Zondag 05/12/2021

InterviewSlachtofferverenigingen aanslagen

De slachtoffers van Abdeslam en co: ‘’s Avonds werd in het journaal gemeld dat Fabienne bij de doden was, terwijl wij niets wisten’

Het terreurproces tegen Brusselaar Salah Abdeslam is twee weken geleden begonnen. Beeld AFP
Het terreurproces tegen Brusselaar Salah Abdeslam is twee weken geleden begonnen.Beeld AFP

Salah Abdeslam kaapte twee weken geleden alle aandacht weg op de eerste dagen van het langverwachte terreurproces in Parijs. Tot ergernis van veel slachtoffers en nabestaanden van het bloedbad in de Franse hoofdstad, die al zes jaar uitkijken naar dit moment. Het wordt een historisch proces voor Frankrijk én voor België, want een aantal van de beklaagden verschijnen volgend jaar in ons land voor het assisenhof voor de aanslagen in Brussel. We brachten de voorzitters van de Franse en de Belgische slachtoffervereniging bij elkaar.

“Sommige slachtoffers slapen al weken niet meer”, vertelt Philippe Duperron (68), de voorzitter van de Franse vereniging 13Onze15 Fraternité et Vérité, die zo’n vierhonderd nabestaanden en overlevenden samenbrengt. Een vijftig­tal zullen in de komende weken getuigen op het proces, ­Duperron als één van de eersten. De gewezen advocaat verloor in die vreselijke nacht zijn zoon Thomas (30) tijdens de schietpartij in de Bataclan.

Philippe Duperron: “Veel slachtoffers hebben tot op het laatste moment getwijfeld of ze zouden getuigen en of ze zich burgerlijke partij zouden stellen. We hebben hen zo goed mogelijk voorbereid, praktisch en psychologisch. Ook ik voel de adrenaline door mijn lijf gieren. Ik ben opgelucht dat het eindelijk begonnen is, ik heb hier zo lang op gewacht. Tegelijk slaat de angst me soms om het hart. We weten niet hoe de komende maanden zullen verlopen, want niemand heeft ervaring met een proces dat zo lang duurt (de uitspraak wordt in mei volgend jaar verwacht, red.), met zoveel slachtoffers, zoveel advocaten, zoveel media. De aanslagen in Parijs ­hadden een wereldwijde impact, er zijn journalisten van overal in Europa, en zelfs uit Amerika, China en Japan.”

“Dit proces is ook belangrijk voor de slachtoffers in ons land”, zegt Philippe Vansteenkiste (53), die na de bommen in Brussel de Belgische slacht­offervereniging V-­­Europe heeft opgericht. Op 22 maart 2016 verloor hij zijn zus ­Fabienne, die die ochtend aan het werk was in de luchthaven van Zaventem.

Philippe Vansteenkiste: “De aanslagen van Parijs en Brussel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De daders komen uit dezelfde terreurgroep. Het waren waarschijnlijk dezelfde opdrachtgevers in Syrië, en dezelfde fiksers in Europa die voor schuilplaatsen, auto’s en valse papieren zorgden. Twaalf van de twintig beklaagden die vandaag in Parijs terechtstaan, komen uit ons land. Sommigen zullen we volgend jaar in Brussel terugzien op het proces van de aanslagen van 22 maart. Een groot deel van het onderzoek is in België gebeurd, er komen ook veel Belgische speurders getuigen.”

“Voor de slachtoffers van 22 maart is dit een soort ­prelude, een reconstructie van wat zich in het jaar vóór de aanslagen heeft afgespeeld. We zullen horen hoe de groep IS haar plannen heeft gesmeed en de operatie zorgvuldig heeft voorbereid, naar het voorbeeld van 9/11, om Europa in het hart te treffen. We weten intussen dat de aanslagen in Brussel min of meer zijn voortgevloeid uit die van Parijs. Daarom vind ik het zo belangrijk om hier te zijn.”

