Woensdag 27/01/2021

De schrik van de bierviltjes

'Het WK is veel te groot geworden. Tweeëndertig ploegen, daar zitten te veel pottenstampers tussen''De Tunesiërs? Daar kan zelfs de ploeg van 'De Morgen' tegen winnen'

Erik Raspoet / Foto's Stephan Vanfleteren

Tachtig jaar is Raymond Goethals, maar dat valt hem niet aan te zien. Nochtans hebben voetbalcommentatoren het vaak voorspeld: Raymond Goethals zou nog eens doodvallen langs de zijlijn. Sterven in het harnas, het kan nog altijd. Maar dan niet in de dug-out maar wel in de televisiestudio's waar hij onvermoeibaar zijn licht over de voetballerij laat schijnen. Helemaal naar Japan vliegen zag hij niet meer zitten, maar reken maar dat hij geen minuut van het WK zal missen. Een gesprek met de grootste succestrainer die België ooit heeft gehad.

Alle clichés uit de knipselmap over Raymond Goethals blijken te kloppen. Natuurlijk hebben we afgesproken in de Léo Petanqueclub vlakbij het Koning Boudewijnstadion. Slechts weinige sportjournalisten kennen zijn privé-nummer, maar iedereen weet dat de gewezen toptrainer meermaals per week een kaartje gaat leggen in dit etablissement dat nog de sfeer van de Expo '58 ademt. Een stoel bijschuiven, een gerichte vraag stellen, en met een beetje geluk laat Raymond Goethals het klaverjassen voor wat het is. Praten over voetbal, dat is tenslotte het liefste wat hij doet. De manier waarop is voer voor gemakzuchtige imitatoren. Hun pogingen zijn futiel, want niemand speelt Goethals beter dan Goethals zelf. Alleen al die sigaret die op en neer danst tussen zijn lippen. Tien minuten kan het duren voor ze wordt aangestoken, het voorspel in een levenslange liefdesrelatie met zijn maîtresse Belga. Wie deze tachtigjarige kettingroker bezig ziet, zou haast zelf naar de sigaret grijpen. Sportief pak, blauw streepjeshemd en met smaak gekozen das, hij komt jong en zwierig voor de dag. Als het moment van de fotograaf is aangebroken, gaat vliegensvlug de kam door zijn geverfde haardos. Koket? Zeer zeker, maar om statussymbolen maalt hij niet. De chique auto, de villa aan de Côte d'Azur, hij kan het zich allemaal veroorloven. Tenslotte is hij niet voor niets trainer geweest bij het grote Olympic Marseille van Bernard Tapie, een ploeg die in het begin van de jaren negentig al op een jaarbudget van ruim vijftig miljoen euro draaide. Maar nee, doe hem maar een appartementje in Sint-Jans-Molenbeek. Zonder zwembad, maar wel met een stel videorecorders die hem in staat stellen geen minuut voetbal op de kabel te missen. In zijn hoofd zit een formidabele encyclopedie. Of het nu twintig dan wel dertig jaar geleden was, hij herinnert zich iedere match als werd ze gisteren gespeeld. Wie heeft gescoord? Wie de beslissende voorzet gegeven? En hoe heette de scheidsrechter die in de 89ste minuut een strafschop floot? Raymond Goethals vuurt data af als een repeteergeweer. Meer dan eens val ik door de mand. De sterren van Portugal op het EK '72, het grote Rusland van dertig jaar geleden, ik moet telkens passen. Een fractie lang kijkt hij me dan verbijsterd aan. Zoveel onwetendheid, hoe is dat mogelijk. "Maar ja", zegt hij dan berustend, terwijl hij even mijn hand vasthoudt, "ge weet dat niet, ge zijt nog ne gamin." Zijn spreekstijl is legendarisch. Gullik, Van Batsen en Kluivers, namen gaan consequent door de mangel, vooral als ze bij nen Ollander horen. En uiteraard wordt ons gesprek met flarden Frans en Brussels gelardeerd. D'ailleurs, godverdoemme, kluuterij, buumen van speilers. Het is verleidelijk een interview met Raymond Goethals fonetisch uit te schrijven. Verleidelijk, maar ook een tikje misleidend, want de hilariteit doet de spreker geen recht. Behalve een geboren entertainer is Raymond Goethals namelijk ook een voetbalkenner buiten categorie. Zijn palmares als clubtrainer spreekt boekdelen. Een landstitel en Europacup met Anderlecht, twee landstitels en een Europese finale met Standard, Frans vice-kampioen met Bordeaux. Zijn hoogtepunt bereikte hij bij Olympic Marseille waar hij drie landstitels behaalde en in 1993 afscheid nam met de Europese beker voor landskampioenen. 'Le magicien' werd hij in Frankrijk genoemd, vanwege zijn tactisch vernuft. Eric Gerets zal nog hard uit zijn pijp moeten komen wil hij Goethals naar de kroon steken als meest succesvolle clubtrainer uit de Belgische voetballerij.

