Donderdag 22/04/2021

De Seefhoek, 23 jaar na de schok

undefined

De Seefhoek. Sinds de toenmalige BRT er in 1988 een schokkende, beroemd geworden Panorama-reportage draaide, geldt de Antwerpse volkswijk als een broeinest van rauw racisme. Maar klopt dat beeld nog wel met de werkelijkheid? En heeft het beeld wel ooit geklopt? Om dat te achterhalen zochten we de actoren uit de beruchte reportage opnieuw op. Met vaak verrassend resultaat.

'De Seefhoek loopt altijd voor'

9 oktober 1988, gemeenteraadsverkiezingen. Tot verrassing van velen wordt het voorheen nog marginale Vlaams Blok met bijna 18 procent van de stemmen de grootste partij van Antwerpen. Antwerpenaar, BRT-journalist en Panorama-boegbeeld Paul Muys trekt naar de Seefhoek, de volkswijk waar het Blok toen al bijna een derde van de stemmen had gehaald. Zijn Panorama-reportage veroorzaakt niets minder dan een schok.

Wie Muys' reportage vandaag opnieuw bekijkt (dat kan dankzij YouTube), zal merken dat Muys echt wel zijn best heeft gedaan om ook de mooie kanten van de Seefhoek te tonen. Maar het waren niet die fragmenten die bleven hangen. Wat wél bleef hangen, was de man die voor zijn garage met een baseballknuppel stond te zwaaien. "A'k er ene keer mee moet kloppen", zegt hij, "dan klop 'k er de steen mee kapot waar dat 'm op ligt, dieje Marokkaan."

Buitengewoon stoere taal, maar toch hij wordt in ranzigheid nog overtroffen door de man-met-de-Karel-Dillen-bril, door Muys geïnterviewd in het volkscafé Bonten Os. De man heeft het over "bananenfretters en bomenklimmers", en vraagt zich af "wat da gaat worden, als diejen hoop... die konijnen blijven kweken". Als klap op de vuurpijl zegt hij, helemaal aan het eind van de reportage, te hopen dat "dieje terugkomt, Hitler, aa zou nogal gaas moete gebruike".

De impact van 's mans woorden (en bij uitbreiding de hele reportage) was enorm. Zijn stopzinnetje - een langgerekt, zeurderig "zwàànst na nie é" - werd in de weken en maanden die volgden razendsnel een staande uitdrukking, in het Antwerpse maar ook daarbuiten. Met zijn "zwàànst na nie é" had de man dan ook een bijzonder kernachtige samenvatting gegeven van wat een steeds groter deel van de bevolking over het zich stilaan opdringende multiculturele vraagstuk dacht. De gastarbeiders, zoals migranten toen nog heetten, die moesten eruit. Al de rest was gezever. Zwààns.

Vandaag, bijna 23 jaar later en een week nadat de Seefhoek omwille van heftige rellen nog maar eens kon rekenen op de (overwegend negatieve) belangstelling van de nationale pers, sta ik voor het café, dat vandaag niet meer Bonten Os maar Sinjoor blijkt te heten. Ik ben naar dit café gekomen omdat ik op zoek ben naar de Seefhoekenaren van toen. Ik wil weten wat er van de toen geïnterviewde mensen is geworden. Leven ze nog, en zo ja, spreken ze nog altijd dezelfde rauwe, racistische taal? Ik wil ook graag praten met de andere sprekers uit de reportage, de positivo's, zij die toen te kennen gaven wél te geloven in de Seefhoek en bij uitbreiding, de multiculturele samenleving. Hebben ze hun optimisme behouden, wonen ze er nog en hebben ze ondertussen veel zien veranderen? Last but not least wil ik de sprekers van toen ook vragen wat hier vorige week precies is gebeurd. Allochtone middenstanders namen hier, gewapend met baseballbats (!), het recht in eigen handen. Waren die rellen het een symptoom van een nieuw probleem, of was het eerder een teken van hun integratie?

Sinjoor

Eén ding kwam ik al van bij het begin van mijn zoektocht te weten. De Panorama-reportage 23 jaar geleden heeft hier aardig wat wonden geslagen. Diepe wonden soms, wonden die nog altijd niet zijn geheeld. Een van de meest mondige sprekers van toen wilde alleen off the record haar verhaal nog doen. Sinds 1988 heeft ze elk contact met de pers gemeden. "Omdat de wonden van toen nog altijd niet genezen zijn."

