Vrijdag 15/01/2021

De schrijvers van de Wetstraat

De tien belangrijkste politieke boeken in Vlaanderen - in goede en slechte zin

'Politieke ideologie in Vlaanderen', zo heette het boek dat politologen Luk Sanders en Carl De Vos deze week voorstelden. Als spin-off onderzocht 'De Morgen' welke politieke boeken de voorbije jaren een rol speelden in de ideologische ontwikkeling in Vlaanderen. Eén beperking: het moet om boeken (eventueel in interviewvorm) van politici zelf gaan. Dus hier geen Hugo De Ridder of Luc Huyse. Wel de mensen die het (willen) doen, en opschrijven waarom.

Walter Pauli

Boeken van en over politici zijn natuurlijk geen novum van de laatste jaren. De oerconservatief Charles Woeste (1837-1922) publiceerde al in de eerste helft van vorige eeuw al zijn (Franstalige, al was hij politiek actief in Aalst) Mémoires pour servir à l'histoire contemporaine de la Belgique, nog wel in drie delen. En ook later waren er politici met een moeilijk te negeren letterkundig talent. Dat gaat van een redelijk uitgebreide geboekstaafde productie van politieke tenoren zoals baron Kronacker, Camiel Huysmans of Achiel Van Acker, of de zeer lezerswaardige memoires van VU-senator Evrard Raskin (Van binnenuit bekeken, 1980) of In Tegenstroom (1982) van de Aalsterse socialistist en ex-communist Bert Van Hoorick. Maar omdat dit geen historisch overzicht is, leggen we de cesuur op het 'begin van de nu (nog) actieve generatie'. Met die opmerking dat deze boeken zonder uitzondering 'politiek' als onderwerp hebben, maar dat sommige meer bij de praxis dan de ideologie aansluiten.

1. Een gegeven woord (Wilfried Martens, 1985)

Het moderne politieke boek in Vlaanderen begon met de negatie ervan. Dit wil zeggen: ineens verschenen er in hoog tempo boeken van politici die niet bepaald tot discussie aanzetten, en zelfs amper tot reflectie. Wel tot applaus bij de eigen achterban, en in het beste geval zal hier of daar een van de leden van de eigen kerk zich laten inspireren door een moderne variant van het devotionele heiligenleven. Zij het dat pater Damiaan nooit zijn eigen 'Memoires uit Molokaï' dicteerde.

Het was een collectie in de ik-vorm geschreven ('ge-ghostwrite') boeken, bijna allemaal uitgebracht door Uitgeverij Lannoo, die vooral de bedoeling hadden christendemocratische politici in het zonlicht te zetten. Het waren de jaren dat Wilfried Martens net zo eeuwig eerste minister leek te zijn als Boudewijn koning was. Vandaar dat we zijn Een gegeven woord (zwierig verteld door Frans Verleyen, Knack-hoofdredacteur maar in deze letterknecht van dienst) kozen omdat het als geen ander symbool staat voor dit genre politieke boeken van de jaren. Een gegeven woord symboliseert de toen zeer populaire maar nu compleet in de vergetelheid geraakte generatie bestsellers, waarbij ook de pleidooien pro domo van Gaston Geens (CVP) en Daniël Coens (CVP) een prominente plaats moeten krijgen. Zij het dat sommige titels van soortgelijke boeken van niet-politici nog een belletje doen rinkelen, zoals Crisissen zijn uitdagingen (1984) van André Leysen.

Het waren wel boeken die perfect pasten in hun tijd: de laatste jaren voor de Val van de Muur, en eigenlijk ook de laatste jaren van de klassieke verzuiling. Zo ook met de inleveringsregeringen van Wilfried Martens: je was voor of je was tegen. De Lannooboeken hadden de pro's als dankbaar publiek.

Ze zullen toen nooit vermoed hebben dat hiermee het laatste hoogtepunt werd bereikt voor de christendemocratische gedachte. Er zijn nog wel goede en belangrijke boeken van (ex)-christendemocraten verschenen, maar toch. Herman Van Rompuy werd een uiterst actief auteur, maar dan vooral om... twijfel, zorg, weemoed of woede uit te drukken, in het beste geval onthechting van de waan van de dag, in een lange rij boeken. Reeds in Het christendom, een moderne gedachte (1990) klaagde hij dat er eigenlijk geen belangrijke katholieke intellectuelen meer waren. Hij had gelijk, maar hij zaagde met die vaststelling een tak af onder zichzelf en zijn partij.