Men zou er haast bij vergeten dat Raymond Goethals een rechtstreekse voorloper is van de momenteel druk besproken Robert Waseige. De Vlaamse pers, uitgezonderd deze eigenste krant, was niet mals voor de bondscoach die zijn overstap naar Standard aankondigde terwijl de nationale ploeg al aan het inchecken was voor de vlucht naar Japan. Waseige werd voor leugenaar uitgescholden, verschillende commentatoren eisten zijn onmiddellijke repatriëring uit Japan. Die overspannen toon, het doet wat denken aan de hetze die de Franstalige pers destijds tegen Georges Leekens voerde. Raymond Goethals haalt de schouders op. Scheldkanonnades in de pers, hij heeft ermee leren leven. "Als bondscoach maak je altijd vijanden", zegt hij. "Niks van aantrekken, dat is mijn advies. Ik zal je eens een anekdote vertellen. Het was de voorronde van het EK in 1972, we moesten tegen Portugal spelen. Dat was geen kattenpis, Portugal had toen een hele dikke ploeg, ze waren halve finalist geweest op het WK van 1966 in Engeland. Wel, drie weken voor de match krijg ik via een Portugese journalist een gouden tip: Portugal zou met drie spitsen spelen. Eusebio als teruggetrokken midvoor, Simoës als flankaanvaller en Torres als centrale targetman. Ik dacht, verdomme Raymond, hoe ga je dat hier aanpakken? Torres, moet je weten, was een boom van een speler, heel sterk met het hoofd. En dus haalde ik André Hassaert van Racing White erbij, de stoerste verdediger uit de Belgische competitie. Had je de journalisten moeten horen. André Hassaert, die kon niet sjotten, die had geen voeten aan zijn lijf. Inderdaad, antwoordde ik, hij heeft geen voeten aan zijn lijf, zijn voeten staan op zijn hoofd. Want die man kon koppen, dat was formidabel. Enfin, we hebben in Lissabon een draw gespeeld. Een-een, Torres heeft geen bal geraakt, en wij waren geplaatst. Ach journalisten, als je daar naar moet luisteren."

Wat vindt hij overigens zelf van de zaak-Waseige? Goethals is te veel gentleman om zijn collega openlijk af te vallen. "Maar deze affaire stemt wel tot nadenken", zegt hij. "Hoeveel bondscoaches hebben we het voorbije decennium al niet versleten? Waseige, Leekens, Van Moer, Van Himst, Meeuws, langer dan een jaar of twee, drie houden ze het niet meer vol. Vergelijk dat maar eens met mezelf en Guy Thijs. Ik tien jaar, de Guy vijftien jaar, samen hebben we een kwarteeuw aan het hoofd van de nationale ploeg gestaan. En met meer succes dan alle anderen samen." Hoezo succes? Over de merites van Guy Thijs is geen discussie mogelijk, maar het parcours van Raymond Goethals als nationaal selectieheer oogt minder indrukwekkend. Eerste ronde op het WK van 1970 in Mexico, een derde plaats op het EK van 1972 in Italië, is dat niet wat mager als oogst voor zo'n lange carrière als bondscoach? "Excuseert he", stuift hij op. "Je moet weten waar we vandaan kwamen. Toen ik in 1968 begon, had België zich in geen zestien jaar voor een WK of EK gekwalificeerd. Ik werd trouwens benoemd op voorspraak van Constant Vanden Stock, de grote man van Anderlecht die vroeger ook de selectie van de nationale ploeg voor zijn rekening nam. Wel, ze hebben het zich bij de Bond niet beklaagd. Ik zie de krantenkoppen bij mijn benoeming nog zo voor me. 'WK Mexico komt vier jaar te vroeg voor Goethals', kopten ze allemaal. Maar niks van, we hebben ons meteen gekwalificeerd. En niet tegen de eersten de besten. Spanje, Joegoslavië, Finland, we zaten in een poule met niks dan sterke landen. Er waren toen trouwens geen caféploegen zoals San Marino, Cyprus of Letland. In feite was het in mijn tijd veel moeilijker om zich voor een eindronde te plaatsen. Alleen de eerste van een poule mocht doorgaan. Tegenwoordig krijgt ook de tweede een ticket, en als de derde het beleefd vraagt, mag hij een testmatch spelen om zich te plaatsen. Het WK is veel te groot geworden. Tweeëndertig ploegen, daar zitten te veel pottenstampers tussen."

