Dinsdag 15/10/2019

Groetjes uit Panama

De sloppenwijken van Colón: de andere kant van een schatrijk land

Beeld Jose Castrellon

Op slechts drie kwartier rijden van het zelfverklaarde Dubai van Midden-Amerika liggen de slums van Colón. "Er is nooit echt een garantie op morgen", zegt Mikey, rasta-predikant, leraar en directeur van zijn zelf gebouwde school. "Het sterftecijfer is enorm. Dus is elke aanleiding goed voor een feestje."

Het joch is vijf, misschien zes. Het draagt zijn kostbaarheden zorgzaam naar het witte busje van het Ministerio de Vivienda. Een speelgoedtruck, een voetbalshirt, een platte bal. Zijn moeder sloft achter hem aan, de met tape bij elkaar geplakte componenten van een strijkplank tegen haar borst gedrukt. Maatschappelijk werkers in lichtblauwe hemdjes begeleiden de bewoners van Coco Solo naar witte busjes. "Het zal ginder beter zijn dan hier", zegt iemand.

Dat lijkt moeilijk anders te kunnen.

Het ontruimen van de sloppenwijken in Colón was in 2014 een verkiezingsbelofte van de conservatieve president Juan Carlos Varela, na een krantenbericht over hoe vanuit het niets molotovcocktails op de autoweg waren gegooid, waarna een collectieve carjacking volgde van alle wachtenden in de opstopping. Een klassieke overvalmethode in Colón. Buitenlandse automobilisten krijgen de raad: 'Valt er een brandende fles op je voorruit, geef dan plankgas.'

Vandaag is het zover. Voor de ontruiming zijn een stuk of tien patrouillewagens van de politie gemobiliseerd, want Coco Solo herbergt naast 289 (vooral) eenoudergezinnen ook een van de meest gevreesde straatbendes van Panama. De actie verloopt gezapig, gezellig bijna. Volgens Georgina, een alleenstaande moeder van vier, komt dat door de alligators. "De laatste tijd, met die zware regens, zitten er hier een paar. Op de speelplaats van de school hebben de kinderen er laatst nog twee gevangen."

Drie jaar geleden riep het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup Panama uit tot de tweede gelukkigste plek op aarde. Kennelijk was naar de benodigde 1.000 respondenten niet verder gezocht dan in de shoppingcentra en meersterrenhotels van Panama-stad zelf. De stad die zich graag het Midden-Amerikaanse Dubai laat noemen.

Witwas-Avenue

In elk geval niet in Colón, de derde stad van Panama. Volgens het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties leeft 37,3 procent van de landelijke bevolking onder de armoedegrens. In Colón mag je dat percentage zowat verdubbelen. De wijken rondom de havenstad zien er allemaal uit als Coco Solo. Daken zijn geïmproviseerd met karton en wrakhout. De mensen in de slums noemen zich squatters. Ze beschouwen hun situatie als tijdelijk.

Na amper drie kwartier rijden over de trans-Atlantische autoweg verwelkomt Colón je met een enorme banner: "Bienvenidos a Colón - Ave. Ahmad 'Miguel' Waked". Er is een laan vernoemd naar de lokale weldoener, Nidal Ahmed Waked Hatum. Hij zit sinds 7 mei in Bogotá zijn uitlevering aan de Verenigde Staten af te wachten. Een rechtbank in Florida omschreef hem in een red notice als "meest gezochte witwasser ter wereld".

Ahmed Waked stond tot zijn arrestatie aan het hoofd van 68 bedrijven in de free zone, een eindeloze containerterminal aan de rand van Colón waar dagelijks tonnen Aziatische namaak het continent binnenkomen. En ook drugs. De rechter in Florida beschouwt Ahmed Waked als de witwasser van "een van de meest meedogenloze drugsbendes ter wereld".

Juist vanwege de expansie van de vrijhandelszone en de recente uitbreiding van het Panamakanaal moet Coco Solo wijken voor de havenindustrie. Het is een beetje het verhaal van Doel, zij het dan met een minder geduldige overheid. "Er was al langer sprake van", zegt Georgina. "Maar dat het vandaag zou gebeuren, vernamen we pas vorige week."

