Zaterdag 16/01/2021

De sirenen vande barbaar

Een heleboel mensen wisten dat Ilan Halimi in Bagneux door de Bende van Barbaren werd gevangengehouden. Ook voor de verleidelijke meisjes die als lokaas dienden of door de ontvoerders in vertrouwen waren genomen was het geen geheim. Hun bekentenissen laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Ze wisten het. En ze hebben niets gezegd.

Ariane Chemin

Yalda is het meisje dat in opdracht van Youssouf Fofana op 20 januari 2006 Ilan Halimi versierde, een verkoper in een telefoonwinkel aan de Parijse Boulevard Voltaire. Nadat Fofana haar 3.000 tot 5.000 euro had beloofd lokte ze haar slachtoffer in de val. Op 13 februari was hij dood, bezweken onder gruwelijke folteringen. Yalda was aanbevolen door Tifenn G., een Bretoens meisje, geen babe zoals haar vriendinnen in het internaat maar wel een echt haantje-de-voorste. Tifenn bezorgde Youssouf Fofana zijn lokaas.

Lokaas is het woord dat de politie gebruikt voor de lichtzinnige verleidsters die moeiteloos mannen weten te strikken, naar het voorbeeld van Marie Gillain in de film L'Appât van Bertrand Tavernier. De jongens van de bende van Bagneux noemden hen liever vamps. Hun bekentenissen vertellen een verschrikkelijk verhaal tegen een banale achtergrond. Een dertigtal mensen uit Bagneux wist alles of bijna alles wat er met Halimi gebeurde. De meisjes wisten het ook en hielden hun mond, ongevoelig voor de gruwel, meedogenloos en blijkbaar zonder spijt. Veeleer amoreel dan immoreel. Pas op 15 februari, toen Ilan dood was door verstikking, angst, brandwonden en kou, pas toen een robotfoto van een van de meisjes op de voorpagina's van de kranten verscheen, besloten ze te bekennen. Uit schrik voor wat hun zou kunnen overkomen.

Het verhaal begint in Bagneux, in het departement Hauts-de-Seine, aan de voet van de woontorens. Cités met namen als Les Pruniers-Hardy, La Pierre-Plate of Les Tilleuls, waar iedereen iedereen kent van de lagere school of het Lycée Joliot-Curie. Kleuters worden kinderen, kinderen worden pubers, maar de wijsheid komt niet altijd met de jaren. Ze zitten te kletsen in auto's op de parkeerterreinen. Ze wisselen op het internet mp3-bestanden uit. Ze trekken bij elkaar in als ze door een vader of moeder uit het appartement worden gezet. Zaterdagavond persen ze zich als sardientjes in een auto om te gaan dansen en een glas te drinken in de Caves du Roi of de Pacha, in Versailles. Soms rijden ze tot in Parijs, naar de buurt rond de Gare d'Austerlitz of naar de Loco, aan de Place Pigalle. En natuurlijk verdienen ze graag iets bij. De meisjes ook.

Audrey L., 25 jaar, volgt een opleiding tot medisch assistente. Ze heeft geld nodig voor zichzelf en haar ouders, vertelt ze de politie. Haar ouders betalen haar studies en geven haar wat zakgeld, maar zij droomt ervan om terug te gaan naar Sables-d'Olonne - "daar heb ik de meeste vrienden" - en kerstcadeautjes te kopen. Ze praat erover met Jérôme R., die al vier jaar haar vriendje is en in de cité Les Pruniers-Hardy naast haar woont.

Jérôme, een van de toekomstige beulen van Ilan, is twintig jaar, heeft in Bagneux af en toe een baantje als handlanger en doet het goed bij de meisjes: Audrey is een clandestien liefje, zijn 'echte' vriendin, Leïla, weet niets van haar bestaan. Jérôme is ook een jongen met grote plannen. "Shit vervoeren en verkopen. Dat doet iedereen in de cité en je verdient er gemakkelijk geld mee", legt Audrey in haar verklaring uit.

