Vrijdag 13/12/2019

De schrijver als opgejaagd wild

Het is al is al bijna een kwarteeuw geleden dat ayatollah Khomeini 'De duivelsverzen' van Salman Rushdie in de ban sloeg en een prijs op het hoofd van de auteur zette. In 'Joseph Anton' doet Rushdie voor het eerst het verhaal van deze beklemmende episode.

Hij kijkt ons niet echt vriendelijk aan, op de omslag van zijn dikke boek herinneringen. Met een hoodie en een fundamentalistenbaard lijkt hij zelfs wat op een van die boze mannen die zijn boek verbrandden, in de herfst van 1988, toen de wereld nog niet wist wat een 'fatwa' was. De Britse betogers riepen op om Rushdie te vermoorden, in India en Pakistan deed men hetzelfde: een zieke dictator in Iran dicteerde een doodsvonnis.

Joseph Anton is het verhaal van wat er toen gebeurde met een schrijver die opgejaagd wild werd: de Britse geheime diensten begonnen aan Operatie Malachiet, om de man te beschermen die voor zichzelf de codenaam 'Joseph Anton' bedacht. De naam verwees naar de voornaam van twee schrijvers die Rushdie zeer bewondert: Conrad en Tsjechov, maar voor zijn vele lijfwachten was en bleef hij tot zijn grote ergernis gewoon 'Joe'.

Rushdie moest zich verstoppen op steeds andere adressen, kon zich nergens in het openbaar vertonen en lange tijd kon hij niet zomaar met een vliegtuig reizen. Bij dit alles maakte hij zich nog het meest zorgen om iedereen die niet beschermd werd: zijn familie, maar ook zijn uitgevers en al die mensen die voor hen werkten en die ook allemaal gevaar liepen en in sommige gevallen aangevallen werden.

Geen slachtofferrol

Het verhaal van de fatwa is intussen bekend: bij elke verjaardag van de veroordeling wordt het opnieuw verteld, maar in dit geval krijgen we eindelijk de versie van de persoon die in het midden van de storm stond en die hardnekkig weigerde een slachtoffer te worden. De prijs op zijn hoofd werd nooit uitbetaald, maar hij kreeg in die twee decennia heel wat te verduren. Op een bepaald ogenblik liet hij zich adviseren om opnieuw moslim te worden, maar dat hielp al net zo weinig als alle andere pogingen om tot een redelijke oplossing te komen.

Een van de verhalen in dit boek gaat over de campagne om de Britse, Amerikaanse en Europese regeringen zover te krijgen dat ze Iran zouden dwingen om de fatwa te herroepen. Er werd een comité opgericht dat zowel in het oosten als in het westen druk probeerde uit te oefenen. Maar voor Iran was een oplossing onmogelijk: religieuze regimes kunnen nu eenmaal niet toegeven dat hun geestelijke leider zich vergist heeft.

Deze biografie van Joseph Anton is lang en gedetailleerd, van de geboorte van het personage in de gebouwen van de Britse geheime dienst tot zijn einde, als Rushdie te horen krijgt dat er geen concreet gevaar meer is: Operatie Malachiet wordt afgeblazen en het boek eindigt met de schrijver die buiten op straat een taxi aanhoudt en in het gewone leven verdwijnt.

De auteur hield in heel deze periode een dagboek bij, wat heel handig is voor schrijvers van memoires. De held van dit boek is natuurlijk niet Salman Rushdie, maar Joseph Anton en die wordt merkwaardig genoeg altijd in de derde persoon beschreven, zodat het Anton is die alle ellende over zich heen krijgt, maar dat het ook niet Rushdie is die zoveel prijzen en onderscheidingen krijgt. Voor allebei geldt dat ze overdrijven met namen van beroemde mensen: politici, filmsterren, rockers (alleen de naam van Serge Simonart staat er niet in).

