Maandag 02/08/2021

De schrijverswereld kan vijf minuten politieke moed best gebruiken

Misschien kan men beginnen door Solzjenitsyn wat minder te bewieroken als dissident en hem wat meer te bestrijden als de rabiate nationalist, antidemocraat en orthodox christen die hij was

Marc Reugebrink vindt bij de dood van Aleksandr Solzjenitsyn dat de literatuur haar potentieel politieke karakter aan de markt heeft prijsgegeven

@5 INFO Opinie:Marc Reugebrink is schrijver. Zijn roman Het grote uitstel won dit jaar De Gouden Uil Literatuurprijs.

Alles wijst erop dat Aleksandr Solzjenitsyn niet echt een groot schrijver was. De Nobelprijs (1970) kreeg hij weliswaar nog voordat zijn bekendste werk, De Goelag Archipel (1973), verscheen, maar leek toen al meer op politieke gronden dan op grond van literaire kwaliteiten toegekend te worden. Solzjenitsyn schreef een soort houterig negentiende-eeuws realisme dat het op geen stukken na haalde bij het werk van auteurs waarmee hij desondanks toch vaak werd vergeleken: Dostojevski en Tolstoj.

Maar bij de beoordeling van Solzjenitsyn gaat het nooit om de pince-nez van de literatuur, maar altijd om het vergrootglas van de politiek. Zijn eerste novelle werd gepubliceerd in het door het politbureau gecontroleerde blad Novy Mir met de uitdrukkelijke toestemming van de toenmalige partijleider Chroesjtsjov. Die kon het geschrift goed gebruiken om de misdaden van Stalin nog eens aan de kaak te stellen, en zo zichzelf te profileren. En dat De Goelag Archipel vooral een boek is dat iedereen kent maar bijna niemand volledig las (het laatste deel ervan is in Nederlandse vertaling zelfs lange tijd onvindbaar geweest, ook al zou dat in 1976 zijn gepubliceerd) - het spreekt wel voor zich. Het was van meet af aan, ook ongelezen, een historisch document dat min of meer bewees dat het communisme misdadig was.

Niet dat die laatste beschuldiging iets nieuws was. Al in de jaren dertig viel André Gide van zijn communistische geloof nadat hij door de Sovjetautoriteiten was uitgenodigd voor een rondreis en hij met eigen ogen de praktijk van het communisme zag. In Retour de l'U.R.S.S. (1936) maakte hij er korte metten mee, en dat op een moment dat in de debatten tussen intellectuelen een keuze tegen het communisme bijna gelijkstond aan een keuze voor het fascisme (waarvan Gide uiteraard niets moest hebben). En Sartre en Camus kwamen met elkaar in botsing naar aanleiding van Camus' grote reserves bij het communisme in diens L'homme révolté (1951) - met name als het ging over de noodzaak geweld te gebruiken om de revolutionaire doelstellingen te bereiken. Voor Sartre zouden een paar miljoen doden niet te veel zijn geweest voor de goede zaak.

Dat De Goelag Archipel desalniettemin zoveel opzien baarde, had natuurlijk alles te maken met de Koude Oorlog. Het is er denk ik niet eens zo ver naast om te stellen dat sinds dat boek intellectueel links zijn heil elders begon te zoeken: niet langer in de aansluiting bij de een of andere politieke beweging, maar in een veel vager conglomeraat van politiekcorrecte opvattingen waarin 'vrijheid' en 'mensenrechten' de kernwoorden waren. Solzjenitsyn werd één van die verdrukte schrijvers die sindsdien door westerse intellectuelen met karrenvrachten zijn opgediept uit landen waar de vrijheid van meningsuiting niet bestond. De Breyten Breytenbachs en Václav Havels van de wereld.

Ik wil daar niet flauw over doen (de PEN is het Amnesty International van de letteren), maar kan me tegelijkertijd niet aan de indruk onttrekken dat deze dissidenten op zijn minst ook dienden om westerse schrijvers het gevoel te geven dat er in hun éígen werk nog iets op het spel stond. De vrijheid aan deze kant van de Berlijnse Muur was immers allang uitgelopen op de willekeur van welke mening of opvatting dan ook maar. Men kon schrijven wat men wilde. En als het ging om het onrecht dat desalniettemin in onze westerse beschaving volop aanwezig bleef, voelde men zich gegijzeld door de mislukkingen uit het verleden om daar verandering in te brengen (fascisme en communisme, Pound en Bréton, Marinetti en Malraux). Dissidenten waren een pleister op die wonde; ze bevestigden niet alleen de vrijheid die we zonder hen nauwelijks nog ervoeren, maar ze leken vooral een levend bewijs van de kracht van literatuur in de samenleving.

Die kracht heeft literatuur vandaag de dag alleen nog als ze door deze of gene politieke stroming wordt gerecupereerd, of wanneer een andere cultuur dan de onze de literatuur serieuzer neemt dan wij het zelf gewoon zijn te doen, en er banvloeken over uitspreekt of schrijvers treft met een fatwa. De literatuur zelf lijkt echter datgene wat haar minstens sinds de romantiek definieert - haar utopische, en daarmee potentieel politieke karakter - aan de wind prijsgegeven te hebben. Of preciezer: schrijvers definiëren hun idee over vrijheid niet langer ten opzichte van de wereld, waardoor de vrijheid ín die wereld feitelijk neerkomt op de geplogenheden van de markt. Die stelt paal en perk aan wat je als schrijver nog kunt schrijven - lees: verkocht krijgt, lees: uitgegeven krijgt. Die censureert ook. Ik ben bijna geneigd te zeggen: die creëert een gelijkvormigheid waarbij vergeleken het socialistisch realisme van Stalin nog een wonder van verscheidenheid was.

Men moet niet overdrijven, natuurlijk. Maar de schrijverswereld zou gebaat zijn bij... laten we zeggen: vijf minuten politieke moed. Misschien kan men beginnen door Solzjenitsyn wat minder te bewieroken als dissident en hem wat meer te bestrijden als de rabiate nationalist, antidemocraat en orthodox christen die hij was. Niet om Stalin goed te praten, maar vanuit de ook politiek te begrijpen overtuiging dat Solzjenitsyn ondanks zijn slachtofferschap waarden en opvattingen vertegenwoordigde die in het verleden juist tot goelags en concentratiekampen hebben geleid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234