Zaterdag 03/12/2022

De schreeuw om gerechtigheid

op 17 april 2001 zal België geschiedenis schrijven. Die dag gaat in Brussel het assisenproces van start tegen vier Rwandezen, verdacht van oorlogsmisdaden tijdens de genocide in hun land. Nooit eerder zijn bij ons niet-Belgen berecht voor wat ze hun eigen volksgenoten hebben aangedaan.

Luc Huyse

Een Europese primeur is het niet. Een Zwitsers tribunaal veroordeelde in april 1999 een Rwandees voor gelijkaardige feiten. In 1997 gaf het Beierse hooggerechtshof een Bosnische Serviër vijf jaar gevangenisstraf voor de moord op moslims in Bosnië. Een leider van een Servische paramilitaire groep kreeg in december 1999 levenslang van het hooggerechtshof in Düsseldorf. Ook Denemarken en Nederland zijn op dat vlak bedrijvig. Het zal trouwens noch in België noch daarbuiten bij deze enkele gevallen blijven. Er is de zaak, hier in ons land, van de in Guatemala vermoorde scheutisten. Een in België verblijvende Marokkaan heeft zopas in Brussel klacht neergelegd tegen Driss Basri, gewezen minister van Binnenlandse Zaken in Marokko. Nog opwindender is de luid klinkende roep, ook in bepaalde Amerikaanse kringen, om Henry Kissinger in een of ander land te berechten voor zijn aandeel in het Chileense drama.

Tegelijkertijd buigen twee internationale tribunalen zich over misdaden tegen de menselijkheid in Rwanda en in ex-Joegoslavië. Meer nog, de kans bestaat dat eind 2002 een Permanent Internationaal Strafhof operationeel wordt.

Het is een merkwaardige ontwikkeling. Eeuwenlang gehoorzaamde het strafrecht aan een uitsluitend territoriale logica. De reikwijdte van een tribunaal zat onverbiddelijk vast aan de grenzen van de staat: de strafwet was van toepassing op delicten die binnen het eigen grondgebied waren begaan. Dat was het wat de grondregel van de nationale soevereiniteit dicteerde. Nu komt daar dus verandering in. Het lijkt wel alsof soevereine staten voor bepaalde misdaden helemaal onteigend worden, alsof er op dat vlak geen grenzen meer bestaan. De stuwkracht in die evolutie komt van twee kanten. Er is het onstuitbare oprukken van grensoverschrijdend recht: de Geneefse Conventie inzake genocide en foltering is daar een voorbeeld van. De tweede motor zit in de opmars van wat in het juridees de universele rechtsmacht wordt genoemd: de gedachte dat in het geval van grove schendingen van mensenrechten gelijk welke staat de vermoedelijke daders zelf mag berechten, om het even waar het delict is gepleegd en wat ook de nationaliteit van de vermoedelijke dader of van zijn slachtoffer moge zijn. Het is die spelregel die op 17 april in het Brusselse hof van assisen aan het werk zal gaan.

Nooit is de oude uitdrukking 'de lange arm van de wet' zo van toepassing geweest. Dat verwekt al enige tijd enthousiaste kreten over de aantocht van 'une justice planétaire', van 'a global justice', van niets minder dan de juridische versie van de mondialisering. Maar hoe gerechtvaardigd zijn die optimistische weerberichten?

