Dinsdag 04/10/2022

De slachter van Bagdad eindigt zelf aan de galg

Talloze onderdanen heeft hij laten executeren, nu moest hij zelf dat lot ondergaan. Met de executie van Saddam Hoessein (69) is niet alleen de zowat meest gehate dictator die de Arabische wereld ooit gekend heeft 'opgeruimd'. Het einde van de gefrustreerde, arme boerenjongen die zich al moordend absolute macht toe-eigende, wordt door de VS ook voorgesteld als een catharsis, als een dramatische overwinning op Het Kwaad.

Door Barbara Debusschere

"Wij gaan naar de hemel en onze vijanden zullen rotten in de hel!" Met die woorden stierf Saddam Hoessein vrijdagnacht, op de vooravond van het Offerfeest, aan de galg in Bagdad. Hij had altijd gezworen 'vechtend' te sterven. En dat deed hij, in de mate van het mogelijke. Saddam weigerde een kap over zijn hoofd en schijnt in een zeer sarcastische bui en scheldend tegen de aanwezigen het tijdelijke voor het eeuwige te hebben gewisseld.

Vlak voor zijn dood was 'de Hitler van de Tigris', luidens zijn advocaat, 'in opperbeste stemming'. Tijdens het afscheid van zijn twee halfbroers, die door de VS gevangen worden gehouden, zei hij 'blij te zijn dat hij als martelaar zou sterven in de handen van zijn vijanden in plaats van te moeten wegkwijnen in de gevangenis'.

Zijn ongenaakbaarheid was ook al gebleken uit zijn afscheidsbrief. De man die nu geëxecuteerd is voor de moord op 148 sjiieten in 1982, de man die twee desastreuze oorlogen begon, zijn eigen land vernielde en duizenden burgers met gifgas de dood injoeg schreef: "Velen hebben (mij) gekend als trouw, eerlijk, zorgend voor anderen, wijs, rechtvaardig, zorgzaam met de rijkdom van het volk en van de staat (...) en (jullie weten) dat (mijn) hart groot genoeg is om iedereen zonder uitzondering te omarmen." Over zijn nakende dood schreef hij: "Ik offer mijn ziel en (...) door dat martelaarschap zal God zijn trouwe volgeling glorie brengen."

Ook tijdens zijn proces heeft Saddam zich altijd met een air van onaantastbaarheid boven zijn rechters gesteld, die hij 'leugenaars' en 'verraders' noemde. Nochtans had zijn finale val voor het oog van de wereld zich toen al lang voltrokken. Beelden van de 'juichende menigte' die bij de val van Bagdad op 9 april 2003 het immense standbeeld van Saddam neerhaalde, waren dan misschien wel in scène gezet, toen hij eind 2003 als een rat in een val gevangengenomen werd in zijn schuilhol, kreeg iedereen Saddam te zien als een gekraakte, verwarde figuur die ten dode opgeschreven was.

Maar, hoewel nu meer dan ooit geconfronteerd met zijn daden, herstelde de trots van 'de slachter van Bagdad' zich snel. Tot op het einde van zijn proces was hij onvermurwbaar. Van een man die zichzelf gelijk stelde aan de bijbelse overwinnaar Nebuchadnezzar en de middeleeuwse held Saladin viel misschien niets anders te verwachten.

En zoals dat met wel meer dictators gaat, vloeiden Saddams grootheidswaanzin en machtswellust voort uit armoede en frustratie. Saddam Hoessein Abdal-Majid al-Tikriti ('Hij die ertegenaan gaat') wordt op 28 april 1937 geboren in een familie van doodarme landloze boeren in het dorpje Al-Awja, vlak bij het achterlijke provincienest Tikrit. Zijn vader verdwijnt of sterft nog voor Saddam geboren wordt, zijn stiefvader is een nietsnut die de kleine Saddam en diens moeder afranselt. Het is maar met moeite dat de toekomstige despoot zich door de lagere school spartelt.

Op tienjarige leeftijd wordt hij naar zijn oom in Bagdad gestuurd. De militante onderwijzer, die antiwesterse ideeën koestert en een pan-Arabisch rijk nastreeft, voedt de kleine Hoessein met zijn ideologie. Saddam, van kindsbeen al een agressief kereltje, krijgt van zijn oom ook zijn eerste revolver. Ook zijn middelbare studies aan de anti-Amerikaanse Al-Jarkschool in Bagdad gaan moeizaam. Omdat zijn resultaten al te pover zijn, weigert de militaire academie Saddam in te schrijven.