Philippe Duperron: ‘Nabestaanden van de Bataclan hangen hun zolderkamer vol met krantenknipsels, foto’s van de beschuldigden, schema’s van de vertakkingen binnen IS… Ik voelde erg met hen mee: die mensen zijn beschadigd voor het leven.’ Beeld Federico Pestellini / Panoramic
Philippe Duperron: ‘Nabestaanden van de Bataclan hangen hun zolderkamer vol met krantenknipsels, foto’s van de beschuldigden, schema’s van de vertakkingen binnen IS… Ik voelde erg met hen mee: die mensen zijn beschadigd voor het leven.’Beeld Federico Pestellini / Panoramic

Afgelopen vrijdag zette ons land trouwens de laatste rechte lijn in naar het terreurproces van volgend jaar in Brussel. Tien verdachten, onder wie Salah Abdeslam en vijf anderen die in Parijs terechtstaan, moeten volgend jaar in Brussel voor het assisenhof verschijnen voor de aanslagen van 22 maart.

Duperron: “Voor jullie is het een soort generale repetitie. De Belgische justitie zal er ongetwijfeld lessen uit trekken.”

Vansteenkiste: “Het ­Franse gerecht heeft erg zijn best gedaan om de slachtoffers een plaats te geven. Zo hebben ze een systeem gevonden om slachtoffers af te schermen die niet met de media willen praten: zij krijgen een toegangsbadge met een rood lintje. Wie wel met de pers wil praten, krijgt een groen lintje. Justitie zendt de zittingen ook uit via internetradio voor de slacht­offers die niet naar Parijs kunnen komen, omdat ze te ver wonen of de moed niet kunnen opbrengen. Dat idee hebben ze opgepikt op het Noorse terreurproces van Anders Breivik voor de slachtoffers van Utøya en Oslo. Ik weet dat ze bij het Belgische gerecht bekijken of ze dat ook voor het proces van 22 maart kunnen organiseren.”

IS-strijder ad interim

Twee weken geleden is het langverwachte terreurproces in Parijs geopend onder draconische veiligheidsmaatregelen. Zwaarbewapende agenten bewaakten de straten rond het oude justitiepaleis op het Île de la Cité, in de Seine dobberden politiebootjes en zochten duikers langs de boorden naar bommen. Zelfs de onderkant van wagens werd met een spiegeltje gecontroleerd op de aanwezigheid van explosieven.

In de immens grote rechtszaal, die speciaal voor dit proces in het oude justitiepaleis is gebouwd, liet Salah Abdeslam al op de eerste procesdag van zich horen. Hij probeerde de slachtoffers te provoceren, maar werd door de voorzitter van de rechtbank fijntjes op zijn plaats gezet. Toen die naar het beroep van de enige overlevende terrorist vroeg, antwoordde Abdeslam dat hij zijn baan had opgegeven om strijder van de Islamitische Staat te worden. “Bij mij staat nochtans interim”, reageerde de voorzitter droog.

Het proces van de eeuw, zoals het in Frankrijk wordt genoemd, zal acht maanden duren en moet gerechtigheid brengen voor duizenden slachtoffers en nabestaanden. Veertien verdachten staan er terecht in een zwaarbeveiligde glazen kooi – de zes andere beklaagden zijn wellicht in Syrië overleden, maar het gerecht vervolgt hen voor de zekerheid. Allemaal hebben ze op de één of andere manier bijgedragen tot de moorddadige aanslagen in Parijs, waarbij 130 doden en 350 gewonden zijn gevallen. ­Hoofdbeschuldigde is Salah Abdeslam, de enige van de tien zelfmoordterroristen die de aanslagen heeft overleefd. Het onderzoek telt 1 miljoen pagina’s, een stapel papier van 53 meter hoog. Er zijn 330 advocaten en een recordaantal van 1.765 burgerlijke partijen, waar zich in de loop van het proces nog honderden bij kunnen voegen. “We krijgen nog elke dag telefoons van slacht­offers die zich eerst afzijdig hebben gehouden, maar zich nu be­­denken”, zegt Duperron.

'Abdeslam zal me geen traan ontlokken. Die vloeien alleen als ik over mijn zoon Thomas spreek, over hoe ik hem mis.' Beeld Federico Pestellini
'Abdeslam zal me geen traan ontlokken. Die vloeien alleen als ik over mijn zoon Thomas spreek, over hoe ik hem mis.'Beeld Federico Pestellini

Het proces begint al meteen met een moeilijke maand, waarin slachtoffers en nabestaanden hun verhaal komen doen.