Op een avond, laat in december 2005, brengt Jérôme Youssouf Fofana mee naar Audrey. Ondanks - of misschien precies vanwege zijn zwarte muts, zijn kap en gordeltasje, herkent ze hem vaag. Ze hebben samen school gelopen in Bagneux. Hij woont ook in Les Pruniers-Hardy. Een groot gezin, zusters die hij de mantel uitveegt als ze "verkeerde vrienden" hebben. Fofana, die zich de ene avond Mohammed noemt en de andere Oussama, heeft ook plannen. Hij legt zijn strategie uit. Ze moeten een man langs de telefoon 'versieren'. "In een Joodse wijk, want hij wilde een Jood", vertelt Audrey. Ze zullen hem naar Sceaux lokken. "Als je het goed doet, krijg je 3.000 euro", belooft Fofana. "Of 5.000 of misschien nog meer." Audrey doet hem beloven "dat ze niemand zullen doodmaken". "Natuurlijk niet, zo zijn wij niet. We zullen ether gebruiken, dan moeten we niet slaan", antwoordt Fofana.

Audrey is verliefd op haar Jérôme. In haar kamer verstopt ze voor hem een emmer met zakjes shit en wiet en twee of drie stukken cannabishars, "net repen chocola". Jérôme komt zich regelmatig bij haar bevoorraden. Ze vertrouwt hem. Wanneer ze met Muriel I., haar beste vriendin, in een Chinees restaurant in Bagneux loempia's gaat eten, vertelt ze over het 'versierplan': ze zullen een jongen in de val lokken in Sceaux, hem opsluiten en losgeld vragen. 'Mumu' maakt zich boos. Zij maakt nog een onderscheid tussen goed en kwaad. "Ik vertel het je ouders als je dat doet." "Jij moet me de les niet lezen", antwoordt Audrey. "Omdat ze zo moeilijk deed, hebben we er die avond niet meer over gepraat", vertelt Muriel aan de politie.

Fofana zorgt voor de "opleiding" van zijn nieuwe rekruut. Eerst de basiskneepjes van het vak: wissel regelmatig van mobieltje of van simkaart, schakel je telefoon zoveel mogelijk uit en verwijder de batterij, dan kunnen ze je niet afluisteren. Ze slenteren samen langs de klerenwinkels van de Sentier en de telefoonwinkels van de Boulevard Voltaire, tussen de Place de la Mairie en La Nation. "De Joden zijn één grote gemeenschap, ze zijn allemaal rijk en ze zullen betalen", voorspelt hij.

Het zal niet moeilijk worden. Fofana geeft een paar tips: "Hallo, ik ben Natacha, we kennen elkaar van het Georges V. Een vriend van jou heeft me je nummer gegeven, ik vond je best leuk." Audrey-Natacha stopt de pijpen van haar strakke jeans in haar laarzen, laat haar jas openhangen over het decolleté van haar T-shirt en heeft snel beet bij twee jongens. Maar dan durft ze niet meer. Ze heeft de moed niet om Jérémy, die ze heeft wijsgemaakt dat ze een stripper is, terug te bellen. Fofana neemt het haar eigenaardig genoeg niet kwalijk. "Ik moest het me niet aantrekken, want Jérémy was waarschijnlijk toch geen echte Jood", vertelt ze de politie. Maar wanneer ze ook Marc laat ontsnappen verliest Fofana zijn geduld: "Als je 'a' zegt, moet je ook 'b' zeggen", roept hij.