Er zitten flink wat onthullingen in het boek en ik neem aan dat niet alle politici die hier geciteerd worden dat prettig zullen vinden. In veel gevallen hebben ze zich door andere belangen laten leiden dan door Rushdies recht van spreken, en daar kun je begrip voor hebben, als je niet toevallig Salman Rushdie (of Joseph Anton) heet. Maar niet iedereen treedt graag ongevraagd in een boek op. Het is merkwaardig dat de memoireschrijver hier zelf wel noteert dat Nadine Gordimer hem vertelt dat ze een autobiografie aan het schrijven is en twijfelt of ze al die oude bedgenoten wel moet vermelden. 'Anton' zelf heeft dergelijke twijfels niet, zelfs niet met de namen van de vriendinnetjes van zijn zoon of de buitenechtelijke affaires van zijn met naam genoemde lijfwachten.

Ook bij de filmsterren, uitgevers en schrijvers zullen ze niet allemaal onverdeeld gelukkig zijn met hun rolletje in het leven van Anton: sommigen onder hen worden genadeloos afgemaakt, zelfs oude vrienden, want in Antonland blijft vriendschap zeker niet eeuwig bestaan. Van je vrienden moet je het hebben. Anton herinnert zich van zijn bezoek aan het huis van William Styron alleen maar dat de Amerikaanse auteur een short maar geen onderbroek draagt. En het zijn die genitaliën van de ondertussen overleden schrijver die via het dagboek in deze memoires en dus ook in deze recensie terechtkomen.

Machopraat

Nog iets anders zijn de veel te vele vrouwen in het leven van Anton/Salman. Moeten we echt al die details weten over zijn exen? Dat zijn relaties met de vrouwen in zijn leven door de hele situatie onder druk kwamen te staan is misschien nog wel relevant, maar de gebruikelijke mix van machopraat en zelfmedelijden klinkt echt niet sympathieker uit de mond van een martelaar van het vrije woord. En zou de dochter van Jack Lang het leuk vinden dat nu de hele wereld weet dat ze met Rushdie de koffer in dook?

Net als in andere memoires is niet de tijd maar de dood de echte held van het boek en in het geval van autobiografieën (in tegenstelling tot biografieën) is het niet echt spannend: het is niet de dood die het laatste woord zal krijgen. Op het einde krijg je zelfs nog nieuws van wat er sindsdien met de belangrijkste personages gebeurde. Rushdie blijkt zelfs nog met de helft van zijn vier echtgenotes goed bevriend te zijn: gelukkig zijn dat net de moeders van zijn kinderen.

In veel van zijn romans heeft Rushdie grote stukken van zijn leven verteld, dat wordt in dit boek heel duidelijk verteld. Maar ik lees zijn leven veel liever in zijn romans dan in het harde licht van de werkelijkheid. Romanfiguren mogen driftig en eigenzinnig zijn, maar met echte mensen hebben we het daar moeilijker mee. Voor mij had het ook wat meer literair mogen zijn: het boek opent wel mooi met een scène uit The Birds van Hitchcock, maar van een schrijver als Rushdie verwacht je zelfs in non-fiction iets meer stilistisch vuurwerk. Toch was het leuk om te horen dat er in Londen ieder jaar echt een Secret Policemen's Ball is, een feestje waar al die mensen die in het Verenigd Koninkrijk beschermd moesten worden een glas kunnen drinken met hun beschermengelen en OFDs (Only Fucking Drivers) en waar Anton babbelt met de ondertussen afgetreden politica die hij in De duivelsverzen 'Mrs Torture' noemde.

Dit is een boek over een donkere periode in het leven van een Britse schrijver en in de geschiedenis van het recht op vrije meningsuiting. Zoals we de laatste dagen zagen, is die geschiedenis nog lang niet voorbij en in grote delen van de wereld duurt de nachtmerrie gewoon verder. Lange jaren na de fatwa, toen hij weer in de buitenwereld kon komen, ontmoette Rushdie op een vernissage de jongeman die de manifestaties tegen zijn boek in het Verenigd Koninkrijk had georganiseerd: die was ondertussen atheïst geworden. Er is dus hoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234