Duperron: “Dat wordt wellicht het pijnlijkste deel van het proces: luisteren naar het verdriet van de anderen en je eigen pijn herkennen, vijf weken lang. Het zijn stuk voor stuk ijzingwekkende verhalen. Slachtoffers in de Bataclan die het overleefd hebben door zich te verstoppen onder de lijken, badend in het bloed van anderen. Sommigen schrikken nog elke nacht wakker uit hun slaap. Ouders die hun kind verloren hebben en hun verdriet nooit meer te boven komen. Velen zijn depressief geworden, hebben hun werk verloren, zitten in zware schulden. Eén van de overlevenden van de Bataclan, Guillaume ­Valette (31), heeft twee jaar na de aanslagen zichzelf van het leven beroofd. We beschouwen hem als het 131ste slachtoffer van de aanslagen. Hij was één van de slacht­offers die er niet in slaagde zijn trauma te boven te komen, hij zat opgesloten in zichzelf en beleefde zijn dagen als één grote nachtmerrie.”

“Ik ga twee keer getuigen: één keer als voorzitter van onze vereniging, voor de slacht­offers die er niet meer zijn, en voor nabestaanden die niet de kracht hebben om zelf hun verhaal te doen. De tweede keer zal ik het woord nemen samen met mijn echtgenote Chantal, als papa van onze jongste zoon Thomas, die we die avond in de Bataclan hebben verloren.”

“Er zullen ook beelden getoond worden van de vloer van de Bataclan, bezaaid met lijken. Van de terrassen met dodelijke slacht­offers en van bloed doordrenkte stoep­stenen. Die beelden zullen heel confronterend zijn, en dat maakt me bang. Ik weet dat het bijna ondraaglijk zal zijn.”

“We zullen de slachtoffers zo goed mogelijk begeleiden tijdens het proces. Ze zijn niet allemaal even veerkrachtig, en ze hebben allemaal andere verwachtingen. ­Sommigen hopen antwoorden te krijgen, of willen Abdeslam een vraag stellen – waarom hij het heeft gedaan, bijvoorbeeld. Er zijn nabestaanden van de Bataclan voor wie het onderzoek al jaren een obsessie is. Ze hangen de muren van hun zolder kamer vol met krantenknipsels, foto’s van de beschuldigden, hun parcours, schema’s van de onderlinge linken en de vertakkingen binnen IS… Ik was verbijsterd toen ik dat zag, en ik voelde erg met hen mee, want die mensen zijn beschadigd voor het leven. Ze verwachten antwoorden die ze nooit zullen krijgen, en de frustratie zal altijd aan hen knagen. Op een bepaald ogenblik moet je je erbij neerleggen dat je nooit alles zult weten. Aanvaarden dat je niets meer aan de feiten kunt veranderen. Dat je kind, je geliefde of je vriend er niet meer is. Net zoals ik en mijn familie moeten aanvaarden dat Thomas er niet meer is.”

Veel Franse slachtoffers zijn woedend op de Belgische politie, omdat die kansen heeft laten liggen om de aanslagen te vermijden. Ook dat zal op het proces aan bod komen.

Duperron: “Ik begrijp die boosheid helemaal, maar ik probeer er nu niet mee bezig te zijn. We wéten dat de aanslagen in Parijs zijn voorbereid in Brussel, bijna onder de neus van de politie. Maar ook in Frankrijk zijn veel kansen gemist. Daar zal zeker over gepraat worden en we moeten er ook lessen uit trekken, maar ik vind niet dat we daar op dit proces over moeten oordelen. Het zijn de beschuldigden die hier terechtstaan, niet de overheid of de Belgische en Franse veiligheidsdiensten. De beklaagden zouden het nog als een verzachtende omstandigheid durven te gebruiken: ‘Dat we dit gedaan hebben, komt alleen maar omdat de overheid en de politie het ons niet verhinderd hebben.’”

De voorbije maanden doken er berichten op over valse slachtoffers, die compleet verzonnen verhalen vertelden over wat ze hadden meegemaakt.

Duperron: (knikt) “Er waren mensen die beweerden dat ze die avond in de Bataclan of op de terrassen waren, terwijl dat helemaal niet zo was.”

