Maandag 09/12/2019

Interview

De seksindustrie bloeit bij VN-vredesmissies. Dat is niet de schuld van blauwhelmen, zegt deze onderzoeker

Blauwhelmen delen drinkwater uit. Beeld Filip claus

VN-personeel krijgt te gemakkelijk de schuld van de opbloeiende prostitutie tijdens vredesmissies, stelt promovenda Roos de Wildt. Ze deed voor het eerst onderzoek naar het perspectief van vrouwen in de naoorlogse seksindustrie.

Het is een beeld dat de haren te berge doet rijzen: vredessoldaten die zich uitleven in de plaatselijke bordelen in plaats van burgers te beschermen. In onder meer Congo, Haïti, Cambodja en Kosovo bloeide de seksindustrie op tijdens VN-vredesmissies, blijkt uit onderzoeken. Blauwhelmen wordt vaak verweten dat zij de vraag naar prostitutie creëren en zo mensenhandel in de hand werken. Dat is echter te kort door de bocht, concludeert criminoloog Roos de Wildt in haar proefschrift dat deze week verschijnt. Ze deed onderzoek naar de perspectieven van vrouwen die zelf als prostituee werkten tijdens de vredesmissie in Kosovo. 

Tussen 2008 en 2015 verbleef De Wildt verschillende periodes (van een paar weken tot een paar maanden) in Kosovo en had meer dan honderd gesprekken met tientallen vrouwen. Daarnaast volgde ze vrouwen in hun dagelijks leven in bars en motels, analyseerde ze politiedossiers en sprak ze met organisaties die ondersteuning bieden aan prostituees of slachtoffers van mensenhandel.

Wat zijn uw belangrijkste bevindingen?
“Er zijn zeker blauwhelmen die prostituees bezoeken, maar dat is niet de belangrijkste reden dat de prostitutie tijdens vredesmissie opbloeit. In Kosovo vormden tijdens de vredesmissie ook lokale mannen een groot deel van de clientèle. Zij hadden een redelijk goed inkomen door de komst van de internationale gemeenschap. Ze werkten bijvoorbeeld voor een internationale hulporganisatie of openden een restaurant of autowasserette. Ook mannen in de diaspora zorgden, vooral tijdens de vakanties die ze in Kosovo doorbrachten, voor een piek in de vraag naar prostituees. Het huidige beleid van de Verenigde Naties waarbij werknemers die prostituees bezoeken ontslagen worden, heeft dus geen invloed op de toename van de prostitutie. En belangrijker nog, die maatregelen hebben geen invloed op de positie van vrouwen die bij prostitutie betrokken zijn.”

Er zijn de afgelopen jaren duizenden klachten ingediend over misbruik en uitbuiting door leden van VN-vredesmachten. Dan is die focus op deze groep toch niet vreemd?
“Nee, maar het ligt ingewikkelder. In het publieke debat bestaan twee te simpele aannames: Dat prostitutie alleen ontstaat door een groepje ongedisciplineerde vredessoldaten, en dat prostituees altijd slachtoffer zijn van mensenhandel. Als je vrouwen te simpel als slachtoffers van vrouwenhandel neerzet, hoef je alleen de handelaar op te pakken die hen heeft bedonderd. Dan zou het opgelost zijn. Structurele problemen die deze vrouwen kwetsbaar maken worden daardoor niet gezien, zoals armoede en visumrestricties.”

Toch lijkt het me sterk dat er alleen vrijwillige prostituees in Kosovo werken.
“Dat is ook niet zo. Kort na de oorlog kwamen er vooral buitenlandse prostituees naar Kosovo, onder meer uit Moldavië, Oekraïne en Roemenië. Zij werden bijna altijd gezien als slachtoffers van mensenhandel, terwijl ze dat lang niet altijd waren. Velen van hen konden in hun thuisland best rondkomen maar wilden hun situatie verbeteren om bijvoorbeeld een huis te kunnen kopen. Daarnaast heb je Kosovaarse prostituees, die meestal niet als slachtoffer van vrouwenhandel werden gezien. Toch bevinden ook deze vrouwen zich in een moeilijke situatie door geldgebrek, geweld en stigmatisering.”

Wat betekent dat voor de vrouwen zelf ?
“De nadruk op mensenhandel heeft er in sommige gevallen voor gezorgd dat grenscontroles worden opgevoerd. Dit maakt reizen voor vrouwen uit landen als Moldavië, Roemenië en Oekraïne nog moeilijker. Zij moeten daarom tussenpersonen benaderen die hen toch naar hun bestemming kunnen brengen. De strengere controles zorgen er dus niet voor dat vrouwen niet meer op pad gaan, maar dat ze gevaarlijkere routes nemen en meer geld kwijt zijn. De tweede groep, de Kosovaarse vrouwen, heeft zeer beperkte toegang tot medische zorg en juridische bescherming. Prostitutie is in Kosovo illegaal. Verschillende vrouwen vertelden bijvoorbeeld dat zij niet naar het ziekenhuis of de politie gingen nadat zij in elkaar waren geslagen door een agressieve klant.”

Hoe kan de situatie van deze vrouwen verbeteren?
“Het inzicht dat de groei van de seksindustrie eigen is aan vredesmissies en niet alleen komt door blauwhelmen, vraagt om een andere benadering. Het ontslaan van een paar rotte appels is niet genoeg. In plaats van ze te stigmatiseren, is het beter om te investeren in toegankelijke zorg en juridische hulp waar deze vrouwen een beroep op kunnen doen.

“Daarnaast moet men zich niet alleen richten op zogenaamde slachtoffers van mensenhandel, aangezien weinig vrouwen aan het ‘ideale slachtofferbeeld’ voldoen. Als je die vrouwen en hun klanten criminaliseert, maak je het ze alleen maar moeilijker.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234