Maandag 24/02/2020

De snel-weg gids naar wit belgië

Zin in een dagje sneeuwpret dichtbij? In de Oostkantons zijn de pistes open, voor skiërs, langlaufers, sleeërs en sneeuwschoenwandelaars. Onze reporter biedt eerste hulp bij skikriebels in eigen land. Hoe kom je te weten hoeveel centimeter wit goud er ligt, welke pistes open zijn? Met adresjes voor het beste wild, plus drie logies vlak bij de pistes.

Wie de stapschoenen aanbindt of de ski’s inlaadt doet er het best aan snel even te informeren. Dat kan sinds enkele dagen op een gloednieuwe website www.oostkantons.be die gevoed wordt door de 25 skicentra in het gebied. “Het is een fantastisch nieuw instrument voor de bezoeker die de pistes wil gebruiken”, zegt Claudine Legros van de Toeristische Dienst van de Oostkantons. “Vroeger waren er twee mensen die rond zeven uur ’s morgens een overzicht gaven van de toestand maar nu geeft elke exploitant ’s morgens rond zeven uur de gegevens in van zijn specifieke toestand. Het gevolg is dat de pers ten laatste om kwart voor acht al een gedetailleerd overzicht krijgt van alle skipistes in de Oostkantons.

“Het heeft wat tijd gekost maar ten slotte hebben ze bij alle 25 ingezien dat het een noodzaak is. Sommigen hadden nog geen internet en hebben daar nu verandering in gebracht. Mensen kunnen dus het best voor ze vertrekken nog gauw even die website controleren of ze de ski’s kunnen gebruiken of niet. De website geeft zowel de hoogte als de toestand van de skipistes aan, de dikte en de kwaliteit van de sneeuw en de adressen. Plus dat men onmiddellijk kan zien of een piste open of gesloten is. Want ook dat kan nogal eens van plaats tot plaats verschillen.”

Ovifat, dat hoger gelegen is, opent meestal als eerste de pistes. Hier hebben ze zowel een skipiste, langlaufparcours als sleepiste beschikbaar, en kan het materiaal ook gehuurd worden. Wat lager gelegen gebieden als Xhoffraix openen soms een week later dan Ovifat hun piste, je kunt er alleen langlaufen. Maar ook de hoeveelheid plaatselijk gevallen sneeuw speelt een rol. Op de site www.winter-oostkantons.be zie je in een oogopslag welke pistes open zijn, hoeveel sneeuw er ligt en welke wintersporten mogelijk zijn. Ook snowboarden en sneeuwschoenwandelen kan.

De site is in drie talen beschikbaar, en dat is geen toeval, aldus Claudine Legros. “Mijn echtgenoot is Franstalig en ik kom uit een Duitstalige familie. We hebben meer dan tien jaar in Vlaams-Brabant gewoond en daar heb ik het Nederlands geleerd. Ja”, zegt ze, “ik ben misschien een supervoorbeeld van een echte Belg.” Ze bestelt een koffie in het Frans, groet een binnenkomer in het Duits en legt ondertussen in het Nederlands uit wat we moeten verstaan onder de Oostkantons. “De Oostkantons bestaan uit elf gemeenten. Daar zijn twee Franstalige gemeenten bij, Waimes en Malmédy, en die hebben faciliteiten.”

Daarbij moet ze even grinniken want als men die situatie aan buitenlanders uitlegt wordt het plots allemaal zeer ingewikkeld. Cijfers daarentegen maken veel duidelijk: er zijn 72.000 Duitstaligen en rond de 22.000 Franstaligen. Het grootste deel (14.000) woont in Malmédy en de andere 8.000 in Waimes. Claudine Legros: “Maar de meeste mensen zijn hier perfect tweetalig en zij die in de toerismesector werken kunnen zich in het algemeen wel uit de slag trekken in het Vlaams. De mensen komen hier zeer goed overeen.”

Lekker zonder poeha

Voor de meeste Belgen zijn de Oostkantons een stukje België ergens aan de Duitse grens dat we als oorlogsbuit gekregen hebben na de Tweede Wereldoorlog. Verder weten we er bitter weinig van. Alleen clichés: het is er erg rustig, vriendelijke mensen, cultureel niet veel te beleven, niet ver weg, je kunt er lekker wild eten en er gebeurt nooit iets. Claudine Legros beaamt dat deze clichés ook voor één keer kloppen. En dat dit misschien ook niet noodzakelijk een slechte zaak is. Men komt immers naar de Oostkantons voor de rust, de natuur, de ruimte, het lekkere eten en de gezelligheid.

Vlot bereikbaar zijn de Hoge Venen zeker en vast. Vanuit Antwerpen is het minder dan 200 kilometer. Wie ’s morgens met de wagen op een fatsoenlijk uur vertrekt heeft een lange, mooie dag voor zich. Met openbaar vervoer is het een heel ander verhaal en niet echt aan te raden. De plaatselijke buslijnen zijn schaars en de pistes liggen meestal ver weg van de stopplaatsen.

Wie de benen onder tafel wil steken, heeft ruime keuze. We starten met een adresje in de categorie simpel maar lekker, niet te duur en niet te chique. Geen frituur en ook geen geborduurd tafellaken met zilveren bestek. Navraag leert ons dat we dan moeten zoeken in de schaduw van de kerk in Robertville. Daar koken ze betaalbaar lekkers. En dat blijkt ook nog te kloppen.