Mexico '70, het blijft een merkwaardig hoofdstuk in de vaderlandse voetbalgeschiedenis. Goethals en zijn gevolg waren met steile ambities vertrokken. België zou zijn rentree op het WK niet missen. In het vliegtuig zaten immers mannen als Paul Van Himst, Raoul Lambert, Odilon Polleunis, Wilfried Van Moer, Jean Dockx, Georges Heylens en Christian Piot, genoeg kwaliteit om een ijzersterke ploeg te smeden die niet moest onderdoen voor de latere succeslichting Ceulemans-Gerets. Ze waren echter niet alleen met steile ambities vertrokken, bovenal waren ze erg vroeg vertrokken. Vijf weken voor de aftrap van het WK zaten de Belgen al in hun oefenkamp in Puebla. "Het was een gok", zegt Goethals. "Sommige Europese ploegen arriveerden vlak voor de start, andere landen vertrokken weken op voorhand om te wennen aan de warmte en de hoogte. Wij kozen voor de tweede optie, want we speelden in Mexico City, op meer dan tweeduizend meter hoogte. Achteraf bekeken was het een vergissing, onze jongens waren niet gewoon aan zo'n lang verblijf ver van huis." Over dat verblijf doen mythische verhalen de ronde. Spelers zouden de bloemetjes buiten hebben gezet, het kamp in Puebla zou een half bordeel zijn geweest. De wilde verhalen over Wein, Weib und Gesang werden gevoed door de omstandigheden waarin de meegereisde journalisten hun metier moesten beoefenen. De pers logeerde in Mexico City, om Puebla te bereiken moesten ze vier uur met de bus door de bergen kruipen. "Ze zaten te ver weg", moppert Goethals, "En dus begonnen ze erop los te fantaseren. Vrouwen, drank, het was allemaal van de pot gerukt. De waarheid is dat de jongens zich in Puebla steendood verveelden. Van de dokters moesten ze rusten. Niet buiten vanwege de felle zon, niet in het zwembad want dat was slecht voor de spieren. Nee, platte rust in de fauteuil. Stel je dat voor, twintig jonge gasten die de hele tijd in een luie stoel liggen. Na twee weken waren die het kotsbeu en begon de heimwee te knagen. Maar zelfs de telefoon bracht geen soelaas. Tweeduizend frank voor een lijntje naar België, dat konden ze zich niet veroorloven. Weet je hoeveel die jongens voor hun deelname aan het WK kregen? Vijftigduizend frank bruto, je mag het aan Van Himst gaan vragen. En dan te bedenken dat wij ginder de Belgische Voetbalbond rijk hebben gemaakt. De recettes werden per poule over de deelnemende landen verdeeld. Welnu, wij speelden in de groep met het gastland Mexico in het gloednieuwe Aztekenstadion. Iedere match honderdduizend man, we hebben er vijftien miljoen van overgehouden. Ken je het glazen gebouw van de Voetbalbond? Chic spel hé. De tweede en de derde verdieping, die heb ik gebouwd."

