke doen om zijn verlies zo veel mogelijk te beperken. Het moet gezegd worden: de snelheid waarmee hij de laatste nijdige helling bedwong, sprak boekdelen, al kreeg hij ook hulp - en gretig - van Mapei-renners Tafi en Hunter.

En de 27 seconden verlies waren natuurlijk niet ingecalculeerd. Zelfs integendeel. Zaterdagochtend, aan de start in het zonnige Bagnoles de l'Orne, legde adjunct-ploegleider Dirk Demol nog uit hoe voorspoedig de Tour aan het verlopen was voor US Postal. "Hadden we zelf het scenario mogen schrijven", zei Demol, een paar uur voor het oponthoud van zijn kopman, "Dan was dat identiek geweest aan de Tour zoals we die nu kennen. Alles blijft onder controle, en US Postal liep nauwelijks averij op in een val. Hout vasthouden, natuurlijk."

Dat laatste heeft dus niet geholpen. Al liet Lance Armstrong het verlies uiterlijk niet aan zijn hart komen. "Het enige wat vaststaat, is dat ik maandag nog wat harder zal moeten trappen in de tijdrit", was zijn commentaar achteraf. Een uitleg die niet echt duidt op een acute depressie. En wie Armstrong, Hincapie en kompanen zondag in Plouay al grappend naar de US Postal-bus zag rijden, weet dat de sfeer er prima is.

Maar tegelijk predikt hij realisme. "Ik sta meer dan een halve minuut achter op Gonzalez de Galdeano, dat rij je niet zomaar weg. En het geel zal hem ook wel stimuleren om een super-tijdrit te rijden. Als je ziet hoe Once rijdt, als zelfs Beloki moet helpen met het geel te verdedigen, maak ik me geen illusies: ze staan klaar om mij te bekampen. Goed, als ik hen in de tijdrit niet de baas kan, dan moet het elders. La Mongie, Plateau de Beille, de Ventoux, cols genoeg om het te proberen."

Is de strijd om het geel losgebarsten, die om het groen gaat in alle hevigheid verder. Hoezeer ook hier de zenuwen gespannen staan, blijkt wel uit het feit dat uitgerekend een zwieper van een faire renner als Erik Zabel de aanleiding was tot de val die Freire noopte tot opgeven. En Zabel lijkt een kwade klant te hebben aan Lotto-opponent McEwen.

Die verloor met de opgave van de zieke Aart Vierhouten wel een belangrijke pion in de voorbereiding van de sprint, maar hij voelt dat het kan, gunt zichzelf steeds meer kans op groen: "Ik wil die trui best behalen, maar ik weet dat het tegen Zabel vechten wordt tot in Parijs. Zabel geeft niet op. Vorig jaar moest hij tot in Parijs knokken tegen O'Grady, en hij deed dat." Toen won Zabel, maar dit jaar lijkt O'Grady's landgenoot McEwen toch andere koek. Telekom-manager Walter Godefroot heeft er alvast een somber oog in, en voorspelt moeilijke dagen voor zijn eigen kopman: "De voorbije jaren hebben zowat alle topsprinters Zabel het vuur aan de schenen gelegd. Telkens toonde Erik zich de sterkste, maar ditmaal, geloof ik, heeft hij aan McEwen toch een moeilijk baaske."

Intrinsiek lijkt Robbie McEwen de snelste. Iedere dag vermindert zijn achterstand. Zaterdag kneep hij er twee punten af (in de sprint was McEwen vierde, Zabel vijfde), zondag nog eens drie (McEwen won de eerste tussensprint en de sprint van het peloton, telkens voor Zabel). De Duitser houdt twee punten over: vervolg woensdag, in de rit door les Landes, van Bazan naar Pau. Dan maken Zabel en McEwen uit wie in het groen over de Pyreneeën mag.

Maar dat zal de Nederlanders een zorg wezen. In de zondagrit tussen Saint-Martin-de-Landelles - een vlek, in werkelijk belang omgekeerd evenredig aan de lengte van de naam - was er eindelijk een vlucht dapperen die niet meer teruggehaald werd door het peloton. Dat groepje bestond uit drie Fransen (Franc Rénier, Sébastien Hinault en Stéphane Auge), één Let met een schier onuitspreekbare familienaam (Raivis Belohvosciks) en drie Nederlanders (Karsten Kroon, Servais Knaven en Erik Dekker). De Fransen waren het populairst, het Let had het meeste spieren, de Nederlanders het meeste succes.

Nadat de herstellende Erik Dekker algemene sympathie had gewekt met zijn moedig aanklampen en toch aanvallen, nadat een wat profiterende Knaven was mislukt in zijn alles-of-niets, won de jonge Karsten Kroon de sprint voor Knaven en Rabobank-ploegmaat Dekker. Drie Nederlanders op één, twee en drie in éénzelfde rit: een stuntje dat Nederlanders zo af en toe realiseren. Ze deden dat al in 1964 (Henk Nijdam voor Jo De Haan en Jan Janssen), in 1977 (Gerrie Knetemann voor Cees Bal en Gerben Karstens) en 1978 (proloog in Leiden: Jan Raas voor Gerrie Knetemann en Joop Zoetemelk).

Nederland ging uit zijn dak, een geëmotioneerde Karsten Kroon kreeg op de persconferentie een krop in de keel: "En zeggen dat ik eigenlijk geen emotionele jongen ben." En weer veegde de ranke Nederlander een traan uit een ooghoek, en probeerde dat jonge talent flink te zijn, een echte man. Het lukte amper. Topsport kan mooi zijn, en soms ook ontroerend.

Is de strijd om het geel losgebarsten, die om het groen gaat in alle hevigheid verder. Godefroot: 'Zabel heeft aan Robbie McEwen een moeilijk baaske'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234