Maandag 20/01/2020

De schoonheid van het onbegrip

Ook in het nieuwe seizoen doet De Munt zijn status van een van de beste en innovatiefste operahuizen van Europa alle eer aan.

Na de onwereldse schoonheid van Sascha Waltz' enscenering van Matsukaze van Toshio Hosokawa vorig jaar was het uitkijken naar een andere 'choreografische opera'. Passion van Pascal Dusapin opende het Muntseizoen en biedt een andere maar soortgelijke inkijk in het universum van de schoonheid.

Het uitgangspunt van het stuk is conceptueel. In tien scènes geeft het verschillende 'passies' weer, in de betekenis die dat woord heeft bij Descartes in diens Passions de l'âme, dus als 'affecten' in de barokke zin. Het put daarbij zijn inspiratie uit de opera's van Descartes' tijdgenoot Monteverdi, vooral dan uit diens Orfeo. De twee hoofdpersonages, 'Lei' (Zij) en 'Lui' (Hij) zijn gemakkelijk te herkennen als reïncarnaties van Eurydice en Orfeus, al loopt hun verhaal anders af dan in de mythe. Het stuk spiegelt dus tegelijkertijd de inhoud van Monteverdi's opera's (inclusief vele citaten) als zijn werkwijze en zijn esthetische uitgangspunten weer. Meer nog, het maakt deze tot onderwerp van een nieuwe opera.

Dat klinkt erg intellectualistisch maar het klinkende en scenische resultaat is dat niet. Ondanks de vele verwijzingen (waaronder het gebruik van een klavecimbel en van een oed) en ondanks enkele overbodige elektronische 'spatialisaties' is de muziek van Dusapin vooral doordrongen van een grote emotionele urgentie. De passies breken er als het ware uit.

Daarbij is vooral het gebruik van versieringen interessant. In de zangstemmen zijn die de dragers van de uitbarstingen, terwijl ze in de instrumenten eerder een commentariërende en zelfs esthetiserende functie lijken te hebben. Het is een subtiele wrijving tussen affect en schoonheid die uitstekend functioneert.

In de beelden en bewegingen die Sascha Waltz creëert is er tussen beide polen geen wrijving maar versmelting. Van de angstige sensuele dans waarmee de opera begint tot het onbeschrijflijk mooie slotbeeld - dat gestalte geeft aan onschuld en rouw maar vooral aan de gewichtloosheid en de naaktheid van de mens in het aangezicht van de dood - zie je doorheen heel het stuk de weg die twee mensen afleggen op de avond van hun samenzijn. Het is een weg van verwijdering, een weg achteruit. Hij voert langs alle affecten: angst, vervoering, droefheid, woede, verlangen, jaloezie, etcetera.

De twee protagonisten - sopraan Barbara Hannigan en bariton Georg Nigl blijken niet allen grote stemvirtuozen en dragers van emotie maar ook verbluffende dansers - worden daarbij ingebed en begeleid door 'de anderen', een soort van Grieks koor (het Vocalconsort Berlin) en door een groep dansers die afwisselend hun doubles en 'anderen' spelen maar die vooral met hun bewegingen de kaart tekenen van onze passies. De schoonheid van die tekening zou op den duur te groot kunnen zijn.

Getrippel

Gelukkig heeft Waltz enkele momenten ingebouwd waarop het estheticisme wordt doorbroken. Dat is het geval in de derde scène, waar de tekst het motto van de Tijd uit de proloog van Monteverdi's Ritorno d'Ulisse citeert ("Niets is veilig voor mijn tand") en zowel de muziek als de beweging nagenoeg anarchistisch uit elkaar spatten, of in de scène die het voor Monteverdi cruciale thema van liefde en oorlog illustreert, of het virtuoze achterwaartse getrippel naar het einde toe. Dat zijn niet noodzakelijk de beste passages maar ze maken de overweldigende schoonheid van de rest draaglijk.

Nog voorstellingen in De Munt in Brussel tot 11 mei. www.demunt.be

Passion van Pascal Dusapin, op 30/8 in De Munt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234