Daar blijft het bij - Fofana pocht vaak dat hij nooit meisjes slaat. Tegen zijn goede vriendin Tifenn, die hem een schatje vindt en hem bewondert, legt hij uit dat hij dringend een ander 'lokaas' nodig heeft. Het wordt Yalda. Tifenn kent haar van het internaat. Een beeldschoon meisje, donker haar, wulpse mond. Haar Iraanse moeder, een politieke vluchtelinge, is zes jaar geleden, na de dood van haar echtgenoot, naar Frankrijk gekomen. Yalda's oudere zus is geestelijk gehandicapt. Zijzelf is op haar dertiende, op het einde van 2001, het slachtoffer geworden van een groepsverkrachting. Ze wordt begeleid door een kinderrechter in Bobigny en door gespecialiseerde opvoeders.

Fofana vindt Yalda perfect. "Met jou kan ik wonderen doen", zegt hij. "Jij kunt een fortuin verdienen, alle jongens gaan voor jou door de knieën." Hij legt het plan nog een keer uit, tot op het ogenblik van de ontvoering. Geeft een paar tips om "de vent warm te maken", voor ze hem kust. Yalda zegt dat ze "handje wil vasthouden" maar niet meer dan dat. Ze vraagt Fofana waarom hij zo geobsedeerd is door Joden. "Hij antwoordde dat wij Arabieren en zwarten waren en dat we elkaar moesten helpen. Ik zei dat ik niet Arabisch was en vroeg of hij soms een racist was. Nee, maar hij vond wel dat de Joden koningen waren die de staat leegzogen, terwijl hij door de staat als een slaaf werd behandeld omdat hij zwart was."

Op dinsdag 17 januari 2006 doet Yalda alsof ze ziek is en spijbelt ze. Fofana gaat met haar mee naar de Place de la République. De bendeleider wijst winkels aan "die van Joden zijn". "Hij wist dat, want er was een keer een Joods feest geweest en toen waren alle winkels gesloten", vertelt ze de politie. Yalda stapt een winkel binnen en begint een paar verkopers op te vrijen. Een zekere Ilan geeft haar een briefje met zijn telefoonnummer. Fofana is in de wolken. Ze gaan het vieren met een panino. Een uur later belt Yalda de arme Ilan Halimi op en vraagt ze of hij geen zin heeft om het volgende weekend iets te gaan drinken. Ze zegt tegen Tifenn dat ze de jongen 'lief' en 'schattig' vindt.

Vrijdag 20 januari. De fatale dag. Yalda heeft om tien uur 's avonds met Ilan afgesproken aan Paris-Orléans, een van de troosteloze, zielloze cafés van de kleine gordel van Parijs, aan de poorten van de hoofdstad. Ze draagt een witte pantalon en hoge laarzen. In het cafeetje naast de deur, Le Bouquet d'Alésia, bestellen ze een Ice Tea en een Cola. Yalda vertelt dat ze sinds twee maanden haar eigen flatje heeft, in Sceaux. Heeft hij geen zin om bij haar thuis iets te drinken? De jongeman haalt zijn auto. Ze stoppen op het parkeerterrein van een school in Sceaux, vlak bij Yalda's fictieve studio.

Al na enkele stappen ziet Yalda de drie kerels die Fofana heeft opgetrommeld, verstopt achter de struiken, een bivakmuts over hun gezicht. Ze weet wat ze moet doen: het woord 'sleutel' is het signaal. Ze zoekt in haar tas. "Ik vind mijn sleutels niet..." De bende bespringt Ilan. "Weg!", roept Fofana tegen het meisje, dat de benen neemt. Ze herinnert zich dat Ilan schreeuwde, "wel twee minuten aan een stuk, met een hoge meisjesstem". Die lange schreeuw is het enige wat Yalda dwarszit - nu is het begin van haar avond verpest. Ze loopt naar de cité Les Tilleuls en roept haar vriendin Tifenn, die haar in haar armen neemt. Christophe M., een knappe jongen uit Martinique die zich tot de islam heeft bekeerd - ze noemen hem 'de informaticus' en hij is het intelligentste lid van de beruchte Bende van Barbaren - droogt mooie Yalda's tranen. "Hij zei dat ik moest kalmeren, dat het niet erg was en dat ik het wel zou vergeten."

