Zaterdag 08/08/2020

De sleutels van het paradeplein

'Soldaatje spelen is lucratief. Volgend jaar vertrek ik op missie naar Bosnië. Honderdduizend in de maand en geen onkosten, dat tikt lekker aan'

Erik Raspoet / Foto's Tim DirvenDe nieuwe rekruten van de landmacht

's Morgens om zes uur uit bed, 's avonds tot tien uur wapens poetsen. Tussendoor rennen en kruipen ze door de bossen van Leopoldsburg. Marcheren en salueren, de nieuwe soldaten van de Belgische landmacht hebben het niet onder de markt. Vier maanden duurt de opleiding tot soldaat. 'Bij de afscheidsparade zullen er tranen vloeien', zegt een rekruut. 'Net als in film.'

Denk steeds aan BASTOS GG, de luitenant kan het niet vaak genoeg herhalen. Beweging, achtergrond, schittering, tint, omgeving, schaduw, geur en geluid, zo luidt het alfabet van de camouflagetechniek. "Waar ligt sergeant Rooseleers?", daagt hij zijn gehoor uit. De soldaten van peloton 01 moeten het antwoord schuldig blijven. Sergeant Rooseleers ligt als een kameleon in het struikgewas verscholen, onzichtbaar want geschminkt volgens de BASTOS GG-regels. Het goede voorbeeld is gegeven, twee per twee verdwijnen de rekruten in het bos. Luttele minuten later vormen ze een kring rond de instructeur. Te veel groen, te bleek, te donker, te eentonig, gelukkig worden er vandaag nog geen cijfers voor tactiek uitgedeeld. Ik voel medelijden met de prille soldaten. De zon brandt ongenadig op hun kevlar helmen, zwarte en groene zweetdruppels parelen op hun voorhoofd. Ruim buiten de tijdslimiet duiken twee piotten op, ze hebben hun helm met een bos varens getooid. Uitslovers, zie ik de anderen denken. De luitenant is niet onder de indruk. "Op deze plek groeien geen varens," zegt hij sec. "Jullie zondigen tegen de O van BASTOS. Een goede camouflage past perfect in de omgeving."

Het tafereel roept onzalige herinneringen op. Ik zie me daar nog staan, zo'n twaalf jaar geleden in de bossen van Heverlee. Camouflagestiften hadden we niet, BASTOS GG was toen een kwestie van een handvol modder en een zwartgeblakerde kurk. De prelude van een weinig heroïsche tour of duty in de tiende provincie. Tijdens het sorteren van militaire poststukken zou ik het mezelf vaak verwijten: was ik maar gewetensbezwaarde geworden. Ik was bepaald niet de enige milicien die met hangende pootjes naar de kazerne trok. Toen jaren later de dienstplicht werd afgeschaft, slaakte het Belgische mansvolk een collectieve zucht van verluchting. Het bericht kwam dan ook niet als een verrassing: het leger heeft vandaag de grootste moeite om jonge soldaten te rekruteren. Geen wonder, bedenk ik als ik het Kwartier Van Dooren in Leopoldsburg binnenslenter. Je zal maar in de bottines staan van zo'n sergeant van wacht wiens dagtaak bestaat in het bijtijds optrekken van een slagboom. Of van zijn collega in het wachthok die de nummerplaten van de in- en uitgaande voertuigen registreert. Uren kruipen tergend langzaam voorbij, sportpagina's worden van voor naar achter uitgespeld, zo herinner ik mij het Belgisch leger. Een oceaan van verveling waarin koffiepauzes voor en na de middag als eenzame reddingsboeien dobberen. Schaf 'den break' af en er breekt spontaan muiterij uit in de kazernes.

Misschien had ik voor een gevechtseenheid moeten kiezen. "Het leger is avontuur," zegt soldaat Bruyninckx. Een doffe knal zet haar woorden kracht bij. Peloton 03 bekwaamt zich in het werpen van handgranaten. De luitenant heeft het hen ingeprent: het explosief moet minstens 25 meter ver vliegen, anders bevinden ze zich zelf in de dodelijke straal. Maar zo'n vaart zal het vandaag niet lopen, veilig beschermd in een bunker wachten de rekruten hun beurt af. Het klamme zweet staat in vele handen, vandaag is het hun eerste keer. Een voor een melden ze zich, granaat in de aanslag, in de werpput. "Oei, er is iets mis," grijnst de luitenant telkens. "Luister zelf maar, deze granaat rammelt als je ermee schudt." Soldaat De Boever was er bijna ingetuind. "Flauwe grapjas," moppert hij achteraf. Toch zijn dit geen onbespoten groentjes meer. Instructiepeloton 03 heeft begin maart zijn eerste drilpasjes gezet. Deze rekruten hebben hun matras al gedraaid, op 3 juli sluiten ze hun opleiding af met een mutsenparade. Pas daarna begint hun carrière bij de landmacht, op de onderste sport van de ladder. De meesten worden stormfuselier bij de infanterie, anderen kozen voor artillerie of lansiers, waar ze een basisopleiding lader Leopard, kanonnier houwitser of chauffeur pantservoertuig ondergaan.

