Maandag 25/01/2021

AnalyseArcheologie

‘De Sixtijnse kapel van de oudheid!’ Waarom archeologische vondsten al snel worden opgeklopt

José Noé Rojas zit bij de rotsschilderingen van Cerro Azul in de Colombiaanse Amazone. De voormalige cocaboer heeft het zijn levenswerk gemaakt de schilderingen te beschermen.Beeld Getty

Op de onlangs breed uitgemeten ontdekking van ‘tienduizenden rotsschilderingen’ in de Amazone viel nogal wat af te dingen. Zoals archeologisch nieuws vaker wordt opgeblazen.

‘Archeologen ontdekken tienduizenden hyperrealistische eeuwenoude rotsschilderingen in Colombiaanse Amazone.’ ‘Tienduizenden rotsschilderingen van 12.000 jaar oud gevonden in Colombia.’ ‘‘Sixtijnse Kapel van de oudheid’: rotsschilderingen ontdekt in afgelegen Amazonebos.’ De ene krantenkop was onlangs nog enthousiaster dan de andere over een spectaculaire archeologische vondst in het Colombiaanse regenwoud. 

Een Brits-Colombiaanse onderzoeksgroep vond de schilderingen al een jaar geleden, maar het nieuws werd bewust stilgehouden tot het begin van de Channel 4-serie Jungle Mystery: Lost Kingdoms of the Amazon. Hier waren de schilderingen voor het eerst voor het grote publiek te zien.

Niet alle experts reageerden enthousiast. La Lindosa, het gebied waarin de onderzoekers de rotsschilderingen vonden, was namelijk al jaren bekend bij de lokale bevolking. Het geniet bovendien sinds 2018 de status van Unesco Werelderfgoed. Daarnaast werd in de eerste berichten over de vondst de Colombiaanse bijdrage aan het onderzoek sterk onderbelicht. Ook de methodologische haken en ogen van de datering kwamen nauwelijks aan de orde.

Niet meer dan een vermoeden

Zo claimen de onderzoekers dat de schilderingen minstens 12.000 jaar oud zijn, zonder daarvoor archeologisch bewijs te leveren. Ze beroepen zich op een laag oker in een 12.000 jaar oude rotswand, waarmee de rotsschilderingen gemaakt zouden zijn. Hoewel die inderdaad met oker zijn gemaakt, ontbreekt bewijs dat dat oker uit de rotslaag komt. De 12.000 jaar die op de vondst wordt geplakt, is dus vooralsnog niet meer dan een vermoeden.

Media berichtten bovendien over tienduizenden nieuwe tekeningen, zonder duidelijk te maken of dit getal verwijst naar de nieuwe vondst of het aantal tekeningen in het hele gebied, waarvan een groot deel dus al bekend was. Ella Al-Shamahi, presentator van de Channel 4-serie, liet op Twitter weten dat er wel degelijk nieuwe rotswanden met afbeeldingen zijn gevonden. In de wetenschappelijke publicatie van de Brits-Colombiaanse onderzoeksgroep van begin 2020 wordt gesproken over drie nieuwe rotswanden. Het aantal afbeeldingen op die wanden blijft onduidelijk.

Los van de vraag hoe nieuw deze afbeeldingen precies zijn, laat deze casus goed zien hoe sommige archeologische vondsten nogal opgeblazen de nieuwsconsument bereiken. Een ander recent voorbeeld van die archeologische spierballentaal is de ‘vondst’ van het huis van Jezus Christus.

Eind vorig jaar doopte een Brits-Israëlisch onderzoeksteam in Nazareth een ondergrondse tombe om tot ‘het huis van Jezus’. Of Jezus er gewoond heeft, is onmogelijk te zeggen, maar volgens de onderzoekers is het ‘zo dichtbij als we ooit zullen komen’. Reden genoeg voor sommige media om de ontdekking breed uit te meten, zelfs al ontbreekt elk bewijs dat het Jezus’ huis betreft.

