Maandag 26/10/2020

De Spaanse vriend van Mussolini en Hitler

Het Duizendjarige Rijk was er dan wel niet gekomen, maar Serrano Suñer zette zijn leven onbekommerd voort. Hij schreef zijn memoires, bleef een groot bewonderaar van Mussolini en belegde zich rijk met vastgoed aan de Costa del Sol

Ramón Serrano Suñer

1902 - 2003

Honderd en één is Ramón Serrano Suñer uiteindelijk geworden, knap oud dus voor een man die tijdens zijn leven een gevreesd hypochonder was, altijd klagend over kwaaltjes en ziektes die hem parten speelden. Serrano Suñer, schoonbroer van generaal Franco, minister van Buitenlandse Zaken van Spanje, is een van de laatst levenden die nog rechtstreeks onderhandelden met Hitler en Mussolini.

Het begon dus met een vrouw. In de late jaren twintig leidde de jonge officier Franco de militaire academie in Zaragoza. In de betere salons van die stad kwam Franco in 1929 een briljant jurist tegen, tevens een man met meer dan gemiddeld extreem-rechtse opvattingen. Ramón Serrano Suñer lag Franco onmiddellijk. Franco nodigde hem een paar keer thuis uit. Daar leerde Suñer niet alleen mevrouw Franco kennen, maar ook haar mooie zus, Zita. In 1931 werd zij mevrouw Serrano Suñer. Op het huwelijk was Francisco Franco de getuige voor de bruid, terwijl de bruidegom José Antonio Primo de Rivera had meegebracht. Primo de Rivera stichtte nadien de Falange, de Spaanse fascistische partij.

Het was tijdens het huwelijksfeest van Serrano Suñer en Zita Polo dat Franco voor het eerst de hand drukte van Primo de Rivera. Niemand kon toen weten dat het huwelijk van Serrano Suñer twee figuren verenigde die samen niets dan gruwel voor Spanje zouden betekenen: De Rivera gaf het land een eigen vorm van fascisme: het 'falangisme'. Franco lokte eerst de wel zeer wrede Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) uit, en gaf Spanje daarna een eigen dictatuur, het 'franquisme'.

Ramón Serrano Suñer zou zich snel opwerken tot Franco's eerste medewerker. Toen Franco tegen het einde van de Burgeroorlog, in 1938, zijn eerste reguliere regering samenstelde, kreeg Serrano Suñer de zeer belangrijke post van minister van Binnenlandse Zaken. (Pittig detail: Franco wilde ook zijn broer Nicolas minister maken, van Handel en Nijverheid, maar schoonbroer Suñer protesteerde omdat broer Nicolas 'te nabije familie' was.)

Franco koos niet voor zijn broer maar zijn schoonbroer. Serrano Suñer had onmisbare kwaliteiten. Hij was fanatiek, des te meer omdat zijn twee broers tijdens de oorlog waren geëxecuteerd. Suñer was ook dik met de top van de 'pur et dur' fascistische strekking binnen het regime. Als minister van Binnenlandse Zaken werd Suñer onder meer verantwoordelijk voor pers - versta: censuur - en voor repressie van republikeinse tegenstanders van het franquistische regime. Dat waren alle republikeinen, liberalen, Baskische en Catalaanse nationalisten, socialisten, communisten en anarcho-vakbondsmensen. Veel volk, maar Suñer vervolgde ze allemaal. De schattingen over de doden en de executies lopen ver uiteen: van 'maar' tienduizend tot ruim vierhonderdduizend. Serrano Suñer, moest het gezegd, was ook ijverig.

Dat viel ook Eberhard von Stohrer op, Hitlers ambassadeur in Madrid. In 1939 schreef die in een rapport naar Berlijn: "Ontegensprekelijk is Serrano Suñer de leidende en belangrijkste raadgever van het staatshoofd. Maar hij is een fanaticus die bovendien een neiging tot mysticisme vertoont. Serrano Suñer is een product van de jezuïeten." Serrano Suñer was inderdaad belangrijk. Hij was de enige adviseur van Franco die hem niet voortdurend zat te vleien, maar hem de waarheid durfde te vertellen. Hij gaf Franco ook zijn eerste lessen politiek. Franco werd 'generalisimo' (opperbevelhebber) genoemd, Suñer kreeg de wijdverspreide bijnaam 'cuñadisimo' (opperschoonbroer).