Diep vernederd sluit de jongeman zich dan maar aan bij de dan nog clandestiene Socialistische Partij voor de Arabische Wedergeboorte (Baath), de partij van zijn geliefde oom. In naam van zijn ideaal begaat de toekomstige president in 1958, op zijn 21ste, zijn eerste moord, die op een communistische militant in Tikrit. Hij vervoegt zijn oom in het verzet en raakt in 1959 betrokken bij een mislukte moordpoging op de toenmalige dictator Abdel Karim Qassim. Gewond vlucht Saddam naar Caïro.

Wanneer de Baathpartij vier jaar later kort aan de macht is, keert hij terug en vervult Saddam op het paleis de rol van 'ondervrager', folteraar zeg maar. In die periode huwt hij zijn nicht Sajida, met wie hij twee zonen en drie dochters krijgt. Sajida wordt de eerste van zijn vier vrouwen.

Saddam begint nu aan zijn lange mars naar de top in 1968. Zijn grote kans komt er op 30 juli. Op die dag wordt onder leiding van Saddams neef generaal Ahmed Hassan al-Bakr een coup gepleegd die de Baathpartij definitief aan de macht brengt. In een land waar politiek een gewelddadig spel is, weet Saddam zijn talenten zeer snel te verzilveren.

Hij wordt de nummer twee naast Al-Bakr. Omdat hij rivalen steevast uitschakelt en een netwerk rond zich creëert binnen de geheime dienst, klimt hij op en al gauw is duidelijk dat het Saddam is die daadwerkelijk de plak zwaait. In 1979 grijpt Saddam in een paleisrevolutie de absolute macht als president van de republiek.

Met de onvoorwaardelijke steun van de boeren van Tikrit, zijn eigen clan, zijn geheime dienst en de soennitische gemeenschap installeert Saddam zijn persoonlijke dictatuur. Nooit aarzelt hij om al wie hem in de weg staat, desnoods eigenhandig, koud te maken. Foltering, zo maakt hij bekend, is de straf voor al wie hem tegenspreekt.

Door de nationalisering van de rijkelijke olie-inkomsten kan de dictator zijn volk tegelijkertijd een in de regio ongeziene levensstandaard bieden met goede gezondheidszorg, onderwijs en woningbouw. De president, die hoopt op een plaats in het pantheon van Arabische leiders en overal foto's en standbeelden van zichzelf laat neerpoten, krijgt daarvoor heel wat krediet.

Nog geen jaar na zijn machtsovername stort Saddam zijn land echter in een riskante oorlog met buurland Iran. In dat overwegend sjiitische land is de islamitische revolutie een feit en de soennitische Saddam, die zich als zonnegod van de Arabieren beschouwt, wil de mogelijke dreiging meteen in de kiem smoren.

Washington steunt hem. Als opstekertje komt een gezant van president Ronald Reagan, een zekere Donald Rumsfeld, in Bagdad zelfs zwaaien met lucratieve contracten voor de aanmaak van chemische en andere wapens zwaaien. "He's a son of a bitch, but he's our son of a bitch", zo oordeelt Washington in die periode nog over Saddam.

Enig Amerikaans protest over de mensenrechtenschendingen die Hoessein ondertussen in eigen land begaat, valt dan ook niet te horen. Het gaat onder meer om de door hem bevolen executie van 148 sjiitische mannen in Dujail in 1982, waarvoor hij nu de doodstraf kreeg, en over zijn inzet van gifgas waardoor in 1988 in Halabja vijfduizend Koerden stierven.

Saddams oorlog tegen Iran, waarbij hij zonder schroom gifgas inzet, duurt acht lange jaren en eindigt onbeslist met een miljoen doden, een uitgeput land, een verwoeste economie en een lege schatkist. Saddams honger naar macht en regionale suprematie neemt echter alleen maar toe. Zijn wetenschappers zetten hun schouders onder nucleaire, biologische en chemische bewapeningsprogramma's. Krampachtig zoekt de dictator na de Iranoorlog naar een manier om de kreupele economie en zijn imago weer op te krikken.

In 1990 krijgt hij de Golfstaat Koeweit in het vizier. Hij beschuldigt het buurland ervan de olieprijs naar beneden te drukken en valt er binnen. In operatie Desert Storm verdrijven de nu verbolgen Amerikanen de Irakezen uit Koeweit. Irak krijgt door de VN prompt strenge sancties opgelegd. Saddams massavernietigingswapens moeten worden vernietigd en de inkomsten uit de olieproductie worden streng gecontroleerd. De embargo's katapulteren de bevolking terug naar het pre-industriële tijdperk.

Hoewel die eerste Golfoorlog daardoor het begin van het einde was voor Hoessein, bestempelt hij 'de moeder van alle oorlogen' als een overwinning. Aangemoedigd door de eerste president Bush beginnen sjiieten in het zuiden van Irak echter een revolte tegen hun heerser.

