Vrijdag 27/01/2023

De sleutel van de wereldgeschiedenisPiet de Moor

Otto Weininger haat de seksualiteit in de vrouw omdat ze de man afleidt van de imperatief om een genie te worden

Otto Weininger

Geslacht en karakter

De Arbeiderspers, 1984, 569 p.

In december 1941 liet Adolf Hitler zich ten overstaan van zijn secretaris Martin Bormann ontvallen: "Dietrich Eckhart heeft me eens gezegd dat hij slechts één fatsoenlijke jood heeft leren kennen, Otto Weininger, die zich van het leven beroofde toen hij tot het inzicht kwam, dat de jood leeft van de ondermijning van andermans volksaard." Misschien rondde Hitler alleen maar af: als Weininger, de antisemitische jood, zelfmoord pleegde omdat hij het jodendom in zichzelf haatte, hoezeer ben ik, Ariër, dan niet gelegitimeerd om Weininger bij te staan en alle wezens die tot dat verfoeilijke ras behoren, uit te roeien?

Weiningers bijdrage tot de antisemitische sfeer in Wenen, door Karl Kraus in Die Fackel ook wel "het proefstation van de wereldondergang" genoemd, is niet gering geweest. Maar het vreemde is dat Weiningers delirische levenswerk Geschlecht und Charakter (1903) ook een diepgaande invloed heeft uitgeoefend op stromingen en persoonlijkheden (Ludwig Wittgenstein), die boven elke verdenking staan. We moeten er verder rekening mee houden dat in de intellectuele kringen van het Weense fin de siècle Weininger niet alleen stond met zijn wereldbeeld dat vandaag een ietwat bizarre indruk maakt. Antifeminisme en antisemitisme behoorden er tot de bon ton, niet alleen bij mannen, ook bij ontwikkelde vrouwen. Paul Möbius schreef een studie met de voor zich sprekende titel Über den psychologischen Schwachsinn des Weibes en Theodor Lessing publiceerde Der jüdische Selbsthass.

Otto Weininger (1880-1903) schrijft dat hij dertien jaar was toen hij over filosofie en kosmologie begon na te denken. Met zijn vader Leopold had Otto het dwepen met Richard Wagner en met de Duitse filosofie gemeen. Otto's zuster Rosa getuigde: "Mijn vader was in hoger mate antisemitisch, dacht echter als jood en ergerde zich als Otto tegen het jodendom schreef." De briljante student Otto heeft ondanks zijn sociale schichtigheid een groot ego. In 1902 schrijft hij een vriend dat hij smeedt "aan de sleutel van de wereldgeschiedenis". Raadselachtig merkt hij op: "Er zijn twee soorten van ethiek, de ene: er moet gecoïteerd worden, omdat anders de mensheid uitsterft - en nog een andere." Die andere soort is Weiningers ethiek, die vorm aanneemt als een virulente aanval op de vervrouwelijking van de samenleving en op het ontplooien van vrouwelijke kanten in de man. Vandaar is het voor Weininger slechts een kleine stap naar de ontkenning van het mens-zijn van de vrouw, een eerloos wezen dat in de ogen van de filosoof geen ziel heeft. Dat is, in de kern, de boodschap van de psychologiserende filosofie die in Geschlecht und Charakter wordt uitgesponnen, met weglating van alle sociale en economische factoren die Weininger volkomen irrelevant vindt bij het geven van zijn definitief antwoord op het vrouwenvraagstuk. Al had Kant zich nauwelijks over de kloof der seksen gebogen, het is duidelijk dat Weininger Kants schitterende definitie van het huwelijk in zijn oren had geknoopt: "Huwelijk, dat is de verbintenis van twee personen van verschillend geslacht ter wille van levenslang wederkerig bezit van de seksuele eigenschappen" (Die Metaphysik der Sitten). Voor Weininger is het zo klaar als een klontje: omdat de vrouw geroepen is tot het moederschap heeft ze het onafgebroken gemunt op de intellectuele vermogens van de man: "Uiteindelijk ervaart de vrouw immers als haar vijand alles wat de aandacht van de man afleidt van de seksualiteit en de voortplanting, zijn boeken en zijn politiek, zijn wetenschap en zijn kunst." Alleen de hoer, die haar seksualiteit zonder reproductieve ambities beleeft, vindt in zijn ogen genade. Het is de seksualiteit die Weininger haat in de vrouw omdat ze de man afleidt van de imperatief om een genie te worden: "Alleen de geniale mens kent echter de volstrekt onzinnelijke liefde, en alleen hij streeft naar de verwekking van tijdeloze kinderen in wie zijn diepste geestelijke wezen tot expressie komt." Mannen vinden hun waarde in zichzelf, aldus Weininger, terwijl vrouwen hun waarde steeds van dingen buiten zichzelf betrekken, "van hun geld en goed, het aantal en de schoonheid van hun japonnen, de prijs van hun loge in de schouwburg, hun kinderen, maar vooral van hun bewonderaar, hun echtgenoot; en wanneer de ene vrouw ruzie heeft met de andere beroept zij zich altijd uiteindelijk, om de ander het diepst te treffen en het doeltreffendst te vernederen, op de maatschappelijke positie, de rijkdom, het aanzien en de titels van haar man, maar ook op diens jeugdigheid en zijn talrijke aanbidsters".

Het zijn maar een paar voorbeelden van de toonaard waarin dit even erudiete als hatelijke pamflet is opgesteld. Maar het zou verkeerd zijn Otto Weininger te omschrijven als een excentriek denker. Hij is immers, omgekeerd, een ultraconformist. Weininger is het er helemaal niet om te doen de vooroordelen van de Weense burgerij te kritiseren, hij ontplooit integendeel een overdadige ijver om ze op een extreme manier wetenschappelijk en filosofisch te legitimeren. Hij was de buitenstaander die zich geroepen voelde om van de Weense Leitkultur een karikatuur te maken omdat hem als jood geen andere uitweg bleef voor zijn hunkering om aan het narcisme van de Weense bovenklasse deel te nemen. In de vrouw vernedert Weininger plaatsvervangend de jood in zichzelf die door de niet-joden vernederd wordt. Hij doet dat met zoveel brio dat hij de grote geesten van zijn tijd fascineert.

Er zijn nog andere redenen waarom Weiningers geschrift zoveel indruk heeft gemaakt op de Weense artistieke avant-garde. In intellectuele en artistieke kringen werd gesympathiseerd met Weiningers haat tegen de "stemmingskunst" en met zijn pleidooi voor een zuivere en doorzichtige kunst die bevattelijkheid en begrijpelijkheid postuleert. Dat bevalt Karl Kraus, die opkomt voor de pure stijl en die tegen het Weense "feuilleton" fulmineert; dat imponeert Arnold Schönberg, die de ontbinding van de muziek na Richard Wagner constateert en die aan zijn composities een nieuwe strengheid wil geven; dat maakt indruk op de architect Adolf Loos, die walgt van het ornamentele en de basis legt van een functionele architectuur.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234