2. Het Burgermanifest (Guy Verhofstadt, 1991)

En toen kwam de big bang. Het échte begin van het politieke boek. De PVV - zo heette toen de VLD, later Open Vld - was uit de regering gezwierd, Guy Verhofstadt was razend en zou dat eens laten zien. Of beter: lezen. De enige gelijkenis van zijn Burgermanifest met de boeken van de vorige generatie was dat je voor of tegen was. Een groot verschil was dat de lezers 'tegen' dit boek ook als een evenement beschouwden. De Limburgse SP-senator Guy Moens waagde zich zelfs aan een poging tot tegen-Verhofstadt. Het zette meteen de status van Verhofstadts boek in de verf. Het ('eerste', zeggen we nu) Burgermanifest dateert van januari 1991, en beïnvloedde op decisieve wijze het politieke debat in Vlaanderen. Misschien dat historici ooit zullen aanstippen dat zelfs dit merkwaardige boek een kind van zijn tijd is. Dat Verhofstadt gewoon als eerste de gevolgen en mogelijkheden voelde, of inschatte, van de Val van de Muur, de onvermijdelijkheid van de markt (het verwante begrip 'kapitalisme' was voortaan getaboeïseerd) en de democratie. Al stipten zijn tegenstanders toen aan dat het geen wonder was dat de verkiezingen op 24 november, later datzelfde jaar 1991, de geschiedenis ingingen als 'Zwarte Zondag': de logische consequentie van een politiek jaar dat draaide rond een boek dat een feest maakte van de antioverheid en de antisolidariteit. Vooral het hoofdstuk 'Het recht uit de staat te stappen' was verantwoordelijk voor die beeldvorming. Wie het zich kon veroorloven (bij Verhofstadt: 'wie dat wil') zou bijvoorbeeld niet meer hoeven af te dragen voor pensioenen, maar zou zonder de minste vorm van solidariteit zelf mogen sparen voor zijn eigen 'oude dag'.

Het Tweede Burgermanifest ('De weg naar politieke vernieuwing', 1992) was nauwelijks milder van toon. Het kwam ook na weer een nieuwe frustratie, namelijk de eerste poging om een paarse regering zonder CVP te vormen. Dat mislukte. Verhofstadt verdween naar de oppositie, Dehaene kwam, en dit 'vleesgeworden compromis' was zo mogelijk nog een idealere schietschijf dan Wilfried Martens. Leek het. Verhofstadt bekampte hem met beruchte voorstellen tégen het tweekamerstelsel, tégen de stemplicht, voor het referendum, maar beet zijn tanden stuk op Dehaene, trok zich terug in Toscane, gaf de VLD in handen van Herman De Croo, nog altijd een PVV'er. Maar daarvoor al had hij zijn derde Burgermanifest geschreven, zijn mildste: 'Angst, afgunst en het algemeen belang' (1994). Er was ook al meer algemene waardering voor, een veeg teken dat het ongevaarlijker was - zij het dat het intellectueel het sterkste want het moeilijkste boek is van de drie: een koerswijziging, een synthese tussen abstracte liberale idealen en de menselijke nood aan samenleven.

Daarna bleef Verhofstadt een verdienstelijk publicist, met boeken als De Belgische ziekte (1997) en vooral De Verenigde Staten van Europa (2005). Alleen het Vierde Burgermanifest ('Pleidooi voor een open samenleving', 2006) is die naam niet echt waard: het is een in kaft uitgegeven verkiezingstekst, die het appeal noch de originaliteit had om zich 'Burgermanifest' te heten.