Triest was ook het lot van de mannen die zich in de reportage eens goed lieten gaan. Om te weten te komen hoe het hen sindsdien was vergaan, was ik mijn zoektocht begonnen bij 'de trapkes', twee sierlijke oude trappen die de wijken Seefhoek en Dam met elkaar verbinden, de plek die destijds ook Paul Muys als een soort rode draad door zijn reportage weefde.

Het is onderaan de trapkes dat ooit café Bonten Os was gevestigd. Omdat het café, dat vandaag Sinjoor heet, gesloten is, sla ik rechtsaf, de Sint-Lazarusstraat in.

Tien huizen verder loop ik Pierre en Maria tegen het lijf, twee mondige bijna-tachtigers die hier hun hele leven hebben gewoond. De Panorama-reportage herinneren ze zich nog als de dag van gisteren, net als het effect dat ze had op de geïnterviewden.

De man met de Karel Dillenbril, vertelt Pierre, dat was 'den John'. En de man met de baseballbat, dat was 'de Jos'. "Den John is al lang dood", weten ze. En de Jos? Pierre en Maria wijzen naar de overkant van de straat. Zijn garage is in de 23 jaar nauwelijks veranderd. Maar ondertussen is ze wel leeggemaakt. Volgens Pierre en Maria woont Jos vandaag "in een of ander rusthuis". Zowel de Jos als den John zouden volgens hen na de reportage "vreselijk gekloot" zijn. Door vreemdelingen, ja. "In de Jos zijn brievenbus is toen zelfs een brandbom ontploft."

Pierre, ex-havenarbeider, en Maria, huisvrouw, zeggen dat ze destijds compassie hadden met John en Jos. Ze meenden het allemaal zo niet. "Ze zaten vol bier, toen. En dan zegt ge de dingen soms wat te scherp."

Wat niet wil zeggen dat er in hun woorden geen grond van waarheid schuilde. Ook volgens Pierre en Maria was en is de Sint-Lazarusstraat geen aangename plek meer om te leven. "Als we hadden gekund, we zouden hier allang vertrokken zijn", zegt Pierre. "Hier is niks meer te beleven." Waarop Maria vertelt dat er bijvoorbeeld "geen bakker" meer is. En al die Turkse bakkers dan? Maria zegt dat ze hun brood niet lust.

Pierre zegt dat ze hier nog altijd wonen "omdat Maria niet met den auto kan rijden". Maria zegt dat ze hier nog altijd wonen "omdat Pierre regelmatig naar het gasthuis moet". Bovendien, zeggen ze beiden, "wij zijn hier geboren. Wij zijn van hier."

Hun zoon John, 52, mengt zich in het gesprek. Hij woont tegenover zijn ouders en werkt bij de vuilniskar. John vertelt hoe hij in de lagere school, medio jaren zestig moet dat zijn geweest, naar school ging in de Oranjestraat, twee straten verder. "Vreemdelingen waren er toen nog niet." Volgens John heeft hun komst veel kapot gemaakt. "Vroeger hing alleman hier aaneen. Vandaag voelt ge u ne vreemde in uw eigen straat."

Vader Pierre wordt er nostalgisch van. "Vroeger had ge hier Antwerpen Kermis. Overal volksspelen, iedereen deed mee. Staminees hebt ge hier trouwens ook niet meer." In de Sinjoor, de vroegere Bonten Os, daar komen ze niet meer. Omdat het vandaag uitgebaat wordt door een migrant? "Nee", zegt Maria. "Ik heb niks tegen die mengsen. Er zijn er veel goei bij. Het echte probleem, dat zijn de illegalen en de drugsverslaafden." Het drugsprobleem is een relatief nieuw probleem, zegt John. "Vroeger bestond dat niet. Of kondt ge het niet zien."

Over één nieuwigheid zijn ze hier, aan de rand van de Seefhoek en in de schaduw van de trapkes wel te spreken. Het Park Spoor Noord. Het voormalig spoorwegterrein, een uitgestrekt stuk groen dat aan de andere kant van de trapkes ligt, werd een jaar of drie geleden in gebruik genomen als 'landschapspark'. De functie van het park is nog het best te vergelijken met die van een ventiel. In de woorden van Pierre en Maria: "Vroeger voetbalden de kinderen hier in de straat. Ze konden nergens anders naartoe. Vandaag spelen ze allemaal daar."

