Zaterdag 23/01/2021

De snuffelhonden van de Heer

'Het zijn smeerlappen. Ze gebruiken God als hun loopjongen. Het is de oudste ketterij in het christendom en iemand moet ze tegenhouden'

David Usborne / Foto Carl De Keyzer (Magnum) Trinity, de schrik van de Amerikaanse televangelisten

Ze hebben de gelofte van armoede afgelegd, ze helpen de daklozen en ze gaan tot het uiterste om televangelisten de das om te doen. Op een dag stapte ex-spion Ole Anthony uit de tijd en richtte de Trinity Foundation op. Daarmee spit hij de schandalen uit van de elektronische evangelisten, die weten hoe rijk je kunt worden als je in naam van de Heer je kunstjes vertoont op de televisie. 'Het ergste van al is dat het meestal de wanhopigsten zijn die in de luren gelegd worden door die showmannen voor God.'

Het is een warme, zelfs hete dag geweest, en de afvalcontainer ruikt vunzig, om het zacht uit te drukken. Maar er zitten dingen in die we nodig hebben. Niet de scherven van gebroken lampen, en zeker niet de theedroesem en de half opgegeten meeneemmaaltijden. Nee, wat we zoeken zijn netjes dichtgebonden plastic vuilniszakken die, zo hopen we, vol papier zitten: rekeningen, brieven, reclameboodschappen. En dus kruipen we erin. We noemen het dumpster diving, containertje-springen.

Op deze maandagnacht zitten we achter een plomp kantoorgebouw in een noordelijke voorstad van Dallas. Het is middernacht, en hoewel er nog een paar auto's op het parkeerterrein staan, is er niemand die ons ziet op onze missie: drie niet meer zo atletische speurneuzen met discrete zaklampen en met chirurgenhandschoenen. Die moeten ons tegen de allergrootste smeerlapperij beschermen als we straks de buit naar buiten sleuren en hem snel in een aftandse Ford-bestelwagen laden.

Nauwelijks een paar minuten later zijn we alweer op weg naar de volgende halte, een enorme carwash een paar blokken verderop. Het is de perfecte plaats om een eerste selectie te maken uit de nachtelijke buit, alles samen ongeveer tien zakken. Er zijn handige betonnen picknicktafels om aan te werken en op dit uur is er niemand in de buurt. Een voor een worden de zakken geopend, maar er blijkt niets bruikbaars in te zitten. Er wordt gekreund. Ten slotte spuwt ook de laatste plastic schat - een reusachtige witte zak die aan één kant onderaan opengescheurd is - zijn inhoud uit. Bingo: hele stapels correspondentie van sommige van Amerika's bekendste en notoir hebzuchtige evangelistische kerken. "Dit is er eentje om te houden," verklaart onze leider. "Laten we alles maar naar het hoofdkwartier brengen."

Deze mannen zijn privé-detectives - of ten minste één van hen is dat (hij heeft een Texaanse licentie). Hun 'hoofdkwartier' is echter geen rokerig kantoor met stemmige jaloezieën en pittige dametjes, maar een rij gammele houten huizen in een minder gegoede wijk van Dallas. Bovendien hebben deze speurders ook geen klanten; formeel gezien worden ze zelfs helemaal niet betaald. Alle mannen waarmee ik deze nacht op snuffeltocht geweest ben, zijn immers leden van een groepering die de Trinity Foundation heet, en het zijn mannen met een missie. Ze doen speurwerk voor Jezus, en hun prooien zijn de televangelisten.

De Foundation is... ja, wat eigenlijk? Het is net geen kerk en ook net geen commune ("Bah, ik haat dat woord," zegt Ole Anthony (59), de vaderfiguur en stichter van de Foundation. Misschien is de beste beschrijving nog een christelijke 'gemeenschap', maar dan een gemeenschap met een wel erg eclectisch gamma van missies: individuele nederigheid, een gedeelde gelofte van armoede, en meedogenloos - en dan bedoel ik ook echt meedogenloos - speurwerk naar schandalen.