3. De rapporten-D'Hondt

(Paula D'Hondt, 1989-1991)

In tijd lagen de rapporten van 'koninklijk commissaris voor het Migrantenbeleid' Paula D'Hondt gespreid over ettelijke jaren en telden ze meer dan drieduizend bladzijden. Het grote publiek kon er eigenlijk pas kennis van nemen sinds journalist Patrick Martens er in 1991 een leesbare maar zeer gebalde samenvatting van maakte onder de zeer terechte naam 'De rapporten die niemand las'. Paula D'Hondt zorgde voor een absolute paradox: ook al las niemand haar rapporten, toch zorgde ze voor een absolute cesuur in het politieke debat, één die mogelijk nog belangrijker was dan het verhaal van Guy Verhofstadt. Met haar rapporten verwoordde Paula D'Hondt voor het eerst een consensus in de Belgische politiek: de (im)migranten / allochtonen / gastarbeiders zijn hier en blijven hier, als integraal deel van onze samenleving. Voordat Paula D'Hondt dat schreef, was die consensus er (nog) niet, en zeker niet expliciet. Nadat zij deze conclusie had overgemaakt, was die verworven, en definitief.

En zo werd de oude Paula D'Hondt (1926) ineens een boegbeeld van de nieuwe tijden. Zij was een CVP-politica, bovendien een kampioene van het dienstbetoon, maar ze werd voortaan op handen gedragen door socialisten, groenen, progressieve Vlaams-nationalisten en de christelijke arbeidersbeweging. Ze liet later Mens voor mens (auteur Manu Adriaens, 1991) optekenen, of Geen dienaar van de macht (1993). Die laatst titel méénde ze, al had ze voordien jaren meegedraaid in de klassieke tredmolen.

4. Afscheid van een stiefzoon (Louis Tobback, 1991).

"Het ontvettingsdiscours van Verhofstadt in zijn Burgermanifest lijkt nogal wat indruk te maken", noteert Tobback op de eerste bladzijde van dit boekje. In verkleinvorm, want het telt nauwelijks 79 pagina's, inbegrepen titelblad, inhoudstafel en biografieën van de talrijke coauteurs (Johan Vande Lanotte, Lodewijk De Witte, Paul Ponsaers). Maar het is en blijft een van de meest inspirerende politieke boeken van de laatste decennia. Het is pure ideologie, maar uiterst concreet in de praktijk vertaald. Een zeer heldere kijk dus op politiek, als resultaatgericht instrument om een samenleving te leiden. Het is een messcherp en bijwijlen haast dodelijk antwoord op het onstuimige liberalisme van Verhofstadt, zij het dat Tobback dat alleen kan door genadeloos te snijden in een aantal socialistische taboes. Vandaar de titel.

Het is niet het enige boek van Tobback. Ik ben een gematigd man (1989) is een amusante verzameling van zijn strafste uitspraak - dat levert dus een héél straf discours op, zij het geen echt 'boek'. Zwart op wit (1995) is een aanval op links-progressieven. Hij werd er destijds voor verketterd als links-conservatief, maar wie het boekje nog eens leest in deze post-Pim Fortuyntijden, leest een vroege waarschuwing tegen de weke en onverdedigde onderbuik van het socialisme: het links-dogmatische politiek correcte denken, en vooral de minst intelligente variant ervan.

5. Sleutels voor Morgen (Jean-Luc Dehaene, 1995)

Het christendemocratische antwoord op het Burgermanifest kwam later dan het socialistische, maar het maakte indruk. Eigenlijk was 'auteur' Jean-Luc Dehaene niet van plan om te schrijven, maar de colofon maakt duidelijk wie het initiatief nam: 'Redactie & productie: Slangen & Partners, Hasselt). Noël Slangen was toen de pr-man van de christendemocraten, en zag dat de technocraat Dehaene best iets te vertellen had. Het moest alleen opgeschreven worden. Dat lukte. De titel was een knipoog naar het oude Sleutelplan van Gaston Eyskens (1958). De boodschap was dat politiek geen kwestie was van ideologische reflexen of kretologie alleen, maar van haalbaarheid. Geen plat realisme, wel integendeel. De schaarse toppoliticus (slechts één, Dehaene) weet welke strategische sleutels aangereikt moeten worden aan een samenleving om de weg naar de toekomst te vinden. Het boek is uiterst realistisch, en tegelijk bevlogen, want intelligent.