Auberge du Lac heet het erg Frans aandoende café-restaurant. Een grote toog, verder links en rechts van die toog tafeltjes. We krijgen snel een plaats en de kaart komt onmiddellijk. Hier kun je niet zonder wild en het voorgerecht ‘paté gibier’ (9 euro) is smakelijk net zoals de verse soep. Alles komt op tafel zonder veel poeha en voor het eerst verschijnt er ook een Bellevaux, een plaatselijk bier. De sfeer is ongedwongen met spelende kinderen en een of andere plaatselijke ploeg die met volle pinten wat te vieren heeft. Een adres om terug te komen. Voor 3 euro krijg je dan een royale bol verse broccolisoep met Frans brood. Onthouden: Auberge du Lac, Rue du Lac 24 in Robertville.

Battle of the Bulge

Voor wie niet alleen geïnteresseerd is in sneeuw, maar ook in cultuur, is een bezoek aan het pas enkele jaren geleden geopende Baugnez 44, Historical Center interessant. Een soort oorlogsmuseum dat voor één keer geen duffe opeenstapeling is van half vergane legerattributen. Hier wordt het drama van Malmédy op een eigentijdse manier uit de doeken gedaan. Op een oppervlakte van meer dan 800 vierkante meter wordt onder meer uitgelegd hoe in 1944 de Duitse SS-troepen een lichtbewapend Amerikaans konvooi onderscheppen. De Amerikanen geven zich over en worden beroofd van hun bezittingen en worden dan een voor een neergeschoten, vermoord. Een triest bloedbad. In het center dat nauwelijks enkele tientallen meter verwijderd is van de plek waar het echte drama zich afspeelde, is er een 25 minuten durende film die deze gebeurtenissen weergeeft, tot en met archiefbeelden van het proces op de Internationale Militaire Rechtbank van Dachau in 1944. Aangrijpend.

Met een audiogids (vier talen) wandelt men verder langs legervoertuigen die opgeknapt werden, langs taferelen die het leven van toen uitbeelden en langs een onwaarschijnlijke verzameling van allerhande attributen uit die tijd. Hier in dit privécenter kan men zonder twijfel een uur lang met open mond rondwandelen om beter te begrijpen waarom Engelsen en vooral Amerikanen nog altijd spreken van de Battle of the Bulge. Het bloedbad van Malmédy is daar een wezenlijk onderdeel van. (info op www.baugnez44.be) Het centrum ligt trouwens vlak bij een skipiste en heeft een aantrekkelijk café-restaurant en een boutique.

Eten en drinken zijn Belgisch en de artisanale bieren zijn aan een flinke opmars bezig. In de Oostkantons is dat niet anders. Zo is er de Brasserie de Bellevaux in Malmédy. Een Nederlander zocht en vond hier een oud gebouw, leerde het brouwersvak in Leuven begon hier zijn eigen bier te brouwen. Met succes. William Schuwer maakt zich op voor een rondleiding (6 euro en twee proefglazen) en legt uit dat hij nu ook frambozenbier heeft. Wij gaan voor een van de vier andere soorten: bruin, blond, wit en black (zwart). Voor zes flesjes betaal je in het winkeltje 7,95 euro. Leeggoed inbegrepen voegt hij er haastig aan toe. Nergens staan er grote flessen, nochtans zijn die vandaag de dag fel in trek. Schuwer vindt geen mooie grote flessen zegt hij. Wel in Italië maar die moet hij dan 2,80 euro betalen en dan wordt het bier veel te duur.

Of we hem willen verontschuldigen want er wacht een groep die hij in vlekkeloos Frans en Nederlands begroet. Vooral zijn Frans is merkwaardig goed en dat komt omdat deze ex-apotheker nu al zeventien jaar in de Oostkantons woont en ook wel een beetje omdat zijn vrouw lerares Frans is.

Bambi op het bord

Een laatste keer op restaurantbezoek. We willen nu toch graag een plek waar ze wild op het menu hebben staan. Verschillende mensen wijzen naar een restaurant op de Place Albert in Malmédy. Een brasserie-restaurant van de familie Clinet: A Vi Mam’di, wat zo veel wil zeggen als Oud Malmédy. ’s Middags zit het er vol dus is reserveren voor ’s avonds wel aangewezen. En dat klopt ook. Maar deze kleine inspanning is wel besteed. Het restaurant straalt huiselijkheid en warmte uit, al wordt het na een tijdje echt wel te warm in dit vol huis met overal brandende kaarsen en dampende schotels. Ze serveren er uitstekend wild. Koteletjes van babyhertkalfjes (24,90 euro) everzwijnragout (22,90) haasragout (20,90) en voor de liefhebbers is er alweer een plaatselijk bier Malmédy Blonde of Malmédy Brune (3,90 euro). Voor pakweg 35 euro heb je een volledig wildmenu met alles erop en eraan. Hier verloopt de bediening eveneens erg vlot en schakelt men ongevraagd over van het Frans naar het Nederlands.

Nog even een stukje wild aanschaffen en we zijn alweer op weg naar huis. Maar waar? We belanden opnieuw in de schaduw van de kerk in Robertville. Een beenhouwer annex grote werkplaats waar men op een A4-velletje papier kan kiezen uit het uitgebreid aanbod. Voor de echte liefhebbers een greep: hinde (filet de biche paré pelé blanc) kost 39,92 euro voor een kilo en verder reekalf, ree everzwijn, haas, patrijs en duif. Als bewijs dat men kwaliteit verkoopt zegt een plakkaat aan de gevel van La Fagnarde dat men aan de horeca verkoopt. En de haan op de kerktoren, die kijkt wijselijk de andere kant uit.

De snel-weg gids

naar wit België

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234