“Er zijn twee soorten nepslachtoffers: je hebt er die het deden voor het geld, die een schadevergoeding vroegen bij het slachtofferfonds en die in sommige gevallen ook gekregen hebben. Maar het bedrog is later ontdekt, ze zijn veroordeeld en hebben het geld moeten terugbetalen. Daarnaast heb je ook mensen die volgens mij in de psychiatrie thuishoren. Ze verzonnen verhalen om bij de groep te horen, die grote familie die de slachtoffers vormen, omdat ze daar warmte en begrip vonden. Erg triest, en onaanvaardbaar. Ik denk – hoop – dat ze er inmiddels allemaal uit gefilterd zijn.”

Een lege stoel

Bijna 1.800 burgerlijke partijen hebben zich tot nog toe voor het proces gemeld, maar op de eerste zittingsdag leek het grootste slachtoffer, naar eigen zeggen, Salah Abdeslam. Hij verscheen in een zwart T-shirt, met een zwart mondmasker waarachter zijn baard uitstak. Ongevraagd beklaagde hij zich tegenover de rechter dat hij ‘al zes jaar in de gevangenis als een hond behandeld’ wordt. Een dure hond, dat wel. De gevangeniskosten voor Salah Abdeslam werden onlangs berekend op meer dan 430.000 euro per jaar, of 36.000 euro per maand.

De Franse staatsvijand nummer één zit al vijf jaar in de streng beveiligde gevangenis van Fleury-Mérogis in een cel van negen vierkante meter, in totale afzondering. Zijn doen en laten wordt de klok rond gefilmd om te voorkomen, zo verklaarde de Franse minister van Justitie, “dat er op het proces een lege stoel zou zijn”. Om het contact met de andere gevangenen te vermijden heeft hij een eigen fitnessruimte met een roeimachine en een home­trainer, waar hij vele uren traint. Acht cipiers lossen elkaar af om toezicht op hem te houden en betreden zijn cel nooit zonder een speciale uitrusting die hen tegen messteken moet beschermen. De grootste kosten­post is het bewakingspersoneel, maar er werd ook 190.000 euro geïnvesteerd in een systeem dat telefooncommunicatie in de buurt van zijn cel verstoort.

Philippe Vansteenkiste (links): ‘’s Avonds werd in het journaal gemeld dat mijn zus bij de doden was, terwijl wij niets wisten. Afschuwelijk.’ Beeld Federico Pestellini / Panoramic
Philippe Vansteenkiste (links): ‘’s Avonds werd in het journaal gemeld dat mijn zus bij de doden was, terwijl wij niets wisten. Afschuwelijk.’Beeld Federico Pestellini / Panoramic

Bezoek is enkel toegestaan voor zijn familie. Nochtans zijn er heel wat geradicaliseerde jonge vrouwen die hem brieven schrijven en hem willen komen bezoeken, maar al hun aan­vragen om hem te bezoeken zijn geweigerd.

In de eerste jaren leek het strenge gevangenisregime zijn mentale gezondheid aan te tasten. Abdeslam leed aan vergiftigingswanen: hij schrobde maniakaal de muren en de vloer van zijn cel, overtuigd dat zijn bewakers er giftige stoffen op hadden gesmeerd. Hij wantrouwde zijn tandpasta en het fruit uit de ­gevangeniskantine. Sinds de lente van dit jaar leken de gedragsproblemen van Abdeslam verdwenen, al weigerde hij nog steeds mee te werken aan het onderzoek. Ook tegen de onderzoeksrechter zei hij amper een woord. Toch hoopten veel slachtoffers dat hij op het proces van de ­aan­slagen de stilte zou doorbreken, toen bekend werd dat hij een nieuwe Franse advocate had gekozen om hem te ver­dedigen.

De 31-jarige ambitieuze strafpleitster Olivia Ronen kondigde aan dat ze tot het uiterste zou gaan om Salah ­Abdeslam te verdedigen. “Ik denk niet dat Abdeslam me heeft gevraagd om zomaar om het even wat te gaan vertellen in de rechtbank”, verklaarde ze in de Franse pers. “Het feit dat hij een advocaat heeft gekozen, is een teken. Ik ga er dus 100 procent voor. Dat betekent dat je niet bang mag zijn om mensen te mishagen of te choqueren, anders kun je maar beter thuisblijven.”

Op de eerste zittings­dagen bleek alvast dat Abdeslam niet van plan is om zich verzoenender op te stellen. Was dat een verrassing voor jullie?