Het verraadt ook een onbekende kant van Dehaene: zijn vertrouwdheid met het schrijven. Hij hoorde jarenlang bij de redactie van De Nieuwe Maand, was coauteur van een boek over de doorbreking van de verzuiling, samen met onder meer Luc Huyse, en zou ook daarna niet vies zijn van een boek (Sporen naar 2000, 1999, Er is Leven na de 16, 2002).

6. Het Sienjaal (Maurits Coppieters, Norbert De Batselier, 1996)

Het meest verwachte boek in jaren voor links en progressief Vlaanderen. Destijds ook het snelst verkochte: op één jaar tijd waren er meer dan drie uitverkochte drukken. En toch was het een majeure ontgoocheling. Het boek was één en al ambitie. De titel appelleerde aan het bekende gedicht van Paul Van Ostaijen, de ondertitel 'radicaal-democratisch project' verwoordde de ambitie om de hele Vlaamse linkerzijde, inclusief het ACW, samen te brengen in één wervend project waarachter allen zich zouden scharen. Wie het boek nu leest, bijna vijftien jaar na verschijnen, vindt een ander antwoord op de oorzaak van die ambitieuze mislukking dan destijds. Vandaag overvalt je de bedenking: dit boek is geschreven door mensen die geen idee hadden van, geen rekening hielden met en zelfs geen liefde betoonden voor de nieuwe tijden. Dat wil zeggen: het toen net ontluikende gsm en internet was voor hen geen politieke aandacht waard. Het waren ongetwijfeld slechts gadgets van een steeds commerciëlere consumptiemaatschappij. Vandaag kennen zelfs linksere jongeren amper de term 'consumptiemaatschappij', maar chatten, mailen, bloggen, sms'en en surfen ze erop los. Het Sienjaal is een boek met auteurs die het hen zo dierbare 'internationale solidariteit' concreet zagen worden in de acitiviteiten van Vlaamse middenveldorganisaties die zich bezighielden met wat zij nog 'derde wereld' noemden. Dat er een paar jaar later alternatieve andersglobalistische vergaderingen in het Braziliaanse Porto Alegre zouden plaatsvinden waarin niet alleen organisaties, maar ook individuen op grote voet van gelijkheid zouden communiceren, dat perspectief ontging hen totaal. Dat kwam vooral omdat ze te veel terugblikten naar het verleden,en amper voeling hadden met de toekomst, tenzij in woorden. Maar voor een politiek boek is dat dodelijk.

Dezelfde mufheid ligt, raar maar waar, bij de belangrijkste boeken uit een politieke stroming die toen de 'jongste' reputatie had, de groen-ecologische. Maar wie vandaag Politieke herbebossing (Jos Geysels en Mieke Vogels, 1993) of Curieuze gedachten (Jos Geysels, 2001) naleest, moet toch enig doorzettingsvermogen aan de dag leggen. Niet dat de auteurs niet belezen zijn, of goedmenend, maar hun discours is soms vreselijk gedateerd. In Politieke herbebossing pleiten Geysels en Vogels voor het uitgommen van oude politieke tegenstellingen, maar als sindsdien het woord 'kartel' of 'herverkaveling' valt, zal Groen! het meest obstinaat zijn: niet met ons.

7. Het einde der pilaren. Een Toscaans gesprek (Karel De Gucht & Johan Van Hecke, opgetekend door Dirk Achten & Yves Desmet, 2001)

En toen kwam paars, met alle gevolgen van dien. Zeker paars-groen (1999-2003) heeft nog altijd de naam van een van de meest creatieve episoden uit de vaderlandse politiek sinds de Tweede Wereldoorlog. Paars was een verlate vorm van Mei 68 voor de Wetstraat. Verboden te verbieden, en taboes vielen weg. Vandaar ook dat de twee belangrijkste journalisten van De Morgen (Yves Desmet) en zelfs De Standaard (Dirk Achten) samen aanschoven met een belangrijke VLD'er (Karel De Gucht) en een wijfelend CVP'er (Johan van Hecke). Het moet het eerste politieke boek zijn waarin twijfel en 'niemand heeft de waarheid in pacht' de onderliggende toon is - zij het dat dit sentiment vooral speelde aan de kant van Van Hecke. Maar we zitten hier mijlen ver van de CVP-boeken van de jaren tachtig.

