Maandag 24/02/2020

De spanning stijgt op de Croisette

Tweede festivalweek biedt behoorlijk peil maar geen favoriet

Cannes

Van onze verslaggever ter plaatse

Jan Temmerman

Met nog slechts enkele competitiefilms op komst, waaronder In The Mood For Love van regisseur Wong Kar-Wai, heerst er hier in Cannes nog de grootste onduidelijkheid over het palmares dat zondagavond door juryvoorzitter Luc Besson bekendgemaakt zal worden. Ook tijdens de tweede festivalweek is het aanbod van de officiële selectie op een zeer behoorlijk peil gebleven, maar toch was er geen enkele film die de Croisette echt in vuur en vlam kon zetten.

Veel goede films dus tijdens deze Cannes 2000-editie, maar het competitieve element brengt hoe dan ook mee dat de 'festivaliers' zich na elke visie afvragen of ze nu de nieuwe Palme d'Or gezien hebben. De voorbije jaren moest er in ieder geval tot de laatste festivaldag gewacht worden, voor de gelauwerde film aan pers en publiek werd gepresenteerd, namelijk Eternity and a Day van Theo Angelopoulos in '98 en Rosetta van de gebroeders Dardenne vorig jaar. Velen beginnen zich hier dus af te vragen of het opnieuw een late oogst wordt.

Voorlopig is er dus geen enkele film die als de uitgesproken Palm-kandidaat kan fungeren, ook al doet een groot deel van de Franse pers toch wel heel enthousiast over Dancer in the Dark, de excentrieke musical van Lars Von Trier, met Björk en Catherine Deneuve in de voornaamste rollen. Ook Trolösa (Infidèle), de Bergman-film van Liv Ullman, met een verbluffende Lena Endre in de hoofdrol, lijkt af te stevenen op een plaats in het palmares. Hetzelfde geldt voor Gohatto, de samoeraifim van de Japanse grootmeester Nagisa Oshima.

Ook andere Aziatische films, zoals Guizi Lai Le (Devils on the Doorstep) van de Chinese cineast Jiang Wen, en Yi Yi (A One and a Two) van de Taiwanese regisseur Edward Yang wisten het festivalpubliek duidelijk te bekoren. Dat geldt ook voor Chunhyang van de Koreaanse veelfilmer Im Kwon-Taek, die hiermee voor de allereerste keer Zuid-Korea in de competitie vertegenwoordigt. Het betreft hier een historisch, Romeo en Julia-achtig melodrama uit de 18de eeuw, dat begeleid wordt door een zogenaamde pansorizanger.

Ook de Japanse regisseur Aoyama Shinji maakte hier veel indruk met Eureka en dat niet alleen omdat deze film met zijn epische duur van 3 uur en 37 minuten de langste film uit de hele competitie bleek te zijn. Het verhaal begint met een dramatische kaping van een lijnbus. Alleen de chauffeur en twee schoolkinderen, broer en zus, overleven de tragedie. De chauffeur verdwijnt enkele jaren in het niets en duikt dan weer op. De kinderen hebben intussen ook hun moeder (weggelopen) en hun vader (verongelukt) verloren. Samen met een neef van beide kinderen vertrekt de chauffeur met een tot campingcar omgebouwd busje 'on the road'. De reis, die zowel een rustige meditatie over tijd en ruimte als een katharsis voor de doorleefde trauma's wil zijn, bevat ook een discreet thrillerelement en werd in bruinige zwart-wittinten en in het brede Cinemascope-formaat gedraaid.

Minder geslaagd was dan weer Kippur van de Israëlische cineast Amos Gitai, die hier vorig jaar nochtans veel indruk maakte met zijn Kadosh. De film is gebaseerd op zijn eigen ervaringen tijdens de zogenaamde Jom Kippoer-oorlog in '73, toen Gitaï deel uitmaakte van de bemanning van een helikopter die door de Syriërs werd neergeschoten. Het resultaat is echter zo afstandelijk en langdradig dat het geheel meer weg heeft van een onhandige documentaire over een lawaaierige en vermoeiende legeroefening.

Verrassend en verfrissend was dan weer Sänger frän andra Väningen (Songs from the Second Floor) van de Zweedse regisseur Roy Andersson (1943), van wie dit slechts de derde langspeelfilm is. ZIjn vorige film Giliap dateert al uit '75, maar intussen draaide Andersson wel honderden reclamefilms en wachtte hij op het moment en de financiële mogelijkheden om in alle vrijheid een nieuwe speelfilm te maken. Die is onmogelijk in enkele regels samen te vatten, omdat het een opeenvolging is van korte, min of meer samenhangende situaties of vignettes - de hele film bevat slechts 46 scènes en maar 45 montagecuts - waarin diverse personages met allerlei problemen in verband met liefde, werk, ouderdom, rijkdom enz. geconfronteerd worden. Ernstige thema's dus, die echter op zo'n absurdistische, vaak droog-komische manier behandeld worden dat Roy Andersson misschien nog het best als 'de Zweedse Terry Gilliam' omschreven kan worden.

Twee voorbeelden slechts om de geheel eigenzinnige stijl en aanpak van deze vreemde maar tegelijk erg grappige filmmaker te illustreren: de muziek (waaronder een erg mooie, etherische koorzang) werd gecomponeerd door Benny Andersson van Abba en voor zijn filmverhaal - van een echt scenario is tijdens de vier jaar durende productie van Sanger nooit sprake geweest - liet Roy Andersson zich onder meer inspireren door een gedicht van de Peruviaan Cesar Vallejo, die zinnen schreef zoals "Gelukzalig zijn zij die met hun vingers tussen de deur terechtkomen". Van die dingen!

Verrassende Roy Andersson bewijst dat Zweden ook over grappige filmmakers beschikt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234