Voor elke Pinochet die voor zijn rechters staat, is er een tiran, een folteraar, een barbaar die in alle rust van zijn pensioen geniet. Idi Amin en Milton Obote, in de jaren zeventig en tachtig leveranciers van dood en ellende in Oeganda, leven ongestoord verder. De ene in Saoedi-Arabië, de andere in Zambia. Raoul Cédras, die in Haïti president Aristide verdreef en verantwoordelijk is voor duizenden moorden, kreeg asiel in Panama. Jean-Claude 'Baby Doc' Duvalier, een van zijn illustere voorbeelden, verblijft in Frankrijk. Haile Mariam Mengistu, de baas van een meedogenloos regime in Ethiopië, koopt en verkoopt villa's in Zimbabwe. (Vorige maand nog kregen hij en zijn familie van Mugabe en Cie. een permanente verblijfsvergunning.) Toen Mengistu eind 1999 om gezondheidsredenen naar Zuid-Afrika reisde, kwam hij eventjes in de problemen. Allerlei organisaties vroegen zijn arrestatie, maar hij kon het land na een paar dagen ongehinderd verlaten. En dat met de medeplichtigheid van een regering die zich onder leiding van het ANC als de Afrikaanse kampioen van de mensenrechten beschouwt. De uitleg voor de Zuid-Afrikaanse mildheid is doodsimpel. Mengistu en het ANC zijn comrades in arms geweest: de antiapartheidsorganisatie had jarenlang militaire kampen in Ethiopië. De vreemdste story liep vorige maand in Senegal ten einde. Op 3 februari 2000 was daar Hissène Habré, in de jaren tachtig de dictatoriale heerser van Tsjaad, in beschuldiging gesteld. Hij heeft de hand gehad in tienduizenden gevallen van moord en foltering. In 1990 vluchtte hij naar Senegal in het gezelschap van de staatskas. Nu zou hij in zijn gastland toch de rekening gepresenteerd krijgen. Kranten en mensenrechtenorganisaties spraken algauw van 'de Afrikaanse Pinochet'. Het heeft niet mogen zijn. Op 20 maart laatstleden heeft het hoogste gerechtshof van Senegal hem een vrijgeleide gegeven, zogezegd omdat hij buiten het bereik van de Senegalese strafwetgeving valt.

Er zijn nog andere redenen om te twijfelen aan een snelle komst van die planetaire justitie waar sommigen nu al hardop van spreken.

Regerende staatshoofden genieten nog steeds van een totale immuniteit. Tegen Laurent Kabila liepen in ons land allerlei klachten, maar toen hij in november 1998 België bezocht, moest de onderzoeksrechter machteloos toekijken.

Het Permanent Internationaal Strafhof, dat in juli 1998 in Rome in de steigers is gezet, moet nog een hele hordeloop afleggen voor het echt van start kan gaan. Medio februari 2001 hadden weliswaar al 139 staten het statuut ervan ondertekend, maar slechts 29 onder hen hebben het verdrag ook daadwerkelijk geratificeerd, en er zijn 60 van die handtekeningen nodig. Bovendien waait er nog steeds grote tegenwind vanuit de Verenigde Staten. Amerikaanse regeringsleiders krijgen het doodsbenauwd bij de gedachte dat landgenoten zomaar door vreemden gevonnist zouden worden. Bovendien zal dat Hof slechts toekomstige schendingen van mensenrechten kunnen behandelen. Het heeft bijgevolg niets te zeggen over al wie gisteren en vandaag op grote schaal moordde en moordt.

Ook de tribunalen van Arusha en Den Haag hebben zo hun problemen: ze zijn traag, duur en kleven aan de letter van de wet. Vooral dat laatste doet veel vragen rijzen. Bijvoorbeeld: hoe zinvol en verantwoord het wel is om 'genocidaires' te berechten volgens het westerse boekje. Onze procedures bieden ruime rechtszekerheid voor wie als verdachte voor de strafrechter staat. Tegelijkertijd ontstaat het gevaar van procedurefouten. Dat risico nemen wij er echter graag bij, want het recht op een fair proces is heilig. Maar bij de berechting van bijzonder grove inbreuken op mensenrechten kan een vrijspraak, verkregen op basis van een manke procedure, in landen als Rwanda zware schade toebrengen aan het toch al prille vertrouwen in het gerecht. Er is het geval Jean-Bosco Barayagwiza, de man van radio Mille Collines in Kigali. Voor zijn uitlevering aan het tribunaal van Arusha zat hij een tijdje gevangen in Kameroen. Een veel te lang voorarrest en dan nog zonder formele aanklacht, oordeelden de internationale rechters, en dus mocht ie gaan.

En dan is er het onvoorspelbare effect van, ook hier, de selectieve verontwaardiging. Over het gedrag van Servische troepen in Kosovo bestaat geen twijfel: grove schendingen van mensenrechten. Als de Navo burgers bombardeert heet dat evenwel 'collateral damage', en zoiets ontsnapt natuurlijk aan het tribunaal van Den Haag.