De leden van Trinity besteden een groot deel van hun tijd aan het ontmaskeren van een mensensoort die typisch is voor het Amerika van het einde van de twintigste eeuw: de elektronische evangelisten, de Bakkers, Swaggarts en Robert Tilsons van deze wereld, die weten welke macht je kunt verwerven als je maar in naam van de Heer je kunstjes vertoont op de televisie. Kunstjes vertonen en geld inzamelen. Trinity haalt dat soort mensen geregeld over de hekel op de pagina's van zijn tweemaandelijkse tijdschrift The Door ("waarschijnlijk het enige satirische religieuze tijdschrift ter wereld"). De organisatie heeft al geholpen om ten minste twee van de prominentste televangelisten te ontmaskeren, achter de tralies te brengen, of beide.

In 1991 nam Trinity deel aan Primetime Live van ABC om de levenswandel bloot te leggen van Robert Tilson, de presentator van een religieus televisieprogramma met de toepasselijke naam Success 'n Life. In vuilnis dat door zijn bank in Tulsa, Oklahoma, was weggegooid, vonden Ole en zijn groep zakken vol brieven van talloze wanhopige zielen die hun heil hadden gezocht in het uitgebreide arsenaal lokmiddeltjes dat Tilson had bedacht. De bank had de cheques netjes uit de enveloppen gehaald, maar de brieven, waarvan er vele hartverscheurende verhalen van ontbering en tragedie vertelden, waren ongelezen op de vuilnisbelt beland.

De gevolgen voor Tilson lieten niet op zich wachten. Toen zowel zijn luxueuze levensstijl (hij bezat chique huizen in Texas, Californië en Florida) als zijn dubieuze methoden om geld in te zamelen aan de kaak waren gesteld door ABC en Trinity, regende het aanklachten wegens oplichting, en hij werd spoedig uit de ether gedwongen. Op zijn beurt spande hij processen aan tegen ABC en Trinity maar die draaiden op niets uit, zij het grotendeels door de juridische slagkracht van de televisiezender. In zijn eentje zou Trinity, dat zijn enige inkomsten puurt uit bijdragen van zijn leden, ongetwijfeld het onderspit hebben gedolven.

Een ander slachtoffer van Trinity en ABC was de televisiepredikant V.W. Grant. Na zijn naaktfoto ten voeten uit op een dubbele pagina van The Door te hebben zien verschijnen (die foto werd ook op een vuilnisbelt aangetroffen) ging Grant de gevangenis in op beschuldiging van belastingontduiking. Grant kwam pas onlangs weer vrij en is ondanks tegenwerking van Trinity zijn activiteiten aan het hervatten.

Zeker, het klinkt allemaal als een tamelijk goddeloze combinatie. Een groepering die zich wijdt aan het uitbannen van persoonlijke ambitie, die geen enkele van haar leiders meer dan het equivalent van drieduizend frank per week betaalt, die onderdak belooft aan elke dakloze die aanbelt, en die er terzelfder tijd een ongebreideld genoegen in schept openlijk de spot te drijven met figuren die de devotie en de portemonnees van miljoenen televisieverslaafde Amerikanen in de hand hebben. De critici hebben het al langer over een sekte. De stichter van Trinity is er al van beschuldigd een publiciteitsgeile charlatan te zijn, een pion van Satan, een overspelige echtgenoot en natuurlijk ook een vijand van alle christenen. Maar wie wat tijd met Ole Anthony en zijn kudde heeft doorgebracht, gaat daar misschien anders over denken.