Duperron: “Eigenlijk niet, want hij vertelde precies hetzelfde als in 2018 in Brussel, toen hij daar voor de rechter verscheen voor zijn aandeel in de schietpartij in Vorst. Ik ben toen gaan kijken omdat ik hem met mijn eigen ogen wilde zien. Voor mij is hij niet het ­kleine boefje met de hersenen van een asbak, zoals zijn Belgische advocaat Sven Mary hem ooit omschreef. In het begin leek dat wel zo, maar op het proces in Brussel was zijn houding al helemaal anders. Abdeslam had zelf expliciet gevraagd om op het proces aanwezig te zijn, en daarom verwachtte ik dat hij een verklaring zou afleggen. Maar hij hield alleen een tirade in de rechtszaal, om te zeggen dat hij de Belgische justitie niet erkende en alleen vertrouwde op het oordeel van Allah. Hij wilde niet eens gaan staan toen de rechter hem aansprak. “Ik heb niet geslapen, ik ben te moe.” Het was pure provocatie, een laatste ‘Allahoe akbar’ in ons gezicht. Dat betekent toch dat hij goed weet waarmee hij bezig is. Abdeslam is niet het grote brein achter de aanslagen, maar zo onbeduidend is hij ook niet.”

Vansteenkiste: “Hij doet altijd maar aan zelfbeklag en toont geen enkel schuldgevoel. Ik vind hem behoorlijk laf. Hij zou zijn eigen rol kunnen erkennen, de aanslagen kunnen opeisen en de martelaar worden die hij zo graag wil zijn, maar zelfs dat doet hij niet.”

Duperron: “Abdeslam is steeds radicaler geworden en is nu zover heen dat het volgens mij niet meer terug te draaien valt. Ik denk niet dat hij ooit nog tot inzicht komt. Hij ziet het proces nu blijkbaar als zijn laatste podium om IS te verheerlijken, maar over de feiten verwacht ik van hem geen grote verklaringen meer.”

De andere beschuldigden leken iets beter mee te werken.

Duperron: “Maar ook van hen verwacht ik niets, want dan ben je afhankelijk van hen, en dat wil ik niet. Het is natuurlijk heftig om die kerels te zien zitten, want ze zijn mee verantwoordelijk voor de dood van je kind. Ze hebben allemaal bijgedragen tot het drama: als één van hen dat niet had gedaan, als de ketting ergens was doorbroken, dan was het misschien niet gebeurd. Als er geen cash was geweest, of als er geen schuilplaatsen in België en Frankrijk waren geweest, dan hadden ze zich misschien minder goed kunnen voorbereiden. Maar goed, ik probeer er vooral geen emoties aan te verspillen. Mijn woede is al een ­tijdje gaan liggen. Geen van de beklaagden zal me een traan ontlokken, ook Abdeslam niet. Die vloeien alleen als ik over mijn zoon Thomas spreek, over hoezeer ik hem mis.”

Drie dagen zoeken

Eigenlijk had Thomas Duperron die vrijdagavond helemaal niet in de Bataclan moeten zijn. Hij werkte in La Maroquinerie, een kleine concertzaal aan de andere kant van Parijs, waar hij verantwoordelijk was voor de communicatie. Maar zijn baas, eigenaar van de Bataclan, had hem vrij gegeven om naar het concert van Eagles of Death Metal te gaan. Thomas had nog geprobeerd een tweede kaart te versieren voor zijn broer Nicolas, maar dat was niet gelukt. Daarom ging hij met een vriendin van La Maroquinerie. Lucie heeft de aanslagen overleefd, hij niet.”

Duperron: “Ze zijn samen uit de Bataclan ontsnapt, toen de aanval nog niet lang bezig was. Maar Thomas was compleet verzwakt door de schotwonden en kon niet meer stappen. Lucie heeft hem moeten achterlaten op het trottoir en is hulp gaan zoeken. Ze heeft de medische verzorgers proberen te overtuigen om hem te gaan redden, maar op dat ogenblik werd er nog volop geschoten en de verpleegkundigen durfden niet dichterbij te komen. De politie is pas veel later in de Bataclan binnengevallen. Toen de hulpdiensten Thomas eindelijk konden verzorgen, was zijn toestand al kritiek. Een paar uur later is hij in het Percy-ziekenhuis aan zijn verwondingen bezweken.”