Ten slotte nog iets over de kosten van grensoverschrijdende rechtszaken zoals deze die de volgende weken in Brussel haar beslag zal krijgen. In april van vorig jaar veroordeelde een Britse rechtbank een 78-jarige man uit Belarus tot twaalf jaar opsluiting voor de moord, ruim een halve eeuw vroeger, op achttien joden in zijn thuisland. Het kostte de schatkist 6 miljoen Britse pond. Hoeveel van dit soort cases kan een land als België zich veroorloven? Human Rights Watch, een grote mensenrechtenorganisatie, meldde in november 1998 dat het Belgische ministerie van Justitie in een gesprek met haar liet weten dat het wel nooit tot een assisenproces met de vier Rwandese verdachten zou komen, want veel te duur...

Toch is er hoop, schreef de Chileense auteur Ariël Dorfman in De Morgen van 18/8/2000. 'Global justice' is alsnog vooral een kwestie van woorden. Maar: "Dat is alles wat er nodig is: één iemand die staat te schreeuwen in de ethische wildernis, één iemand, en dan nog iemand, en dan nog iemand - dat is alles wat er nodig is om de hoop op gerechtigheid levend te houden."

Wat vandaag gebeurt, valt niet uit de lucht, zit niet in een risicovol vacuüm. De wortels ervan reiken ver in het verleden en die historische grondlaag stut de huidige evolutie. De voorlopers van de Pinochets van deze tijd waren de piraten en de slavenhandelaars. Zij zijn de eersten geweest voor wie er juridisch geen vrijhavens bestonden. Het verleidde Human Rights Watch in maart 2000 tot de uitspraak dat "the torturer has become like the pirate and the slave trader before him: an enemy of all mankind". In 1919 al behandelde een internationaal tribunaal de door de Turken georganiseerde genocide op de Armeniërs. (Het is trouwens bij die gelegenheid dat de uitdrukking 'misdaden tegen de menselijkheid' voor het eerst is gebruikt.) Er waren Nürnberg en Tokio, waar Duitse en Japanse oorlogsmisdadigers terechtstonden. En zelfs voor Habré, Mengistu, Karadzic en Mladic, eigenlijk voor al wie vooralsnog ontsnapt aan de gerechtigheid waarvan Dorfman spreekt, is de huidige ontwikkeling niet zonder nare gevolgen. De publieke opwinding die hun voorlopige straffeloosheid keer op keer veroorzaakt, houdt hun wandaden in leven, in talloze uren zendtijd en in miljoenen woorden. Zij zijn het terechte slachtoffer van een onophoudelijke 'naming and blaming'. Ook dat is een straf, zij het van het tribunaal van de geschiedenis. Bovendien is in hun bewegingsvrijheid danig gesnoeid. Hun eigen land (Karadzic en Mladic) of hun villa in Harare (Mengistu) is nu hun gevangenis. Tot de schreeuw van al die iemands ook hen voor de rechter brengt.

Interessante websites

Amnesty International: http://www.amnesty.org/ Speelde in het Verenigd Koninkrijk een vooraanstaande rol in de zaak-Pinochet. Brengt op internet een database met informatie over zowat alles wat met universele rechtsmacht te maken heeft. Fédération internationale des ligues des droits de l'Homme: http://www.fidh.org/

Omvat 105 ngo's uit 68 landen. Ligt in Frankrijk aan de oorsprong van de meeste klachten, op basis van universele rechtsmacht, tegen schenders van mensenrechten. Hun on-linebulletin geeft onder meer up-to-date informatie over de ontwikkelingen inzake het Permanent Internationaal Strafhof. Human Rights Watch: http://www.hrw.org/

Deze organisatie, die zelf actief is in het neerleggen van klachten en advocaten levert aan lokale ngo's, brengt on line een indrukwekkende hoeveelheid gegevens over de aanpak van schendingen van mensenrechten. Men kan zich ook als correspondent opgeven en zowat dagelijks hun e-mails ontvangen. International Committee of the Red Cross: http://www.icrc.org/

Probeert de Conventie van Genève te laten bekrachtigen via nationale wetgeving in de aangesloten landen. Redress: http://www.redress.org/

Is vooral bekend als organisatie die overal ter wereld slachtoffers van foltering juridische en psychologische bijstand verleent. Via de links die deze websites aangeven, zijn ook de sites van lokale ngo's in de derde wereld te raadplegen.

'Voor elke Pinochet die voor zijn rechters staat, is er een tiran, een folteraar, een barbaar die in alle rust van zijn pensioen geniet'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234