Christophe gaat met Yalda mee, richting Montparnasse: zij heeft die middag op msn een afspraakje gemaakt met Sami, haar vriendje van het moment. Hij volgt een modellenopleiding en ze heeft hem op het internet leren kennen. Terwijl in een kelder in Bagneux de marteling van Ilan begint, gaat het trio eten in Hippopotamus, aan Gare Montparnasse. Carpaccio voor de jongens, een ijsje voor Yalda. Christophe treuzelt met het afscheid, maar Sami en Yalda vertrekken naar een hotelletje. In de cités vind je niet gemakkelijk privacy voor een liefdesnacht. Ze nemen een kamer in een driesterrenhotel niet ver van Hippopotamus, 106 euro, Fofana heeft getrakteerd.

Op die eerste avond van Halimi's lijdensweg is Christophe verliefd geworden op Yalda. Yalda denkt aan hem, maar weet niet dat ze die nacht zwanger zal worden van Sami - voor ze hem dumpt. Wanneer ze de volgende dag bij haar moeder aankomt en Tifenn daar ook is, wordt er alleen over jongens gekletst. "We babbelden over mijn nacht met Sami, meer niet. Over de ontvoering werd er niet veel gesproken, behalve dat ik zei dat ik hoopte dat ze hem gauw zouden loslaten." Tifenn is boos. Haar vriendin is verliefd geworden op Christophe, een ex voor wie zij nog altijd een boontje heeft. In de volgende weken, terwijl de politie tevergeefs jacht maakt op de bende, vechten Yalda en Tifenn in het internaat om het hart van een medeplichtige van Youssouf Fofana.

Pas op 14 februari, de dag na Ilans dood - "de avond van Valentijn", zegt Yalda, die de weken aftelt op de egoïstische kalender van haar nieuwe liefde - haalt het verschrikkelijke fait divers waarbij ze betrokken zijn hen in. Het robotportret van Audrey, gebaseerd op de beschrijving van de twee jongens die ze in januari in de telefoonwinkel heeft aangesproken, staat op de voorpagina van de kranten. Tifenn houdt zich gedeisd. Yalda haalt opgelucht adem: zij is het niet. Leïla A., Jérômes vriendinnetje, weet wat er aan de hand is, maar wordt onder druk gezet om te zwijgen: "Ik mocht niets zeggen van de ouders van Jérôme, want hij zou de volle laag krijgen en dat de anderen zouden denken dat hij alles aan de politie had verklapt." Uiteindelijk overhaalt Muriel Audrey om naar de politie te gaan. De arrestaties volgen.

Op het politiebureau komen de tranen. Met mate. Berouw? Pas als het wordt uitgelokt. Medelijden met het slachtoffer? Ze hebben bijna elke dag horen vertellen wat er met hem gebeurde, maar het lijkt hen koud te laten. "Ik heb het gedaan omdat Youssouf Fofana het vroeg", zegt Tifenn. "Ik wist niet dat je zoiets anoniem kon melden", is de uitleg van Yalda, "en "Tifenn zei dat het niet mocht." "Ik heb gezwegen omdat ik bang was voor de gevolgen, want ik wist te veel", bekent Muriel. "Ik vond het een zieke bedoening. Ik geloofde het wel, maar het drong niet tot mij door", zegt Isabelle, een andere vriendin van Yalda.

Wat valt er nog te vertellen? Leïla was monitrice in een vakantiekolonie. Ze had een bekwaamheidsbrevet als animator behaald, was aanbevolen door het gemeentebestuur van Bagneux en wilde maatschappelijk werkster worden. Een baantje in de vakantiekolonie zit er niet meer in. En 'Mumu' was geslaagd voor het schriftelijke examen voor de politie. Als dit allemaal niet was gebeurd, had ze op 28 februari de mondelinge proef afgelegd.

© Le Monde

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234