Philippe Duperron: ‘Salah Abdeslam zal me geen traan ontlokken. Die vloeien alleen als ik over mijn zoon Thomas spreek, over hoe ik hem mis.’ Beeld Federico Pestellini / Panoramic
Philippe Duperron: ‘Salah Abdeslam zal me geen traan ontlokken. Die vloeien alleen als ik over mijn zoon Thomas spreek, over hoe ik hem mis.’Beeld Federico Pestellini / Panoramic

Maar dat wist u die nacht niet.

Duperron: “Nee, toen ik die avond het nieuws over de aanslagen op mijn telefoon zag verschijnen, dacht ik nog dat Thomas in de Maroquinerie aan het werk was, en dat hij veilig was. Ik kwam laat thuis, mijn echtgenote sliep al en had het nieuws niet gezien, en ik heb haar ook niet wakker gemaakt. Om twee uur ’s nachts belde onze zoon Nicolas, doodongerust, omdat hij wist dat Thomas in de Bataclan was en hij hem niet kon bereiken. We vreesden het ergste, en zijn in alle ziekenhuizen beginnen te zoeken, ook in Percy. We toonden een foto van Thomas en vroegen of hij daar binnen­gebracht was. Dat was niet het geval, zei men ons. En dus zochten we verder.”

“We hebben twee dagen in een hel geleefd. Lucie had op Facebook een bericht gepost dat zij en Thomas uit de Bataclan waren geraakt. Maar niemand kon ons zeggen waar onze zoon naartoe was gebracht, en of hij nog leefde. In de militaire school waar slachtoffers en nabestaanden werden opgevangen, heerste alleen chaos. Iedereen was in paniek. Vrijwilligers boden ons een glas water aan, een koffie, psychologische steun. Ze hadden de beste bedoelingen, maar dat was niet wat we nodig hadden: we wilden weten wat er met Thomas was gebeurd. Terwijl de tijd verder tikte, slonk de hoop dat we hem nog levend zouden terugzien. Zondag, in de loop van de namiddag, kregen we het nieuws dat Thomas wel degelijk in het Percy-ziekenhuis lag, waar we hem zaterdagochtend waren gaan zoeken, en dat hij daar om vijf uur ’s ochtends was gestorven, een paar uur vóór we daar naar hem gingen informeren. Het moment waarop je dat te horen krijgt, is onbeschrijflijk. Het dringt maar langzaam door dat het definitief gedaan is. Dat we Thomas nooit meer zullen zien, dat we hem nooit meer in onze armen zullen houden.”

Hebben jullie nog contact met Lucie, die die nacht bij hem was?

Duperron: “Ja, maar het is elke keer erg pijnlijk, zeker voor haar. Dat meisje heeft natuurlijk een extreem schuldgevoel, het trauma van de overlevende. We huilen elke keer als we elkaar ontmoeten.”

Voor Philippe ­Vansteenkiste is het verhaal van zijn Franse vriend pijnlijk herkenbaar. Na de aanslagen op 22 maart 2016 zocht hij drie dagen als een gek naar zijn zus Fabienne, die in de luchthaven werkte.

Vansteenkiste: “Drie dagen. Dat wens je niemand toe. Ik kreeg berichten van collega’s die zeiden dat ze Fabienne nog hadden gezien. We belden alle ziekenhuizen, tevergeefs. ’s Avonds werd in het journaal gemeld dat Fabienne bij de doden was, terwijl wij niets wisten. Dat was afschuwelijk. ’s Anderendaags stond het ook in de krant, dat maakte me zo kwaad. Ik wilde het ook niet aanvaarden. Ik hoopte dat ze ergens in een ziekenhuis lag, misschien te verzwakt om te zeggen wie ze was. De derde dag kreeg ik telefoon van iemand van het Disaster ­Victim Identification­-team, dat bezig was met de identificatie van de overledenen. De man dacht dat ik al op de hoogte was en wenste me innige deelneming. Dat was keihard.”

Duperron: “Toen ik hoorde dat Philippe nog langer had moeten zoeken dan wij, kon ik het bijna niet geloven. Als ik zijn verhalen hoor, waren de slachtoffers in België er nóg slechter aan toe dan in Frankrijk.”