Het is zondagmiddag als ik aankom, meestal een goed ogenblik. De ongeveer 45 kernleden van Trinity (waarvan de helft in dit ene gebouw aan Columbia Avenue woont) komen om vier uur samen om lichaam en geest te versterken. In drie groepen verdeeld beginnen ze met een maaltijd. Aan mijn tafel zit Ole Anthony aan het hoofd. Als zijn enige gast zit ik onmiddellijk rechts van hem. Verder worden de stoelen ingenomen volgens leeftijd: de jongste zit naast mij, en zo gaat het verder tot de oudste, links van Ole (het is die hiërarchie die de plaatsen van de apostelen tijdens het Laatste Avondmaal bepaalde, legt Ole uit). De maaltijd (voor mij een doodgewone zondagse lunch) heeft de naam Feest van Agape meegekregen, omdat men zich bij Trinity op het leven van de christenen uit de eerste eeuw tracht te inspireren.

Ole - iedereen noemt hem Ole, omdat dat rijmt op 'holy' - eet niet. Zijn maaltijd bestaat uit een glas gevuld met een onbestemde bruine vloeistof die hij samen met een handvol vitaminen en mineraalsupplementen in één slok naar binnen giet. Hij merkt mijn verbazing. "Ik heb geen immuniteitssysteem meer, het is helemaal aan flarden," zucht hij. Hij is een flink uit de kluiten gewassen, charismatische man, de kleinzoon van Noren die naar Minnesota emigreerden. In één dag neemt hij zo'n 175 van die pillen.

Een beetje later, als de maaltijd achter de rug is en alles is afgewassen, komen de drie groepen samen in een van de andere huizen om te zingen, te bidden en een beetje huishoudelijk werk te doen. Er worden vrijwilligers geronseld om de volgende week de maaltijden op te dienen en weer af te ruimen. Er wordt overeengekomen de 'thuisschool' voor de kinderen van Trinity-leden pas een dag later te laten hervatten. Er wordt ter communie gegaan met de inhoud van drie halfvolle literflessen rode wijn en een pakje crackertjes uit de supermarkt.

De sfeer is ontspannen en gemoedelijk. Maar dan, zonder waarschuwing, schuift Ole plots van zijn stoel op zijn knieën. "Help mij, jongens, ik val helemaal uit elkaar." In een oogwenk zit iedereen op de grond, elkaar te troosten en te bidden met Ole. Bidden voor Ole, want hij lijdt overduidelijk hevige pijn. Hij wordt ondersteund door Gary Buckman, die in het dagelijkse leven aannemer is. Terwijl Gary voor Ole bidt, streelt hij zijn rug en hals met olijfolie uit een klein flesje. De anderen kijken toe en huilen.

Om het werk van Trinity te begrijpen moet je Ole Anthony begrijpen. Of het ten minste proberen. Jammer genoeg is wat hij over zijn carrière vertelt zo vreemd dat het wel niet anders kan dan ongeloof opwekken. Een kleine greep uit de vele dingen die hij naar eigen zeggen gedaan heeft: hij zou gewerkt hebben als nucleaire spion, hij zou zonder succes als conservatieve Republikein campagne hebben gevoerd voor een publiek mandaat in Texas, hij zou een fortuin verdiend en snel weer hebben verloren met investeringen in offshore-olievelden, en hij zou een succesvol pr-kantoor hebben opgezet in het centrum van Dallas, waar een van zijn laatste opdrachten was een evangelisch televisiekanaal op te richten en er geld voor in te zamelen.

Dan is er zijn gezondheid. Twee gebeurtenissen, zo beweert hij, gaven zijn lichaam een mokerslag waar het nooit meer van hersteld is. De eerste slag kwam tijdens zijn 'spionageperiode'. Zoals hij het beschrijft reisde Ole in de jaren vijftig en zestig de wereld rond op clandestiene missies voor het VS-leger, en moest hij een oogje houden op de nucleaire activiteiten van andere landen. Ooit was hij getuige van de ontploffing van een Amerikaanse kernbom op een atol in de Stille Oceaan. Het tuig had van bescheiden omvang moeten zijn maar bleek veel krachtiger dan verwacht en hij was niet voorbereid op de intensiteit van de explosie. "De kracht ervan blies me van het strand af, de oceaan in," vertelt hij. Zijn bloed is nog altijd licht radioactief, houdt hij vol. Hij gelooft ook dat de ontploffing verantwoordelijk is voor de goedaardige vetachtige gezwellen die zijn lichaam bedekken, en ten dele ook voor zijn verstoorde immuniteitssysteem.