Maar zonder dat het Westen reageert, onderdrukt de nu vernederde Hoessein het protest met veel geweld. In het noorden valt hij ook de rebellerende Koerden aan. Miljoenen moeten vluchten voor Saddams terreur en het Westen ziet zich genoodzaakt sjiieten en Koerden te beschermen.

De megalomane en paranoïde president vreest tegenwoordig zo voor zijn leven dat hij tot acht dubbelgangers inschakelt en nooit nog op dezelfde plaats slaapt. Kritiek op de systematische folteringen en executies, waarvan 263 massagraven later getuigen zijn, pareert hij met de boutade dat 'een zo gevarieerd land als Irak op geen andere manier bijeen te houden is'.

Met de verkiezingen van George W. Bush in 2000 wordt de druk op Irak om een regimewissel door te voeren steeds groter en na 9/11 is het hek van de dam. Bush noemt Irak een 'schurkenstaat' en door de Amerikanen geleide coalitietroepen vallen Irak binnen in maart 2003. Nog geen maand later valt Bagdad en wordt Saddam de door het Amerikaanse leger meest gezochte 'schurk' in Irak.

Onder de triomfantelijke kreet 'We've got him!' verspreiden de Amerikanen dan op 13 december 2003 de beelden van de verwilderde, uitgeputte en gedemoniseerde Saddam, gevangen in een hol nabij Tikrit. In 'zijn' soennitische driehoek ontstaat protest, maar de weg van Saddam naar de galg lijk nu onvermijdelijk ingeslagen.

Op 30 juni 2004 geven de Amerikanen de macht over aan interim-premier Allawi en de dag daarna al start de vervolging van de ex-dictator en zijn medestanders. Ze worden beschuldigd van zeven misdaden, waaronder de moord op politieke rivalen, het vergassen van Koerden in Halabja, de invasie in Koeweit en het neerslaan van de Koerdische en sjiitische opstand in 1991.

Het eerste proces wordt de moord op de 148 sjiieten in Dujail in 1982. Hoewel eerder beperkt in vergelijking met andere beschuldigingen aan Saddams adres, zijn in die zaak de bewijzen namelijk het sterkst. Saddam, die onschuldig pleit, maakt er een ware vaudeville van. Hij erkent het gezag van de strafrechtbank niet en geeft het hele proces door uiting aan zijn woede. Keer op keer moeten zittingen worden opgeschort door het onstuimige gedrag van de hoofdbeklaagde. Hij scheldt de rechters de huid vol en houdt eindeloze betogen over de oneerlijkheid van de rechtsgang. Terwijl Saddam in de rechtszaal klaagt over het feit dat de lift kapot is, worden drie advocaten vermoord en moeten rechters worden vervangen. Uit protest gaat hij ook kort in hongerstaking.

Ondertussen krijgt de wereld een blik op 'Saddam de gevangene'. Gevangenisbewakers en andere hooggeplaatsten die Saddam in zijn geheime cel ontmoetten, melden dat de ex-dictator zijn plantjes verzorgt, de Koran leest, Amerikaanse muffins en Doritos eet en poëzie schrijft. Aartsvijand Bush is het hoofdonderwerp in zijn geschriften.

Op 5 november 2006 komt dan toch een uitspraak in de zaak-Dujail. Saddam krijgt, net als drie medestanders, de doodstraf door verhanging. Hij reageert foeterend. Niet lang daarna schrijft de ex-dictator de afscheidsbrief waarin hij zichzelf als martelaar bestempelt. Hij uit daarin ook de wens dat 'zijn' Irakezen stoppen met elkaar te haten. Dat is op zijn minst ironisch, want terwijl de VS zijn nakende dood voorstellen als een catharsis voor de regio en voor de wereld, zinkt Saddams land steeds dieper weg in sektarisch geweld.

Ook zijn laatste wens zag Saddam met zijn dood aan de galg door de neus geboord. Hij had 'eervol' willen sterven voor een vuurpeloton. Dat werd afgewezen omdat hij zakte voor het ingangsexamen bij het leger en omdat hij zichzelf benoemde tot veldmaarschalk toen hij al president van Irak was. Voor de Iraakse rechtspraak is de dood voor een vuurpeloton bovendien voorbehouden voor al wie spijt betoont voor zijn daden. Ophanging is het lot van zij die moeten lijden voor wat ze anderen hebben aangedaan. En spijt heeft Saddam nooit betoond, wel integendeel. Tijdens een besloten zitting van het strafhof zei hij eens: "Deze zaak is niet eens de urine van een Iraaks kind waard."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234