Zondag 28/11/2021

De Spaanse banken tellen weer mee in Europa

Buitenlandse concurrenten krijgen amper voet aan de grond

Amper vier jaar geleden had niemand durven wedden dat Spanje economisch zo goed zou presteren als dat vandaag de dag het geval is, en zelfs het peloton van de euro zou aanvoeren. Spanje is in een hogere versnelling geschakeld, vooral in de financiële en banksector. Dat bewijzen twee spectaculaire fusies.

Marie-Claude Decamps

De eerste fusie is die van de Banco Santander en de Banco Central Hispano, die in januari met de nodige grandeur werd ingeleid. Samen vormen ze de BSCH, met 256 miljard euro de grootste bank van het land. En enkele dagen geleden werd de fusie van de Banco Bilbao Vizcaya met Argentaria aangekondigd, respectievelijk de tweede en derde bank van Spanje. Met een beurskapitaal van 37,3 miljard euro vormt de nieuwe bank, met de naam BBVA, de tweede Europese bank, net na de Deutsche Bank. Spanje heeft bewezen dat het niet alleen erg vroeg klaar is voor de invoering van de euro, maar dat het ook een agressieve en dynamische strategie ontwikkeld heeft om de buitenlandse concurrentie het hoofd te bieden.

Waar komt die vitaliteit plots vandaan? De specifieke configuratie van de banksector is een eerste oorzaak. Nieuwe reuzen als de BSCH of de BBVA palmen niet meer dan 30 procent van de markt in, een markt die ongeveer evenredig verdeeld wordt onder banken en spaarkassen. Die laatste hebben geen private aandeelhouders, en zijn bijgevolg niet verplicht om winst uit te betalen. Hun enige verplichting is om een stuk van de opbrengst in sociale werken te investeren. Met een kapitalisatie die gelijke tred houdt met wie ook in Europa zijn ze geduchte concurrenten van de banken geworden. Ze hebben er zelfs een aantal opgeslokt en op die manier een heus financieel imperium ontwikkeld. De Caixa voor Pensioenen bijvoorbeeld wist de hand te leggen op 2,6 procent van de Deutsche Bank, voldoende om de op één na belangrijkste aandeelhouder te worden. De Caixa de Catalunya, de derde spaarkas van het land, staat dan weer op het punt om een akkoord te sluiten met de Britse verzekeraar Norwich Union.

De markt van banken is sterker dan ooit, en heeft bovendien de eigenschap dat buitenlandse concurrenten er amper voet aan de grond krijgen. Dat zegt ook Jose Luis Leal, de voorzitter van de Spaanse bankvereniging. "Het netwerk dat we uit de grond gestampt hebben, is onwaarschijnlijk sterk. Het belangrijkste criterium voor een Spanjaard om een bank te kiezen is de nabijheid ervan. We beschikken over een systeem met veel kleine loketten, die weinig investeringen vereisen. In elke vestiging werken gemiddeld acht mensen, en die leveren álle diensten. In Europa bedraagt het gemiddelde twintig werknemers."

Dit systeem waarborgt een dienstverlening die erg dicht bij de klanten staat, en dat beconcurreren is een zware klus. Dat is vooral het geval in die streken die uitpuilen van de cajas, de spaarkassen die vooral op het platteland sterk vertegenwoordigd zijn. Met als resultaat dat de buitenlandse banken, die aan het eind van de jaren zeventig uitgenodigd werden om zich in Spanje te vestigen en zo een handje te helpen bij de modernisering van het hele systeem, er niet in geslaagd zijn een eigen netwerk te ontwikkelen.

Misschien is het ook een bijkomend voordeel dat de Spaanse banken nooit het trauma van nationaliseringen en privatiseringen beleefd hebben. Vele banken, en niet de minste, bleven familiebanken die geleid werden door het kruim van de financiële experts in Spanje, die zwaar doorwogen bij de besluitvorming. Niemand kan het succes van de 140-jarige geschiedenis van de Banco Santander schetsen zonder het daarbij te hebben over de familie Botin. De jongste telg daarvan, Emilio, is er in dertien jaar in geslaagd zijn bank van de zesde naar de eerste plaats op de Spaanse hitparade van banken te loodsen. Een succes dat hij bewerkstelligde met risicovolle beslissingen. Eén voorbeeld daarvan is zijn vroege investering in Latijns-Amerika. Of nog: de snelle manier waarop hij de kaart van telecommunicatie trok. En vandaag de dag is de opvolging voor de leidinggevende families al gegarandeerd. Jonge technocraten, niet zelden opgeleid in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië, staan te dringen en hebben inmiddels her en der al de touwtjes in handen.

Leal ziet nog een andere reden voor het succes. "Ooit had Spanje een achterstand op de rest van Europa. Nu is dat zowaar een voordeel geworden. Sneller dan de rest hebben we de meest moderne technologieën ingevoerd, vooral voor de betalingsmethodes. Als het op virtuele kantoren en betaalterminals aankomt, beschikken wij over het dubbele aantal als de rest van Europa. We waren als eersten klaar met de voorbereiding op het jaar 2000."

De banken stonden bovendien midden in de privatiseringsgolf in Spanje. Ze manifesteerden zich als een van de belangrijkste investeerders in de recente Spaanse heropleving. Dat heeft ze het nodige groeiperspectieven geboden. Maar een verdere concentratie van het Spaanse bankwezen lijkt uitgesloten. De laatste bank die de appetijt van investeerders kan opwekken, de Banco Popular, die tijdens de negen eerste maanden van het jaar een nettowinst boekte van 12,92 miljard frank of zo'n 320 miljoen euro, blijft voorlopig cavalier seul spelen.

De Spaanse banken bieden op de binnenlandse markt gemakkelijk het hoofd aan de buitenlandse concurrentie, wat ook voortvloeit uit de sterke Spaanse greep op Latijns-Amerika. Meteen zijn ze als mogelijke partner niet over het hoofd te zien in de fusiedrang van andere Europese banken. Niemand beschikt bijvoorbeeld over een omvangrijker pensioenfonds dan BBVA, dat die markt aanvoert voor City Bank. En meteen proberen de Spaanse banken vaste voet aan de grond te krijgen op andere markten, bijvoorbeeld in Canada. Maar meer nog streven ze naar allianties in het zuiden van Europa. BBVA heeft al 10 procent van het Italiaanse BNL in handen en 3,75 procent van het Crédit Lyonnais. Tegelijkertijd zijn er gesprekken aan de gang met het Italiaanse Unicredito, dat op zijn beurt uit is op de verwerving van BNL. En BSCH, dat al een akkoord sloot met het Portugese Champallmaud, verkent de mogelijkheden van een samenwerking met de Generale, waarvan ze nu al 5 procent van het kapitaal in handen heeft en waarvan ze de bondgenoot was bij de aanval op BNP.

Er hangt slechts één schaduw over dit succesverhaal, en dat is de moeizame en trage voortgang van de verdere concentratie van de spaarkassen. In tien jaar tijd verminderde hun aantal van tachtig naar vijftig, maar ze blijven te sterk gebonden aan de regionale politiek van de verschillende autonome gemeenschappen.

© Le Monde

Vertaling Fabian Lefevere

'Ooit had Spanje een achterstand op de rest van Europa. Nu is dat zowaar een voordeel geworden. Sneller dan de rest hebben we de meest moderne technologieën ingevoerd'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234