Johan Van Hecke had zich trouwens al gemanifesteerd met een boek waarin hij de CVP aanspoorde om een zelf een gewetensonderzoek volgens de normen van de Burgermanifesten te ondergaan (De slogans voorbij. Appèl aan de verantwoordelijke Vlaming, 1994). CVP-voorzitter Van Hecke zei dat de zuilen (versta: het ACW) te veel invloed hadden op de partijen en stemde in met voorstellen als het referendum of de afschaffing van de stemplicht.

Het einde der pilaren luidde trouwens het begin in van liberale schrijfdrang. Karel De Gucht (De toekomst is vrij, Pluche), Patrick Dewael (eerder auteur van De warme hand, Wederzijds respect en Eelt op mijn ziel), en zelfs Jaak Gabriels, Bart Somers (het redelijk ongepaste Iedereen burger) en zelfs Patricia Ceysens (E-mama) zijn maar het topje van liberalen die zo overtuigd zijn van de aantrekkelijkheid van hun ideologie dat ze dit per se wereldkundig moeten maken. Er zijn ook antipaarsboeken (De puinhopen van paars van Geert Bourgeois) maar die slaan dan (nog) niet aan.

8. Koken met Steve (Steve Stevaert, 2003)

Maar paars bestaat niet enkel uit blauw. Het is een mengeling met rood. En merkwaardig genoeg nemen de boeken van Steve Stevaert de belangrijkste plaats in. Stevaert deed nochtans niets liever dan intellectuelen schofferen. Een van zijn ogenschijnlijk simplistische slagzinnen was: "Het socialisme moet gezellig zijn, of het zal niet zijn" - een slogan waar hij het woord als 'ook' of 'liefst' vergeten was voor gezellig, en dus schreef hij een kookboek dat destijds tienduizenden exemplaren verkocht. De Wetstraat sprak schande. Maar men zag niet dat Stevaert tegelijk als een bezetene boeken afscheidde over wat hem écht interesseerde. Socialisme is gratis (2004) (waarin zijn ook door Yves Desmet geschreven boekje Steve op de rooster werd opgenomen) was een pleidooi voor een vernuftige herziening van het sociaaleconomische verhaal van de sp.a, en Ander geloof, naar een actief pluralisme in Vlaanderen (2005) is een uitzonderlijke en dus eenzame poging om religie een plaats te geven in de moderne, multiculturele en dus multireligieuze samenleving. Dat laatste boek was zijn geestelijk testament, want niet veel later was Stevaert voorzitter-af.

De nalatenschap van die boeken is mager. Toen Stevaert van het toneel verdween, werd bij de sp.a 'gratis' een taboewoord. En niet veel later voerde Patrick Janssens zonder de minste ruggenspraak zijn Antwerps hoofddoekverbod door, wat in se de negatie was van het begripvolle en tolerante pleidooi van Stevaert. En in 2007 verloor de sp.a op beschamende wijze de verkiezingen.

Het is een merkwaardige paradox bij de Vlaamse socialisten. In zijn gloriedagen heette Louis Tobback een pragmaticus, en Stevaert zelfs een populist. Toch zijn het de begrippen die zij (in hun boeken) naar voor schoven, die het ideologische debat in Vlaanderen kleurden. Al was het maar - zeker in het geval van Stevaert - om de antistemmen die ze uitlokten: iederéén was tegen gratis. Zelfs de groenen. Die waren voor kosteloos.

Merkwaardig genoeg zijn de boeken van 'intellectuele' sp.a'ers een veel korter leven beschoren. Norbert De Batselier, ooit 'de Soeslov van de SP' genoemd (naar de Russische KP-ideoloog) schreef Monologen met Norbert De Batselier of Kiezen tusen eco en ego, maar die boeken zijn taai, want zeer gedateerd, en amper inspirerend.

