Zondag 28/11/2021

De sfeer Maurice Gilliams

Wie is Maurice Gilliams ook alweer? De vraag lijkt grof, maar is zo niet bedoeld. Gilliams (1900-1982) is immers altijd een verscholen auteur geweest die nimmer populariteit nastreefde. Veelgelezen was hij nooit, ook al zijn hem belangrijke prijzen ten deel gevallen. Honderd jaar geleden werd hij geboren en dat is een aanleiding tot heruitgaven van zijn werk en een tentoonstelling in zijn geboortestad Antwerpen. In De idee Maurice Gilliams. Een schrijver over schilders gaan teksten en schilderijen, woorden en beelden diverse verbanden met elkaar aan. Het is een merkwaardige tentoonstelling, die weerbarstig is en zich maar langzaam laat ontdekken. Net als het oeuvre van Gilliams zelf.

De idee Maurice Gilliams begint met een verrassing: een video-opname van een aflevering uit de gedenkwaardige BRT-serie Ten huize van..., waarin Joost Florquin de schrijver interviewt. We schrijven 1968, een tijd waarin gesprekken op televisie nog konden duren en men elkaar niet te onpas in de rede viel. De geïnterviewde bleef in beeld, mocht een redenering ontwikkelen en een wat langere zin zelfs afmaken. Kom daar nu maar eens om.

Gilliams, toen toch al 68, blijkt helemaal niet de anemische zelfkweller te zijn, noch de verfijnde estheet of genadeloze zelfonderzoeker voor wie ik hem altijd heb gehouden. De schrijver neemt - voor de camera althans - de allure aan van een bourgondische levensgenieter, een gedreven prater die niet naar zijn woorden hoeft te zoeken. Uit zijn ogen spreekt plezier, hij is een geboren verleider, met woorden en met blikken. Later lees ik dat het interview met Florquin door Gilliams meticuleus voorbereid was. "Ik bezit geen improvisatietalent," beweert hij elders. Bij een auteur die niet alleen nauwgezet aan zijn oeuvre maar ook aan zijn eigen mythe bouwde, zijn waarheid en schijn soms moeilijk uit elkaar te halen.

Ook ijdelheid was Gilliams niet vreemd, zo blijkt uit de voorpublicatie van de onthullende biografie die Annette Portegies over hem aan het schrijven is. Portegies ontsluiert dat het kasteel uit Gilliams' jeugd - het decor van zijn bekendste roman, Elias - weinig meer was dan een sober buitenhuis in Edegem en dat Gilliams misschien een buitenechtelijke zoon had - wat de eenzaamheid van de kinderloze vrouw (zijn vrouw) in de gedichtenreeks Bronnen der slapeloosheid er misschien alleen nog schrijnender op maakt.

De tentoonstelling De idee Maurice Gilliams is gesproten uit een besef van ontoereikendheid. Gilliams heeft een belangrijk en omvangrijk essay geschreven, 'Inleiding tot de idee Henri de Braekeleer', gewijd aan de 19de-eeuwse Antwerpse fijnschilder, maar samensteller Herwig Todts had geen zin om het De Braekeleer-retrospectief van 1988 nog eens over te doen. Er waren immers andere mogelijkheden. Maurice Gilliams hield er een kunstcollectie op na die enkele grote namen telt, maar als geheel toch weer te bescheiden is. Ook met het schilderkunstig en grafisch werk van Gilliams zelf was, hoe boeiend en vreemdsoortig ook, geen volledige tentoonstelling op te zetten.

Herwig Todts heeft van de nood een deugd gemaakt en al deze elementen gecombineerd tot een eigenzinnige, bijzonder sfeervolle expositie. Achteraf beschouwd een uitstekende keuze, want zo verschijnt Gilliams in zijn verschillende gedaanten: als auteur, als kunstenaar en als collectioneur. De volledige Gilliams, dus.

Een eenvoudige expositie is het niet. Herwig Todts heeft bewust niet gekozen voor een folder met uitleg of voor al te expliciete tekstborden. Van wie de tentoonstelling binnentreedt wordt een inspanning gevraagd. De bedoeling is om zich langzaam onder te dompelen in een sfeer, de mentale wereld van Gilliams.