Vansteenkiste en ­Duperron kennen elkaar al lang. ­Beide mannen hebben hun leven omgegooid na de aanslagen in Parijs en Brussel om zich in te zetten voor de slachtoffers. Philippe Duperron was advocaat, gespecialiseerd in ondernemingsrecht en net met pensioen toen hij zijn zoon verloor. Philippe Vansteenkiste reisde al 27 jaar samen met zijn gezin de wereld rond als zaken­consultant, maar gaf zijn internationale carrière op om zich in België in te zetten voor de rechten van terreurslacht­offers.

Vansteenkiste: “Ik heb nog even geprobeerd om de professionele draad weer op te pikken, maar het ging niet. Dat commerciële interesseerde me niet meer, ik had te veel meegemaakt. Fabienne was mijn grote zus, mijn beste vriendin en mijn steun­pilaar, ook al zat ik aan de ­andere kant van de wereld. Een jaar vóór de aanslagen had ze me verteld dat ze zich zorgen maakte over de veiligheid op de luchthaven van Zaventem. Omdat ik er in een ver ver­leden nog in de veilig­heidssector had gewerkt, vroeg ze me of ik niet terug wilde komen naar ­Zaventem. ‘Ik kom nooit meer terug naar België’, heb ik haar toen geantwoord. Dat blijft natuurlijk hangen.”

“Na haar dood was de grond onder mijn ­voeten weggeslagen. We ­konden als ­terreurslachtoffers nergens terecht en voelden ons compleet verloren, ­genegeerd door de Belgische overheid. Niemand vertelde ons waar we moesten zijn om de zaken te regelen. Ik zag hoe zwaar mijn familie­leden eronder leden. We wilden ook graag contact met andere ­nabestaanden van 22 maart, maar blijkbaar was dat on­­mogelijk. Slachtofferhulp vond het te pijnlijk en schermde ons van elkaar af. Wellicht met goede bedoelingen, maar wij vroegen ons af wat we hadden misdaan.”

“En dus zijn we naar Frankrijk gegaan, naar 13Onze15, de slachtoffervereniging van Philippe Duperron. Zij waren de eerste lotgenoten met wie we konden praten en die ons volledig begrepen. Dat deed enorm veel deugd. We hadden weinig woorden nodig, ze voelden precies aan wat we nodig hadden. Dat heeft ons enorm geholpen.”

Philippe Vansteenkiste: ‘Drie dagen heb ik naar mijn zus gezocht. Op de derde dag belde iemand van het DVI-team me en hij wenste me innige deelneming: hij dacht dat ik al wist dat ze dood was.’ Beeld Federico Pestellini / Panoramic
Philippe Vansteenkiste: ‘Drie dagen heb ik naar mijn zus gezocht. Op de derde dag belde iemand van het DVI-team me en hij wenste me innige deelneming: hij dacht dat ik al wist dat ze dood was.’Beeld Federico Pestellini / Panoramic

Duperron: “Ik herinner me nog goed hoe jullie je in de steek gelaten voelden door de Belgische overheid. Jullie zochten naar manieren om aandacht te vragen. Er leek geen echte politieke wil te zijn om de slachtoffers op te vangen en te steunen.”

Vansteenkiste: “Na onze ontmoeting met 13Onze15 hebben we besloten zelf een vereniging op te richten, V-Europe. Ik was boos over de manier waarop de slachtoffers in België behandeld werden. Iemand moest de overheid doen beseffen hoe onrechtvaardig dat was. Ik heb mijn job opgegeven en wijd mijn tijd sindsdien aan V-­­Europe. We zijn in­­middels door de overheid erkend als slachtoffervereniging en hebben ervoor gezorgd dat ­terreurslachtoffers een betere begeleiding krijgen, maar het werk is nooit af.”

“In de komende ­maanden blijven we het proces in Parijs volgen, niet alleen om ons voor te bereiden op het ­Belgische proces volgend jaar, maar ook uit solidariteit. De slachtoffers van Parijs en Brussel zijn één grote familie. We hebben dezelfde daders, we kennen dezelfde pijn.”

Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht bij de Zelfmoordlijn op he gratis nummer 1813 en op zelfmoord1813.be.

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234