Waarom ze het uniform heeft aangetrokken? "De burgerij is niks voor mij," zegt Bruyninckx. "Mijn beide ouders zijn militairen. Het was dus geen stap in het onbekende." Ook soldaat De Boever hoeft niet lang te piekeren. "Ik heb in een staalfabriek gewerkt," zegt hij. "Keihard zwoegen, ongezonde omgeving, na een jaar was ik het hartgrondig beu." Het ene motief weegt al zwaarder dan het andere. Sommigen doen het voor het avontuur, anderen voor de sportfaciliteiten, de kameraadschap, de gezonde buitenlucht, het gezapige werkritme en de massa's vrije tijd. En allemaal doen ze het voor het geld: 37.500 netto in de maand, lang geen slechte aanvangswedde voor een laaggeschoolde baan. Kandidaten zijn tussen 18 en 25 en in het bezit van een getuigschrift lager middelbaar, bepaald geen onoverkomelijke selectiecriteria. "Ik doe het vooral voor het ambtenarenstatuut," zegt een aspirant-stormfuselier met zin voor carrièreplanning. "Ik heb het nageteld: op 3 maart 2030 zwaai ik af. Nauwelijks 53 jaar oud en verzekerd van een goed pensioen. Waar vind je nog zoiets in de privé-sector?" Ook soldaat Andries is een koele cijferaar. "Soldaatje spelen is lucratief," zegt hij. "Volgend jaar vertrek ik op missie naar Bosnië. Honderdduizend in de maand en geen onkosten, dat tikt lekker aan."

Slenteren is er niet bij als je kapitein De Bock wilt volgen. Gedurende twee dagen zal hij mij met energieke pas in de reusachtige kazerne van Leopoldsburg rondleiden. Forse gestalte, martiale knevel, achter de façade van ijzervreter schuilt een aimabele gastheer. Eigenlijk voelt hij zich het meest in zijn sas als commandant van een eskadron Leopard-tanks. Niet zonder trots toont hij de vele trofeeën in de officiersclub van het 2/4 Regiment Lansiers. De Leopard I-tanks mogen dan wel na dertig jaar hopeloos verouderd zijn, schieten doen ze nog steeds als de beste. "Zonder overdrijven," zegt kapitein De Bock. "Bij NAVO-oefeningen doen we zelfs de Britten met hun moderne Challengers de broek af." Helaas, de jongste tijd heeft hij niet veel stof meer kunnen opsnuiven. Ook in dit tankbataljon laat de hervorming van het leger zich voelen. Definitief gesloten zijn de opleidingscentra in Turnhout en Peutie, waar tienduizenden miliciens lakens leerden plooien. Voortaan worden rekruten in de schoot van de gevechtseenheden opgeleid, de Vlamingen in Leopoldsburg en de Franstaligen in Marche-en-Famenne. Ook het 2/4 Regiment Lansiers moet een steentje bijdragen. En zo komt het dat kapitein De Bock zijn tanks in geklimatiseerde hangars heeft geparkeerd om zich voltijds te wijden aan het ontgroenen van burgers. "Momenteel hebben we drie pelotons in opleiding," zegt hij. "Eenentachtig rekruten, waaronder zestien vrouwen die stuk voor stuk hun mannetje staan. Hier is geen sprake van positieve discriminatie, de dames leggen dezelfde proeven af als de mannen. Ten andere, de tijd is voorbij dat vrouwen kozen voor softe eenheden zoals logistiek of transmissietroepen. Nu willen ze stormfuselier worden, of kanonnier op een Leopard."

Wat zijn de gevolgen van openbare dronkenschap voor een militair? Moet een soldaat groeten als hij een meerdere in sportkledij tegen het lijf loopt? Het zijn prangende kwesties die vandaag in de cursus tucht en reglement worden beantwoord. Miliciens herinneren zich deze lessen als een ware beproeving. De dappersten knapten op de achterste banken een uiltje, voor de anderen was het vechten tegen almaar zwaarder wegende oogleden. Niet zo bij de soldaten van peloton 01. IJverig nemen ze nota, er worden warempel vragen gesteld. Deze neofieten zijn nog maar twee weken in Leopoldsburg, groen genoeg om op commando de sleutel van het paradeplein te zoeken. Wapens, tactiek, dril, veiligheid, reglementen, hun lessenrooster is goed gevuld.

