Dinsdag 12/11/2019

De schone schijn van het symbolisme

Prima werken en enkele ontdekkingen maar een onduidelijk concept en een zwakke presentatie. Dat zijn kort samengevat de kwaliteiten en gebreken van Het symbolisme in België, een tentoonstelling in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Ze laat ons helaas ook grotendeels in het ongewisse over de contouren van dat symbolisme. Misschien ligt het antwoord besloten in de vuistdikke catalogus.

Groots opgezette expo ‘Het symbolisme in België’ in Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel ontgoochelt HH

Met Léon Spilliaert, Fernand Khnopff, Félicien Rops en Xavier Mellery presenteert de tentoonstelling de gedoodverfde boegbeelden van het Belgische symbolisme. Ze worden aangevuld met werk van onder meer Jean Delville, Georges Minne, Léon Frederic, Eugène Laermans en Antoine Wiertz. In totaal zijn er tweehonderd werken te zien die min of meer in de symbolistische sfeer baden.

Het symbolisme is geen ‘officiële’ kunst- of literaire beweging maar een geestesgesteldheid, ‘un état d’âme’. Toch is er een manifest en een ontstaansdatum. De Franse schrijver Jean Moréas liet in 1886 zijn Manifeste du Symbolisme verschijnen in de Parijse krant Le Figaro. Daarin wees hij Charles Baudelaire aan als grote voorvader van de beweging. Want het symbolisme was oorspronkelijk een literaire stroming: in Frankrijk gedragen door schrijvers als Stéphane Mallarmé en Jules Laforgue, in België door Maurice Maeterlinck, Emile Verhaeren en Georges Rodenbach, schrijver van de legendarische roman Bruges-la-Morte.

De Franse dichter Mallarmé vond dat poëzie vooral van suggestie moest uitgaan en onbewust moet inwerken op de lezer. Hij verwoordde het zo: “Een object bij naam noemen, betekent driekwart van het genot van het gedicht opheffen.” Hij pleitte voor het gebruik van symbolen, die het raadsel, het mysterie, in zich dragen. Door bijvoorbeeld een object stukje bij beetje op te roepen, zou de auteur de lezer een blik op een gemoedstoestand gunnen. Maar het mag duidelijk zijn: het symbolisme wil een werkelijkheid voorbij het zichtbare oproepen. Het is dan ook vooral de kunst van de suggestie, de idee, de gedachte en het mysterie.

De kunstenaars wilden niet - zoals de vermaledijde impressionisten en naturalisten - de werkelijkheid onderzoeken maar grepen daarentegen graag terug naar mythologische voorstellingen. Hun werk was doordrongen van een raadselachtige en mystieke samenhang tussen erotiek en dood, was meestal bijzonder esthetisch en neigde vaak naar de fantastiek, het surreële of magisch-realistische.

De symbolisten wilden op die manier reageren tegen de tijdgeest: ze zetten zich af tegen het vooruitgangsdenken, het positivisme en de industrialisering. Het fin de siècle was bovendien doordrongen van twijfel: de mens was niet langer het middelpunt van de kosmos en zeker niet de belichaming van de ratio. Darwins theorieën hadden de mens van zijn voetstuk gestoten en Freud had duidelijk gemaakt dat de mens voortbewogen werd door oerdriften en onbeheersbare verlangens.

De symbolisten plaatsten daar de spiritualiteit tegenover. Ze wilden terug naar de traditie, de natuur en het primitivisme, en vielen vaak terug op het christelijke geloof en het esoterisme. De Christusfiguur duikt dan ook hier en daar op, net zoals nogal wat andere archetypische en mythologische figuren. Ze vluchtten graag in het verleden en zochten naar een verloren paradijs.

Maar, zoals gezegd, het symbolisme was geen beweging en er zijn dan ook zoveel symbolismen als er kunstenaars zijn. Want hoe pas je bijvoorbeeld een Rops in bovenstaande ‘kenmerken’ in, met zijn satanische, pornografische, godslasterlijke en antiklerikale prenten? De tentoonstelling Symbolisme in België laat ons in dat opzicht aan ons lot over. Ze is “louter als een visueel verhaal” opgezet, zoals de enige zaaltekst meldt. “De tentoonstelling geeft ruimte aan de stilte, die meer zegt dan woorden kunnen uitdrukken. Alleen in die stilte kan het zichtbare zich volledig ontvouwen.”