In 1940 werd Suñer nog belangrijker. Franco 'promoveerde' hem tot zijn minister van Buitenlandse Zaken. Franco en Suñer waren enthousiaste supporters van de zaak van Hitler en Mussolini. Alleen, meteen Spaanse troepen op alle fronten laten meevechten was niet meteen mogelijk. Het land was economisch uitgeput na de slopende burgeroorlog en Hitler zelf had geen goed oog in de Spanjaarden: 'Als die meedoen, kost ons dat meer dan dat ze uit de oorlog blijven.' Maar dat was retoriek. Voor alle partijen was Spanje hoogst interessant. Voor de Duitsers, wegens de talloze Middellandse Zee-havens en de ertsen, steenkool en mineralen die vanuit Spanje aangevoerd konden worden, ook voor de geallieerden, die niet graag zagen dat het hele Middellandse Zee-gebied helemaal toetrad tot het vijandelijke kamp.

En zo werd Spanje een staat die in zijn propaganda de zaak van Hitler steunde, maar tegelijk diplomatieke contacten behield met Groot-Brittannië en de VS. Dat was een moeilijke positie, en het vereiste veel handigheid om zowel Churchill als Hitler tot vriend te houden. Bij Serrano Suñer kwam daar nog de innerlijke strijd bij tussen zijn eigen, zeer radicaal pro-nazistische overtuiging, en het Spaanse staatsbelang. Franco stuurde hem graag uit om bij Mussolini en Hitler te gaan vertellen dat Spanje hen zou helpen, zeker en vast, maar dat ze even, heel even maar, geduld moesten opbrengen.

Suñer genoot ervan als er weer een Duitse Ehren Kompanie voor hem salueerde. In september 1940 bezocht Ramón Serrano Suñer de slagvelden van België en Spanje en ging hij handen schudden met Hitler en de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop. Hij had tevens belangrijke ontmoetingen met Mussolini, Goebbels en Himmler, en in Frankrijk met generaal Pétain, het hoofd van het collaborerende Vichy-regime.

Maar steeds roekelozer wedde Serrano Suñer op een Duitse overwinning. Hij was de drijvende kracht achter de mobilisatie van de zogenaamde 'División Azul' of 'Blauwe Divisie', het sterke Spaanse legerkorps dat met Duitsland mee vocht aan het Oostfront.

En toch was het vlug afgelopen met de politieke carrière van Serrano Suñer. In 1942 waren er belangrijke onlusten losgebroken binnen de franquistische achterban, waar de aanhang van een paar generaals kwam te staan tegen falangisten. Er vielen doden. Generaal Varela, een bekende anglofiel, werd verplicht tot ontslag. Het leger morde, en Franco moest een zoenoffer brengen aan falangistische kant. Wie kon hij beter opofferen dan zijn eigen schoonbroer? Dus liet hij Serrano Suñer ontbieden, en deelde hem mee dat het voorbij was. Suñer protesteerde, toonde Franco nog een paar documenten die hij moest ondertekenen, maar Franco antwoordde koudweg: 'Ik heb liever dat de nieuwe minister ze mij toont.' Suñer kon vertrekken.

Niet dat hij er slechter van werd. Hij schreef zijn memoires, bleef tot het einde van zijn leven een groot bewonderaar van Mussolini en werd ook rijk in de sector van het Spaanse vastgoed: mannen als Serrano Suñer bouwden de Costa del Sol vol met goedkope maar lucratieve appartementsgebouwen. De Britse historicus Raymond Carr vatte het Spanje dat een man als Serrano Suñer had opgebouwd, perfect samen: "De esthetische gruwel van Benidorm en Torremolinos waren de symbolen van hun nieuwe Spanje, open voor alles in de westerse wereld behalve vrijheid. Minirokken en discotheken, maar geen politieke partijen. Grote industriële complexen, maar geen vrije vakbonden."

Dat soort Spanje heeft Serrano Suñer altijd verdedigd. En toen ook Spanje een democratie was, leefde hij rustig voort, ongehinderd en nooit lastiggevallen om zijn verleden uit de jaren veertig. En net nu in Spanje, geïnspireerd door wat met Pinochet in Chili gebeurde, de vraag luider klinkt of in eigen land een paar voormalige franquistische leiders toch niet voor hun verantwoordelijkheid geplaatst mogen worden, geeft hij de geest. Honderd en één, het is mooi geweest, zelfs voor iemand die tot het einde van zijn leven een supporter bleef van het Duizendjarige Rijk.

Walter Pauli

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234