Sensatiearcheologie is dus niet uitzonderlijk. Waarom worden veel archeologische vondsten zo ronkend gepresenteerd? We vroegen het vier archeologen.

Om dat te begrijpen moet je beginnen bij het begin, vindt oudheidkundige Jona Lendering. “Doordat wetenschappelijke opleidingen sterk focussen op de praktijk, weten de meeste archeologen vooral goed hoe je iets moet opgraven en registreren. Ze zijn echter nauwelijks bekend met het wetenschappelijke Spiel. Daardoor komt de focus sterk op spectaculaire vondsten te liggen en minder op de wetenschappelijke waarde van die vondsten.”

De archeologie slaagt er daardoor niet in een accuraat beeld te geven van haar eigen relevantie, vindt de historicus. Hij verwijst daarbij graag naar de uitspraak van de Nederlandse oud-staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra, die een aantal jaar geleden bij Pauw & Witteman liet weten dat hij werkelijk geen idee had wat hij aan moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”.

Zoete koek

Zoals altijd speelt geld een rol. “Om fondsen veilig te stellen is het belangrijk om met iets indrukwekkends op de proppen te komen”, zegt prehistorisch archeoloog Nathalie Brusgaard (Rijksuniversiteit Groningen). “Daardoor concurreren onderzoekers voortdurend om het stempel van oudste, grootste of sensationeelste vondst.”

Verschil met vroeger is dat vooral onlinemedia die sensationele toon slikken als zoete koek. Een perfect voorbeeld is het bericht van de Britse krant The Guardian, waarin Ella Al-Shamahi, de presentator van Jungle Mystery: Lost Kingdoms of the Amazons, uitgebreid de ruimte krijgt om te vertellen over de kaaimannen en slangen die de tocht van de televisieploeg door de jungle bemoeilijkten. Ze herinnert zich hoe ze tijdens een expeditie oog in oog kwam te staan met een bosmeester – ‘een slang met een mortaliteit van 80 procent’, aldus Al-Shamahi – die het pad versperde. Het was pikkedonker, dus teruggaan was geen optie. De enige mogelijkheid was eromheen, in de wetenschap dat ze het ziekenhuis waarschijnlijk niet zou halen als ze gebeten zou worden. Indiana Jones kan er nog een puntje aan zuigen.

“Het lastige is dat wetenschapsjournalisten en archeologen een gedeeld belang hebben”, zegt archeoloog Miko Flohr (Universiteit Leiden). “Ze willen allebei een mooi verhaal maken. In de totstandkoming van zulke nieuwsberichten heeft niemand er belang bij om dat verhaal een beetje te nuanceren.” Dat beaamt Brusgaard: “Met de boodschap dat je eigenlijk nog niet echt weet hoe het zit, kom je niet in de krant.”

Dat leidt ertoe dat de wetenschapsjournalistiek grofweg twee frames kent als het gaat over archeologie, stelt Lendering. “Meestal verschijnt er na een ontdekking eerst een hiep-hiep-hoeraverhaal dat de nieuwe vondst de hemel in prijst. Op die overdreven claim volgt dan soms nog een bericht waaruit blijkt dat het toch allemaal niet deugt – dat is het tweede frame. In beide frames delft de complexe werkelijkheid van de archeologie het onderspit.”

Hoe erg is het dat nieuwsberichten over archeologie zo worden opgeblazen? Het publiek loopt op deze manier in ieder geval warm voor het vakgebied.

Mastodonten 

Miko Flohr vindt het hijgerige tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Een archeoloog moet zijn bevindingen nu eenmaal aan de man brengen. Overdrijving is vanuit het perspectief van de wetenschapper “eerder irritant dan problematisch”.

“Archeologische vondsten – rotsschilderingen in het bijzonder – spreken nu eenmaal tot de verbeelding”, merkt Nathalie Brusgaard op. Toch doet al die sensatie de wetenschap tekort, vindt ze. “Rotskunst is moeilijk te interpreteren en dateren. Deze onderzoekers roepen nu al dat we mastodonten en reuzenluiaards zien op de schilderingen en dat ze 12.000 jaar oud zijn. Het kan goed zijn dat ze daar na wat grondiger onderzoek over een paar maanden van moeten terugkomen, maar daar hoor je waarschijnlijk niemand over.”