Terug naar 1988, de Panorama-reportage. Zoals eerder geschreven wilde reportagemaker Paul Muys duidelijk niet alleen het rauwe racisme van de Seefhoek tonen. Zo was er ook oog voor een toen nog nauwelijks bekend probleem, dat van de concentratiescholen. Om dat probleem te schetsen, sprak Muys destijds met Daniël Verbist, 'hoofdonderwijzer' van het parochieschooltje in de Everaertsstraat, twee straten dichter bij het hart van de Seefhoek.

Eye-opener

Daniël Verbist terugvinden blijkt niet moeilijk. Vandaag is hij directeur van 't Spoor, een relatief nieuwe maar, even 'zwarte' school aan de andere kant van Park Spoor Noord. Als ik het nummer van de school bel, is het Verbist zelf die opneemt. Hij is zich al "aan het warmlopen" voor het nieuwe schooljaar. Voor een gesprek over de Seefhoek vroeger en nu wil hij zich wel even vrijmaken. "Zo meteen? Oké, waarom niet."

Verbist heeft, zoals over veel kwesties die we tijdens ons gesprek aanraken, een dubbele, niet-eenduidige kijk op de Panorama-reportage van toen. "De reportage sloeg in als een bom", vertelt hij. "Positief was dat weldenkend Vlaanderen voor het eerst de problemen onversneden op het bord kreeg geserveerd. De problemen bestonden natuurlijk al een tijdje - toen ik hier in '79 begon, was mijn toenmalige school al 'zwart' - maar alleen in deze wijk lagen de mensen van dat soort problemen wakker. Op dat vlak was die reportage een eye-opener."

Het probleem van de reportage, zegt Verbist, "was dat de werkelijkheid veel complexer in elkaar zat. Uit de Panorama-reportage ontstond het idee dat de problemen in de Seefhoek alles te maken hadden met migratie en de reactie daarop, het racisme. Ik was en ben het daar niet mee eens. De problemen van de Seefhoek waren en zijn veel complexer. Een van de oorzaken was dat je hier in de jaren tachtig een grote leegloop had. De wijk was eind jaren tachtig verwaarloosd, aan het doodbloeden, waardoor de mensen zich er niet meer thuis voelden. De autochtone middenstand vertrok, de winkels gingen dicht, en de Turkse of Marokkaanse middenstand had je nog nauwelijks. Vandaag heb je die wel, in overvloed zelfs. Mede dankzij die middenstand is de Seefhoek opnieuw gaan leven. Hun winkels hebben een aantrekkingskracht tot ver buiten de Seefhoek. Hier koop je het beste brood, hier heb je de grootste keuze aan verse vis, groenten en fruit."

Dat die middenstand vorige week het recht in eigen handen nam, keurt Verbist op zich niet goed. "Maar wat erachter verscholen zit, is een positieve evolutie. Het betekent dat er een nieuwe sociale laag is gekomen van allochtonen - of beter gezegd: hardwerkende Vlamingen, want dat zijn ze ondertussen. Ze pikken het niet langer dat de goede reputatie van hun zaak, waar ze hard voor hebben gewerkt, bedreigd wordt door de overlast die de drugshandel met zich meebrengt."

Het brengt ons bij een ander, relatief nieuw probleem. "Net op het ogenblik dat de wijk de migratiegolf had verwerkt en zich begon te settelen, is er een nieuwe bevolkingslaag ondergeschoven. Ik heb het nu over de vluchtelingen, en dan vooral de illegale vluchtelingen. Het gaat om een laag die met niets anders bezig is dan met het naakte overleven. Vaak raken ze betrokken bij de drugshandel omdat het de enige manier is om aan een boterham te geraken."

Anders gezegd: het oude probleem heeft plaats gemaakt voor een nieuw, niet minder precair probleem. "Hoe je dat moet oplossen, weet ik eerlijk gezegd ook niet. Ik vrees dat er geen wondermiddelen voor bestaan. Een deel van het probleem zou je kunnen oplossen door het te spreiden, en bijvoorbeeld ook vluchtelingen in de randgemeenten onder te brengen."

In de Panorama-reportage vertelde Verbist dat de Seefhoek "altijd een beetje vergeten" is. "Er is heel veel werk om hier terug een menswaardige buurt van te maken." Voor de kinderen, zei Verbist, is er niks. "Totaal niks. Het enige wat er in heel de buurt is, is het Stuivenbergplein. Het Stuivenbergplein, dat eigenlijk ook niks voorstelt, en de trapkes."