Mikey, de officieuze burgemeester van de wijk Coco Solo: "Ik heb pas nog een stervende moeder beloofd op haar vier kinderen te zullen letten." Beeld Jose Castrellon

Mikey

In wat rest van zijn school harkt Mikey nog wat boeken bij elkaar. Achteraan de oude loods is al een bulldozer aan de slag gegaan met de eerste muur. Mickeys echte naam is Michael Brown. Hij is 41, Jamaicaan van geboorte. Hij kwam in 1984 met zijn moeder in Colón aan, wist zich als cokedealer een positie te verwerven in de plaatselijke gang, maar gaat nu door het leven als predikant, leraar, schooldirecteur en in zekere zin ook burgemeester van Coco Solo. Informeert een van de kerels met gouden tanden en een knipmes wat je hier te zoeken hebt, dan heeft zijn naam het effect van een toverspreuk: Mickey.

"Twintig jaar van mijn leven", zucht hij, schuddend met zijn dreadlocks, mismoediger dan hij wil laten blijken. "Twintig jaar heb ik voor mijn zelf gebouwde klas gestaan. In het begin was er helemaal niets. Had ik zelf niets ondernomen, dan had geen van de kinderen ooit leren schrijven of rekenen. En nu gaat alles tegen de vlakte."

Tegen de muren hangen kindertekeningen, een alfabet, een stuk papier waarop met kinderhand de regels van de school zijn opgesomd. Op het opgegeven uur in de klas verschijnen. Schoenen uitdoen voor je de klas binnenkomt. Elkaar begroeten. Niet stelen.

"Ik ben de hele dag door met de kinderen bezig", zegt Mickey. "De school is de enige vorm van structuur hier. Het probleem met een sloppenwijk is dat mensen er slechts voor het hoogst noodzakelijke uit komen. Ze hebben geen transport, het is een veilige cocon. Het gevolg is dat iedereen zo'n beetje met iedereen naar bed gaat. Een Amerikaanse vrijwilligster, een arts die hier laatst een week verbleef, stelde vast dat vier op de vijf vrouwen aan dezelfde vaginale infectie lijden. Ik tracht veel voor deze mensen te zijn, maar een dokter ben ik niet. Er is ook geen dokter die zich hier durft te vertonen. Vorige week nog zat ik aan een sterfbed, moest ik een moeder beloven dat ik goed op haar vier kinderen zou letten. De vader zit zoals zoveel anderen in de gevangenis. Hij was in de stad voedsel gaan stelen."

Mickey weet niet wat eerst in te pakken. Er zijn te weinig dozen. "Het Ministerio de Vivienda heeft gezegd dat ik op de nieuwe plek een nieuwe school kan beginnen, maar hoe dat in zijn werk moet gaan, is mij nog niet duidelijk."

Beeld © Jose Castrellon
Beeld Jose Castrellon

Panama Al Brown

Tot eind jaren negentig was Coco Solo een Amerikaanse marinebasis, strategisch gepland om het Panamakanaal te beschermen tegen wie de vijand ook wezen mocht. Senator John McCain is hier in 1936 geboren, net zoals bokslegende Panama Al Brown (1902-1951).

"Ze hadden beter een straat naar hem vernoemd", vindt Estevan, coach in de kleine boksschool in Colón. "Al Brown was de allereerste hispanic wereldkampioen lichtgewichten. Hij behield zes jaar lang zijn titel en realiseerde meer dan vijftig knock-outs, wat van hem een van de allergrootste boksers ooit maakte. Hij is onze eigen Muhammad Ali, maar zijn levensverhaal ligt blijkbaar iets delicater. Panama Al Brown heeft de wereld rondgereisd en een tijd in Parijs gewoond, waar hij in een revue van Josephine Baker danste. Hij begon er een relatie met Jean Cocteau, maar de geschiedenis is hem helemaal vergeten. Hij was zwart én homoseksueel."

Het is hier, ergens in deze vervallen havenloodsen, dat Panama Al Brown zijn eerste partijtjes heeft gebokst tegen Amerikaanse militairen. Er sijpelt nu regenwater over de muren. Rode letters op een betonnen balk herinneren aan de vroegere functie: clearance 9 feet.