Ik speur tevergeefs naar de cursus politieke vorming waarin ons destijds werd verkondigd waarom het Vrije Westen zich moest bewapenen tegen Ivan de Verschrikkelijke. Blijkbaar werd het vak in de val van de Berlijnse Muur meegesleurd. Jammer voor soldaat Hollevoet, als licentiaat politieke wetenschappen zou hij ervan genoten hebben. Wat doet een academicus als soldaat in het leger? "Ik zocht dringend werk," zegt hij. "Vele studiegenoten stempelen of verrichten slecht betaalde klussen voor uitzendbureaus. Dan liever het leger in. Natuurlijk wil ik promotie maken, ik wil zo snel mogelijk opklimmen tot onderofficier." Pol & soccers leverden in het verleden vooral rekruten voor het heir van gewetensbezwaarden. "Maar ik heb geen morele bezwaren tegen het dragen van wapens," zegt Marc Hollevoet. "Het Belgisch leger neemt alleen deel aan vredesmissies. Ten andere, liever vier maanden mijn leven riskeren in Bosnië dan 35 jaar wegkwijnen op een veilig kantoor."

Op het lessenrooster prijkt nu een cursus sociale en culturele vorming. "Daarin besteden we onder meer aandacht aan budgetbeheer," zegt kapitein De Bock. "Geen overbodige luxe als je bedenkt dat vele achttienjarigen nooit op eigen benen hebben gestaan. Weet je, ze leren hier vaardigheden die ook buiten het leger van pas komen. Moederskindjes maken hier voor het eerst kennis met bezem en dweil. Thuis werden ze rotverwend, hier slapen ze met zes op een kamer. Om zes uur 's morgens vliegen ze uit bed, 's avonds om tien uur is er appèl, een halfuur later gaan de lichten uit. Terrasjes doen of discotheken bezoeken? Vergeet het maar, ze zitten van zondagavond tot vrijdagavond binnen. Pas na zes weken krijgen ze een keer in de week een nachtvergunning, tenminste als ze slagen voor de halfsessietesten. Die eerste periode is zwaar, zowel fysiek als mentaal. Toch zijn er weinigen die het opgeven, gemiddeld twee tot drie per peloton. Deze soldaten zijn gemotiveerd. Het zijn geen miliciens, ze hebben voor het leger gekozen en ze worden daar goed voor betaald."

Vijfenzeventig frank per dag bedroeg mijn soldij in Heverlee. Om maar te zeggen dat de vergelijking tussen de vroegere miliciens en de huidige beroepsvrijwilligers niet opgaat. Ook de uitrusting is er fel op verbeterd. De nieuwe helmen en gasmaskers zijn er al, scheurbestendige uniformen in camouflagekleuren volgen binnenkort. "Hoog tijd," zegt kapitein De Bock. "Onze Nederlandse collega's lachten ons altijd uit. Daar heb je die Belgen weer met hun landingspakjes van D-day." De belangrijkste doorbraak is echter niet van materiële aard: soldaten worden niet langer als quantité négligeable behandeld. Het begint al bij de rekrutering: de kandidaat-beroepsvrijwilligers mogen zelf kiezen in welke regio ze worden gelegerd. De Bock: "De professionalisering heeft een enorme mentaliteitswijziging teweeggebracht. De kloof tussen basis en kader is nu veel kleiner. Binnenkort wordt hier een nieuwe mess gebouwd. Sterren en strepen tellen niet meer mee, iedereen zal aan hetzelfde buffet aanschuiven."

Afschaffing van de dienstplicht, terugtrekking uit Duitsland, het leger heeft een woelig decennium achter de rug. De troepensterkte werd gehalveerd, momenteel is het contingent op 45.000 manschappen vastgesteld. Luchtmacht en marine met hun technisch gespecialiseerd personeel zijn relatief ongeschonden uit de transformatie gekomen; de landmacht, goed voor meer dan de helft van de effectieven, is echter onherkenbaar veranderd. Kwaliteit in de plaats van kwantiteit, het leger is er een stuk slagvaardiger op geworden. Toch is de militaire top niet onverdeeld gelukkig met de metamorfose die door generaal Charlier, de vorige chef van de generale staf, werd ingeluid. Vooral de bevriezing van het budget voor landsverdediging ligt zwaar op de maag. Zevenennegentig miljard per jaar zou veel te weinig zijn om een professioneel leger op de been te houden. Zelden ontbreekt in de klaagzang een strofe over de vredesmissies in Somalië, Rwanda en Bosnië. Ook die dure operaties moeten grotendeels uit de pot van landsverdediging worden gefinancierd.