De winst had nog groter kunnen zijn, maar België werd al in de eerste ronde naar huis gespeeld. Na een overwinning tegen het bescheiden El Salvador gingen de toen nog in het wit opererende duivels twee keer de boot in. Vier-een tegen de Sovjet-Unie, een-nul tegen Mexico. "Aan die penalty voor de Mexicanen zat een reukje", houdt Goethals tot vandaag vol. "Ach, het is traditie op het WK, het gastland moet per se naar de tweede ronde. Kijk maar naar de loting voor het huidige WK. Waarom heeft België de zwakste poule van het hele toernooi geloot? Omdat reekshoofd Japan absoluut moet doorgaan. Dat zegt natuurlijk ook veel over het huidige prestige van België. Op welke plaats staan we nu in de Fifa-rangschikking? Drieëntwintig of vierentwintig? 't Is al gelijk, in mijn tijd stonden we op een bepaald moment vierde." En nu hij toch zijn blazoen als bondscoach aan het opblinken is. Normaal gesproken had hij België ook naar het WK '74 in Duitsland geloodst. In de voorlaatste minuut van de beslissende wedstrijd in Amsterdam scoorde Jan Verheyen het doelpunt dat heel België een delirium had kunnen bezorgen. Raymond Goethals is er nog altijd niet overheen. Een zoveelste bierviltje valt ten prooi aan zijn tekendrift. Een paar initialen van spelers, een wirwar van pijlen, zo is dat doelpunt totstandgekomen. Positie buitenspel van Maurice Martens, vlagde de grensrechter. "In geen honderd jaar", stuift Goethals op. "Zelfs de Hollanders hebben het nadien toegegeven. Dat doelpunt was geldig, wij hadden naar het WK in Duitsland moeten gaan. Weet je dat we toen evenveel punten behaalden als Nederland? Het grote Nederland van Johan Cruyff? De beste voorhoede aller tijden. We hebben er twee keer tegen gespeeld, ze hebben niet één goal gescoord. We haalden wel evenveel punten, maar ons doelpuntensaldo was minder goed. Uitgeschakeld, in die tijd mocht alleen de groepswinnaar naar het WK."

Raymond Goethals gaat er prat op dat hij als trainer nooit werd ontslagen. Ook na het gemiste WK in Duitsland bood de Belgische Voetbalbond hem een nieuw contract aan. Goethals hield het echter voor bekeken en verkaste naar Anderlecht om er een carrière als clubtrainer te beginnen. Hoge pieken wisselden af met enkele peilloze dalen. Hij raakte verwikkeld in het omkopingsschandaal Standard-Waterschei, bij Marseille maakte hij de mysterieuze omkoopaffaire met Valenciennes mee die de politieke carrière van Bernard Tapie zou inluiden. Maar dat is voltooid verleden tijd, veel liever praat hij over het absolute hoogtepunt in zijn trainerscarrière: de finale van de beker der landskampioenen in 1993 in München. Olympic Marseille versus AC Milan, Bernard Tapie tegen Silvio Berlusconi. Het werd een-nul voor Marseille, de huidige premier van Italië is hem persoonlijk komen feliciteren. Twee jaar eerder al werd hem in Italië de Gouden Bank toegekend, de hoogste internationale onderscheiding voor trainers. Misschien viel de jury niet alleen voor zijn tactisch genie maar evenzeer voor zijn mediterrane stijl. Viel er op het veld niks te beleven, op de bank was er altijd spektakel. Goethals die molenwiekend als een opstijgende zwaan uit zijn dug-out vloog, een manoeuvre dat telkens gepaard ging met een mengeling van tactische bevelen en Brusselse vloeken. Zo bloednerveus was hij tijdens een match dat hij meer dan eens per abuis het verkeerde uiteinde van zijn brandende sigaret tussen zijn lippen stak. Bevlogen commentatoren durfden er vergif op te nemen: Raymond Goethals, die is gedoemd om in het harnas te sterven. Het zal echter niet in een dug-out zijn, maar misschien wel in een televisiestudio. Raymond Goethals is in België en Frankrijk nog altijd een veelgevraagd gastcommentator. De WK's in de Verenigde Staten en Frankrijk heeft hij ter plaatse meegemaakt. Japan is hem wat te ver vliegen, maar de komende weken zal hij niet uit de media weg te branden zijn om zijn licht over het WK te laten schijnen.