Toen kwam zijn gym-ongeluk. Ole zat in het stoombad van een fitnessclub in Dallas toen zijn enkel onder de bank waarop hij zat contact maakte met een blootliggende elektriciteitskabel. Hij bleef onder stroom en kreeg gedurende tien minuten 120 volt door zijn lichaam, tot een vriend hem uiteindelijk bevrijdde. Het lijkt niet te geloven dat hij het overleefde. Even ongeloofwaardig is zijn bewering dat de elektriciteit het beschermende omhulsel wegbrandde van zenuwen die van zijn hiel naar zijn linkerslaap lopen. Als dat waar is, is het niet te verwonderen dat hij van die hevige pijnaanvallen krijgt zoals ik er een meemaakte. (Na de aanval vertelt hij hoe hij twee dagen eerder een bijzonder hevige pijnscheut kreeg bij zijn dokter, en dat hij in tien minuten tijd drie kilogram verloor. Niemand trekt die bewering in twijfel).

Het was door zijn dagen als nucleaire spion dat Ole aan de naam Trinity dacht. Het is een verwijzing naar de plaats in de woestijn van New Mexico waar op het einde van de Tweede Wereldoorlog de eerste Amerikaanse kernbom tot ontploffing werd gebracht. Maar noch die explosie, noch diegene waar hij zelf getuige van was, waren zo krachtig als de klap die hij op een dag in 1972 binnen in zichzelf voelde: de klap van de openbaring die Ole tot de Heer bracht en die een beetje later tot de geboorte van Trinity leidde. Het was tijdens de periode waarin hij hielp om de nieuwe televisiezender op te richten. Vrij plotseling begon hij te walgen van zichzelf, en in het bijzonder van de fondsenwerving. Hij gaf alles op en ging bij een aantal daklozen onder een brug wonen. "Ik had een van die ervaringen. Boem. Ik stapte uit de tijd. Ik had duizend jaar weg kunnen zijn, hoewel mijn vrienden me vertellen dat ik anderhalf uur zat te huilen. Als je aan het einde van jezelf komt, vind je God."

De meeste leden Trinity zijn in een of andere vorm van wanhoop hier terechtgekomen. Enkelen waren dakloos, anderen hadden een drugs- of alcoholverslaving, twee of drie leden aan aids. Maar sommigen kwamen met een heel andere kwelling: ze hadden hun laatste dollars afgestaan aan televisiepredikanten die hen verlossing beloofden - gezondheid en rijkdom - als ze eerst maar hun geld aan hen toevertrouwden. Tien dollar, honderd, duizend, vele duizenden. Hoe meer iemand gaf, luidde de belofte, hoe meer God hem zou teruggeven. Het is de theologie van 'name-it-claim-it, blab-it-grab-it', en hij wordt er nog altijd kotsmisselijk van.

"Het ergste van al," legt Ole uit, "is dat het meestal de wanhopigsten van de samenleving zijn, diegenen die het minste kunnen missen, die in de luren gelegd worden door die showmannen voor God." De bedoeling van de televisieshows is de namen en adressen te verzamelen van diegenen die bellen om een gebed te vragen. Na de show worden die bellers dan het doelwit van een verfijnde direct-mailcampagne, die de lichtgelovigen ertoe aanzet hun bezittingen af te staan aan deze of gene kerk die hen gevonden heeft. Ole rekent uit dat er nu 2.500 televangelisten zijn in de Verenigde Staten, die alles samen op ongeveer 900 christelijke kanalen te zien zijn. Ze hebben in de Verenigde Staten een gezamenlijk jaarlijks inkomen van ongeveer 3,5 miljard dollar (bijna 130 miljard frank). "Het zijn smeerlappen, omdat ze heel veel mensen kwetsen. Ze gebruiken God als hun loopjongen," raast Ole. "Het is de oudste ketterij in het christendom en iemand moet proberen om ze tegen te houden."