"Ik maakte een themales over Panama Al Brown", zegt Mikey. "In zijn levensverhaal zit ontzettend veel waar kinderen zich aan kunnen optrekken. In jezelf geloven, waar je ook opgroeit. Respect voor het anders zijn."

Mikey toont ons de speelplaats, een kleine open ruimte waar de modder blauw is gaan kleuren van de olie. Het lijkt erop dat iemand aan de andere kant van de omheining een kraan heeft opengedraaid om het ontruimingproces wat te versnellen.

Hier kwam die alligator laatst het speelkwartier verstoren, en daarna nog één.

Beeld Jose Castrellon

"Vroeger was dit moerasgebied", zegt Mikey. "Door de uitbreiding van de havenzone kunnen de beesten nergens meer naartoe. Die ene alligator was anderhalve meter groot, de andere iets kleiner. We hebben ze opgegeten. Een alligator is best lekker. Vlees is voor de mensen hier ook al iets heel uitzonderlijks."

En nu is er de olie.

"Het is allemaal heel snel gegaan", zucht Mikey. "Een jaar geleden was het terrein nog onbebouwd. Als de wind verkeerd zit, ruik je nu alleen nog olie. We moesten hier vroeg of laat weg, maar mijn hart breekt bij elke doos die ik inpak."

Bendeoorlog

Dat specifiek Coco Solo als eerste grote sloppenwijk moet worden ontruimd, lijkt minder te maken te hebben met bekommernis om het welzijn van de mensen dan met de plannen van het Chinese Evergreen Marine Corporation, een van de grote logistieke spelers op het Panamakanaal.

Voor de ontruiming zijn groene vrachtwagens van Evergreen ingeschakeld. Stoelen, matrassen en ijskasten worden door havenarbeiders in containers gegooid als afval. De bewoners zitten er verveeld op te kijken. Het overkomt hen, zoals het hele leven hen overkomt.

Voor een van de krotten hebben jongens van de gang een feesttentje opgesteld. Het is nog vroeg in de ochtend, maar iedereen zit aan de Balboa blauw, de lokale Cara.

"Wat heb je hier te zoeken?", vraagt Karim.

"Mikey zei dat het goed was."

We krijgen een blikje aangereikt.

"Mensen in de slums leven op korte termijn", zegt Mikey even later. "Er is nooit echt een garantie op morgen. Het sterftecijfer is enorm. Dus is elke aanleiding goed voor een feestje, ook op een dag als deze."

Mikeys grootste goede daad was het in de kiem smoren van een oorlog met een rivaliserende bende, een sloppenwijk verder.

"Ik had de mogelijkheid om met de kinderen te praten. Van de kinderen kreeg ik alle informatie die ik nodig had. Ik wist waar ze hun wapens hadden verstopt, waar de gangs elkaar zouden treffen. Daarmee ben ik naar de politie gegaan. We hebben in het bijzijn van de bendeleiders en hun moeders alles op een papiertje neergeschreven met een paar clausules. Als ze de afspraken overtraden, vlogen ze voor 280 dagen in de gevangenis. Het was niet bepaald legaal, maar ze tekenden en lieten toe dat we van iedereen een foto maakten. Ook al was ik nu letterlijk ieders vijand, praise God: we leven nu toch al drie jaar zonder oorlog."

Beeld Jose Castrellon
Beeld Jose Castrellon

Buena vista

De nieuwe locatie heet Buena Vista, en daarmee is al het feestelijke gezegd.

Georgina gaat ons voor op de open, stofferige uithoek van het havengebied. Een open ruimte met een rij haastig opgetrokken barakken - veel te weinig voor het aantal bewoners van Coco Solo, dat kan iedereen in een oogopslag zien. Voor Mickey is er niet eens een barak voorzien. Iets als een dak waar een school onder zou passen ook al niet.

Voor morgen is er alweer onweer voorspeld.

De kinderen worden verondersteld een kilometer of wat te stappen, tot aan de eerste bushalte, en zich in Colón in te schrijven in een privéschool. Hun moeders moeten allereerst geld zien te vinden voor een schooluniform.

Dat gaat dus nooit gebeuren, oppert Mikey.

Hij vermant zich: "Ik vind er wel wat op."

Morgen: het nieuwe Panamakanaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234