Wat mogen we van de Rode Duivels in Japan verwachten? Zelfs Goethals heeft geen glazen bol, maar volgens hem is een tweede ronde wel een absolute must. "Een uitschakeling zou een regelrechte blamage zijn", vindt hij. "We hebben de zwakste groep van het hele toernooi getroffen. Rusland is al lang niet meer het grote Rusland van mijn tijd, ze hebben dat land ondertussen in tien stukken gekapt. De Tunesiërs? Daar kan zelfs de ploeg van De Morgen tegen winnen. Allez, zonder zeveren, die mannen kunnen wel een balletje rondtikken, maar ze hebben in geen twee jaar nog een doelpunt gescoord. Japan is een geval apart. Het is te hopen voor de Fifa dat ze de tweede ronde halen, anders wordt het een financiële ramp. Maar de Belgen moeten er vooral niet bang voor zijn. Weet je wat het probleem is van die Aziaten? De morfologie, die mannen hebben geen carrure. Zet zo'n Japanse aanvaller tegen Daniël Van Buyten met zijn meter drieënnegentig. Maar die jongen wordt gewoon duizelig als hij omhoog kijkt. En dan zijn de Belgen nog lang niet de struiste ploeg. De Nigerianen al eens bekeken? Allemaal beren van venten, die lopen die Chinezen en Koreanen zo onder de voet. Nee, voetbal in Azië, dat wordt nooit iets."

Met de selectie van Robert Waseige kan hij zich verzoenen. Maar hadden ze toch Marc Degryse niet moeten meenemen? "Nee", kiest Goethals resoluut kamp in deze aanslepende discussie. "Marc heeft een grote carrière gemaakt, hij heeft bij Beerschot de pannen van het dak gespeeld. Maar Beerschot is Beerschot en de Belgische competitie stelt al lang niks meer voor. Ik geloof niet dat hij nog aan de top kan meedraaien. En hem meenemen om op de bank te laten zitten, dat affront kun je een speler van zijn kaliber niet aandoen. Robert heeft goed gekozen, al zitten er wel een stuk of zeven spelers tussen die perfect vervangen kunnen worden door thuisblijvers. Maar dat is onvermijdelijk in België. We hebben veel goede spelers, maar geen toppers." Toppers, hij heeft ze in zijn lange loopbaan wel meegemaakt. Van Himst en Rensenbrink bij Anderlecht, Tahamata bij Standard, Pelé en Papin bij Marseille, hem hoor je niet klagen over le matériel waarop hij zijn successen heeft gebouwd. Als hij echter over toppers in het algemeen praat, dan valt onvermijdelijk zijn favoriete merknaam. Hollanders, ook wel eens kaaskoppen genoemd, dragen zijn absolute voorkeur weg. Bij Anderlecht had hij er niet minder dan acht lopen, naast Rensenbrink droegen onder anderen Arie Haan, Johnny Dusbaba en Ruud Geels het paarswitte shirt. Vaak echter trof hij ze in het vijandige kamp. Cruyff en co. bij Oranje, het goddelijke trio Van Basten-Gullit-Rijkaard bij AC Milan. Raymond heeft een verklaring voor de voetbalweelde van onze noorderburen. "Ze hebben iets meer dan wij", zegt hij. "Lef, dat is het verschil. Bij Anderlecht heb ik ze goed genoeg leren kennen. Lastige mensen in de kleedkamer, maar op het veld wijken ze zelfs voor geen bulldozer. Blaken altijd van zelfvertrouwen, zelfs een Duitser kan daar niet aan tippen. Het is een schande dat Oranje zich niet voor het WK heeft gekwalificeerd. Maar ik weet hoe het komt. Voetballen kunnen ze als de besten, maar stop ze geen drie weken samen in een oefenkamp of het is kletterende ruzie. Samenleven, dat is wat de Hollanders van ons kunnen leren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234