Op dat vlak is er volgens hem intussen veel veranderd. "De politiek heeft grote en dure inspanningen geleverd, zoals het Park Spoor Noord. Er is aandacht intussen aandacht gekomen voor deze wijk, een aandacht die niet mag verslappen, of het ontspoort opnieuw."

Verbist verwacht dat de Seefhoek spannende tijden tegemoet gaat. "Zeker bij jongeren zie je hier een zekere verharding van de standpunten. Ik zie pubers en adolescenten die zich meer en meer als fiere moslims beginnen te profileren, een beetje vergelijkbaar met de Black Power-beweging in Amerika. Je zou het een radicalisering van de moslims kunnen noemen, maar dat is volgens mij niet wat er echt aan de hand is. In wezen gaat het om een variant van het aloude generatieconflict. De jonge generatie Vlamingen met vreemde roots wil zich vandaag afzetten tegen de vorige generatie, die volgens hen te onderdanig is geweest, niet fier genoeg op hun identiteit. Dat besef zal voor spanningen zorgen, maar echt ongerust ben ik daar niet over. De dag dat ze zelf vader zijn, zullen ze te maken krijgen met kinderen die zich op hun beurt gaan afzetten tegen de vorige generatie, en zich veel vrijer zullen opstellen tegenover de islam."

In de Everaertsstraat, de straat waar ooit het oude schooltje van directeur Verbist gevestigd was, ligt vandaag een grote moskee. Op vriendelijk verzoek krijg ik een gesprek met de imam, die me vertelt over het groeiende succes van de islam. Het succes valt volgens hem te verklaren omdat de islam objectief is, en anders dan bijvoorbeeld het christendom geen subjectieve interpretaties toelaat. De imam vertelt dat hij hier tijdens het vrijddaggebed soms tot 2.000 gelovigen mag toespreken.

Een van hen, een jonge, ambitieuze kerel van 20, toont zich bereid om me door 'zijn' Seefhoek te leiden, op voorwaarde dat het anoniem kan. Murat (schuilnaam) woont in de buurt van de Handelstraat, de plek waar vorige week, voor zijn neus, bijzonder fel werd gevochten. Murat vat in september hogere studies aan en is ervan overtuigd dat hij het gaat maken in het leven. "Maar niet hier. Zo gauw ik kan, wil ik hier weg. Het liefst naar Limburg."

De oorzaak van zijn onvrede? "Ik wil later geen kinderen opvoeden in een omgeving waar openlijk drugs worden gedeald. Een winkel openen wil ik hier ook niet - er zijn er al te veel. Bovendien wil ook niet leven in een omgeving waar het vuil gewoon op straat blijft liggen." Over het vuil dat hier inderdaad meer dan elders een deel uitmaakt van het straatbeeld, heeft Murat een klare mening. "Vaak wordt gezegd dat het de allochtonen zijn die de straten hier vervuilen. Dat zal wel, maar de autochtonen zijn er evengoed verantwoordelijk voor. Overal waar ik ga, kom ik hondenpoep tegen. Van de moslims kan het niet komen, want die houden meestal geen honden."

Een oplossing voor de overlast heeft Murat niet meteen. "Hier, in de Handelstraat, wordt continu en openlijk gedeald. Terwijl er in deze straat ook een politiekantoor is. Sinds die rellen lopen in deze straat constant agenten rond, maar zelfs dat schrikt die dealers niet af."

Soms, heel soms, kan Murat nog wel eens vrede nemen met de Seefhoek, de wijk waar hij werd heel zijn leven heeft gewoond. "Als het braderij is, hangt hier een geweldig fijne sfeer. Er is muziek, en er lopen dan zoveel blije mensen rond dat je de dealers niet langer ziet." En net zoals iedereen in deze wijk kan hij ook niet om het Park Spoor Noord heen. "Het Park is het beste wat deze wijk ooit overkomen is."