Aantekeningen, brieven, gedichten en fragmenten uit romans en kunstessays verwijzen naar de tentoongestelde schilderijen en tekeningen. Omgekeerd is kunst vaak de motor voor een gedicht of een essay, of liet Gilliams zich voor een tekening of een schets inspireren door een schilderij van een eerbiedwaardige meester. Elke zaal is gewijd aan één thema - de Vrouw, de Vergankelijkheid, het Kunstenaarschap, het Kunstwerk. In elke zaal zijn er echo's, en spiegelingen tussen woord en beeld. Zo ontstaat een netwerk van verwijzingen.

Er hangt werk van Permeke, Tytgat, Gust. De Smet, Jakob Smits en Floris Jespers, van Hippolyte Daeye en Albert Van Dijck. Veel Ensor, maar nog meer De Braekeleer is er te zien - twee schilders die Gilliams mateloos bewonderde en met wie hij een diepe affiniteit voelde. Bewondering en affiniteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gilliams huldigde immers een "openhartig subjectivisme" als enige manier om naar de essentie van het kunstwerk te peilen. Je zult bij hem vruchteloos naar kunsthistorische reflecties speuren. In De Braekeleer en in Ensor projecteerde hij zijn eigen dichterlijke thema's van miskendheid, melancholie en vergankelijkheid. "Maurice Gilliams wou een schilderij zien als een bewasemde spiegel en in die wasem schreef hij een zelfportret," zoals Martien J.G. de Jong het treffend in de catalogus omschrijft.

Gilliams' voorliefde voor kunst en zijn niet aflatende drang om zijn bestaande werk te herscheppen komen beide voort uit zijn besef van "de fataliteit van het vergankelijke". Net als Proust beseft Gilliams dat alleen de kunst de verloren tijd kan inhalen. Gilliams streeft bovendien niet naar de kunst zonder meer, maar naar de perfecte kunst. Niet naar een gedicht, maar naar het gedicht, dat steeds weer opnieuw geslepen wordt tot het een gladde, volmaakte kei is. In de tentoonstelling hangt een ets van Frans Dille, die de kunstenaar aan Gilliams schonk met als onderschrift "Een voltooid gedicht is als een kei." Maar wanneer was dat gedicht voltooid? Gilliams bleef aan zijn teksten sleutelen, schaven en slijpen. Telkens als een boek herdrukt werd, veranderde hij er wat aan.

In De man voor het venster luidt het: "Eerst een boek schrijven, zoals ik het maar kan; (het dan tienmaal anders herhalen). Daarna herbeginnen, om er datgene van te maken waar ik van gedroomd heb (...)." En: "Ik ben immers een zich kwellende perfectionist."

Een leven voor en door en in de kunst. En er is de melancholie omdat alles vergaat en niets blijft. Dat is de sfeer die in De idee Maurice Gilliams hangt. Een tentoonstelling die de tijd moet krijgen om op de bezoeker in te werken.

Kijk en lees langzaam. Zie hoe kunst weer andere kunst heeft teweeggebracht. En geniet. De idee Maurice Gilliams is een weerbarstige tentoonstelling. De bezoeker moet zelf op ontdekking gaan, hij moet ook de retorische, in zichzelf besloten, fragiele, gecraqueleerde taal van Gilliams langzaam proeven en doorgronden. Daarom is het - en ach wat klinkt dit ouderwets - een moedige tentoonstelling. En het is meer dan een uitnodiging, een aansporing, om het caleidoscopische oeuvre van Maurice Gilliams mondjesmaat weer te ontdekken.

De tentoonstelling De idee Maurice Gilliams loopt tot 21 januari 2001 in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold de Waelplaats in Antwerpen. Open van 10 tot 17 uur, 's maandags gesloten. Inlichtingen: tel. 03/242.04.16. of www.antwerpen.be/cultuur/kmska. De catalogus met illustraties en essays (266 p., 980 frank) is uitgegeven bij Pandora. Bij uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam, verschenen onlangs Verzamelde gedichten en Ik ben Elias, romans en verhalen. De man voor het venster verscheen zopas als achtste deel van de Vlaamse Bibliotheek bij uitgeverij Houtekiet. Het literaire tijdschrift De Parelduiker heeft een speciaal nummer gewijd aan Gilliams. Tel.: 00-31-20/618.41.32 of www.lubberhuizen.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234