Niemand heeft meer reden tot klagen dan kolonel Lejoly. Als personeelschef van de landmacht zit hij dagelijks met de neus in alarmerende statistieken. "De leeftijdspiramide is totaal verstoord," zegt de kolonel tijdens een gelukkig getimed werkbezoek aan het 2/4 Regiment Lansiers. "Neem nu de onderofficieren. Er is een tekort van 2.000 jonge sergeanten. Toch wordt op dat niveau niet geworven. Want in de categorie van 28 tot 44 jaar is er een overschot van liefst 4.000 onderofficieren. Het budget laat geen enkele speelruimte: voor iedere rekruut die ik aanwerf moet een oudere militair opstappen. Eerlijk gezegd, Delcroix en Charlier hebben de gevolgen van hun hervormingen schromelijk onderschat. Terwijl tienduizenden miliciens verdwenen bleef het voltallige kader achter. Dat zijn statutairen, die kan ik niet zomaar op straat zetten. Er wordt wel druk geëxperimenteerd met uitstapformules, maar veel haalt het niet uit. Gevolg: vele militairen zien hun carrièremogelijkheden gefnuikt. Normaal gezien beginnen ze hun carrière in een actieve eenheid en naarmate ze ouder en strammer worden stromen ze door naar minder belastende functies. Maar als het zo doorgaat zijn er binnenkort geen jonge onderofficieren meer om op bivak te trekken en moeten de adjudanten tot hun pensioen in de modder ploeteren."

Soldaten worden wel nog aangeworven, zij het mondjesmaat: alleen al de landmacht heeft een tekort van 1.400 beroepsvrijwilligers. Merkwaardig genoeg is het deficit volledig gesitueerd in het noorden van het land. Kolonel Lejoly heeft er een aantal verklaringen voor. "Het patriottisme is in Vlaanderen veel kleiner," zegt hij. "Bovendien zijn Vlamingen minder mobiel dan Walen, ze willen wel bij het leger maar dan alleen als ze onder de kerktoren worden gekazerneerd. De voornaamste reden is echter van economische aard: Vlaamse rekruten haken veel sneller af omdat ze een baan vinden in de burgerij."

Schafttijd, er wordt verzamelen blazen. Het is een tumult van jewelste, rechterarmen reiken naar linkerschouders, telkens weer verbreekt een laatkomer het gelid. De onderofficier snauwt zijn orders. Eindelijk wijzen alle neuzen in dezelfde richting, het is tijd voor de dienstmededelingen. Na het avondmaal is er verplichte studie tot acht uur. Behalve dan voor de acht rekruten die bij wijze van straf grassprietjes mogen plukken op het paradeplein. Maar eerst eten. Laarzen roffelen op beton met de regelmaat van een metronoom, de drie pelotons marcheren richting keuken. Vanaf de zijlijn kijkt eerste opperwachtmeester Froyen waarderend toe. "Ik ben zelf drilinstructeur," zegt hij. "Het lijkt een wat brutale bedoening. Toegegeven, het is hier geen café waar de ober beleefd polst wat de mensen willen drinken. Maar denk vooral niet dat we voor ons plezier staan te brullen. Om een peloton te manoeuvreren moet je korte en duidelijke bevelen geven. Zeker, in het begin durven we onze stem wel eens te verheffen. Je moet dat begrijpen, mensen die recht uit de burgerij komen hebben geen benul van militaire discipline. Daarom is dril zo belangrijk tijdens de opleiding, het is een instrument waarmee we de krijtlijnen trekken."

Spek en eieren kunnen mij maar matig bekoren na de kotelet en aardappelen van 's middag. Legerkeuken is synoniem voor stevige kost. De soldaten laten het zich smaken. Na een lange dag van marcheren, rennen, springen en klimmen kunnen ze wel wat calorieën verbranden. Davy Wijnen ziet een droom in vervulling gaan, zij het dan in fel verwaterde versie. "Als jongen droomde ik ervan piloot te worden," vertelt hij. "Maar ja, die turven met wiskunde en fysica, dat was niks voor mij." En dus is Davy maar stormfuselier geworden. "Van hier ga ik naar Spich in Duitsland," zegt hij. "Voor routine moet ik niet bang zijn. In februari mag ik al mee naar Joegoslavië. Ik tel de dagen af. De opleiding is geen lachertje. We kloppen lange dagen. Vaak zijn we om tien uur nog bezig met het schoonmaken van ons geweer. En als ze het in hun kop krijgen, maken ze ons midden in de nacht wakker voor een dropping."