Archeoloog Wil Roebroeks (Universiteit Leiden) betreurt vooral dat alleen de Britse onderzoekers met de eer strijken. “De kranten presenteren het nu alsof een paar Engelsen deze rotsschilderingen met heel veel hak- en kruipwerk door de jungle hebben ontdekt. De Colombiaanse bijdrage aan het onderzoek blijft grotendeels buiten beschouwing.”

Lendering stoort zich eraan dat telkens dezelfde narratieven terugkeren in de media. Hij schudt er een paar uit zijn mouw: “Gaat het over de Romeinen, dan is Asterix nooit ver weg. Iets is altijd ‘het Pompeï’ van een of andere streek. En het zijn altijd schatten die ze vinden.” Vooral dat laatste vindt Lendering problematisch, aangezien opgraven in essentie gewoon een vorm van bronnenverzameling is. “Of het nu gaat om een scherf, een stuk hout of een gouden oorbel, maakt voor de wetenschap niet uit.”

Dr. Livingstone

Bovendien komt het soort Dr. Livingstone-verhalen dat telkens terugkomt rechtstreeks uit de 19de eeuw, stelt Lendering. “Daar schemert een ontzettend koloniaal wereldbeeld doorheen.” Met die kritiek bouwt hij voort op het gedachtegoed van de postkoloniale denker Edward Said. In zijn boek Oriëntalisme (1978) muntte de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper het mechanisme waarmee het Westen andere cultuurgebieden onderdrukt door ze af te beelden en te beschrijven als exotisch en wild. Wie bijdraagt aan die beeldvorming, draagt bij aan de bestaande, scheve machtsverhouding, aldus Said.

Wat te doen tegen sensationalistische berichtgeving? Volgens Miko Flohr zouden journalisten geen artikelen moeten schrijven over archeologische vondsten zonder dat er een serieuze wetenschappelijke publicatie over is. Het is volgens Flohr een gedeelde verantwoordelijkheid: stap als archeoloog niet naar de pers met een vondst zonder een grondig onderzoek, en hap als journalist niet te snel op een vondst die er nieuwswaardig uitziet. Het artikel in The Guardian laat zien dat journalisten er goed aan doen een rondje te bellen naar archeologen die niet betrokken zijn bij het onderzoek, voordat ze een ronkend bericht optikken.

Een platform waar onderzoekers van verschillende bloedgroepen – archeologen, historici, classici – elkaar treffen zou kunnen helpen, denkt Lendering. “Dat vergroot de dialoog binnen de wetenschap, waardoor men minder de behoefte voelt om elkaar te overschreeuwen.”

Voor de oplossing kijkt hij zowel naar journalisten als onderzoekers: “Stap eindelijk eens af van de vloek-van-de-faraoverhalen en houd op het gelijk van de Bijbel archeologisch te bewijzen. Zulke frames getuigen alleen maar van een gebrek aan originaliteit.”

Opgeklopte ontdekkingen

De ring van Pontius Pilatus: Twee jaar terug berichtten honderden nieuwskanalen over een ring die in 1969 bij Jeruzalem gevonden was en mogelijk van Pontius Pilatus zou zijn geweest. Hoewel de naam van de Romeinse bestuurder die Jezus ter dood veroordeelde inderdaad op de ring gegraveerd stond, gaven de archeologen in het onderzoek al aan dat de ring zeer waarschijnlijk van een andere Pilatus is geweest.

De meester en slaaf bij Pompeï: Afgelopen november werden twee nieuwe lichamen gevonden bij Pompeï. Hoewel menige krant kopte dat het de vondst van een meester en zijn slaaf betrof, ontbreekt archeologisch bewijs voor die stelling.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234