De expositie roept dan ook veel vragen op. In de eerste plaats vragen over de aanwezigheid van kunstenaars, zoals een Constantin Meunier. Behoren zijn realistische werken, zij het met gebruik van een symbool, dan ook tot het symbolisme? Dan wordt het een vlag die een wel zeer ruime lading dekt. Anderzijds ontbreekt iemand als Ensor, die ontegensprekelijk een symbolistische periode heeft doorgemaakt met zijn zoektocht naar het licht en zijn identificatie met Christus, de brenger van het Licht. Opmerkelijk is voorts de aanwezigheid van buitenlandse kunstenaars als Odilon Redon, Maurice Denis, Jan Toorop en Johan Thorn Prikker. Sommigen onder hen hebben inderdaad in België of met Belgische kunstenaars gewerkt, anderen niet. Wat is daar de logica? En waarom worden vazen van de Franse art-nouveau-ontwerper Emile Gallé opgenomen? Nergens wordt daarover uitleg verstrekt.

Het is ook moeilijk om een rode draad of een organiserend principe in de expo te ontdekken. Misschien wil ze ons wel de geschiedenis van het symbolisme vertellen, want aan het begin zit een werk van ‘voorloper’ Wiertz en aan het einde krijgen we een blik op wat er ‘daarna’ komt: de Latemse school, Van de Woestijne, De Saedeleer. Ook werk van Jakob Smits hangt daar, hoewel die zich al in 1888 in het stille Mol terugtrok en daar aan zijn onderzoek van het licht begon. Toch een symbolist? Of niet? Wie zal het zeggen?

Er zitten ook thematische groeperingen in de tentoonstelling, zoals een reeks rond De verzoeking van de Heilige Antonius, en clusters rond één kunstenaar, zoals een serie van vier ronduit schitterende Spilliaerts en een handvol eveneens uitstekende werken van Xavier Mellery. Vooral zijn La ronde des heures (De rondedans van de uren, 1890) is een magistraal schilderij. Twaalf vrouwen vormen een cirkel rond een oude man met zeis, een symbolische voorstelling van De Tijd, die de vrouwen een voor een naar zich toe roept.

Het is dus onduidelijk wat de structuur van de tentoonstelling is, maar het is even onduidelijk wat de inspirator van de expositie, KMSKB-directeur Michel Draguet, ons met de expositie wil vertellen. Wat is de bedoeling van deze warrige bloemlezing zonder verantwoording? Misschien was het boeiender geweest om enkele symbolisten tegen elkaar uit te spelen, te onderzoeken waarom sommige kunstenaars zoals Laermans en Frederic even geflirt hebben met het symbolisme, en om na te gaan of boegbeelden als Spilliaert en Rops wel échte symbolisten zijn? Misschien had een confrontatie met Europese symbolisten een relevanter en boeiender resultaat opgeleverd. Je kunt je nu niet van de indruk ontdoen dat de tentoonstelling een aanhangsel is van de catalogus, die overigens voortreffelijk geïllustreerd is.

Nu kijk je dus naar een best of, een reeks topwerken zonder enige context. En topwerken hangen er, meestal evenwel uit de eigen collectie, aangevuld met binnen- en buitenlandse bruiklenen. Er hangt zeer krachtig werk,zoals het affichebeeld De dode Orpheus (1893) van Jean Delville. En het schitterende, melancholische schilderij Luisterend naar de muziek van Schumann (1883), vergezeld van een foto die Khnopff zelf maakte en inkleurde. Van Khnopff hangen er ook enkele prachtige ‘magische’ stadsgezichten van Brugge. Maar het leeuwendeel van de werken is bekend, zeer bekend. Ze komen uit Brussel zelf en uit de musea van Oostende, Antwerpen, Gent en Brugge.

Aan het einde wordt met een werk van Gustave De Smet, Brugge de dode Brugge de nieuwe (1904), aangetoond dat kunstenaars op dat moment opnieuw de blik naar buiten wenden, in dit geval naar de industrialisatie buiten de oude, ingeslapen stad. Maar dan heb je al een veel te grote expo achter de kiezen die helaas ook weinig recht doet aan de meeste werken. Het ‘gedurfd blauw’ van de wanden zorgt er onder meer voor dat een reeks frêle en geraffineerde, overwegend blauwe werken van William Degouve de Nuncques verdrinken in het behang. En door de floue belichting baadt de tentoonstelling in een schemering die de meeste werken duister en nog somberder maakt. Jammer, maar helaas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234