Soldaat Demeulenaere leunt achteloos op zijn borstel. De wind jaagt wolken stof over het beton, daar helpt geen vegen aan. Hij heeft ervaring met rotkarweien, ze noemen hem niet voor niets chef-consigne. Vuile geweerloop, te laat komen op zondagavond, lijntrekken, de jongeman uit Dadizele kent het tarief. "Ik ben al een paar zaterdagen binnen moeten blijven," zegt hij niet zonder branie. "Ach ja, dat hoort erbij. Ik amuseer me best, vooral het schieten is plezant."

Een eindje verderop bindt soldaat Bouchit een hopeloze strijd aan met onkruid dat uit spleten en gaten woekert. Zijn eerste sanctie, hij heeft er flink de pest in. "De kamer lag er slordig bij," verklaart hij. "Ik was afwezig tijdens de inspectie, ik had een karwei. Maar als kameroverste moet ik wel de gebroken potten betalen." Vier uur aan een stuk onkruid wieden, het is balen. Maar Filip Bouchit versaagt niet, het uniform betekent voor hem evenveel als het habijt voor een novice. "Het was een roeping," zegt hij. "Ik spendeer al mijn vrije tijd bij de marinekadetten van Hasselt. Echt gaan varen zag ik niet zitten, dus heb ik maar voor de landmacht gekozen. Weet je, ik heb veel opgeofferd. In de fabriek verdiende ik dubbel zoveel. Ik was het echter beu altijd binnen achter de computer te zitten. Mijn ouders hadden het er moeilijk mee maar mijn vriendin is enthousiast. Zo enthousiast dat ze gaat deelnemen aan het toelatingsexamen voor onderofficieren."

Negen uur, de kantine loopt vol. Twintig frank voor een pilsje, er wordt niet op een rondje gekeken. Ook soldaat Andries scoort een biertje. In peloton 03 staat hij als een buitenbeentje bekend. Niet om zijn markante verschijning - een lange slungel met een dun kinbaardje - maar om zijn muzikale smaak. In plaats van techno of heavy metal laat hij godbetert Zweedse folk door de gangen klinken. Zeger-Jan Andries heeft twee jaar geschiedenis gestudeerd in Gent. "Mijn studiegenoten waren erg verrast," zegt hij. "Toch is het geen wanhoopsdaad, ik heb er goed over nagedacht. In het leger word je man, het is een cliché maar er schuilt waarheid in. Volgend jaar vertrek ik naar Joegoslavië, een ervaring waar ik alleen maar rijper van kan worden. Met de strakke discipline heb ik geen moeite. Integendeel, ik heb behoefte aan regels en limieten. Ik heb mijn studies gemist door een gebrek aan discipline." Niet dat hij een carrière als modelsoldaat beoogt. Kolonel Lejoly zal het niet graag horen, maar soldaat Andries heeft andere plannen. "Ik blijf hooguit twee jaar," zegt hij. "Tegen dan heb ik voldoende gespaard om op wereldreis te vertrekken."

Een stralende ochtend. Terwijl de meeste burgers nog slapen hebben deze soldaten al spek met eieren gegeten, laarzen gepoetst en kamers gedweild. Peloton 04 maakt zich klaar voor een mars van negen kilometer, met geweer en ransel van tien kilo. Door de gang schalt loeiharde techno, Antwerpse, West-Vlaamse en Limburgse dialecten vervolledigen de kakofonie. Vicky en Kristel hangen uit het raam, slaan gezellig een praatje met de jongens. Binnenkijken mag, binnentreden niet. De faciliteiten zijn strikt gescheiden, al wil geen enkele officier van wacht daar zijn hand voor in het vuur steken.

Peloton 04 telt zes vrouwen. "'s Avonds maken we het gezellig," zegt Vicky Van Houtven. "Dan verschuiven we de bedden, kruipen lekker dicht bij elkaar. Niet reglementair, maar gelukkig wordt er niet nauw gekeken." Zeker, ze voelen zich thuis in dit mannenbastion. "De jongens zijn absoluut geen macho's," zegt Vicky. "Mannen of vrouwen, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. De solidariteit is heel groot, we peppen elkaar voortdurend op." Ze heeft een zoontje van vier, na haar opleiding zal ze bij het tankbataljon van haar man gaan. "Ik zal peloton 04 missen," mijmert ze. "En niet alleen ik. Kom op 3 juli maar eens kijken, dan is er mutsenparade. Die dag gaan er tranen vloeien. Zoals in de film An Officer and a Gentleman."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234