Frank Vandenbroucke deed het beter, maar zijn literaire productivieit toont een veelzeggende lijn: een poging om ook te behagen aan moderne manieren. Al in 1981 schreef de piepjonge Vandenbroucke Van crisis tot crisis. Een socialistisch alternatief. Het was een afrekening met paleosocialistische taboes, maar ook een zéér economisch en ideologisch traktaat. Hij was al lichtjaren moderner in Van dromen en mensen (1990) - de titel alleen al - maar omdat hij Davidsfonds als uitgever koos, lag dat moeilijk bij de eigen achterban. Tien jaar later schreef hij Op zoek naar een redelijke utopie (2000), een commentaar op de actieve welvaartsstaat, maar dat was een moeilijk en dus vlug vergeten boek. Vandenbroucke is niet dom, dus zijn volgende en voorlopig laatste boek, Tien kleine mensen (2002), drukt hij als minister van Sociale Zaken en Pensioenen zijn bekommernis voor de modernisering van de sociale zekerheid uit aan de hand van tien concrete levensverhalen. De meest intellectuele van alle ministers koos voor de vorm van het levenslied, en werd er niet op afgerekend. Het waren de hoogdagen van het Teletubbie- of Stevaertmodel, en intelligente sp.a'ers profiteerden er mateloos van.

9. Rechts voor de raap (Jean-Marie Dedecker, 2006)

Zeker de laatste jaren van paars-groen leek het alsof links in Vlaanderen een eindeloze zomer beleefde, nooit aflatende warme dagen. Eigenlijk ging het om een indian summer, een laatste opstoot in een gouden herfst, vlak voor de echte winter zou aanbreken. Jean-Marie Dedecker was een outcast bij de VLD, werd gemeden door zijn eigen partijtop, publiceerde een boek waarop zelfs zijn vriend Van Quickenborne (die de drukproeven voordien wel had nagelezen) aanwezig durfde zijn. Maar hij verkocht meer boeken dan wie ook, meer zelfs dan het kookboek van Steve Stevaert. Het was de prelude van wat we vandaag zien: dat de Vlaamse rechterzijde zoveel aanhang heeft dat én CD&V, én Open Vld, én VB, én Lijst Dedecker uit die blijkbaar oneindige vijver kunnen vissen. Lijst Dedecker is ook het symbool van het failliet van pogingen tot controle vanuit de Wetstraat van het stemgedrag. Ondanks de kiesdrempel raakte hij (en zijn ideeën) in het parlement. Wie zijn boek goed leest - ethisch links, economisch rechts - ziet een duidelijke lijn tussen zijn discours en dat van Jean-Pierre Van Rossem (Het libertijns manifest, 1991).

10. Leterme uitgedaagd (Yves Leterme, Filip Rogiers, 2006)

Lijkt Dedecker een bedreiging voor het systeem, dan had Leterme lange tijd de naam van de behoeder van het maatschappelijke status quo. Maar Leterme is meer postmodern dan hij oogt. Hij krijgt van geen krant meer kritiek dan van De Morgen. Voor zijn eerste - en enige - boek, neemt hij de meest bevlogen De Morgen-journalist onder de arm - Filip Rogiers - en ook de meest archetypische fotograaf voor de iconografie van niet-CD&V-Vlaanderen (Stephan Vanfleteren). Rogiers doet zijn werk en interviewt kritisch, en consciëntieus. Het boek maakt zijn titel waar, en Leterme is tevreden. Ook intellectuelen die hem politiek niet volgen, moeten erkennen dat hij iets te zeggen heeft.

Helaas valt na zijn monsterscore zijn vermogen tot dialogeren plat. Het ambt maakt de man, maar misvormt hem soms ook. En niet alleen Leterme. Sinds de verkiezingen van 10 juni 2007 verscheen er niet één (1!!!) interessant of belangrijk politiek boek meer. Er schijnen er wel boeken in voorbereiding te zijn, maar dat is voor later. Zelfs in het boekbedrijf heeft Leterme een jaar of zo terug de contouren van het politieke debat neergezet, maar verhindert hij, zijn regering of wat dan ook dat dit kader nog verder ingevuld wordt. Zelfs in het boekenvak ligt het politieke debat sinds vorige zomer compleet plat. Quo usque tandem?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234