Gettogevoel

De Seefhoek. Hoe langer je in rondloopt, hoe meer je begint te beseffen hoe complex die wijk wel is. Hoe die wijk, net als haar bewoners, onmogelijk onder één noemer valt te vatten. Probleemwijk? Anno 2011 is het in elk geval geen accurate omschrijving meer. Hoogstens kun je spreken van een paar probleemstraten. De Handelstraat en de Korte Zavelstraat, bijvoorbeeld. De afgelopen dagen ben ik er wel tien keer doorgelopen. Het zijn straten waar de drugshandel zichtbaar floreert, waar mannen rondlopen met troebele blik, het vuil rondzwerft en het bij momenten net iets te druk is om het er nog gezellig te kunnen vinden. Er zijn momenten dat je er overvallen wordt door een onaangenaam, lichtjes bedreigend gettogevoel. Tegelijk heeft schooldirecteur Daniel Verbist gelijk als hij zegt dat er van deze straten veel aantrekkingskracht uitgaat. Nergens anders in Antwerpen is er zo veel keuze aan verse vis, groenten en fruit. Nergens anders is Antwerpen zo bruisend, zo levendig, zo grootstedelijk als hier.

Zou het ooit nog goedkomen met de Seefhoek? Het hangt er maar vanaf wat je goed wil noemen. Een wat oudere Seefhoekbewoner die verder anoniem wenste te blijven, vertelde me dat deze wijk allesbehalve een achterstandswijk is, wel integendeel. "De Seefhoek is altijd voor geweest op de rest."

Daar valt iets voor te zeggen. Zoals de wijk eind jaren tachtig, een paar jaar voor Zwarte Zondag al, de eerste signalen uitzond dat er iets fout liep in onze samenleving, zo leert ze ons vandaag ook iets over wat de stedelijke samenleving ons de komende jaren nog brengen zal. Mooie dingen, dat zeker en vast, maar ongetwijfeld ook problemen. De Seefhoek leert ons dat de samenleving in omgevingen als deze fragiel is. Dat ze veel zuurstof nodig heeft, en dat ze niet alle lasten van de wereld kan dragen. De symptomen van de verwaarlozing en/of overbelasting zijn stilaan bekend. Vaak vertaalt het zich in boze burgers met een baseballbat.

Het is donderdagavond, ik drink een pint in Café Sinjoor, voorheen de Bonten Os. Aan de toog zit een man of drie, autochtonen en allochtonen - het onderscheid is niet een-twee-drie te zien, laat staan dat je het kan horen. Ik praat met Osman Yilmaz, 28 jaar, een jonge ondernemende Vlaming met Turkse roots. Osman is al tien jaar de eigenaar van het pand. Dat dit hetzelfde café is waar ooit den John voor het oog van de camera's om een terugkeer van Adolf Hitler zat te schreeuwen, dat wist Osman niet. Osman was op het ogenblik van de reportage vijf jaar. Met racisme heeft hij naar eigen zeggen nooit te maken gekregen. "Misschien mijn vader wel, maar ik nooit."

Anders dan Murat wil Osman hier nooit weg. "Misschien koop ik later, als ik vijftig ben, een buitenverblijf in Turkije. Maar mijn roots, die liggen hier. Hier wil ik blijven."

Osman is op twee minuten gaan van dit café opgegroeid. Hij is als kind, aan de hand van zijn vader, ook regelmatig in de Bonten Os geweest. "Het was het café van de Antwerpsupporters", vertelt hij. "En van de spelers. Hans Peter Lehnhoff kwam hier een pint drinken, en Ratko Svilar." Terwijl die spelers en zijn vader er hun pint dronken, stond de kleine Osman vaak buiten te voetballen. "Tegen de muur van de trapkes."

Over de trapkes nog een laatste verhaal. Het verhaal komt van Daniel Verbist, de schooldirecteur, en is te mooi om er deze reportage niet mee te laten eindigen. "Vroeger", vertelde Verbist tijdens ons gesprek, "toen ik nog les gaf in de Everaertstraat, had ik een collega-lerares, een echt kind van den Dam. Ze vertelde altijd hoe ze als kind van haar ouders niet voorbij de trapkes mocht. 'Want achter de trapkes, daar woonde dat krapuul van de Seefhoek'. Vandaag merk ik hoe die mentaliteit nog altijd bestaat. Mijn schooltje ligt net in den Dam, aan de rand van de Seefhoek. Ik merk hoe de ouders - stuk voor stuk 'allochtonen' - onze kinderen nog altijd waarschuwen voor 'dat krapuul dat achter de trapkes woont'. Een beter voorbeeld van integratie kan ik niet bedenken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234