Niemand doet daar meer voor dan Trinity. Via schotelantennes op het dak van een van de huizen in Columbia Avenue worden de televangelisten de klok rond in de gaten gehouden. Ole zelf is een onverholen technofoob en daarom zorgt Harry Guetzlaff voor de elektronische snufjes. Guetzlaff kwam naar Trinity toen zijn huwelijk en zijn marketingbedrijf een puinhoop geworden waren. In een ultieme gooi naar verlossing had hij zijn laatste vijfduizend dollar aan Robert Tilson gegeven. Tegenwoordig zit Guetzlaff in een achterkamertje verscholen tussen televisieschermen, opnameapparatuur en een kamerbreed rek vol beeld- en geluidsbanden. In een gangetje liggen honderden banden met opnamen van elke bijbelles die Ole zijn kudde ooit gegeven heeft. Als Ole sterft, zo redeneert Guetzlaff, blijft zijn wijsheid tenminste voor het nageslacht bewaard.

Trinity lobbyt ondertussen in het Congres voor een wet die het illegaal zou maken om in de ether iets te verspreiden waarvan niet kan worden bewezen dat het waarmaakt wat het belooft. The Door, die een oplage heeft van12.000 exemplaren, wordt ook gebruikt om die televangelisten te ontmaskeren die Ole als de grootste gangsters beschouwt. Verder worden er geregeld leden van Trinity uitgestuurd om in kerken te infiltreren en er te registreren wat er gebeurt, soms zelfs met verborgen camera's en cassetterecorders. Ten slotte bemant Trinity ook permanent een gratis slachtofferlijn voor mensen die door een predikant werden opgelicht en die op zoek zijn naar troost of hulp. Nog het meest van al heeft Trinity de media geholpen om bewijsmateriaal te verzamelen voor oplichting door televangelisten. Niets is daarbij zo doeltreffend gebleken als de nachtelijke speurtochten in afvalcontainers.

Tegenwoordig is Trinity's belangrijkste doelwit Benny Hinn, een in Libanon geboren televisiepredikant die gespecialiseerd is in miraculeuze genezingen en 'blazen': een kleine ademstoot van Hinn doet zijn volgelingen al vol overtuiging ter aarde storten. De hele vertoning, die volgens Ole alles te maken heeft met massahypnose en helemaal niets met de kracht van de Heer, is elke keer goed voor een buitengewoon meeslepende, en ook wel onthutsend komische kijkervaring. Alweer met de hulp van Trinity zond 60 Minutes Australia eerder dit jaar een vernietigende reportage uit over Hinn. Daarin werd het verhaal verteld van een Amerikaanse vrouw die tijdens een van Hinns 'kruistocht-bijeenkomsten' op het podium was gekomen om te vertellen dat ze dankzij hem haar strijd tegen kanker gewonnen had. Ze overleed kort nadat het programma op de televisie was uitgezonden. Hinn beloofde de interviewer van 60 Minutes dat hij voortaan nooit meer zou gewagen van miraculeuze genezingen, en dat hij zijn volgelingen zou aanraden om altijd een tweede advies in te winnen bij hun huisarts. Die beloften heeft Hinn volgens Ole allang weer gebroken.

Het is de voortdurende zoektocht van Trinity naar belastend bewijsmateriaal tegen Hinn die ons die naar de bewuste afvalcontainer in Dallas heeft geleid. Een van de bedrijven die er gebruik van maken is het boekhoudkantoor van Hinns organisatie. Bij een dergelijke zoektocht werden een paar maanden geleden Concorde-tickets voor Hinn en zijn lijfwachten gevonden, en hotelrekeningen voor suites van 80.000 frank per nacht. Dit keer vinden we niets dat even ophefmakend is. Maar er komen nog nachtelijke zoektochten. Noem ze hoe je wilt - de heilige smerissen, de detectives van God -, Trinity geeft de strijd nog lang niet op.

© The Independent on Sunday

Vertaling: Wim Coessens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234